Als je net op weg bent op ontdekkingstocht naar gezondheid en goede voeding, denk je al gauw te weten hoe de zaken in elkaar zitten. Je vindt een methode die voor jou werkt, en die is dan meteen goed voor iedereen. Of dat nu een vegetarisch-, macro biotisch-, paleolithisch- of low carbdieet is, je bent enthousiast en je bazuint rond hoe goed het voor ons is. Iedereen moet het vlees laten staan, peulvruchten zijn het gezondste voedingsmiddel op aarde, koolhydraten zijn vergif, wie nu nog e-nummers eet is echt gestoord of we hebben nu eenmaal allemaal veel koolhydraten nodig. Dit zijn wel zo’n beetje de stellingen die je overal tegenkomt.

 

Dit soort tegenstrijdige berichten zijn verwarrend voor de consument, wij willen nu eenmaal graag een algemeen advies waar je houvast aan hebt. Maar meer dan verwarrend is het niet. Ronduit gevaarlijk wordt het wanneer mensen met een cursus van drie weken als opleiding zich bezig gaan houden met adviezen op het gebied van ernstige ziekten. Je kent ze vast wel, nieuwbakken therapeuten die ervan overtuigd zijn dat ze alles kunnen oplossen, zelfs kanker zou eventjes te genezen zijn.

 

Wie mijn boeken kent, weet dat ik geloof in het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Door alle omstandigheden te optimaliseren kun je veel doen, maar helaas weten we nooit wat er precies nodig is om te genezen. Na jaren ervaring weet ik één ding zeker. Wat voor mij werkt, hoeft voor een ander niet te werken.

 

Wij mensen hebben allemaal een eigen genetisch profiel, ons lichaam werkt nooit exact hetzelfde als dat van anderen. Je kunt daarom simpelweg stellen dat algemene adviezen over gezondheid en voeding niet altijd werken. Laat me een voorbeeld geven. Het eten van veel groene groenten is gezond, met name broccoli, spruiten en asperges zijn heel gunstig voor ons lichaam. Althans, over het algemeen. Toch zijn er zijn mensen die deze groenten niet door hun keel krijgen. Het is niet ondenkbaar dat deze mensen een genetisch foutje hebben waardoor zij de zwavel uit die groenten niet goed kunnen verwerken. Het is zelfs mogelijk dat deze mensen neurologische klachten krijgen van een teveel aan deze groenten. Zij voelen zich daarom beter zonder die zwavelhoudende groenten. Weet wel dat voor het overgrote deel van de mensen zwavelhoudende groenten heel gezond zijn. (Waag het dus niet om nu rond te bazuinen dat het gevaarlijk is om spruitjes te eten!)

 

Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid koolhydraten die we eten. Deskundigen waarschuwen nogal eens voor het gevaar van te weinig koolhydraten in de voeding. Daardoor zou de schildklier trager gaan werken. Anderen zeggen juist dat een low carb dieet de oplossing is voor alle kwalen. Je raadt waarschijnlijk al wel hoe ik erover denk. De waarheid ligt ergens tussen deze twee uitersten. Het kan voor jou geweldig zijn om minder koolhydraten te eten, maar het kan ook helemaal verkeerd uitpakken. Over het algemeen kan het voor mensen met bloedsuikerproblemen geen kwaad om hun koolhydraatinname drastisch te verminderen.

 

Om zo’n advies goed op te kunnen volgen zul je wel moeten weten wat koolhydraten zijn.
Koolhydraten zijn samengestelde suikers, je vindt ze in zetmeelrijke voedingsmiddelen zoals aardappelen, rijst, brood en pasta. Maar ook in groenten en fruit, in gebakjes, snoep en koek. Wanneer je minder koolhydraten eet kun je prima functioneren met alleen koolhydraten uit groenten en fruit. Wanneer je intensief gaat sporten heb je misschien meer nodig. Hoeveel precies? Wie het weet mag het zeggen, dat is voor iedereen anders. Jouw lichaam vertelt precies wat het nodig heeft, als je goed luistert ga je dat wel ontdekken.

 

Zolang je niet met een gebruiksaanwijzing op je buik geboren wordt, zul je zelf (of met behulp van een deskundige) moeten ontdekken wat goed voor jou is. Dat is niet iets wat je in een paar weken of maanden uitgezocht hebt, daar ben je wel wat langer mee bezig. En een garantie op succes kan ik je niet geven, helaas. Ik weet dat deze boodschap niet is wat mensen willen horen, toch kan ik het niet makkelijker maken. Ook ik heb geen antwoord op alle vragen.

 

Hoe meer ik leer, hoe minder ik lijk te weten.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Hoe kijk jij naar ziek zijn? Wil jij iets mankeren? Nee, natuurlijk niet! Wie wil er nu ziek zijn? Dat is vervelend, dan maakt je lichaam een fout. En de dokter helpt je ervan af, met medicijnen of een operatie of een andere behandeling.

 

Zo denken veel mensen over ziek zijn, ik ook, heel lang geleden.

 

Tegenwoordig zie ik het anders. Door veel studie en door veel mensen met klachten te begeleiden om weer beter te worden, ben ik er anders naar gaan kijken.

 

Nu weet ik dat ziekte een signaal is van je lichaam, een teken dat er inderdaad iets aan de hand is. Een teken dat je lichaam even erg zijn best doet om iets op te lossen……………

 

Het maakt nogal wat uit of het een griepje, overgewicht of een levensbedreigende aandoening betreft. Je snapt best dat de koorts bij een griepje heel functioneel is. Door de koorts gaat het virus dood en kun je weer beter worden. Het is niet leuk, maar het hoort erbij. Bij een levensbedreigende aandoening is het vaak niet duidelijk waarom het lichaam zo’n weg is ingeslagen.

 

In de pers is er deze week aandacht geweest voor een studie waaruit zou blijken dat het ontstaan van kanker voor een groot deel berust op domme pech.
Een studie gepubliceerd in ‘Science’ door twee wetenschappers geeft aan dat foutjes in de celdeling de belangrijkste oorzaak van kanker zou zijn. Naar mijn idee maken deze wetenschappers van de ‘Johns Hopkins University’ een denkfout door de oorzaak van kanker vooral als pech te bestempelen.

 

Het lichaam heeft namelijk een aantal mogelijkheden om die foutjes in de celdeling te voorkomen, of weer op te ruimen. We hebben een systeem om genen die foutjes veroorzaken uit te schakelen. Als dat systeem niet goed functioneert (door verschillende ongunstige levensomstandigheden) kan het immuunsysteem deze ontspoorde cellen alsnog opruimen. Juist die twee beveiligingssystemen van het lichaam zijn zeer gevoelig voor omgevingsfactoren.
Door een tekort aan vitamine B12 of foliumzuur bijvoorbeeld, wordt het moeilijker om de verkeerde genen in slaap te houden. Door verkeerde voeding, te weinig bewegen, stress of door vele andere invloeden van buitenaf, kan het gebeuren dat het immuunsysteem zijn werk niet goed doet in het opsporen van foutjes in de celdeling.

 

Kanker ontstaat dus niet alleen maar door pech, maar door een combinatie van veel verschillende factoren, waarvan de genetische aanleg er ook zeker één is. Vergeet alleen niet dat we allemaal genen hebben die kanker veroorzaken en dat er niet bij iedereen kanker ontstaat. Het is waanzinnig complex, er is niet één oorzaak en daarom ook niet één oplossing te vinden.

 

Als het geen pech is, kun je dan spreken van eigen schuld? Nee, natuurlijk niet! Hoe kun je nu schuldig zijn, als je niet weet waarom en hoe kanker zich in jouw lichaam ontwikkelt? Ik denk wel dat we allemaal de verantwoordelijkheid hebben om zo goed mogelijk voor onszelf te zorgen. Het lastige is dat de informatie die we krijgen over wat gezond is en wat niet, helaas niet altijd correct, achterhaald, of niet op jouw situatie toepasbaar is. Het is dan ook een uitdaging om je persoonlijke handleiding te ontdekken vanuit de informatiestroom die op ons wordt afgevuurd.

 

Persoonlijk heb ik veel geleerd van de signalen die mijn lichaam geeft. Bij mij is het vooral de weegschaal die aangeeft of er iets mis is. Zodra ik aankom en de kilo’s er niet af krijg, weet ik dat er iets is waar ik naar moet kijken. Ik ga dan op zoek naar de oorzaak en vind dan meestal na lang zoeken en graven uiteindelijk de reden van mijn extra kilo’s. Ik ben mijn lichaam dankbaar voor deze signalen. Hierdoor blijf ik leren en ontdekken en blijf ik geprikkeld om op zoek te gaan naar nieuwe kennis. Niet dat ik het altijd even leuk vind om weer een kledingmaat op te schuiven, maar mijn lichaam is mijn gids geworden in mijn ontdekkingstocht van het leven. Zonder al deze ervaringen zou ik lang zo ver niet zijn als dat ik nu ben, en zou ik niet in staat geweest zijn om die ervaringen met jullie te delen!

 

Het zou zo mooi zijn als meer mensen de verantwoordelijkheid voor hun lichaam zouden kunnen oppakken. Ik denk dat we daarmee niet alleen veel leed, maar ook geld zouden kunnen besparen. Begin maar eens met te gaan eten en bewegen zoals het bij je past. Hier op deze website vind je veel informatie om je daarbij te helpen. Je zult zien dat je lichaam het je vanzelf gaat laten merken als het beter met je gaat.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

PS. Wil je eens een lezing bijwonen? Je vindt ze op de pagina lezingen en evenementen op deze website.

Als je zomaar aan mensen op straat vraagt waar foliumzuur goed voor is, krijg je tien tegen één te horen dat foliumzuur alleen gebruikt wordt door vrouwen die zwanger willen worden, of dat zij dit gebruiken in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Veel meer kennis over dit bijzondere stofje is er over het algemeen niet bij de gemiddelde Nederlander. Wanneer je vraagt hoe je foliumzuur binnenkrijgt heeft het merendeel van de mensen geen idee. Een enkeling weet misschien dat het voorkomt in groene groenten. Klopt dit? Nee, je zult je misschien verbazen maar foliumzuur, als zodanig, komt niet voor in groenten. Ik hoor de verontwaardiging al, “wat een onzin, natuurlijk zit er foliumzuur in groene groenten.” En toch zeg ik dat dat niet waar is.

 

Foliumzuur is de stof die zwangere vrouwen geadviseerd krijgen, dat klopt. Maar in groenten bevindt zich niet de chemische stof die wij in pilletjes geadviseerd krijgen, nee, daarin bevindt zich DiHydrofolate (DHF). Deze natuurlijke variant van foliumzuur bevindt zich in de meeste groentesoorten. Foliumzuur zelf is niet in een natuurlijke bron te vinden.

 

Via allemaal ingewikkelde stapjes, waar weer diverse enzymen voor nodig zijn, wordt het DHF omgezet in L-Methylfolate. Hiervoor heb je speciaal het enzym MTHFR nodig. Voor de liefhebbers, dat enzym heet Methyltetrahydrofolatereductase. Mooi scrabblewoord! Juist dat enzym werkt bij bepaalde mensen niet goed. Zij hebben een genetische mutatie waardoor dat enzym zijn werk niet goed doet. Als dat bij jou het geval is, kan het zo zijn dat het tabletje met foliumzuur niet datgene kan doen waar het voor bedoeld is, of dat het je misschien van de regen in de drup helpt.

 

Ik hoor je denken, “O, dus foliumzuur is slecht voor mij.” NEE! Natuurlijk niet! Zo werkt het niet! Er zijn mensen, die misschien beter een andere vorm van foliumzuur kunnen gebruiken. Voor hen zijn er nog twee natuurlijkere varianten te vinden, de methyltetrahydrofolate en de formyltetrahydrofolate (ook wel folinezuur genoemd). Zij voelen zich beter met deze laatste twee varianten.

 

Waarom vertel ik dit nu ?

 

Ik leg dit niet uit om te laten zien dat foliumzuur niet goed is omdat het chemisch is en nagemaakt. Nee, veel nagemaakte moleculen kunnen vaak evengoed hun werk doen als de natuurlijke vormen. Dat heeft in de biochemie niet zoveel gevolgen. (Ook al zijn er legio mensen die vinden dat we alleen maar natuurlijke vitaminen mogen slikken. Ik wil hen vragen waar we dan al die vitaminen vandaan moeten halen, uit groenten en fruit? En wat doe je dan met de rest van die groenten?) Ik leg dit ook niet uit om te vertellen dat je die andere vormen van foliumzuur beter kunt gebruiken dan de gewone variant, want dat hoeft helemaal niet zo te zijn.

 

Nee ik leg dit uit om te laten zien dat gezondheid niet opgelost kan worden met ‘one size fits all’ oplossingen. Hoe meer ik leer over genetica en epigenetica, hoe meer ik begrijp dat we op een dood spoor uitkomen met de protocollengeneeskunde. Ook in de orthomoleculaire geneeskunde wordt er nog veel te vaak gewerkt vanuit de gedachte dat iedereen op dezelfde manier reageert op een behandeling. We leren nog te vaak dat we een probleem wel oplossen met een protocolletje. Mijn docent fysiologie van de Academie voor Natuurgeneeskunde wist al vele jaren geleden het er bij mij in te stampen. Wat doe je als het niet werkt? Als het niet is wat je denkt dat het is?

 

Gelukkig komen er steeds meer puzzelstukjes bij, die ons helpen om de persoonlijke puzzel van iemand op te lossen. Want hoe weet je nu of jij een bepaalde mutatie hebt, van bijvoorbeeld het MTHFR gen? In de afgelopen 20 jaar heb ik zelf proefondervinderlijk uitgezocht waar mijn lichaam baat bij heeft. Dat heeft mij veel geld, tijd en energie gekost. Maar wat ik ontdekt heb, wat goed voor mij is, hoeft niet goed voor jou te zijn. Er is op dit moment echter een hele goede oplossing!

 

Vandaag de dag kun je steeds makkelijker door middel van genetisch onderzoek laten uitzoeken waar bij jou het probleem ligt. De techniek is er al lang, dus waarom doen we dat dan niet?

 

Het blijkt nogal duur te zijn om die dingen voor iedereen goed uit te zoeken. Er wordt echter wel volop genetisch onderzoek gedaan van tumorweefsel. Dan kan het wel, als het kalf verdronken is…..Deze technieken kunnen juist heel goed gebruikt worden om de oorzaken van ziekte op te sporen, juist op het gebied van nutrigenetics en nutrigenomics wordt er veel vooruitgang geboekt.

 

Je kunt je genetische systeem zien als een orkest, wat een muziekstuk speelt. De instrumenten zijn de genen die geluid maken, maar de dirigent en de muzikanten zijn de levensomstandigheden die bepalen welke instrumenten mee mogen doen. Zij bepalen of het muziekstuk mooi wordt of niet. Het zijn uiteindelijk de levensomstandigheden, voeding, beweging, stress, gifstoffen en straling (en nog veel meer) die bepalen of de ontspoorde genen wakker worden, en mee gaan spelen.

 

Het zou zo mooi zijn als in de klassieke geneeskunde het besef ontstaat dat de oorzaak van ziekte niet ligt in de ontsporing, of foutjes in de genen, maar juist in de levensomstandigheden die de ontspoorde genen wakker maken. Tot die tijd zullen mijn collega’s en ik als Sherlock Holmes op zoek moeten naar de INDIVIDUELE handleiding van onze cliënten.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

P.S. En wil je vanaf nu nooit meer zeggen dat iets wel of niet goed is voor ons allemaal?

Eén van de vragen die ik onlangs kreeg, samen met een ingezonden voedingsdagboek, was van Margreet. Zij worstelt (net als vele anderen) met het kiezen van een voor haar geschikt voedingssysteem. Zij gaf aan dat zij gek wordt van al het commentaar, maar ook van de goed bedoelde adviezen van alle mensen in haar omgeving.

 

Nederland heeft inmiddels misschien wel een half miljoen deskundigen op het gebied van voeding en gezondheid. De opleidingen tot voedingscoach schieten als paddenstoelen uit de grond en daar wordt lesgegeven vanuit de eigen filosofie, uitgaande van de effectiviteit van deze filosofie voor iedereen. Of het nu RAW, vegan, paleo, macro-biotiek, of low carb is, gewoonlijk gaat men hierbij uit van het ‘one size fits all’ principe. En laat dat nu net voor veel verwarring zorgen!

 

Margreet heeft al jaren gezondheidsproblemen, en daarbij de laatste jaren ook overgewicht. Zij wil daarom afvallen, maar wil tegelijkertijd haar andere klachten, waaronder Reumatoïde Artritis, onder controle houden door middel van haar voedingskeuze. Zij is gestart met oervoeding, en merkte dat het vermijden van suikers, zuivel- en graanproducten haar Reumatoïde Artritis veel goed deed. Ze wil graag zo blijven eten, maar helaas verdwijnen de kilo’s nog niet met alleen het eten van oervoeding. Nu heeft zij van een vriendin gehoord over het 5:2 dieet om af te vallen. Hierbij eet je twee dagen maar 500 kcal per dag, in één maaltijd. De overige dagen mag je dan eten wat je maar wilt. Margreet wilde weten of ze nu oervoeding wel kan combineren met het 5:2 dieet. Haar arts gaf aan dat het niet gezond is om twee dagen in de week zo weinig te eten en haar vriendin vond juist dat zij op de 5 smuldagen wel weer zuivel en gluten moest eten, omdat ze het lichaam maar eens wat vaker moet laten wennen aan gluten. Haar personal trainer is van mening dat je niet kunt sporten op zo weinig calorieën op een dag. Ze heeft nu drie verschillende meningen gehoord, en nu wil zij van mij horen wat ze nu het beste kan doen.

 

Margreet, je hebt zelf al ervaren wat het vermijden van zuivel, suiker en gluten met je doet. Als je het daar goed op doet zou ik dat niet meer veranderen. Als je geen kilo’s kwijtraakt door het eten van oervoeding zijn er nog een paar mogelijkheden om dat alsnog te bewerkstelligen. Je kunt twee van de zeven dagen inderdaad maar 500 kcal eten, maar eet de rest van de week gewoon oervoeding, ga nu niet weer aan de gluten en zuivel. De gedachte dat je vaker dingen moet eten waar je niet tegen kunt is in het geval van Margreet nergens op gebaseerd. Misschien dat deze tactiek voor haar vriendin wel werkt, maar Margreet zal naar haar eigen lichaam moeten luisteren, niet naar dat van haar vriendin.

 

De opvatting van de arts wordt door de wetenschap ingehaald. Er is steeds meer bewijs dat ‘intermittend fasting’, zoals het vasten ook wel heet, juist vele gezondheidsbevorderende effecten heeft. We weten dat het immuunsysteem hierdoor beter gaat functioneren, de suikerhuishouding verbetert, het cholesterolgehalte normaliseert en het gewicht wordt gereguleerd.

 

Het idee dat je niet kunt sporten met weinig calorieën klopt niet helemaal. Jouw personal trainer kijkt met zijn eigen blik naar jouw voedingspatroon, en die blik hoeft in jouw geval niet juist te zijn. Als je op een dag weinig eet, is het de bedoeling dat je lichaam overschakelt naar de vetverbranding. Als dat goed gaat haalt je lichaam energie uit vet, en kun je wel sporten, mits je dat niet te intensief doet. Zodra je gaat hijgen, ga je te ver. Als het niet lukt om over te schakelen naar de vetverbranding kan het zijn dat jou personal trainer gelijk heeft. Het is niet heel makkelijk om aan te tonen dat je lichaam vetten verbrandt, maar je kunt het wel voelen. Wanneer je vetten verbrandt heb je veel energie voor handen, en dat is te merken.

 

Een andere manier om wat kilo’s te verliezen is het (tijdelijk) overstappen naar een koolhydraatbeperkte oervoeding. Je kunt oervoeding blijven eten, en dan daarbij minder koolhydraten eten. Hoeveel koolhydraten je dan wel zou moeten eten weet ik niet, dat hangt af van hoeveel je wilt sporten en hoe makkelijk je naar vetverbranding overschakelt.

 

Je ziet Margreet, er bestaat niet een eenduidig voedingssysteem voor ons allemaal, het is en blijft maatwerk. Ik hoop dat je zo een stapje verder komt. Als je verder nog ondersteuning wilt, kun je op deze site een begeleider vinden die je verder op weg kan helpen. Deze mensen leveren allemaal maatwerk.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Hoe zit het nu, wat is nu beter voor je gezondheid: regelmatig iets eten om de motor te laten draaien, of juist twee keer per dag een grotere maaltijd nuttigen? Het antwoord op deze vraag zal je misschien verbazen, maar er is echt duidelijk wetenschappelijk bewijs dat de eerste manier van eten de gezondheid geen goed doet.

 

De Nederlandse wetenschapper Karin Koopman publiceerde in mei van dit jaar in ‘Hepatology'(een belangrijk wetenschappelijk tijdschrift) een artikel waarin zij het effect heeft onderzocht van verschillende manieren van eten op de lever en de ontwikkeling van buikvet. Zij bekeek onder meer welke manier van eten de lever meer doet vervetten en de buik dikker maakt. De lever wordt vet van teveel eten (dat is duidelijk), het is de vraag of de maaltijdfrequentie en het soort eten wat je eet nog uitmaakt voor de lever en het buikvet. Wanneer de lever vet wordt, is dat geen goede zaak. Er is hierbij een relatie met het metabool syndroom en de ontwikkeling van diabetes type II.

 

Er is altijd aangenomen dat het niet uitmaakt hoe vaak je eet, er wordt vaak genoeg geadviseerd om regelmatig kleinere beetjes te eten. Karin Koopman heeft in haar onderzoek laten zien dat de lever vet wordt bij de inname van teveel calorieën. Je zult om de lever te vervetten dus teveel moeten eten. Uit het onderzoek is gebleken dat het wel degelijk uitmaakt hoe vaak je dan eet. Met name een voedingspatroon met teveel calorieën, met een hogere maaltijdfrequentie zorgen voor een leververvetting en de ontwikkeling van buikvet.

 

Haar voorzichtige conclusie is dan ook dat tussendoor snacken niet zo verstandig is. Dat lijkt mij een open deur, snacken klinkt sowieso niet zo positief. De conclusie die ik zou willen trekken uit deze studie gaat iets verder. Naar mijn idee is het voor de meeste mensen verstandig om het aantal eetmomenten te beperken. Je zou kunnen beginnen met alleen te eten als je echt honger hebt. Waarom zou je eten als je geen honger hebt? Dat kan betekenen dat je het ontbijt overslaat, en pas gaat eten als je echt honger hebt. Ik ontbijt vrijwel nooit, en voel me daar goed bij. Het idee dat je moet eten om de motor te laten draaien is echt nergens op gebaseerd. Om de motor te laten draaien zul je moeten bewegen, als je er eten instopt en niet gaat bewegen kan je lichaam er vet van maken. Ik zeg overigens niet dat je niet mag ontbijten, nee, luister naar je lichaam! Hoeveel mensen kunnen ’s morgens geen hap door de keel krijgen? En moet je er dan toch tegen heug en meug iets instoppen? Je weet nu, dat zoiets helemaal niet nodig is(ook niet bij kinderen). Ga pas wat eten als je daar aan toe bent. Zorg dan wel dat kinderen iets te eten meenemen naar school, zodat ze iets kunnen eten waar het lichaam iets aan heeft. Op school is er meestal een grote keus aan snacks, terwijl juist jongeren in de groei volwaardige voeding nodig hebben.

 

Niet iedereen kan plotseling met minder maaltijden toe. Dat is iets wat je moet trainen. Stapje voor stapje leer je het lichaam weer het opgeslagen vet te verbranden. En stapje voor stapje verdwijnt dan de leververvetting en het buikvet. Hoe meer snelle suikers je blijft eten, hoe moeilijker dat is. Ga dan meer eiwitten en vetten, en minder koolhydraten eten, dan wordt het makkelijker om minder vaak te eten.

 

Wil je de hele studie nog eens nalezen? Koopman KE, Caan MW, Nederveen AJ, Pels A, Ackermans MT, Fliers E, la Fleur SE, Serlie MJ. Hepatology. 2014 Aug;60(2):545-53. doi: 10.1002/hep.27149. Epub 2014 May 13. Hypercaloric diets with increased meal frequency, but not meal size, increase intrahepatic triglycerides: a randomized controlled trial.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Vandaag bespreek ik de casus van Irma. Zij is een dame van 47 jaar en heeft een veel voorkomende vraag. Zij eet gezond, is doodmoe en zij wordt zwaarder ondanks haar eetpatroon.

 

Hier is haar voedingsdagboek.

 

Ontbijt: 2 stuks fruit met een handje noten

Lunch: een salade met een eitje, stukje kaas en een speltboterham met roomboter

Tussendoor: een stukje donkere chocolade met een beker amandelmelk

Avondmaaltijd: Stukje gebakken zalm, broccoli met 3 eetlepels gebakken bataat, 1 el mayonaise

 

Het gezonde eten kost haar grote moeite, het liefst zou zij de hele dag zoetigheid eten. Door discipline doet zij dit niet. Zij is te moe om te sporten, en heeft eigenlijk nergens zin in. Toch valt zij niet af en komt zelfs langzaam aan. Zodra zij wel toegeeft aan haar zoetbehoefte vliegen de kilo’s eraan.

 

Het verhaal van Irma is niet zo ingewikkeld uit te leggen. Het principe van gewichtsbeheersing kun je uitleggen aan de hand van de energiebalans. Het gaat bij de energiebalans om de verhouding van de hoeveelheid voedsel die je eet en de hoeveelheid energie die je produceert. Als je moeite hebt met het maken van energie, wordt het deel van je voeding wat niet omgezet wordt in energie, opgeslagen als vet. Bij grote vermoeidheid weet je zeker dat er niet voldoende energie gemaakt kan worden. Als je dan moe bent en dikker wordt, kun je concluderen dat jouw lichaam een gedeelte van je voeding omzet in vet in plaats van energie. Het is zelfs mogelijk dat je dan bij een dieet van maar 1200 calorieën nog niet afvalt, maar aankomt.

 

Om deze cirkel te doorbreken is het zaak om uit te zoeken waarom je lichaam moeilijk energie maakt. De oorzaak vind je bijvoorbeeld in de schildklier, chronische stress, toxische stoffen, of in niet functionerende mitochondriën.

 

Wat zijn dat mitochondriën?

 

Een mens heeft twee soorten energiecentrales: De mitochondriën waar veel energie uit glucose en vet gemaakt kan worden, en de kleinere celorganellen waar een klein beetje energie uit alleen glucose gemaakt kan worden. Het ligt daarom voor de hand dat energieproductie in de mitochondriën de voorkeur heeft, daar kun je immers vet verbranden. Nu zijn juist die mitochondriën kwetsbaar en gevoelig voor allerlei schade. Met de juiste beweging, voeding, stressmanagement en misschien ook supplementen kun je de mitochondriën verbeteren of herstellen.

 

Het is niet mogelijk om hiervoor even protocol te maken, zo’n behandelplan is maatwerk. De omstandigheden bepalen uiteindelijk hoe het plan van aanpak er uit ziet. Dat is een taak voor een deskundige, iemand die begrijpt hoe je lichaam energie maakt en ook weet welke factoren dit energieproductieproces kunnen belemmeren. Je vindt deze deskundigen op deze website.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Vorige week heb ik gevraagd om voedingsdagboeken in te sturen, zodat ik anoniem een aantal casussen kon bespreken. Nou, dat heb ik geweten. Er zijn zoveel berichten binnengekomen dat ik helaas niet iedereen kan behandelen, maar ik ga er zeker een aantal uitzoeken. Vandaag is de aftrap met de eerste casus. Deze gaat eigenlijk verder dan ik voor ogen had, de betreffende dame heeft meteen haar medisch dossier bijgevoegd. Vanwege de aard van casus heb ik een uitzondering gemaakt en heb ik toch besloten om deze vraag te behandelen. De betrokkene heeft de tekst vooraf goedgekeurd.

 

Een dame van 67 jaar met diverse klachten. Er is osteoporose geconstateerd, haar cholesterolwaarden zijn verhoogd, maar haar grootste probleem is droogte van de slijmvliezen. Vooral het speekseltekort speelt haar parten. Daarnaast heeft zij extreme slaapproblemen, darmklachten, zoals extreme, pijnlijke gasvorming en obstipatie. Zij heeft een BMI van 19 (dat is wat mager).

 

Zij stuurde haar bloeduitslagen mee; zij had een laag Hb en ijzerwaarde, een lage vitamine B12 waarde, maar een normale foliumzuurwaarde.

 

Opvallend was haar toon in de mail, zij wilde wel graag weten wat ik kon adviseren, maar ze gaf aan dat zij toch echt niets in haar voedingspatroon zou veranderen. Ik heb contact met haar opgenomen en aan haar gevraagd waarom ze dat niet wilde. Zij bleek vooral bang om dikker te worden. In het gesprek wat ik met haar had, kwam ze fanatiek over. Bijna verbeten om haar situatie op te lossen, maar ook zeer duidelijk in wat zij wel of niet wil.

 

Haar voedingsdagboek van een gemiddelde dag.

 

Ontbijt: Koffie met geitenmelk, biologisch brood van haver en boekweit, jam en een sinaasappel

Tussendoor: Een kiwi en een mandarijn

Lunch: Een salade van diverse groenten, 2 tomaten met 1 el olijfolie en citroensap

Tussendoor: Een schaaltje bruine bonensalade met paprika

Avondmaaltijd: Een gekookt ei ( maar niet meer dan 3 in de week) bruine bonensoep met tomatensalade.

Voor het slapen: Een schaaltje geitenyoghurt met honing

 

Deze casus is complex, maar wel interessant. Gelet op haar voedingsdagboek wordt duidelijk dat zij erg weinig eiwitten binnenkrijgt.
Haar felheid en fanatieke houding deden mij vermoeden dat zij langdurig veel stress gehad moet hebben. Bij navraag bleek dat te kloppen. Is dat fanatisme dan niet gewoon karakter? Naar mijn idee hoeft dat niet, ik zal uitleggen hoe dat zit.

 

Bij chronische stress gebruikt een lichaam eiwitten (eigenlijk aminozuren) als brandstof. Van die aminozuren maak je dan glucose om in de cellen als brandstof te gebruiken. Door jarenlang eiwitten om te bouwen naar glucose, en daarvoor eiwitten uit je botten (osteoporose), huid en spieren te gebruiken, ontstaat er een eiwittekort. Dan wordt het moeilijker om de juiste neurotransmitters te maken. Je zult dan een periode extra veel eiwitten moeten eten om het tekort aan te vullen.

 

De rustgevende neurotransmitter GABA wordt opgebouwd met l-glutamine, met behulp van vitamine B12. Slijmvliezen hebben echter ook l-glutamine nodig, net als het brein en het immuunsysteem. Deze laatste twee kunnen zelfs l-glutamine rechtstreeks als brandstof verbranden.

 

In het gesprek bleek dat zij mijn advies om haar eiwitinname te verhogen niet zou opvolgen. Zij had dit advies eerder gekregen, maar toen zij dat opvolgde was zij zwaarder geworden. Zij vond zichzelf al te dik. Deze dame vertoont tekenen van een tekort aan GABA. Zij is erg gestresst, fanatiek, angstig en zenuwachtig. Om GABA weer op te bouwen zou ik haar daarom l-glutamine adviseren. Vitamine B12 vind je alleen in dierlijke producten. Haar voeding bevat weinig tot geen dierlijke producten. Dat verklaart niet alleen het eiwittekort maar ook de lage B12 waarde. Zij had al veelvuldig vitamine B12 geslikt, maar bleek bij navraag deze zuigtabletten in zijn geheel door te slikken. Bij veel mensen heeft de suppletie dan weing tot geen effect. Mijn advies is om allereerst de zuigtabletjes op de goede manier in te nemen, en daarna te kijken hoe het ervoor staat. De opname van B12 via het mondslijmvlies verloopt meestal goed, maar bij slijmvliesproblemen kan het zijn dat de B12 minder goed wordt opgenomen. Indien de B12 waarde niet verbetert, kan zij beter overstappen op injecties met methylcobalamine. Deze zijn in Duitsland goed te vinden.

 

De lage Hb waarde kan veroorzaakt zijn door een ijzerprobleem, maar ook door een eiwittekort. Ik hoop dat bij haar de Hb waarde en de ijzerwaarde zullen stijgen door suppletie van l-glutamine en vitamine B12. Het heeft mijn voorkeur om haar eiwitgehalte via voeding te verhogen, maar door haar (onterechte) angst om dik te worden wil zij hier niets van weten.

 

Daarbij heeft zij extreem veel last van gasvorming in de darmen. Gelet op haar voedingspatroon is het mogelijk dat zij teveel darmflorabacteriën heeft die zich vermeerderen door het eten van (te)veel vezels. Een darmfloraonderzoek zou hier uitsluitsel in kunnen geven. Een mogelijke oplossing hiervoor is het volgen van het FODMAPdieet. Dat is een dieet waarbij specifieke vezels uit de voeding worden weggelaten. Ik zie zo’n dieet als ondersteuning, ofwel symptoombestrijding. Beter zou het zijn om de darmflora te reguleren. In eerste instantie adviseer ik haar om in elk geval de peulvruchten en de nachtschadeplanten (tomaat en paprika) te vermijden.

 

Natuurlijk zullen al haar klachten niet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik heb haar een paar basiszaken geadviseerd, en haar daarna doorgestuurd naar één van de bij deze website aangesloten behandelaars. Wanneer zij rustiger wordt doordat het lichaam weer GABA kan aanmaken, zal zij minder moeite hebben om haar eetpatroon echt goed aan te pakken.

 

In deze casus lopen er een aantal zaken door elkaar heen, die allemaal weer met elkaar in verband staan. Je ziet nu hoe ingewikkeld het is om de puzzel op te lossen. Een behandelaar staat voor de moeilijke keuze tussen het aanpakken van de neurotransmitters om de bereidheid tot verandering te bewerkstelligen, of het behandelen van de spijsvertering om zodoende ook iets aan de slijmvliezen te doen. Voor deze dame was het in elk geval prettig om te horen dat er nog mogelijkheden zijn om haar klachten te verbeteren. Van haar internist had zij te horen gekregen dat er niets aan te doen was, en dat zij er maar mee moest leren leven.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

We denken dat we bewust kiezen voor bepaalde voedingsmiddelen, maar toch is dat niet helemaal waar. Je krijgt trek in bepaalde voedingsmiddelen vanwege een bepaalde reden. We herkennen het bij honden die gras eten wanneer zij last hebben van hun darmen. Maar bijna niemand staat stil bij onze eigen specifieke voorkeuren. Er zijn wel wat lijstjes die op faceboook de ronde doen waaruit zou blijken dat je trek hebt in chocola als je een magnesiumtekort hebt, maar die neem ik niet zo serieus. Die zijn wel erg stellig en kort door de bocht. Je hoeft namelijk geen magnesiumtekort te hebben als je trek hebt in chocola, het kan ook een behoefte zijn aan troostvoedsel.

 

Het menselijk lichaam is zeer complex en ingenieus ontworpen, we doen veel meer op instinct dan we denken. Er zijn er dus bepaalde verbanden te leggen tussen je voedingskeuze en het functioneren van je lichaam. Jammer dat artsen hierin niet zijn opgeleid. Er is namelijk heel veel af te lezen aan je gedrag!

 

Je kunt dit gedrag in kaart brengen door middel van een voedingsdagboek. Door bij te houden wat je eet op een dag én hoe je lichaam hierop reageert, is al vast te stellen hoe je lichaam functioneert. Ik zal een en ander toelichten aan de hand van het volgende voedingsschema.

 

Een cliënte komt met als klacht dat zij haar gewicht niet onder controle kan houden en dat zij steeds meer moet eten om zich goed te voelen. Zij heeft echt behoefte aan zoetigheid.

 

Voedingsverslag van een gemiddelde dag

 

Ontbijt: 3 speltboterhammen met kaas, kopje thee

Tussendoor: een gevulde koek en een banaan

Lunch: twee speltboterhammen met hagelslag, plak ontbijtkoek, beker melk

Tussendoor: een plak cake en een stuk chocola

Tussendoor: een appel en een mandarijn

Avondeten: 150 gr sperziebonen, 1 gehaktbal en 2 gekookte aardappelen met jus, bakje vanillevla

Bij de koffie: een roze koek en een stroopwafel

Voor het slapen: twee crackers met kaas

 

Deze cliënte beweegt redelijk veel, en heeft een aantal stressvolle jaren achter de rug.

 

Welke (voorzichtige) conclusie zou je kunnen trekken uit deze voedingskeuzes?

 

Het feit dat de cliënte echt om de twee of drie uur iets zoets wil eten geeft aan dat haar bloedsuikerspiegel niet in balans is. Wanneer je heel erg intensief sport kan het zijn dat je een grotere hoeveelheid koolhydraten nodig hebt dan gemiddeld, maar dat was bij deze dame niet het geval. Een lichaam wat niet voldoende brandstof uit voeding binnenkrijgt gaat normaal gesproken zijn eigen voorraden aanspreken. In eerste instantie is dat het glycogeen. Dat is een soort suikervoorraad in de spieren en de lever, die je weer kunt gebruiken als het nodig is. Daarvoor heb je dan wel vitamine B6 nodig, bij een tekort aan de geactiveerde B6 zal je lichaam hier moeite mee hebben. Als het glycogeen opraakt zou je lichaam kunnen overschakelen op vetverbranding. De vetverbranding kan alleen plaatsvinden in de mitochondriën, dat zijn energiecentrales in de cellen. Bij een zuurstoftekort, beschadigde mitochondriën, of een tekort aan B-vitaminen, zal die vetverbranding moeilijker verlopen. Wanneer je vetten moeilijk verbrandt, zal je lichaam zelf suikers gaan maken uit eiwitten. Vaak gebeurt dit met behulp van het stresshormoon adrenaline. Sommige mensen verbranden juist wel vetten bij stress, en anderen worden dik van stress omdat ze dan geen vetten kunnen verbranden.

 

In principe is het zo dat wanneer je moe bent, je geen energie maakt uit het voedsel wat je eet. Als je dan dikker wordt is het zaak om iets aan je energieproductie te gaan doen, zodat je voeding niet meer als vet wordt opgeslagen. Bij het ombouwen van eiwitten naar glucose zal de eiwitbehoefte van het lichaam gaan stijgen. Je kunt dan met 0,8 g eiwit per kg lichaamsgewicht nooit genoeg hebben om alle processen in je lichaam te reguleren. En eiwitten heb je nodig als bouwstof voor je haren, je nagels, je botten en je spieren.

 

Hoe dan ook, deze dame had zo’n behoefte aan zoetigheid, dat je wel mag concluderen dat er ergens in de energieproductie iets uit balans is.

 

Bij verder navragen vertoonde zij veel tekenen van een vitamine B12 tekort. Voor haar is het dus interessant om uit te zoeken of zij misschien op dat gebied een tekort heeft. Om te beginnen heb ik haar een iets ander voedingspatroon geadviseerd met minder snelle suikers en met meer eiwitten. Zo gaat ze nu beginnen met een ontbijtje met twee eitjes en wat groenten, om te zien of ze het daardoor langer kan volhouden. Er zullen een aantal vitamines bekeken worden, en vervolgens maken we daarop een plan van aanpak.

 

Dit voorbeeld is niet zomaar ook voor jou van toepassing.
Ieder mens is anders, elke situatie vraagt zijn eigen aanpak. Voedingsadviezen behoren dan ook maatwerk te zijn.

 

Heb jij ook een vraag over je voedingspatroon en je gezondheid? Stuur dan een weekoverzicht van jouw eetpatroon, met een korte beschrijving van je levensomstandigheden en geschiedenis naar welkom@oerslank.nu. Ik zal dan in de komende weken interessante casussen anoniem behandelen in mijn blog. Helaas kan ik niet iedereen persoonlijk antwoord geven. Mocht jouw vraag niet uitgekozen worden dan is er een netwerk van coaches en behandelaars te vinden op deze website. Zij kunnen al jouw vragen beantwoorden. Mocht ik nog specifieke vragen hebben naar aanleiding van je mail dan neem ik contact met je op.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Wie kent het niet? Te moe om te sporten, geen zin om je bed uit te komen. Afgepeigerd op de bank na een dag werken, kortom geen zin om te bewegen!

 

Gelukkig zijn er veel mensen die wel zin hebben om te bewegen, zij staan ’s morgens fit op en springen hun bed uit om aan de gang te gaan. Zij posten foto’s op facebook van bootcamps, door de modderwroetende mensen, en vertellen enthousiast over hun volgende uitdaging. Zij kunnen zich niet voorstellen dat anderen dit gevoel niet kennen, en wijzen soms met de vinger, of maken anderen uit voor slappelingen, watjes of luilakken. Terecht?

 

Als je het zware gevoel wel herkent, weet je eigenlijk het antwoord op mijn vraag al wel, ben je lui of moe? Het voelt als lui, maar het is moe. Hoe werkt dat nu eigenlijk?

 

Het lichaam heeft het goed geregeld. Het brein zorgt ervoor dat je kunt overleven. In tijden van voedselschaarste, en dus brandstoftekort, zal het brein alles doen om te overleven. Het zal ervoor zorgen dat je niet gaat bewegen (tenzij je in gevaar bent) om brandstof te sparen. De spieren vragen namelijk veel brandstof, maar het brein heeft zelf ook brandstof nodig, net als je immuunsysteem. Nu zal het brein pas als laatste zichzelf uitschakelen, want hoe kun je overleven als je brein niet werkt? De spieren kunnen wel af en toe met minder brandstof toe. Door de spieren minder brandstof te geven draait je brein automatisch de zin in bewegen om in apathie, lusteloosheid en vermoeidheid, en dat allemaal als beschermingsmaatregel.

 

Hetzelfde gebeurt bij een overactiviteit van het immuunsysteem. We weten allemaal dat je geen zin hebt om te bewegen als je griep hebt. Het zou ook niet handig zijn als je wel zou gaan bewegen met griep. Het immuunsysteem heeft bij griep heel veel extra brandstof nodig, en dat heeft als gevolg dat het brein de brandstofverdeling verandert.

 

Nu is er alleen in onze maatschappij geen sprake van een voedselschaarste, er is juist een overschot. Er is de hele dag wel iets te vinden wat je kunt eten. Hoe kan het dan, dat er zo velen zijn die niet kunnen/willen bewegen? Zijn deze mensen dan toch lui?

 

Nee, het zit anders. Bij veel mensen is er sprake van stress, waardoor het brein meer brandstof nodig heeft, en de spieren op rantsoen zet. Langdurige, chronische stress is een belangrijke oorzaak van een non-permissive brain. Vervolgens kan ook een overactief immuunsysteem teveel brandstof vragen. Denk dan aan een ontsteking ergens in je lichaam, veel allergieën, of een niet passend voedingspatroon waardoor het immuunsysteem overuren draait. Nu is stress (en ook een overactief immuunsysteem) geen probleem voor een korte periode. De problemen ontstaan pas na langere tijd. Je kunt het daarom als een belangrijk signaal van je lichaam zien als je niet wilt bewegen. Toch gek dat maar weinig artsen hier aandacht aan schenken.

 

Willen bewegen is een teken van gezondheid, niet willen bewegen is een signaal dat er iets mis is.

 

En wat dan? Stel je herkent je in mijn verhaal, hoe los je dat dan op? Om te beginnen kan ik duidelijk zijn, het is een serieus signaal, wat je niet moet negeren. Zeker niet als het langer duurt dan een week of drie. Het laatste wat je moet gaan doen in zo’n situatie is jezelf gaan uitputten met intensief sporten. Laat je niet over de kling jagen door een zogenaamde professional die je wel eens even zal laten voelen wat sporten is. Daarmee ga je voorbij aan wat je lichaam aangeeft, en kom je van de regen in de drup.

 

Toch is het belangrijk dat je wél beweegt. Ga daarom rustig bewegen, lekker wandelen, liefst buiten in de vrije natuur. Voor dames die toch echt het verzamelen nog in de genen hebben, is winkelen een zeer motiverende methode. Het kopen van een paar schoenen is dan een zeer bevredigende bezigheid. ;) Dagelijks twee keer een half uurtje wandelen is een goed begin. Wanneer je zin krijgt in meer beweging ben je op de goede weg.

 

Natuurlijk zul je iets aan de stress moeten doen, en ook is het verstandig om eens te gaan onderzoeken waarom jouw immuunsysteem overuren draait. Gelukkig hoef je dat niet zelf uit te zoeken. Er is op deze website een grote groep professionals die deze principes begrijpt en je hiermee kan helpen. Succes!

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Wie heeft het nog nooit gehoord? Het zit tussen je oren! Waarschijnlijk word je niet blij van zo’n opmerking, want het voelt alsof je je aanstelt. Misschien is het ook wel zo bedoeld! Het is een dooddoener, maar het heeft toch een kern van waarheid. Ons hele lichaam wordt namelijk aangestuurd door onze hersenen. Daarom vind je inderdaad de oorzaak van vele aandoeningen tussen de oren, want daar zetelt ons brein. Dat betekent alleen niet dat je je aanstelt.

 

Vandaag hebben Rob van Dijk en ik samen een nascholing gegeven over neurotransmitters. Dat klinkt heel ingewikkeld, en dat is het waarschijnlijk ook, maar toch ga ik er iets over vertellen omdat dit onderwerp voor velen interessant kan zijn. In feite hebben we vandaag aan professionals uitgelegd wat de invloed van het brein is op je gedrag. Voor de gemiddelde mens is het simpel. Je bent zoals je bent, en je karakter bepaalt de manier waarop je reageert op verschillende situaties. Er zijn rustige mensen, die als rots in de branding gezien worden, maar er zijn ook creatievelingen, explosieve mensen en mensen die overal een succes van weten te maken. Het lijkt of dat karakter een gegeven is, iets wat je meekrijgt bij de geboorte. Vandaag hebben we uitgelegd dat deze gedachte gedeeltelijk klopt. Inderdaad krijg je iets mee bij de geboorte wat jouw karakter voor een deel bepaalt, maar de omstandigheden van het leven (zoals voeding, beweging en stress) hebben een grote invloed op de manier waarop je reageert op verschillende situaties. Laat me dat eens uitleggen.

 

De manier waarop je lichaam reageert is afhankelijk van stofjes die je lichaam produceert (die noemen we neurotransmitters). Veel van die stofjes vinden we in de hersenen, waar ze processen die ook je gedrag bepalen, aansturen. Nu kan het zijn dat je van nature een rustige, kalme persoonlijkheid bent, maar dat je de stofjes die je kalm en rustig zouden moeten maken, niet meer kunt opbouwen. Ai, wat gebeurt er dan? Dan reageer je niet meer kalm en rustig, maar angstig en paniekerig. Je bent dan jezelf niet meer, en je zoekt hulp bij de dokter. Er bestaan allerlei medicijnen die de stofjes in je hoofd kunnen beïnvloeden, waardoor je (hopelijk) geen angst meer voelt. Als de arts een goede keuze maakt, helpen die medicijnen tegen de angst en voel je je weer beter. Het nadeel van deze medicijnen is dat er nogal wat bijwerkingen kunnen zijn, en dat je weer moeilijk van deze medicijnen afkomt.

 

Heel interessant is het dat je de productie van neurotransmitters ook op een andere manier kunt beïnvloeden. Wanneer je weet welk stofje er niet goed gemaakt wordt door je lichaam, kun je het productieproces beïnvloeden. Neurotransmitters zijn namelijk stofjes die door je lichaam zelf worden gebouwd. Net als bij het bouwen van een huis heb je voor het bouwen van neurotransmitters bouwstenen (eiwitten) en cement (co-factoren) nodig. Deze informatie biedt mogelijkheden om de processen te sturen! Het is de kunst om te ontdekken welke stoffen nu precies nodig zijn om jouw neurotransmitters weer goed te kunnen opbouwen.

 

Gelukkig zijn we hierin een beetje op weg geholpen door Eric Braverman. Deze Amerikaanse wetenschapper heeft een vragenlijst gemaakt waarmee een professional al die ingewikkelde processen in je hoofd kan ontrafelen. En als je eenmaal weet hoe het bij jou werkt, wordt het al makkelijker om een natuurlijke oplossing te zoeken voor de verschillende neurotransmitterverstoringen die bijvoorbeeld angst, apathie of hyperactiviteit veroorzaken.

 

Als voorbeeld nemen we dopamine. De neurotransmitter dopamine is een stof die je in beweging brengt. Met een dopaminetekort kom je niet in beweging om oplossingen te zoeken, en kun je niet veranderen. Het lijkt dan alsof je bent zoals je bent, terwijl je eigenlijk een stofje tekort komt. Het tonen van initiatief en het aanpassen van je eetgewoonten vraagt bijvoorbeeld wel voldoende dopamine. Bovendien voel je je niet vrolijk bij een dopaminetekort.

 

Als je last hebt van een gebrek aan overzicht, of als je dingen moeilijk loslaat, zijn er allerlei technieken en methodes om jezelf daarin te oefenen. Dingen als yoga, mindfulness, EFT enzovoorts helpen je om dingen anders te gaan doen. Je moet daar actief voor oefenen, en eraan werken voordat het een automatisme wordt. Gelukkig is aangetoond dat deze methodes effectief zijn. Het grappige is dat wanneer je neurotransmitters in balans zijn, je vanzelf overzicht hebt zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Het komt dan vanzelf, van binnen uit. De uitdaging is daarom om ervoor te zorgen dat je neurotransmitters goed werken.

 

Aangezien neurotransmitters worden opgebouwd uit specifieke eiwitten, ligt het (althans voor mij) voor de hand om de oplossing te zoeken in voeding, maar ook in vitaminen die als co-factor betrokken zijn bij de opbouw van deze stoffen. Het lichaam heeft van oudsher altijd zelf de stofjes gebouwd, zonder afhankelijk te zijn van chemische medicijnen. Er zou dus een mogelijkheid moeten zijn om je lichaam met natuurlijke middelen weer terug in balans te brengen. Je snapt misschien wel dat je eiwitten zult moeten eten om de juiste stofjes te kunnen maken. En daar ligt nu een probleem. Veel mensen eten naar eigen zeggen voldoende eiwitten, maar komen toch tekort om hun stemming optimaal te krijgen. Hoe zit dat?

 

De WHO adviseert om per kilo lichaamsgewicht 0,8 gram eiwit te eten. Daarmee zou de gemiddelde mens genoeg eiwitten binnen moeten kunnen krijgen om het tussen je oren in orde te houden. Wanneer je ziek bent, stress hebt, of heel veel sport, heb je meer eiwitten nodig. Want in die situaties gaat je lichaam eiwitten opeten, het maakt er suikers van die je in de spieren verbrandt. En wie weet van zichzelf dat je bezig bent eiwitten op te stoken als brandstof?

 

Als je daarbij ook nog weinig eiwitten eet, zoals sommige vegetariërs, loop je de kans dat je te weinig eiwitten eet om zonnig door het leven te gaan. Daarnaast heb je ook nog voldoende cement (co-factoren) nodig om de neurotransmitters op te bouwen. Die co-factoren zijn meestal B-vitaminen. Die vind je vooral in veel groenten (en ook in granen), maar die hoeveelheden zijn niet altijd voldoende om het huis stevig te bouwen. Bij grote groepen mensen wordt het cement niet goed gemaakt, door een erfelijk probleem, waardoor de muur omvalt. Deze mensen hebben dan extra B-vitaminen nodig, in een speciale vorm, waarmee ze hun neurotransmitters dan wel kunnen opbouwen.

 

Deze materie is niet simpel, het vereist veel vakkennis om mensen hierbij te kunnen begeleiden. Gelukkig zijn er vandaag weer bijna 40 mensen opgeleid die met de vragenlijst van Braverman kunnen achterhalen waar bij jou de schoen wringt, en je ook nog eens op weg kunnen helpen naar een actief, vrolijk en zonnig bestaan. Kijk, daar word ik nou vrolijk van.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie