Ons lichaam is in miljoenen jaren evolutie helemaal ingespeeld op onze natuurlijke omgeving. In de laatste 50 jaar hebben we meer veranderd in onze levensomstandigheden dan in al die jaren ervoor. We noemden het vooruitgang, de moderne tijd zou een verbetering zijn. In mijn jeugd werd in science fiction verhalen gesproken over het jaar 2000, als het jaar waarop ziekte niet meer zou bestaan. De techniek en de wetenschap zou alles oplossen.

 
Het tegendeel blijkt waar te zijn, we komen er nu langzaam achter dat we de evolutie niet naar onze hand kunnen zetten. We floreren niet op kunstmatige voeding, we hebben echt eten nodig wat bij ons past.

 
Bepalend voor het gedrag van de mens zijn de wetten van overleving. We zijn geprogrammeerd om te allen tijde te overleven. En daar zit nu net het probleem, we hebben veel vaker te maken gehad met schaarste dan met overvloed. Daarom zijn we geprogrammeerd om te pakken wat er te pakken valt, en hebben we een voorkeur voor zoet en vet voedsel. Zoet en vet zorgt voor vetopslag, en dat is handig als je elk moment weer schaarste kunt verwachten. Een eigen voorraadje aanleggen is evolutionair gezien een slimme oplossing. Je snapt waarschijnlijk wel dat we nu wel wat schaarste zouden kunnen gebruiken om de obesitasepidemie op te lossen.

 

Om ons lichaam een handje te helpen is het misschien handig om zo nu en dan een periode van schaarste in te bouwen. We noemen dat vasten. Er is net een leuke studie gepubliceerd* waaruit blijkt dat 3 dagen vasten het immuunsysteem reset. Er zijn overigens veel meer studies die positieve effecten van vasten laten zien.

 

Hoe doe je dat nu, vasten?
Er zijn diverse methoden.
Intermittend fasting is de officiële naam voor af en toe niet eten.
Als je 18 uur achter elkaar niet eet, en dan in zes uur twee maaltijden eet heb je daar al gezondheidsbevorderende effecten van. Door de uren van de nacht te gebruiken valt het allemaal wel mee, het lijkt moeilijker dan het is. Ikzelf sla tegen alle adviezen in het ontbijt over, en begin pas rond twaalf uur met eten. Mijn bloedsuiker blijft daar echt wel stabiel bij, dat is gewoon een kwestie van oefenen.
Voor mensen met diabetes is het vaak iets lastiger omdat zij volgens de geldende normen vaker moeten eten om hun glucosespiegel te reguleren. De ervaring leert dat wanneer diabeten eerst overstappen naar oervoeding en zich goed laten begeleiden door een deskundige, het voor hen uiteindelijk ook mogelijk is om te leren vasten.
Er zijn ook mensen die liever wel ontbijten, maar de avondmaaltijd overslaan. Ook dat is een optie. Je kunt het doen zoals het bij je past, mits je dan in de twee maaltijden wel volwaardig voedsel tot je neemt.

 

De 5:2 methode is ook een prima manier om gewicht te verliezen. Je eet twee dagen van de week maar 500 kcal. op een dag, en de andere dagen eet je normaal. De twee vastendagen mogen niet achtereenvolgend zijn. Het is vanzelfsprekend dat je die 500 kcal. niet besteedt aan moorkoppen. Alhoewel onderzoek heeft aangetoond dat je dan ook wel afvalt, maar niet op een manier waarbij je goed voor je lichaam zorgt.

 

Nu gaat het tenslotte niet alleen maar om gewichtsverlies, maar vooral om gezondheidswinst, dat moge duidelijk zijn.

 

De standaardvraag die mij altijd gesteld wordt bij dit onderwerp is: Maar je lichaam gaat toch in de spaarstand als je gaat vasten?
Dat klopt, je lichaam gaat normaal gesproken na drie dagen de kachel lager zetten om brandstof te sparen. De ideale vastenperiode om je immuunsysteem te boosten zou dan ook drie dagen moeten zijn, en niet langer.

 

Ook al ben je niet te dik, en wil je niet verder afvallen, zelfs dan heeft je lichaam veel baat bij een ander eetritme. Zorg in zo’n geval dat je in de uren dat je wel eet meer calorieën eet dan mensen die willen afvallen. Ook jouw immuunsysteem knapt op van minder vaak eten.

 

Voel je je onzeker of vasten iets voor jou is, laat je dan begeleiden door een deskundige. Er zijn voldoende goed geschoolde mensen die je kunnen begeleiden.
Je vindt ze onder meer op deze website.
Wie weet ben jij ook in staat om de evolutionaire overlevingsstrategieën te gebruiken om weer gezond (en slank) te worden.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

“Glutenvrij eten is een hype”, wordt er gezegd.
Dat zou betekenen dat door boeken zoals ‘de Voedselzandloper’ en ‘Broodbuik’ velen zich bewust worden van het effect van het eten van granen, ‘glutenvrij’ dus een hype geworden is, en daarmee gebakken lucht.
Zoals je waarschijnlijk vermoedt, kijk ik er anders tegen aan.
Karakteristiek voor een hype is het tijdelijke karakter. Je kunt het ook omschrijven als een bevlieging, iets wat weer overgaat. Diegenen die overgestapt zijn naar graanvrije oervoeding ofwel Paleo, blijken bijna zonder uitzondering deze voedingswijze trouw te blijven. Er zijn bij deze groep bijna geen afvalligen. Alleen daarom al is de term hype niet van toepassing op alle glutenvrije of graanvrije eters.

 

We eten al eeuwen granen, in hun originele vorm, en in combinatie met de nodige lichaamsbeweging. Dat leek lang goed te gaan, maar alle theorieën op dit gebied berusten op aannames. Eerlijk gezegd weten we het niet zeker.
In de huidige maatschappij wordt voornamelijk de graansoort tarwe gegeten, omdat deze dankzij soortveredeling voor een grote opbrengst zorgt. Dat lijkt wel zo handig bij een wereldbevolking die explosief groeit, dan hebben we tenminste voor iedereen iets te eten. Nou ja, is het echt wel zo handig?

 

Hoe zit dat nu met die granen en gluten, is het inderdaad een hype?
Laten we voorop stellen dat het altijd positief is wanneer mensen minder granen en daardoor meer groenten gaan eten. Die verandering komt de variatie in de voeding alleen maar ten goede. Maar als je overstapt van gewoon brood naar glutenvrij brood heb je kans dat je darmen daardoor wel rustiger worden, maar verder schiet je er niet zoveel mee op. Glutenvrije producten worden handig op de markt gebracht als de oplossing voor mensen die granen niet zo goed verdragen. Laat me je uit de droom helpen.
Als je overstapt van gewoon brood, koeken en taarten naar zogenaamde gezond brood, koeken en taarten zonder gluten en zonder bietsuiker zet je daarmee een mini-stapje op weg naar een ‘gezonder’ voedingspatroon. Het zou mooi zijn als je je realiseert dat ook de zogenaamd gezonde baksels je buik wel vullen, maar je lichaam niet optimaal voeden. We hebben vooral groenten en fruit met de nodige eiwitten nodig om ons lichaam in topconditie te houden.
Glutenvrij brood bevat andere granen dan tarwe, en het bevat veel extra toevoegingen om het eetbaar en snijdbaar te maken.
Wanneer je het brood vervangt door pure, onbewerkte producten zoals groenten, fruit, noten, zaden, eieren en vis of vlees, voeg je werkelijk iets toe aan je voedingspatroon waar je lichaam iets aan heeft.

 

Zijn het wel de gluten waar jij eventueel last van hebt?
Wanneer jij merkt dat je je beter voelt zonder brood, dan kan dat zijn doordat je lichaam moeite heeft met: de eiwitten van het graan (de gluten),
of met de broodverbeteringsmiddelen (dat zijn vaak extra gluten of melkpoeder),
of met de te grote hoeveelheden koolhydraten,
of met de in brood aanwezige lectinen,
of met het fytinezuur,
of met het ontstaan van exorfinen vanuit gluten,
of met de alfa amylase inhibitors. Met de wat?
Alfa amylase inhibitors…

 

Al deze stoffen vind je in diverse granen. Deze stoffen zijn minder gunstig voor mensen, terwijl andere bestanddelen in brood nu juist wel weer gunstig voor ons zijn. Het gaat dus lang niet altijd over de gluten! Iets wat bijna niemand weet is dat bij een onvolledige vertering van gluten er in de darm stoffen kunnen ontstaan die ons verslavingscentrum beïnvloeden. Er ontstaan daar exorfinen die ervoor zorgen dat je niet kunt stoppen met brood eten. Hoe weet je of je gluten goed kunt verteren? Het is simpel, kun je makkelijk zonder brood en pasta? Of moet je daar niet aan denken? Wie niet zonder kan, toont tekenen van verslaving. Dan weet je genoeg toch?

 

Eigenlijk is het voor de meeste mensen niet zo belangrijk om precies te weten waarom zij beter minder, of zelfs helemaal geen graan kunnen eten. Alleen in het geval van een echte glutenintolerantie zoals coeliakie is het belangrijk dat je nooit meer gluten eet. Bij coeliakie word je erg ziek van gluten, en dan ben je hopelijk op tijd naar de arts gestapt om dat te laten onderzoeken.
Voor de rest van de mensen is het belangrijk dat ze nadenken over hun voedingspatroon, en uiteindelijk gaan ontdekken welke voedingsmiddelen bij hen passen. Ik zeg het wel vaker, producten zijn niet gezond of ongezond. Het is voor iedereen anders. Ga uitproberen wat bij je past, en waar je je goed bij voelt. Misschien kun je wel speltbrood verdragen en geen roggebrood of andersom. Er is geen goed of slecht.

 

Wat je ook vindt van ‘de Voedselzandloper’ en ‘Broodbuik’, dat maakt niet uit. Deze boeken, en nog vele andere met hen hebben er voor gezorgd dat mensen zijn gaan nadenken over voeding. Als je dat dan een hype wilt noemen: “Be my guest!”

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Het verhaal van Maaike: “Ik had vijf jaar veel pijn door artrose in mijn knieën. Eindelijk heb ik de oplossing hiervoor gevonden! Ik heb geen pijn meer, en dat allemaal door mijn voeding aan te passen. Ik ben zo blij dat ik het nu zelf in de hand heb, ik kan het wel van de daken schreeuwen! Alhoewel, had ik dat maar nooit gedaan….”
“Popelend om het grote nieuws naar buiten te brengen vertelde ik mijn verhaal tijdens een feestje aan mijn vrienden. Ik legde uit dat ik door de overstap naar oervoeding binnen twee weken van de pijn af was, en dat ik nu ontdekt hebt dat het vooral de nachtschadeplanten en de tarwe zijn die de klachten weer verergeren.”
“Eerst was men nog wel geïnteresseerd, maar gaandeweg het verhaal zag ik de eerste irritatie ontstaan.”
“Allemaal onzin!” werd er geroepen. “Dat geloof je toch zeker zelf niet! Wat een flauwekul! Ik eet al veertig jaar aardappelen en brood, en ik mankeer toch ook niks! Zonder aardappelen hadden we de oorlog niet overleefd! Belachelijk! Het is heus niet wetenschappelijk bewezen, en nu trap jij in zo’n raar praatje? Hoe kan dat nou, bij artrose is het kraakbeen aangetast, dat kan heus niet in twee weken weer aangroeien! Het zit vast tussen de oren! Als het zo simpel zou zijn zouden ze dat in het ziekenhuis heus wel weten hoor!”

 

Allemaal zeer steekhoudende argumenten, vind je niet?

 

Nachtschadeplanten, zoals tomaten, paprika, aardappelen, aubergine en gojibessen kunnen bij sommige mensen gewrichtsklachten veroorzaken. Deze groenten bevatten stoffen die de darm kunnen beschadigen, waardoor het immuunsysteem gaat reageren met het maken van cytokinen (ontstekingsstoffen). Bij artrose is het de ontsteking die de pijn veroorzaakt, niet het feit dat het kraakbeen beschadigd is. Botweefsel bevat geen zenuwen, en daarom kun je daarin geen pijn voelen. Ontsteking van het botvlies of van het weefsel in en rond het gewricht kan door de zwelling wel degelijk veel pijn veroorzaken. Door de overstap naar oervoeding is inderdaad het kraakbeen niet hersteld, maar de ontsteking kan wel snel verdwijnen. Je kunt altijd proberen om eerst je lichaam met voeding te genezen alvorens medicatie te gaan gebruiken!

 

Wat Maaike overkwam, gebeurt regelmatig. Wanneer jij stapje voor stapje ontdekt dat jouw lichamelijke klachten voedingsgerelateerd zijn is dat voor jezelf een fantastische ontdekking. Je begrijpt eindelijk waar het vandaan komt, en je weet na lang zoeken wat je er aan kunt doen. Het lastige is dat de meeste mensen in je omgeving niet met je meegegroeid zijn, en dat zij nog denken volgens de oude gedachtegang dat we allemaal ongeveer op dezelfde manier reageren.
De berichtgeving in de media werkt daar driftig aan mee. Er worden op diverse zaken ‘goed’ of ‘slecht’ stickers geplakt. Iets is goed of slecht. En als het goed is voor mij, is het ook goed voor jou.
Helaas, zo werkt het niet. We zijn allemaal anders, en we reageren allemaal op onze eigen manier.

 

Door aan te geven dat je niet goed reageert op bepaalde voedingsmiddelen confronteer je een ander met zijn of haar eigen voedingsgedrag. Want als het voor jou zo werkt, zou het misschien ook voor hen zo kunnen werken. Stel je eens voor dat zij ook hun voedingspatroon zouden moeten aanpassen! Dat is het laatste wat mensen willen. Het veranderen van je voedingspatroon is als het loslaten van vertrouwde oude gewoonten. Dat vraagt moed en misschien wel discipline.
“O, maar ik drink altijd twee liter melk per dag, en ik heb daar nooit last van.” Dat deze mensen zich misschien beter zouden voelen met een paar glaasjes minder is voor hen zelf ondenkbaar, en vaak nog confronterend ook.

We zijn opgegroeid in een maatschappij waar ziekte opgelost wordt met een pilletje van de dokter. Zelf de verantwoordelijkheid voor je lichaam nemen is iets wat voor de oudere generatie nog ongewoon is. Het is dus niet vreemd als je niet geloofd wordt. Zolang je niet zelf ervaart wat goede voeding voor je kan doen, zal je niet snel het oude gedrag loslaten.
De beste manier waarop je anderen kunt laten kennismaken met een andere levensstijl is door het hen te laten zien. Laat je omgeving zien wat het met je doet, zorg dat je er stralend en fit uitziet en laat hen vragen stellen. Prikkel de belangstelling, en wees enthousiast. De kans is groot dat ook jouw vrienden dan wel geïnteresseerd raken in andere oplossingen. En zo niet? Dan niet!

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Woorden van deze strekking waren te horen tijdens het Grote Superfoods Debat in Leiden. Collega Gert Schuitemaker heeft dit in zijn blog beschreven. Een van de aanwezige wetenschappers gebruikte de metafoor dat voeding vergelijkbaar is met ruitenvloeistof, waar de auto niet beter van gaat rijden.

 

De discussie die in Leiden gevoerd is, laat zien dat mainstream wetenschappers vasthouden aan de gedachte dat voeding geen ziekte kan genezen. In principe klopt die gedachte, want het is niet de voeding die ziekte geneest, maar het lichaam zelf wat geneest. Het zelfgenezend vermogen van het lichaam zorgt ervoor dat je geneest. In feite gaat het erom dat je gunstige omstandigheden creëert om je lichaam in staat te stellen om te genezen.

 

Voeding speelt hierin een hele belangrijke rol, net zoals voldoende slaap, niet teveel stress, veiligheid, voldoende beweging, een liefdevolle omgeving en voldoende chocola. (Hahahaha) Een tekort aan deze positieve omstandigheden kunnen leiden tot ziekte. Medicijnen kunnen in sommige gevallen helpen in het genezingsproces. Ik denk dan aan een antibioticakuur bij een ernstige, levensbedreigende infectie. Dat betekent niet dat ziekte ontstaat bij een tekort aan medicijnen.

 

Er zijn ook voedingsmiddelen met een medicinaal effect. Denk bijvoorbeeld aan curcumine, een bestanddeel uit kurkuma ofwel geelwortel, wat in hoge doseringen ontstekingsremmend werkt. Maar is dat dan nog voeding?

 

Ik denk dat je deze stoffen als natuurlijke medicijnen moet beschouwen. Want er is niemand die dagelijks een kilo kurkuma naar binnen werkt, of twaalf liter wijn vanwege de resveratrol. Deze wetenschappers hebben daarom in strikte zin van het woord gelijk. Voeding geneest niet, het lichaam wel.

 

Een van de problemen die ontstaan uit discussies tussen voedingswetenschappers en ervaringsdeskundigen is dat beide groepen denken vanuit een ander paradigma. Voedingswetenschappers onderzoeken specifieke stofjes in voeding, en bekijken het effect. Zij richten zich op een klein detail zonder de verbanden te bekijken. Als er wel naar het grote geheel gekeken wordt, zoals bijvoorbeeld bij de onderzoeken naar het effect van het Mediterrane dieet, worden niet de werkingsmechanismen bekeken. Er wordt veelal uitgegaan van de zogenaamde ‘Black Box’ theorie. Deze manier van onderzoek bekijkt het probleem en de uitkomst. Niet het werkingsmechanisme, niet hoe iets precies werkt. In de klinische psycho neuro immunologie bekijken we juist het werkingsmechanisme. Als je het werkingsmechanisme begrijpt kun je verbanden gaan leggen. En dat is nu net wat er vaak ontbreekt in de wetenschap. Als er al naar verbanden gekeken wordt, gaan er vele jaren overheen voordat er conclusies uit getrokken worden.

 

Als je er vanuit gaat dat voeding ruitenvloeistof is, waar de auto niet beter van gaat rijden, heb je niet helemaal begrepen hoe het lichaam werkt. Dan heb je nog niet door dat het niet gaat om louter eiwitten, koolhydraten en vetten. Dan snap je niet waarom voedingsadviezen niet voor iedereen gelijk kunnen zijn. Dan begrijp je nog niet welke aspecten je lichamelijk functioneren allemaal beïnvloeden. Dan ben je een weterschapper die niet verder kijkt dan zijn neus lang is.

 

Ik durf dat te stellen omdat ik zelf ervaren heb wat voeding met mij doet. Mijn lichaam is echt beter gaan functioneren door passende voeding. En ik ben daarin gelukkig niet alleen. Jullie kunnen dat beamen.

 

Yvonne van Stigt; master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Dankzij diverse dieetboeken beseffen steeds meer mensen zich dat koemelk niet voor iedereen het meest ideale voedingsmiddel is. Naar mijn idee is dat een positieve ontwikkeling. Als je merkt dat het drinken van melk bij jou huidklachten, darmproblemen of benauwdheid veroorzaakt, is het voor jou vermoedelijk beter om de zuivel te laten staan.

 

Maar wat kun je dan nog wel drinken?

 

In mijn praktijk hoor ik deze vraag zeer regelmatig. Mijn antwoord is kort:”Water, thee en soms koffie.” “Niet meer? Moet ik die melk niet vervangen door iets anders?”
Nee, je hoeft niets anders te drinken! Amandelmelk, havermelk, rijstmelk en sojamelk…. het is allemaal niet echt nodig, maar het lijkt wel een ingebakken overtuiging. We willen iets drinken wat op melk lijkt. Waarom weet ik niet precies, misschien is het wel de stem van onze moeder die ons heeft ingeprent dat melk gezond is, en dat we niet van tafel mogen voordat het glas leeg is.

 

Ik herinner mij nog heel goed de marteling genaamd schoolmelk uit mijn jeugd. In mijn lagere schooltijd kwam de melkboer op school de melk afleveren. Op school was geen koelkast aanwezig, en dus dronken wij in de zomer lauwwarme melk met klontjes uit een glazen flesje met een aluminium dop. Op de melk dreef een dikke laag gelige, klonterige, nog net niet geschifte room. In de winter vond de juf zo’n koude plens melk in de buik niet gezond, en werden de flesjes eerst op de verwarming ontdooid, met als gevolg dat de melk nog net niet zuur was. Ik krijg weer kokhalsnijgingen als ik daaraan terugdenk…..

 

Dankzij onder meer de Voedselzandloper stappen velen nu over op alternatieven, zoals sojamelk. Want soja bevat veel plantaardige eiwitten. Tja… is dat nu wel een goede keuze?

 

De sojaboon is net als de pinda lid van de peulvruchtenfamilie. Peulvruchten bevatten naast gezondheidsbevorderende stoffen ook stoffen die de gezondheid nadelig kunnen beïnvloeden. De vruchtjes uit deze plantenfamilie bevatten veel zeepstoffen, dat zie je aan het schuim wat ontstaat als je spliterwten wast. Zeep heeft de eigenschap om vet op te lossen, dat doet het ook in ons lichaam. Weefsels met daarin vetten, zoals de darmwand, worden door zeepstoffen beschadigd. Je merkt dit door een opgeblazen buik na het eten van peulvruchten, zoals soja. Er zijn zelfs mensen bij wie de darm echt kapot gaat door een overmatige sojaconsumptie. Nu zul je van een eetlepel ketjap zo nu en dan waarschijnlijk geen last hebben, en gefermenteerde sojaproducten zoals tempeh zullen ook weinig klachten geven, maar elke dag sojamelk drinken kan echt te veel zijn.

 

Soja bevat naast zeepstoffen nog meer negatieve bestanddelen: fyto-oestrogenen, fytinezuur en nog meer stoffen die de spijsvertering ontregelen.
Bij een slechte vertering van soja ontstaan er in de darm stoffen die je een lekker gevoel geven, zodat je er meer van gaat eten.
Daarnaast is er bijna geen GMO-vrije soja meer te krijgen en zorgt de sojateelt voor grootscheepse ontbossing van de aarde.
Plofkippen krijgen speciaal krachtvoer op sojabasis om snel in gewicht aan te komen, dat zou je ook al aan het denken moeten zetten…..
Allemaal nadelen op een rij, wegen die voor jou zwaarder dan de voordelen?

 

Yvonne van Stigt Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

En ja hoor, met de zomer in zicht is de campagne tegen huidkanker weer van start gegaan. Ik hoorde gisteren op de radio een dermatologe haar zorg uitspreken over de toename van huidkanker.
Haar boodschap was klip en klaar, we moeten smeren, smeren en smeren, want wie te bruin wordt, heeft meer risico op huidkanker. Nee, niet alleen als je verbrandt loop je extra risico, maar ook als je te vaak in de zon komt en dus te bruin wordt. Haar advies was dan ook:”Ben voorzichtig!”

 

Taalkundig gezien knarst dat advies in mijn oren, inhoudelijk gezien denk ik wel dat zij ergens een punt heeft.
Wees voorzichtig, inderdaad we zullen voorzichtig moeten zijn met alles waar te voor staat.
De interviewer vroeg het nog even specifiek, hoe kan het nu toch zo zijn dat de incidentie van huidkanker stijgt? Komen we dan vaker buiten dan vroeger? “Inderdaad,” zei de dame in kwestie, “we komen vaker buiten dan vroeger, en met name een te frequente blootstelling aan zonlicht in de jeugd is een grote risicofactor.”
(In mijn beleving komt de jeugd juist steeds minder vaak buiten. Een groot deel van de jeugd ziet weinig tot geen zonlicht, zij bivakkeren hele dagen achter beeldschermen. Waarop de dermatologe haar conclusies baseert, weet ik niet, waarschijnlijk beschikt zij over cijfers die deze gedachte rechtvaardigen.)

 

Toch zijn er wat betreft zonnen en huidkanker ook andere geluiden te horen. Dermatoloog Han van der Ree heeft in 2010 een heel duidelijk boek geschreven met de titel: ‘Zonnen mag.’
Zijn visie is na jaren als ‘anti zon arts’ te hebben gewerkt aardig bijgesteld. Hij is nu van mening dat de zon niet de grootste vijand is van onze huid, maar dat we de zon heel hard nodig hebben.
Ik ben het helemaal met hem eens.
Han van der Ree nuanceert in zijn boek de algemeen geldende opvatting dat de zon per definitie schadelijk is. Veel hangt af van je persoonlijke omstandigheden, met als belangrijkste factor: jouw persoonlijke aanleg.

 

Misschien is het interessant om eens te kijken waarom de ene mens een donkere, en de andere mens een lichte huid heeft. In de evolutie gebeurt tenslotte alles met een reden.

 

De donkere mens vindt zijn herkomst in de gebieden rond de Evenaar. Het pigment heeft een beschermende functie, niet alleen tegen het verbranden, het pigment beschermt ook het in en onder de huid aanwezige foliumzuur, wat door zonlicht beschadigd kan worden. Foliumzuur is een belangrijke vitamine om onze genen op het rechte pad te houden. Teveel zonlicht bij een lichte huid vergroot daarom de kans op (huid)kanker.
De blanke mens is afkomstig uit de gebieden die ver van de Evenaar afliggen, zoals Scandinavië. In deze gebieden is het moeilijk om vitamine D aan te maken, omdat zonlicht alleen vitamine D maakt wanneer de zon niet al te laag staat. En in Scandinavië staat de zon nooit loodrecht op de aarde.
De mens heeft zich aangepast door de hoeveelheid pigment in huid, haren en ogen te verminderen, zodat toch UV-B in de huid kan doordringen om vitamine D aan te maken. Te weinig zonlicht en een donkere huid vergroot de kans op kanker vanwege een tekort aan vitamine D. (Deze uiterst belangrijke vitamine wordt overigens in de huid gemaakt vanuit een metaboliet van cholesterol. Een te laag cholesterol gehalte heeft daarom grote consequenties voor je lichaam.)

 

We maken in Nederland pas echt vitamine D aan vanaf eind mei/begin juni, dan staat de zon hoog genoeg. In de maanden ervoor kun je wel al wat kleur krijgen, en zelfs al verbranden. De UV-A in het zonlicht zorgt voor het verbranden en de UV-B voor de vitamine D aanmaak. Bij verbranding beschadigt de huid, en wordt het risico op huidkanker groter.
Zoals zo vaak wordt de oorzaak van een aandoening gezocht in één enkele voor de hand liggende factor, en alle andere factoren worden daarmee over het hoofd gezien. Dat is lekker overzichtelijk, maar zeker niet reëel. Het is niet ondenkbaar dat de toename van huidkanker tevens te wijten is aan een slecht voedingspatroon, stress, chemische verontreiniging of te vaak achter de computer zitten.

 

Vitamine D is niet alleen belangrijk in de kankerpreventie, maar ook voor het behoud van sterke botten, voor de energieaanmaak of voor een goede balans in de neurotransmitters (het voorkomt depressie) en nog veel meer. Wanneer we nu uit angst voor huidkanker de zon gaan mijden, of de huid helemaal dichtsmeren lopen we kans op een vitamine D tekort en allerlei andere kwalen.
Mensen met een donkere huid hebben in ons land eerder een vitamine D tekort dan de Scandinavische types. Naast verhuizen naar zuidelijke regionen is de enige manier om dat aan te vullen, het slikken van levertraan, vitamine D druppels of tabletjes.

 

De zon zorgt voor vitamine D, en één van de belangrijkste effecten van vitamine D, is het voorkomen van kanker. Maar teveel zonlicht vergroot de kans op huidkanker, en een tekort aan zon vergroot ook de kans op kanker, wat nu?

 

Moet je nu juist wel of helemaal niet smeren, en wel of niet in de zon?

 

Zoals altijd gaat het om het behouden van de balans. Het beste advies is om je huid vroeg in het seizoen langzaam aan de zon te laten wennen, hiermee loop je minder risico op verbranding en wordt het risico op huidkanker kleiner. Door in de zomermaanden regelmatig onbeschermd een kwartiertje te zonnen maakt de huid vitamine D aan. Zodra je met zonnebrandcrème smeert, belemmer je de aanmaak van vitamine D.
Smeer daarom alleen als je na het kwartiertje niet uit de zon gaat, en kijk goed welk product je op je huid smeert. Alles wat je op de huid smeert zou je ook moeten kunnen eten, want de huid neemt veel van de inhoudsstoffen op. Zoek daarom een product zonder parabenen en andere toxische bestanddelen.

 

Wil je toch langer van de zon genieten, en liever niet smeren? Door astaxantine te slikken maak je de huid minder kwetsbaar voor verbranding, maar je zult evengoed moeten opletten. Wees dus toch maar voorzichtig, kijk goed naar je eigen huidtype, maar geniet van de heilzame effecten van de zon!

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Binnen mijn vriendenkring, maar ook daarbuiten zie ik grote verschillen in de manier waarop mensen omgaan met voeding.
De traditioneel etende vrienden vinden de manier waarop ik eet maar onzin. “We hebben altijd zo gegeten, dus waarom zouden we iets veranderen?” En in het weekend eten ze gebak. Dat hoort, dat is gezellig en er is geen reden om dat te veranderen. (Alhoewel zij wel allebei een flinke buik ontwikkelen).
Andere vrienden waarvan de kinderen nog thuis wonen, schipperen tussen gezonde maaltijden en fastfood. Dit om oorlog in het gezin te voorkomen, en dat valt niet mee.

 

Mijn beste vriendin, geconfronteerd met overgewicht, heeft voor zichzelf ontdekt dat oervoeding goed bij haar past, en zij eet net zoals ik. Wij eten veel groenten en fruit, salades, soepen, eieren, noten, vis en wat vlees. (En we vinden het heerlijk!)
Ik ben helemaal gewend aan een leven zonder taartjes en fast-food. Sterker nog, ik vind het niet eens meer lekker, waarom zou ik het dan nog eten?
Bij een feestje word ik wel aangekeken alsof ik echt volslagen krankjorem ben. “Je eet toch wel een gebakje? Doe nou niet zo ongezellig!”

 

In de Nederlandse cultuur is het decennia zo geweest dat we oranje tompouces eten op Koninginnedag, en dat er in de sportkantine bitterballen geserveerd worden. Als je daaraan niet meer meedoet loop je tegen een aantal dingen aan waar de meeste mensen nog nooit over nagedacht hebben.
Wanneer je kind voor het eerst naar school gaat, en daar met Kerst en Pasen in de klas een feestmaaltijd eet, bestaat die gewoonlijk uit cupcakes, pannenkoeken, worstenbroodjes en pizza. Groenten worden niet geassocieerd met lekker, maar met gezond, en dat is op een feestdag not done. Verbazingwekkend!

 

Zo’n zelfde ervaring heb ik ooit gehad bij de Avondvierdaagse. Kinderen die met ouders vier avonden gezellig een eind lopen, maar dan volledig beladen met zakken snoep, met snoep versierde paraplu’s en ouders die hun kind onderweg nog wat extra lekkers komen toestoppen. Ik kan je vertellen dat wanneer je dat niet gewend bent je je ogen uitkijkt.

 

Het rare is dat deze zaken voor veel mensen gewoon zijn, en dat mensen die ervoor kiezen om het anders te doen, gezien worden als extreem, orthorexisch of als een geitenwollen sok.
De norm in de maatschappij verandert gelukkig al wel een beetje, maar toch is het nog steeds bijna onmogelijk om in een pretpark of dierentuin een salade te bestellen.
Als evolutionair gezondheidsdeskundige begrijp ik het wel. Er is een reden voor, de mensheid gedraagt zich niet voor niks zo.

 

Zoetigheden (in welke vorm dan ook) en fast-food zorgen namelijk voor snelle energie, je krijgt er heel even een kick van, een lekker gevoel. Daar speelt de voedingsindustrie handig op in, we kunnen niet meer door een winkelstraat lopen zonder gebombardeerd te worden met etenswaren die ons een kortstondig geluksmoment bezorgen. Zolang je daar niet bewust over nadenkt is het bijna onmogelijk om geen gehoor te geven aan al die verlokkingen.
Vroeger was alles anders, het was er gewoonweg allemaal niet. En omdat je er niet meteen dood bij neervalt denken we dat het allemaal geen kwaad kan. Maar de mens is evolutionair niet aangepast aan een leven zonder beweging en met grote hoeveelheden geraffineerde koolhydraten en transvetten, en dat zie je terug in onze welvaartsziekten. In de oertijd moesten we noodgedwongen veel bewegen, en was er alleen honing, en was fast-food een rauw ei, fruit of een wortel.

 

Misschien ben je ook op weg naar een gezondere leefstijl? Dan zul je merken dat je langzamerhand, stapje voor stapje je normen verandert. Wat je vroeger normaal vond, ga je nu echt niet meer doen.
Ik denk dat ieder stapje er één is, ook al is het nog zo klein. Wie weet dat mijn vrienden op een dag het weekendgebak een keertje overslaan…

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Na de presentatie van het boek van Helen Vlassara over het (anti)AGE-dieet hoor ik reacties van mensen die niet meer weten wat ze nu nog wel kunnen eten. Ze zijn de weg kwijt in de onuitputtelijke stroom van do’s en don’ts op het gebied van gezonde voeding.
Ik kan het me voorstellen.
We zijn informatiemoe. Na de laatste jaren overspoeld te zijn met informatie over (on)gezonde voeding worden de tekenen van informatiemoeheid steeds duidelijker.

 

Wat is er nu weer ongezond?

 

Als experts op het gebied van voeding al over elkaar heen buitelen, en niemand het met elkaar eens is, wordt het voor de leek nauwelijks nog te volgen. Het Voedingscentrum probeert zich wanhopig vast te houden aan de oude ideeën, en intussen komen er regelmatig nieuwe theorieën naar buiten die de fundamenten van de oude voedingsleer danig doen wankelen.
Die nieuwe theorieën worden direct via facebook openbaar omarmd én verguist. Het is fantastisch dat de sociale media meehelpen in de bewustwording van mensen, maar er is zeker ook een keerzijde.
Te veel tegenstrijdige, en vaak ook foutieve informatie zorgt voor verwarring. En daarmee lopen we het risico dat mensen helemaal afhaken en zich niet meer willen interesseren in een goede voedselkeuze.

 

Over het boek van Vlassara heb ik (nog) geen mening. Simpelweg omdat ik het nog niet gelezen heb. Vanuit de recensies heb ik begrepen dat Helen Vlassara uiteindelijk een dieet propageert met zo min mogelijk AGE’s (advanced glycation end products). Die AGE’s zijn verbindingen tussen suikers en eiwitten. Ze ontstaan wanneer voeding sterk wordt verhit. Ze verhogen de houdbaarheid van voeding, maken deze smaakvoller en ze zorgen dat we meer willen eten.

 

Voor de aanhangers van RAW food is dit nieuws geen probleem, maar ook voor de aanhangers van Paleo of oervoeding is het advies van Vlassara niet zo moeilijk op te volgen. Deze beide voedingswijzes bevatten van nature al weinig AGE’s. Zolang je veel groenten eet, weinig tarwe, baksels en koeken, valt het allemaal wel mee. We weten al heel lang dat verhit en gefrituurd voedsel niet goed voor je is, en dat ontbijtkoek om diverse redenen niet gezond is, wisten we ook al wel. Uiteindelijk komt het erop neer dat je met een zo puur en onbewerkt mogelijk voedselpatroon je lichaam op de beste manier voedt.
Volgens Vlassara zijn de AGE’s een enorme bedreiging voor onze gezondheid, maar hierover zijn de wetenschappers het niet eens. Het kan zijn dat zij gelijk heeft, of misschien blijkt het straks allemaal wel mee te vallen. We zullen het zien.

 

Tegenwoordig laten wetenschappers die iets nieuws ontdekken zich horen via een boek of de (sociale)media. In de vorige eeuw werd eerst binnen wetenschappelijke kringen de discussie gevoerd die nu in de openbaarheid plaats vindt. Die ontwikkeling heeft zeker positief bijgedragen tot de verandering van het bewustzijn van mensen, maar er komt een punt dat de verwarring te groot gaat worden.
De instantie die ons probeert uit te leggen hoe het werkelijk zit, het Voedingscentrum, maakt met hun strategie de verwarring juist groter.

 

Het wordt tijd voor een ander geluid, waarbij de verschillende visies met respect naast elkaar gelegd worden, zodat mensen die daaraan toe zijn zelf verantwoorde keuzes kunnen maken.

 

Zolang die instantie er niet is, zul je zelf al die informatie moeten filteren. Ik heb maar één advies:
Laat je niet gek maken, gebruik je verstand en luister vooral naar je eigen lichaam.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Mijn grootouders aten elke dag hetzelfde, elke dag brood, melk, aardappelen, groenten en fruit van het seizoen en af en toe wat vlees. Dat deden zij niet omdat het wetenschappelijk bewezen was, of omdat de dokter zei dat het gezond was, maar omdat ze niet anders gewend waren, en er niets anders was. In de oorlog was er zelfs niks, en aten ze tulpenbollen.

 

Na de oorlog zijn mijn ouders, net als de rest van Nederland, langzaamaan hun voedingsgewoonten gaan veranderen. Niet omdat het wetenschappelijk bewezen was, maar simpelweg omdat het er was. We zijn in de jaren 70 in contact gekomen met andere voeding, zoals macaroni en spaghetti. Wij aten dat vroeger met tomatenpuree, hamblokjes en pindasaus. Ik moet er nu niet meer aan denken.
Alle veranderingen in ons voedselpatroon zijn samengegaan met veranderingen in ons leefpatroon. We zijn steeds minder gaan bewegen, en aan meer nieuwe stressprikkels bloot komen te staan. Je zou kunnen zeggen dat we in een evolutionaire sneltreinvaart onze wereld op zijn kop gezet hebben.
Tegelijk met al die veranderingen zijn de welvaartsziekten ontstaan, samen met allergieën, overgevoeligheden en een enorme toename van ADHD en autisme.

 

Er wordt aan alle kanten onderzoek gedaan naar de oorzaak van onze welvaartsaandoeningen. We hopen te kunnen ontdekken dat er één stofje verantwoordelijk is voor het ontstaan van zo’n ziektebeeld. We zijn naarstig opzoek naar die ene ‘magic bullet’.
Zo wordt er onderzocht of je van aspartaam, net als van roken kanker krijgt. Er wordt onderzocht of fructose de oorzaak is van diabetes, en of het eten van vlees mensen agressief maakt.
Misschien zijn alle toevoegingen in het eten om het langer houdbaar en ‘smakelijker’ te maken wel medeverantwoordelijk voor het ontstaan van allerlei allergieën en overgevoeligheden. We weten het niet zeker, er zijn wel vermoedens.
De uitslagen van al die onderzoeken zijn natuurlijk niet eenduidig, omdat de welvaartsaandoeningen altijd een multi-factoriële oorzaak hebben. De onderzoeken worden wel door voor- en tegenstanders gebruikt om elkaar mee om de oren te slaan.

 

Het is een vergissing om te denken dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek altijd en voor iedereen gezien kan worden als waarheid. Wanneer er onderzoek gedaan wordt naar de effectiviteit van een geneesmiddel is er altijd een groep bij wie het middel werkt, een groep bij wie het middel een beetje werkt en een groep bij wie het niets doet. Je kunt daarom de uitslag van zo’n onderzoek nooit op het individu betrekken. Jij als unieke mens zal in één van de drie groepen vallen. Zo’n onderzoek zegt alleen iets over de kans van effectiviteit voor een groep in een specifieke situatie.

 

Bij onderzoek over voedingsgewoonten is het net zo. Als uit een onderzoek blijkt dat mensen na het eten van zes boterhammen met hagelslag per dag gedurende twee weken geen diabetes ontwikkelen, kun je daaruit voor jezelf geen conclusies trekken. Zo’n onderzoek laat alleen zien hoe de gemiddelde bloedsuikerspiegel van de betreffende groep mensen gedurende die periode reageert op het eten van zes bruine boterhammen met hagelslag.

 

Als ik dagelijks zes bruine boterhammen met hagelslag zou eten is het heel waarschijnlijk dat ik me daar niet zo lekker bij zou voelen. Ondanks dat ik die boterhammen met hagelslag misschien wel lekker zou vinden, weet ik zeker dat ik buikpijn zou krijgen, dat ik me heel duf, moe en depressief zou gaan voelen, en dat mijn weegschaal aan het einde van die periode alarm zou slaan.
Dat is wat zo’n voedingspatroon met mij doet, maar dat zegt niets over wat het met jou doet.
Als je gewend bent aan zo’n manier van eten heb je misschien niet eens in de gaten dat je van zes boterhammen met hagelslag ziek, vermoeid en depressief kunt zijn. Sterker nog, je wilt er waarschijnlijk niet aan denken om die klachten aan die lekkere en ‘gezonde’ bruine boterhammen toe te schrijven. Stel je voor, het is toch gezond?
Totdat je geprobeerd hebt om je voeding te veranderen zul je niet weten hoe het voor jou werkt. Alle adviezen van deskundigen zijn gebaseerd op ervaringen van anderen, en die hoeven voor jou niet te werken.

 

Mijn advies is dan ook, luister naar je lichaam, en kijk wat er voor jou werkt. Heb je nooit ergens last van en ben je fit en vitaal? Blijf dan doen wat je tot nu toe doet! Heb je lichamelijke klachten? Dan laat je lichaam je zien dat er ergens iets niet gaat zoals het zou moeten. Dan is er reden om op zoek te gaan, en eens iets in je voedingspatroon te veranderen, ook al hebben deskundigen je verteld dat zes bruine boterhammen goed voor je zijn.

 

P.S. Die bruine boterhammen zijn maar een voorbeeld hoor, ik wil niet beschuldigd worden van het demoniseren van brood.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, heb ik een heilig vertrouwen in het menselijk lichaam. Het lichaam is perfect, en doet altijd precies wat het moet doen. Ik hoor je al denken:”nou het mijne anders niet hoor, ik mankeer van alles.”
We zijn gewend om ziekte te beschouwen als een fout van het lichaam, terwijl ik denk dat een ziekte geen fout maar een oplossingsstrategie is. Het lichaam kiest dan voor een specifieke reactie om een probleem op te lossen, of het kiest voor plan B omdat plan A niet uitgevoerd kan worden.

 

Wanneer je lichaam in staat is om normaal te functioneren zal het dat doen, zodra dat niet kan, zal het op zoek moeten naar plan B, of C. En dat noemen we ziekte. Voor alle ziekte, pijn, of verandering van gedrag is er daarom een reden, een verklaring.Het is echter de kunst om uit te zoeken WAAROM jouw lichaam voor deze aandoening kiest. Juist het waarom, de reden achter achter ziekte en ongemak is voor de meeste artsen niet interessant. Zij zijn opgeleid om het probleem op te lossen, niet om de de aandoening te verklaren. De huisarts van mijn vriendin zegt het altijd heel treffend: “We laten de kat in de kelder, stel je voor dat we de kat eruit laten, dat wordt veel te ingewikkeld.” Ze bedoelt hiermee dat zij niet op zoek wil naar de oorzaak van het probleem.

 

In mijn praktijk is het zoeken naar de oorzaak(en) van een verstoring nu juist de kern van mijn werk.
Lichamelijke reacties worden veroorzaakt door fysiologische processen. Met een grote kennis van de fysiologie en de biochemie kun je inzicht krijgen in waarom het lichaam de keuzes maakt die het maakt. Het lichaam doet nooit iets voor niets, er is altijd een reden.
Stel, je komt bij de dokter met een klacht. Je slaapt slecht, en wilt daar wel eens iets aan doen. Hopelijk vraagt de dokter hoe het komt dat je slecht slaapt. Als het goed is loopt de arts een aantal mogelijke oorzaken van slaapproblemen met je langs. Hoogstwaarschijnlijk rolt daar dan een advies uit, en als dat advies na drie weken geen effect heeft krijg je een receptje mee voor een slaaptablet. Daarmee slaap misschien weer redelijk, maar heb je de oorzaak van je probleem niet opgelost.

 

Wanneer je bij mij, of een van mijn collega’s dezelfde vraag stelt, gaan we op zoek naar het werkingsmechanisme achter de verstoring van je slaapritme. Wij gaan uitvragen hoe de slaap verstoord is, en proberen dan door de juiste vragen te stellen, vast te stellen welk mechanisme er in jouw lichaam verstoord is. Dat kan zijn dat je een probleem hebt met het produceren van melatonine, of dat je ‘s nachts wakker wordt door een teveel aan adrenaline. Dat zijn twee totaal verschillende mechanismen die beiden een verstorend effect op de slaap hebben. Wanneer je dan melatonine gaat slikken, is dat nog steeds een symptoombestrijder.

 

 

Interessanter wordt het wanneer we weten waarom er te weinig melatonine geproduceerd wordt. Dat zou wel eens kunnen ontstaan door een tekort aan co-factoren, bijvoorbeeld een tekort aan foliumzuur. Zo gaan we dan op zoek naar mogelijke andere signalen van zo’n tekort. Als je dan foliumzuur geeft, en de cliënt slaapt weer goed, is de kans heel groot dat niet alleen het slaapprobleem is opgelost, maar dat hij/zij ook niet meer depressief is, en dat de vermoeidheid verdwijnt. En dat allemaal door één stofje!

 

Door zo naar een lichaam te kijken krijg je inzicht. En met het inzicht kun je ingrijpen in een onderliggend proces, met een stofje, een voedings- of bewegingsadvies, of een advies om iets aan stress te gaan doen. En wanneer het dan werkt, en je cliënt gaat tevreden naar huis, ben ik ook tevreden.
Elke cliënt is weer een nieuwe puzzel waar ik mijn tanden in kan zetten, het is altijd weer een nieuwe uitdaging, omdat mensen allemaal verschillend zijn, maar de onderliggende mechanismen gelukkig niet.
Je hebt het misschien al door, ik heb het leukste beroep wat je maar kunt bedenken.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie