Heb je elk jaar weer opnieuw een dieetpoging gedaan? En? Is het afslanken blijvend gelukt? Nee?

 

Misschien is het dan nu tijd om jezelf zo vlak voor de feestdagen eens te verdiepen in het waarom. Waarom lukt het niet? Waarom reageert jouw lichaam anders dan dat van anderen? Waarom lig je na het sporten trillend op de grond van de honger? Waarom val je niks af terwijl je elke dag sport? Waarom komen de zo moeilijk verdreven kilo’s er zo makkelijk weer aan?

 

We weten allemaal dat als je een lijnpoging doet, je door het jojo effect binnen no time weer terug bent op je oude gewicht. (En nog wat extra kilo’s erbij verzamelt.)

 

Maar wat moet je dan? Dan toch maar aan de gastric bypass? Zo’n operatie waarbij je levenslang muizenhapjes mag eten en bovendien nog grote risico’s loopt op nutriëntentekorten?

 

Is er geen andere manier?

 

Jazeker is die er wel, alleen die methode is niet universeel. We zijn namelijk niet allemaal hetzelfde. Wat werkt voor gezonde en sportieve mannen, zal naar alle waarschijnlijkheid niet werken voor vrouwen in de overgang of oudere mannen met diabetes.

 

Gegeneraliseerde voedingsadviezen zijn niet meer van deze tijd (ook al denkt het Voedingscentrum nog steeds van wel). Je zult moeten ontdekken waarom je te zwaar geworden bent. Waarom de kilo’s er ogenschijnlijk zonder reden aanvlogen, of je misschien meer ging eten dan verstandig was en waarom je minder ging bewegen.

 

Ook is het mogelijk dat je zelfs van drie blaadjes sla op een dag niet afvalt. Met name schildklierpatiënten weten uit ervaring hoe frustrerend het is dat zij maar naar een ijsje hoeven te kijken en de kilo’s eraan voelen vliegen.

 

Heb je wel eens uitgerekend wat al die lijnpogingen bij elkaar gekost hebben? Allerlei zakjes en shakes, maaltijdvervangers, dure afslankclubs en sportscholen. Dat heeft je misschien wel 100 euro per afgevallen kilo gekost (en vergeet daarbij het zweet en de tranen niet).

 

Dat moet toch anders kunnen?

 

Speciaal voor mensen die hun eigen handleiding willen ontdekken, hebben we bij het OPFG een cursusdag over dit onderwerp georganiseerd. Lekker aan het begin van het nieuwe jaar, zodat je met frisse moed kunt starten met een methode die wel bij je past.

 

Je leert vooral hoe je lichaam werkt, zodat je gaat begrijpen waarom je lichaam geen zin heeft om kilo’s te verliezen. We besteden natuurlijk aandacht aan voeding en beweging, maar vooral aan de manier waarop je het beste kunt eten en bewegen in jouw situatie. Minder of meer is niet altijd beter!

 

Ook gaan we het hebben over de invloed van stress, je hormonen, de schildklier, de bijnieren en de hoeveelheid slaap. Als je begrijpt hoe jouw lichaam energie kan produceren uit vet, heb je eindelijk de sleutel in handen om wel te slagen.

 

Tenminste, als je niet bij die 5% van de mensen behoort voor wie afvallen nu even geen goed idee is, maar ook dat zal je dan vanzelf duidelijk worden.

 

Je krijgt les van twee ervaren en deskundige docenten. Robin Hendriks (dé personal trainer die wel begrijpt dat iedereen anders is) en Yvonne van Stigt (je weet wel van het boek Oerslank) nemen je mee in het oerwoud van de leefstijladviezen en helpen je op weg om je eigen pad te ontdekken.

 

Het vraagt een investering van slechts 140 euro  (inclusief een geweldig gezond lunchbuffet) om met deze kennis en inzicht in je eigen gedrag jezelf weer op weg te kunnen helpen naar een gezonder en slanker bestaan. Dat is dan toch eigenlijk een koopje?

 

Wacht dus niet te lang met inschrijven, want vol =vol.

 

Er staan overigens nog meer losse lesdagen die perfect aansluiten bij dit onderwerp op het programma! Je vindt ze in onze agenda.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Directeur Onderwijsinstituut voor Preventieve en Functionele Geneeskunde

Het is hot. Nadat jarenlang de relatie tussen leefstijl en gezondheid gebagatelliseerd is, wordt leefstijlcoaching nu ineens opgenomen in het basispakket van de zorgverzekeraars. Het besef dat een ongezonde leefstijl misschien wel eens een oorzaak zou kunnen zijn van vele chronische aandoeningen begint langzaam door te dringen.

 

Yeah!

 

Vervolgens werd er een plan bedacht om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Ik zie het voor me, er wordt een commissie in het leven geroepen, een stuurgroep en een denktank en deze creatieve breinen verzinnen een aanpak: Ja! We gaan mensen coachen! We gaan mensen informeren, stimuleren en bij de hand nemen om hen andere keuzes te laten maken.

 

Andere, gezondere keuzes.

 

Maar…we veranderen niets aan het ongezonde voedingsaanbod. We laten toe dat er bestrijdingsmiddelen als glyfosaat in ons eten aanwezig zijn. We tolereren ook de televisiereclames voor ongezond fabrieksvoedsel. We gaan zelfs een samenwerkingsverband aan met Coca Cola en Mars om op scholen naast de frisdranken en candybars nu ook een flesje water in de automaat aan te bieden. En bovendien verhogen we de BTW op verse groenten en fruit.

 

Maar mensen die last hebben van overgewicht en diabetes moeten gecoacht worden om gezondere keuzes te maken.

 

Ehhh…. Is dat niet een beetje krom?

 

Maar er is meer.

Het is iets te makkelijk om alleen de voedingsindustrie de schuld te geven van onze gezondheidsissues. Zij produceren namelijk waar wij met zijn allen om vragen. Als wij het niet kopen, wordt het niet geproduceerd.

 

Het is dus de vraag waarom wij dingen kopen die niet goed voor ons zijn.

 

Die vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Wij zijn namelijk op zoek naar voedsel wat ons op een makkelijke manier doet overleven.

 

De mens heeft van nature geen behoefte aan junkfood. Maar onder lastige omstandigheden zoals een negatieve stressreactie of langdurige ontstekingen vraagt je lichaam om vet en zoet voedsel. Wie hierdoor eenmaal insulineresistent geworden is, komt in een vicieuze cirkel terecht. Door de insulineresistentie krijgen de cellen minder brandstof om energie van te maken en ga je vanzelf op zoek naar eten.

 

En wat denk je, zou je dan makkelijk minder en gezonder kunnen eten? Nee dus.

 

Ik denk echt dat coaching alleen zin heeft wanneer je eerst onderzoekt waarom iemand verkeerde keuzes maakt. Is het onwetendheid? Is het een fysieke overlevingsstrategie? Zijn er financiële omstandigheden die de keuze bemoeilijken? Of zijn er nog andere redenen voor ongezond gedrag?

 

Voor wie meer wil weten over de redenen waarom je lichaam je aanzet tot bepaald gedrag, is er het boek Oerslank. Een boek wat niet alleen gaat over afslanken, maar vooral over de onderliggende fysieke werkingsmechanismen. Je gaat begrijpen waarom je lichaam doet wat het doet onder de huidige omstandigheden. En met dit inzicht wordt het een stuk makkelijker om andere keuzes te maken.

 

Als je het nu bestelt, ben je nog op tijd om 2019 op een gezonde manier te starten.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Regelmatig krijg ik de vraag of ik even een recept wil geven om acne op te lossen. Heb je niet even een protocolletje?

 

Nee, helaas, kon ik dat maar geven.

 

In de reguliere geneeskunde (maar helaas ook in de complementaire geneeskunde) worden vooral protocollen gebruikt om aandoeningen te behandelen. Daardoor denken we dat er voor elke klacht wel een standaard behandeling zou moeten bestaan. Maar zo werkt het niet. Om huidklachten zoals acne op te lossen, is maatwerk nodig. Je kunt nu eenmaal niet exact zeggen welke factoren ervoor zorgen dat iemand acne ontwikkelt.

 

Het is de kunst om de verschillende onderliggende verstoringen in kaart te brengen, zodat je stap voor stap al die factoren kunt beïnvloeden. Vanuit de orthomoleculaire geneeskunde (of moeten we die voortaan leefstijlgeneeskunde noemen?)kun je daarom ook niet een simpel rijtje supplementen opnoemen waarmee je acne kunt behandelen.

 

Toch wil ik vandaag de factoren noemen die kunnen leiden tot het ontstaan van acne en zo eens kijken wat je daar vanuit de OPFG visie aan zou kunnen doen.

 

Om te beginnen is passende voeding een vereiste om de huid gezond te houden. Maar ja, wat is passende voeding? Wat voor de een ontstekingsbevorderend werkt, kan door de ander zonder problemen gegeten worden. Suikers, zuivel en glutenhoudende producten zijn voor veel mensen niet de meest optimale voedingsmiddelen. Maar het is mogelijk dat jij juist slecht reageert op chocola, tomaten of sinaasappelen. Wie zal het zeggen?

Gelukkig zijn er manieren om bij je cliënten te ontdekken welke voeding wel of niet past.

 

Bij acne is het belangrijk om de conditie van de darm te optimaliseren. Dan zou je kunnen denken aan het in balans brengen van de darmflora (microbiota heet dat tegenwoordig). Dan verwacht je dus dat een probioticakuurtje essentieel is om je acne op te lossen. Maar ook dat is maar de vraag. Zolang je niet weet wat er zich allemaal afspeelt in je darmen, is het onmogelijk om een standaard oplossing te geven.

En dan zal voor de een zo’n kuurtje wonderwel werken en voor een ander juist averechts.

 

Er zijn een aantal hele belangrijke nutriënten voor de huid, die mogen in een behandeling van acne niet ontbreken. Denk daarbij aan Omega 3, vitamine A, D, C en E, zink, koper, mangaan en biotine. Dan lijkt het voor de hand liggend om een multi vitaminen-mineralenpreparaat in te zetten om acne te behandelen, maar het is niet ondenkbaar dat je hiermee helemaal niks opschiet. Je zult moeten uitzoeken welke nutriënten wel of niet zinvol zijn.

 

En dan zijn er ook nog factoren zoals stress, een genetische aanleg, of toxische stoffen die je lichaam moeilijk kan opruimen.

 

Vervelend hè? Je krijgt van mij geen instantoplossingen en dat is nu net wat iedereen graag wil.

 

Voor huidprofessionals die echt willen leren hoe je huidklachten van binnenuit kunt oplossen, start bij het OPFG eind januari de tweede editie van de specialisatie opleiding tot orthomoleculair schoonheidsspecialist. Hier leer je de onderliggende werkingsmechanismen begrijpen en behandelen, zodat je niet blijft hangen in symptoombestrijding. Je leert niet alleen waarom huidklachten ontstaan, maar ook welke verbanden je kunt leggen tussen de verschillende lichamelijke systemen.

 

Wanneer jij in plaats het standaard protocoldenken, maatwerk wil leren leveren, ben je van harte welkom op onze open avond op maandagavond 10 december in Vianen om eens kennis te maken.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Wie het niet uit eigen ervaring kent, denkt dat het tussen de oren zit: Het gevoel dat je MOET eten omdat je anders omvalt of iemand dreigt te vermoorden. En ik kan je vertellen dat het echt niet tussen de oren zit. Het is wel degelijk een fysiologische reactie, maar geen gezonde reactie.

 

Wanneer je zo nu en dan trillend van de ‘honger’ bijna flauwvalt noemen we dat hypoglykemie, dat is een ander woord voor een laag bloedsuikergehalte. Dat is niet te vergelijken met echte honger, dat gevoel is niet onaangenaam en kun je negeren.

 

Er zijn nog steeds professionals die beweren dat je het nare gevoel moet negeren als je wilt afvallen. Zij die het zelf niet ervaren hebben, adviseren je dan gewoon wat minder te eten. Maar dat is nu net het probleem, dat kan niet als je lijf om brandstof schreeuwt.

 

Je kunt hiermee naar de huisarts gaan en die zal (als je bloedglucosegehalte lager is dan ongeveer 4) concluderen dat je hypoglykemie hebt. Behalve het advies om regelmatig kleine beetjes te eten, kan hij verder niet zo veel voor je doen.

 

Je gaat je inderdaad beter voelen wanneer je regelmatig kleine beetjes eet, maar een oplossing is het niet. Dit soort klachten zijn in feite in signaal van een onderliggend probleem. Maar daar kom ik zo op terug.

 

Wanneer de bloedglucose niet verlaagd is, zal de arts concluderen dat er niets aan de hand is en (als je pech hebt) dat je het jezelf inbeeldt. Wat zou er dan aan de hand kunnen zijn?

 

Het is mogelijk dat jij alle verschijnselen vertoont van een te lage bloedsuikerspiegel (maar dat dit niet zichtbaar is in het bloed) wanneer je bij vlagen een te hoge glucosewaarde hebt. Dit kan een arts zien aan de lange termijn glucosewaarde, de HbA1c waarde. In feite ben je dan op weg naar diabetes en kun je met drastische leefstijlmaatregelen en misschien medicatie het tij keren.

 

Bij insulineresistentie hoef je nog geen verhoogde HbA1c waarde te hebben. Dit betekent dat de insuline minder goed in staat is om glucose de cel in te transporteren om energie van te maken. Dan is er een tekort aan glucose in de cel en daardoor ook minder energie, wat het signaal geeft dat je moet eten.

 

Dat lijkt tegenstrijdig, je krijgt een signaal dat je moet eten terwijl er voldoende glucose aanwezig is. Toch is dat wat er gebeurt. De glucose kan de cel niet zo goed in maar je lichaam wil toch energie maken. Tja, dan ga je dus reflexmatig eten. En daar helpt minder eten echt niet voor.

 

Toch is er een betere oplossing dan de hele dag door kleine beetjes eten. Je kunt beter zorgen dat de glucose de insuline niet nodig heeft om de cellen in te komen. En daar hebben we een prachtig systeem voor, dat heet bewegen.

 

In de oertijd was eten en bewegen met elkaar verbonden, je kon immers niets eten als je het niet eerst gevonden had. Tegenwoordig vliegen de gebraden kippen als het ware je mond in, daar hoef je maar weinig voor te doen. En daar zit nu net de kneep.

 

Als je weer gaat bewegen zoals we horen te bewegen; namelijk bewegen voor het eten alsof we voedsel aan het zoeken zijn, kan het lichaam glucose bijna zonder insuline de cel in krijgen en heb je dus meer energie.

 

Mocht je nu al diabetes type 2 hebben dan is sporten op een nuchtere maag niet slim. Dan zul je zo’n verandering heel voorzichtig en geleidelijk, samen met een professional kunnen invoeren.

 

Een tweede mogelijke oplossing is het minderen van de koolhydraten, om je lichaam te dwingen meer vetten te gaan gebruiken als brandstof. Voor velen is dat een enorme uitkomst. Je hebt veel minder last van bloedglucoseschommelingen en je voelt je daardoor prettiger.

 

Dan kom ik even terug op de onderliggende problemen, een verstoorde bloedglucoseregulatie ligt (behalve bij diabetes type 1)meestal niet aan de alvleesklier (waar de insuline gemaakt wordt). Meestal is er iets anders aan de hand, zoals mineralen tekorten (koper, chroom en kalium zijn essentieel hiervoor). Het lastige is dat je een goed functionerende insulinereceptor nodig hebt om de elektrolyten(mineralen) de cel in te krijgen.

 

Zo ontstaat een vicieuze cirkel, want zonder de juiste mineralen kan de bloedglucose niet goed gereguleerd worden. Je zult begrijpen dat een chronische belastende stress of laaggradige ontstekingen het probleem alleen maar groter maken. Daar zul je iets aan moeten doen, want met alleen kleine beetjes eten gedurende de dag los je die problemen niet op.

 

Deze onderliggende problematieken worden in de nieuwe leefstijlcoaching niet meegenomen, daar wordt vooral gecoacht op gedragsveranderingen zonder rekening te houden met biochemische verstoringen. Ik vraag me dan ook oprecht af of het zin heeft  om mensen te coachen  tegen de natuurlijke overlevingsstrategieën in.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

PS. Speciaal voor huisartsen die meer willen weten over dit onderwerp hebben we bij het OPFG een tweedaagse masterclass gepland, je kunt je nog inschrijven.

Vroegkinderlijk trauma of early life stress komt gelukkig steeds meer in de belangstelling. Deze week kwam in het nieuws dat bij kinderen tot drie jaar via een haaranalyse bepaald kan worden of deze hummels last hebben van teveel stress. De commentaren logen er niet om. Alsof kinderen door zo’n test mishandeld en in hokjes geplaatst zouden worden.

 

Vanuit eigen ervaring en onderzoek kan ik zeggen dat vroegkinderlijk trauma een enorme wissel trekt op de gezondheid later in het leven. En dan heb ik het niet over kleine ongemakken, maar over serieuze zaken als ontstekingsziekten, auto-immuniteit, chronische vermoeidheid en fibromyalgie.

 

Onderzoekers hebben aangetoond dat bepaalde immuuncellen bij een vroegkinderlijk trauma geprogrammeerd worden voor ontsteking. Het immuunsysteem wordt als het ware sensitiever, alerter om eventuele indringers sneller te kunnen doden. Dit resulteert in een grotere ontstekingsgevoeligheid.

 

Niet alleen het immuunsysteem wordt sensitiever, ook het zenuwstelsel wordt sensitiever na een ingrijpende gebeurtenis op jonge leeftijd.

 

In veel van de reacties op dit plan las ik dat een kind gewoon moet kunnen spelen en dat stresstesten onzin zijn. Ik vermoed dat deze mensen bang zijn voor de bemoeienis van jeugdzorg, mocht een stresstest negatief uitpakken.

 

Nou die angst kan ik mij wel voorstellen.

 

Toch denk ik dat er heel veel kinderen zijn die geen stressvol gedrag laten zien, maar wel teveel stress ervaren. Juist op jonge leeftijd zou je daar dan nog iets aan kunnen doen, om gezondheidsproblemen op latere leeftijd te voorkomen.

 

Denk daarbij aan kinderen die in ziekenhuizen zijn opgenomen, in de couveuse hebben gelegen, waarvan de moeder depressief was, een hechtingsstoornis hebben, waarvan de ouders in scheiding liggen, in armoede leven etc etc.

 

Natuurlijk is het belangrijk om die kinderen op tijd te kunnen herkennen, maar net zo belangrijk zal het zijn om deze gezinnen de juiste hulp te bieden. En daar ligt zeker nog een uitdaging in het huidige zorgsysteem.

 

Wanneer je zelf in je jeugd een traumatische ervaring hebt meegemaakt, kan het zijn dat je nu de gevolgen daarvan ervaart. Wat dan?

 

Een groot deel van de mensen zal het trauma verdrongen hebben, niet alleen emotioneel, maar ook fysiek. Deze mensen zijn als het ware ‘bevroren’. Verstard en niet in staat om bij de oude emoties te komen.

 

Dat is een overlevingsreactie die op de korte termijn veel bescherming biedt, alleen op de lange termijn niet zo handig is.

 

Vanuit biochemisch oogpunt is volgens Dr Paul Eck zo’n verstarring te zien in de zogenaamde ‘calciumshell’, een muurtje van calcium wat je beschermt tegen emoties. Dat zou resulteren in verkalking van bijvoorbeeld bloedvaten en spieren en een tekort van beschikbaar calcium op plaatsen waar je het nodig hebt.

 

Helaas is dit geen waterdicht gegeven omdat het nog nooit onderzocht is, maar de hypothese is voor mij wel degelijk herkenbaar.

 

Maar goed, wat doe je aan die bevriezingstoestand? Hoe kom je daar uit?

 

Wie het boek ‘Traumasporen’ van Bessel van der Kolk gelezen heeft, weet dat praten niet zal helpen in zo’n situatie. Het spraakcentrum wordt tijdens het trauma uitgeschakeld, dus kunnen traumaslachtoffers er simpelweg niet over praten. Iets wat wel kan, is het gebruik van lichamelijke therapie. Door te dansen, zingen, aanraken en dergelijke krijg je een beter contact met het opgeslagen trauma, maar om echt uit de bevriezing te komen is meer nodig.

 

Boksen en vechten zorgt ervoor dat je uit de bevriezing komt, je moet namelijk in actie komen. Je wordt hierdoor uitgedaagd om jezelf te verdedigen.

 

Doordat het boksen enorme positieve effecten gaf bij deze problematiek heeft personal trainer Robin Hendriks zich verdiept in deze materie. Hij heeft een strategie ontworpen om mensen te helpen om weer verder te kunnen met hun leven.

 

Wij hebben besloten om onze krachten te bundelen en we hebben het plan opgevat om een traumacursus voor (psycho-sociale) therapeuten en haptonomen aan te bieden. We gaan je niet alleen de biochemische achtergronden van trauma uitleggen maar vooral ook hoe je als professional met simpele bokstechnieken de bevriezing kunt doorbreken.

 

Wie interesse heeft in zo’n cursus kan zich via het OPFG contactformulier aanmelden, dan houden we je op de hoogte van de plannen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische, Psycho, Neuro, Immunologie

 

 


 

Ik verbaas mij regelmatig over het feit dat er kapitalen worden uitgegeven aan ergonomische oplossingen bij rug-en gewrichtsklachten. Het aanschaffen van een andere stoel, speciale kussentjes en braces en spierversterkende oefenprogramma’s zijn zo ongeveer de belangrijkste maatregelen als mensen last hebben van rug-en gewrichtsklachten. Ik begrijp wel dat de meeste mensen denken dat je gewrichten niet kunt herstellen, maar toch denk ik dat er wel degelijk winst te behalen is met voedingsmaatregelen en suppletie.

 

Ik zie namelijk heel regelmatig dat knie-rug- en gewrichtsklachten enorm verbeteren door het gebruik van bijvoorbeeld bottenbouillon, collageenpoeder en glucosaminesulfaat. Zelf merk ik ook dat een zwakke plek in mijn rug niet meer opspeelt sinds ik mijn bindweefsel een beetje extra verwen.

 

Maar dat zal wel tussen mijn oren zitten, want kraakbeen kan niet meer herstellen. Of misschien toch wel?

 

Hoe het precies werkt weet ik niet, maar ik kan mij voorstellen dat ook wat extra hyaluronzuur de gewrichten echt wel goed doet. Hyaluronzuur houdt namelijk vocht vast en dat is in de meeste gevallen gunstig voor de kwaliteit van het kraakbeen.

 

Niet alleen voor kraakbeen overigens, al het bindweefsel knapt enorm op van wat extra hyaluronzuur. Je kunt dit namelijk zien als het cement tussen de cellen. Zelfs het glasvocht in het oog bestaat voor het grootste deel uit hyaluronzuur en wanneer het glasvocht krimpt, krijg je daar vervelende klachten van zoals lichtflitsjes in de ooghoeken(altijd oppassen dat het geen netvliesloslating is) en ‘mouche volantes’.

 

Dat zijn van die ‘floaters’ in je ogen, een teken van bindweefselproblemen. En ja, die ‘floaters’ verdwijnen vaak ook door suppletie van extra hyaluronzuur. Iets wat volgens mijn oogarts volkomen onzin is trouwens. Gelukkig luister ik niet naar dit soort stelligheden, maar luister ik naar mijn lichaam en dat vertelt mij heel iets anders.

 

Hyaluronzuur speelt ook belangrijke rol in het reguleren van ontstekingen. We weten helaas nog niet genoeg hierover om te zeggen wanneer hyaluronzuur ontstekingen remt of juist stimuleert, maar daar zal ooit wel een keer duidelijkheid over komen.

 

Maar goed, als we nu eens wat extra nutriënten zouden suppleren bij rug- en gewrichtsklachten, zou er heel wat minder pijnmedicatie voorgeschreven kunnen worden.

 

Je kunt dus beginnen met bottenbouillon, getrokken van biologische runder- en kippebotten. Daarnaast speelt vitamine C een belangrijke rol in de bindweefselgezondheid, net als koper, zwavel, mangaan en silicium.

 

Je zult begrijpen dat preventieve maatregelen vaak meer opleveren dan reparatiepogingen als de boel al behoorlijk is aangetast. Het is dan ook verstandig om ook kinderen en pubers in de groei regelmatig de broodnodige :) nutriënten voor te schotelen, in plaats van hen vol te stoppen met vulling (in plaats van voeding).

 

Het lijkt een open deur allemaal, maar toch verbaas ik mij dagelijks nog over de manier hoe wij met ons lichaam omgaan. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat ziektekostenverzekeraars wel willen betalen voor allerlei hulpmiddelen, maar niet voor preventieve maatregelen zoals de soms zo belangrijke suppletie. O, maar preventie is natuurlijk niet bewezen effectief. Suf van mij, dat ik daar niet over nagedacht heb.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Misschien heb je er al eens iets over gelezen, of is het geheel nieuw voor je. Maar er is weer een nieuwe dieethype ontstaan: het Pioppi dieet. Het ‘dieet’ is geen dieet pur sang, maar een leefstijlconcept bedacht door cardioloog dr. Aseem Malhotra en Donal O’Neill. Naast dieetregels bevat het ook leefregels voor genoeg beweging, slaap en sociale contacten. De naam van het Pioppi-dieet vindt zijn oorsprong in het Zuid-Italiaanse dorpje Pioppi. Dit dorpje werd bekend door de hoge levensverwachting van de inwoners en de gunstige effecten van een Mediterraan voedingspatroon.

 

De kern van het voedingsgedeelte is kort samengevat een dieet met minder koolhydraten, zoals pasta, brood, suikers en alcohol (behalve één glas rode wijn) en met meer groenten en niet te zoet fruit, goede vetten, noten en vooral ook eiwitten in de vorm van eieren, verantwoord vlees en zeevis.

 

Eigenlijk is er dus niets nieuws onder de zon, het is geen nieuw concept, het is hooguit vernieuwend dat er ook aandacht is voor slaap, beweging en sociale contacten.

 

In mijn eigen boeken noemen we deze leefwijze Oervoeding, soms heet dit het Paleo-dieet, heel vroeger noemden we zoiets een Atkins-dieet en nu dus het Pioppi-dieet.

 

Een van de meest opvallende effecten van het minderen van koolhydraten is dat mensen zich in drie weken een ander mens voelen. De bloedglucose daalt, het cholesterolgehalte zakt (dat zogenaamd verhoogde cholesterol komt dus echt niet van het eten van vetten en eieren) en de weegschaal lacht je toe.

 

Ondanks de successen van het Atkinsdieet, Oervoeding, het Paleo-dieet en het Pioppi-dieet, blijft het Voedingscentrum (en dus de gevestigde orde) zich wanhopig verzetten tegen het minderen van koolhydraten, het eten van eieren en het gebruik van verzadigd vet. Je zou je kunnen afvragen of het Voedingscentrum (wat geleid wordt door ex Unilever medewerkers) misschien graag vasthoudt aan knutselboters (halvarine, die we tegenwoordig allemaal gebruiken in de hoop dat we daarmee hart-en vaatziekte kunnen voorkomen) en lightproducten vanwege financiële ehh.. prikkels.

 

We worden tenslotte via de TV reclame doodgegooid met verborgen gezondheidsadviezen om te zorgen dat vooral de industrie geen omzet misloopt. Blijkbaar mag je op TV wel reclame maken voor knutselboters die het cholesterolgehalte met 0,1 punt doen zakken, terwijl op de verpakking van een homeopathisch middel niet meer vermeld mag worden waar het voor bedoeld is.

 

Zo worden we langzamerhand gehersenspoeld met filmpjes die ons moeten laten geloven dat brood toch wel heel bijzonder is, dat het belachelijk is om plantjes op brood te eten en dat Nutella vol zit met gezonde noten en vooral ook melk! Dat het product stijf staat van de suiker en palmolie en daardoor een regelrechte bedreiging is voor je bloedvaten hoor je mij niet zeggen.

 

Het spijt me te moeten zeggen, maar het gebruik van kunstmatig in elkaar geflanste chemische smeersels zal geen zoden aan de dijk zetten in de strijd tegen hart-en vaatziekte. Daar is echt iets anders voor nodig. Namelijk minder koolhydraten, minder suikers, minder alcohol en vooral meer bewegen.

 

Maar dat willen we niet horen.

 

Wat ik bijzonder vind, is dat mensen die met een koolhydraatbeperkt dieet enorm afvallen, zich geweldig voelen, maar daarna denken dat ze weer terug kunnen naar hun oude leefstijl. Alsof de kilo’s dan niet meer terug komen….

 

Helaas, de biochemische fabriek van je lichaam doet het nu eenmaal beter met passende voeding, dan met een overdaad aan rommel waar het geen raad mee weet.

 

Het Oerdieet, het Pioppi-dieet of het Paleo-dieet, ze zijn even effectief voor velen. Het gaat er alleen wel om dat je er een leefstijl van maakt.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie.

Zout

We gebruiken allemaal teveel zout (natriumchloride). Dat is de boodschap die we regelmatig om onze oren krijgen. Het Voedingscentrum meldt het volgende: “Zout is de belangrijkste bron van natrium in onze voeding. Algemeen wordt aangenomen dat wanneer het gaat over de gezondheidseffecten van zout, het vrijwel altijd gaat over de effecten van het natrium. Natrium is belangrijk voor het regelen van de vochtbalans in het lichaam, het regelen van de bloeddruk en voor een goede werking van spier- en zenuwcellen. Het komt zelden voor dat mensen te weinig zout binnenkrijgen. Te veel zout eten kan leiden tot een hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.“

 

Wanneer je dit leest, lijkt het logisch dat we mensen adviseren om minder zout te gebruiken. Tenminste….

 

O jee, nee toch? Klopt het niet wat het Voedingscentrum schrijft?

 

O wacht even, geen paniek. Jawel, voor de gemiddelde Nederlander klopt het wel, maar er zijn ook echt mensen die wel te weinig zout gebruiken. Laat me het verduidelijken.

 

De gemiddelde Nederlander krijgt meer dan 4,75 gram zout per dag binnen. Het merendeel daarvan is afkomstig uit bewerkte producten. Vleeswaren, brood, kaas, soepen uit blik, kruidenmengsels, kant-en klaar maaltijden, chips, zoute nootjes, snacks, fast food en dergelijke. Eén kant-en klaarmaaltijd kan de dagelijkse dosis van zo rond de drie gram al overschrijden.

 

Wanneer je al die bewerkte rommel (excusez le mot) niet eet, bestaat de kans dat je te weinig zout binnen krijgt. Mensen die bewust met voeding omgaan en veel groenten eten en weinig zout toevoegen lopen daardoor een risico op klachten door een tekort aan natrium en een tekort aan chloride.

 

De balans tussen natrium en kalium wordt door ons lichaam heel nauw gereguleerd. Wanneer we teveel van het een binnenkrijgen, wordt de natrium/kalium balans verstoord en zorgt het lichaam dat de balans weer hersteld wordt. In de oertijd was de kans dat je meer kalium binnenkreeg dan natrium redelijk groot, tenzij je aan zee leefde. Zout was eeuwenlang een schaars product, maar kaliumrijke voedingsmiddelen zijn bijna altijd veel voorhanden geweest.

 

De voedingskeuze van de moderne mens is niet meer te vergelijken met die van de oermens, behalve wanneer je de moderne voeding (nou ja, zeg maar vulling) vaarwel zegt en terug gaat naar oude principes.

Wanneer je als gezondheidsfanaticus erg veel kaliumrijke producten eet (groenten en zo) en erg weinig natriumrijke producten, zal het lichaam kalium gaan uitscheiden om de balans te behouden.

 

Het hormoon wat deze balans bewaart is aldosteron, dat wordt geproduceerd in de bijnier.

 

Begin je al te vermoeden waar ik naar toe ga?

 

Bij langdurige stress, of langdurige ontstekingen of allergieën komt de bijnier onder druk te staan en bestaat de kans dat de bijnier minder goed gaat werken. Een van de kenmerken van een bijnierprobleem is dan ook een lage bloeddruk, maar ook het ontstaan van allergieën. Dat is verklaarbaar door het feit dat het bijnierhormoon cortisol het immuunsysteem onderdrukt en zorgt dat er geen allergische klachten ontstaan.

 

Wanneer de bijnier minder goed functioneert, zie je dat niet alleen de cortisolproductie afneemt, maar ook die van de andere bijnierhormonen, waaronder aldosteron.

 

Zo heb ik heel lang geleden al waargenomen dat mijn cliënten met een lage bloeddruk en allergische verschijnselen opknapten van zeezoutvoetenbadjes of het zwemmen in zee. Het is zelfs mogelijk dat je heel heftig reageert op zo’n zoutboost, mensen met ‘adrenal fatigue’ (nee, dat noem ik geen bijnieruitputting je kunt hier lezen waarom niet) hebben over het algemeen veel baat bij een klein beetje extra zout.

 

Je zou kunnen concluderen dat voor de meeste mensen met een westers voedingspatroon het minderen met (natrium)zout gunstig is, maar dat mensen die last hebben van een lage bloeddruk en weinig knutselvoeding gebruiken op moeten letten of zij niet te weinig natrium binnen krijgen.

 

Het is dus allemaal een kwestie van balans.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

Wie meer wil weten over deze interessante materie is welkom bij onze scholingsdagen.

 

 

 

 

 

Het lijkt soms wel een wondermiddel, iedereen moet ‘s winters vitamine D bij slikken, want dat is goed tegen ontstekingen en depressie en nog veel meer. Ook bij huisartsen en internisten is het bepalen van de vitamine D status bijna gemeengoed geworden. Dat is een goede zaak. Maar is een laag vitamine D gehalte altijd reden om extra te suppleren? Wie mijn blogs vaker leest, voelt hem al aan komen, er zit vast nog ergens een adder onder het gras.

 

Vitamine D is zeker een zeer belangrijke vitamine, of eigenlijk een pré hormoon. Zonder voldoende vitamine D loop je inderdaad een groter risico op depressie, ontstekingen, spierkramp, vermoeidheid of zelfs prostaatkanker.

 

En toch zeg ik dat niet iedereen met een lage vitamine D waarde gebaat is bij suppletie.

 

Niet iedereen, dat wil zeggen dat veel mensen zeker wel baat hebben bij extra suppletie, maar sommigen niet. Er zijn dus uitzonderingen en het lijkt mij goed om daar eens aandacht aan te besteden.

 

Waarom?

 

Omdat de uitzonderingen meestal niet serieus genomen worden en dan uiteindelijk ziek worden van teveel vitamine D. Zelf ben ik zo’n uitzondering en heb ik ervaren wat er gebeurt als je dan toch een hoge dosis vitamine D gaat slikken. Na wat speurwerk werd al snel duidelijk wat er aan de hand was en begrijp ik sindsdien hoe ik mijn vitamine D waarde op peil kan houden.

 

Enkele jaren geleden was mijn vitamine D bloedwaarde rond de 40, niet zo geweldig als de gewenste waarde ergens boven de 75 ligt. Ik begon daarom aan een stootkuurtje vitamine D en binnen twee dagen werd ik doodziek. Ik was doodmoe, depressief, kreeg spierklachten, was misselijk en had een vreselijke hoofdpijn.

 

Soms duurt het even voordat je door hebt waar deze klachten vandaan komen, het kon tenslotte ook een griepje zijn. Gelukkig knapte ik snel op toen ik stopte met de suppletie.

 

Mijn collega’s begrepen het niet, je moet toch juist fitter worden van vitamine D? Zou je niet even doorzetten? Gaat het niet over als je lichaam eraan gewend is?

 

Nee, het werd alleen maar erger.

 

Na wat speurwerk besloot ik mijn actieve vitamine D waarde te laten testen. De gewone vitamine D test wordt bepaald met de  25 OH vitamine D waarde, de actieve waarde is de 1,25 OH vitamine D. En wat bleek, mijn actieve vitamine D waarde was veel te hoog!

 

Mijn lichaam activeert de gewone vitamine D te snel in de actieve vorm en met suppletie vergiftig ik mijzelf. (Laat ik dat nu al gemerkt hebben.)

 

De oorzaak van dit probleem ligt in mijn geval in een genetische aanleg, ik heb een specifieke variatie van de vitamine D receptor, de zogenaamde VDR-Bsm variant. En deze variant komt natuurlijk vaker voor, er zijn meer mensen die zo reageren. We zijn tenslotte niet allemaal hetzelfde.

 

Om dit te kunnen uitzoeken is een genetisch onderzoek nodig. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen hieraan wil beginnen. Toch kan het zinvol zijn omdat er ook andere oorzaken zijn waardoor de actieve vitamine D verhoogd is. Dat gebeurt vaker bij mensen bij wie de zwavelhuishouding verstoord is. Maar ook ontstekingen kunnen een verhoogde actieve vitamine D waarde veroorzaken. In dat geval zal de oorzaak van het probleem moeten worden opgelost.

 

Zo’n genetisch onderzoek bij een aanbieder die een beperkt aantal genen onderzoekt heeft geen zin als deze specifieke variant niet wordt onderzocht. Je zult dan of een genetische test bij een gespecialiseerd ziekenhuis moeten doen of je aanmelden bij een organisatie die je vrijwel hele genenpakket in kaart brengt.

 

Als jij slecht reageert op vitamine D suppletie zit het niet tussen je oren en is het zinvol om de actieve vitamine D waarde te laten testen. Helaas weten maar weinig huisartsen van het bestaan van deze test en zul je zelf actie moeten ondernemen.

 

Aan het einde van de winter is mijn actieve vitamine D waarde meestal te laag, een hele lage dosis vitamine D kan ik dan wel slikken, maar volstaat dan niet. Ik voel me pas echt goed wanneer ik regelmatig in de zon ben. In de winter heb ik in Nederland dan wel een probleem, want dan is de zonkracht te laag om vitamine D in de huid aan te maken. Voor mij is een beetje zon pakken buiten Nederland dan echt de beste optie om gezond te blijven.

 

Maar even voor de duidelijkheid: Bij een vitamine D tekort knapt de meerderheid van de mensen op van extra vitamine D, maar wees bedacht op uitzonderingen die de regel bevestigen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische, Psycho, Neuro, Immunologie

Zo af en toe is er echt goed nieuws te melden en kan de vlag uit! Er is nu een mooie publicatie die bevestigt wat vele ME/CVS patiënten al lang weten. De gangbare therapie bij ME/CVS zorgt niet voor een significante vermindering van de vermoeidheid. Het onderzoek waaruit de conclusie getrokken werd dat bewegingstherapie juist wel effectief was, is nogmaals beoordeeld en blijkt niet zo zorgvuldig te zijn uitgevoerd. Oeps.

 

Het is een geweldige bevestiging voor al die mensen die zich tegen wil en dank in een bewegingsprogramma gestort hebben. En zeker voor hen die voor gek verklaard werden als ze aangaven dat ze daar slechter van werden.

 

De Nederlandse auteur, Mark Vink, publiceerde al eerder een heranalyse van de gegevens van een publicatie over de effecten van cognitieve gedragstherapie bij ME/CVS. Ook daar liet hij zien dat oude publicaties over dit onderwerp aan alle kanten rammelen.

 

Ik schreef al eerder een blog over het effect van cognitieve gedragstherapie en ‘graded exercise therapy’ (GET) bij ME/CVS. Over het feit dat ME/CVS patiënten slechter worden van het langzaam opvoeren van beweging als therapie en niet minder moe worden van praten over hun aandoening.

 

Omdat ikzelf weet wat het is om chronisch moe te zijn, blijf ik hierover schrijven. Ik weet uit ervaring wat het met je doet als je niet serieus genomen wordt, wat het met je doet als artsen roepen dat het tussen je oren zit. Echt hè, dat gaat niet in je koude kleren zitten.

 

Deze ontkenning van het feit dat CVS echt een systemische aandoening is, heeft mij persoonlijk enorm gestimuleerd om op zoek te gaan naar oplossingen. Juist door het niet erkennen ben ik gaan studeren, omdat ik niet kon accepteren dat ik er maar mee moest leren leven. En nee, dat was niet makkelijk.

 

Het is dan voor mij ook onbegrijpelijk om te horen dat een aantal lotgenoten in ‘revalidatietrajecten’ leren om niet te zoeken naar oorzaken, maar hun beperkingen moeten leren accepteren. Dit omdat ‘we’ nu eenmaal niet weten waarom deze mensen ziek zijn. Begrijp me goed, je beperkingen accepteren kan zeker helpen om rust te krijgen, maar dat je niet op zoek moet gaan naar oorzaken?

 

Ik kan alleen maar zeggen dat ik door mijn zoektocht niet alleen weer een redelijk normaal leven heb (nou ja, normaal…) maar ook ben gaan studeren en uiteindelijk in staat ben om therapeuten op te leiden en mijn kennis en inzichten door te geven.

 

Natuurlijk blijven er altijd zwakke plekken en ben je niet zomaar even genezen met anders eten. Daar komt veel meer bij kijken. Maar HET KAN!

 

Daarom ben ik zo blij met deze publicatie, ik zie het als een doorbraak! En als jouw arts deze studie nog niet gelezen heeft en je toch weer in een bewegingsprogramma wil duwen, zorg dan dat je deze studie in je tas hebt. Laat het lezen aan behandelaars en accepteer niet meer dat je over je grenzen gepusht wordt!

 

Maar wat dan wel?

 

Om ME/CVS te ‘genezen’ zul je een andere kant op moeten denken. Je zult juist wel op zoek moeten naar de oorzaak! En die oorzaak is niet bij iedereen hetzelfde. Voeding speelt een belangrijke rol, net als ontstekingsreacties, virussen, parasieten, de ziekte van Lyme, genetische aspecten, langdurige stress of een disbalans in de darm. Al deze factoren kunnen een rol spelen en zul je dus moeten aanpakken en een (vooral passend) bewegingsprogramma kan daar wel deel van uitmaken.

 

Omdat dit niet zo eenvoudig is, zou ik hulp zoeken van een deskundige. Er zijn artsen en hoog opgeleide therapeuten die met samen met jou op zoek gaan om jouw persoonlijke puzzel op te lossen. Je vindt ze hier. Als je eerst zelf eens wilt kennismaken met manier waarop deze professionals dat doen, kun je jezelf inschrijven voor de introductiedag ‘Ontdek je handleiding’ bij het OPFG. Daar kun je voor maar 25 euro meer te weten komen hoe je dit soort problematieken kunt aanpakken. Wacht niet te lang, want er zijn niet zo heel veel plaatsen meer vrij.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie