Vandaag wil ik je het verhaal van een cliënt vertellen, laten we haar Karin noemen. Karin was op zoek naar antwoorden. Ze had heel vaak buikpijn en werd door de huisarts ondanks aandringen niet serieus genomen, vandaar dat zij zich tot mij wendde met de vraag: ‘Kun je me helpen met mijn buikpijn? Ik wil weten wat er aan de hand is en wat ik kan doen om mijzelf beter te voelen.” Karin wilde inzicht.

 

Nu heb ik geen glazen bol, maar met behulp van een vragenlijst en een uitgebreid gesprek, kreeg ik al snel het vermoeden dat Karin niet goed reageerde op bepaalde voedingsmiddelen. Als de huisarts haar wat vragen gesteld had, was ook hij waarschijnlijk tot dezelfde conclusie gekomen.

 

Zij had regelmatig buikpijn na het eten, een opgeblazen gevoel en soms diarree.

 

Ik heb Karin een ‘dieet’ meegegeven om te zien hoe ze zou reageren. Zij zou om te beginnen als diagnostische interventie een week geen zuivelproducten eten.

 

Na een week belde ze mij enthousiast op. Haar klachten waren bijna helemaal opgelost. Ze was blij met het inzicht, ze hoefde zich geen zorgen meer te maken dat er iets vreselijks aan de hand zou zijn en ze ging nog even door met het dieet.

 

Na twee maanden was zij bij haar huisarts voor iets anders en vertelde enthousiast over haar vorderingen. De huisarts begon met zijn ogen te rollen en foeterde haar uit vanwege haar goedgelovigheid in de hype. Dat was allemaal onzin, dat het werkte zat tussen haar oren.

 

Karin reageerde geschrokken en de arts stelde haar voor om die onzin dan wel te willen onderzoeken om te bewijzen dat hij gelijk had. Hij verwees haar naar een specialist voor een allergieonderzoek.

 

Vol vertrouwen op een positieve uitslag ging ze naar de arts voor de uitslag van het onderzoek. Maar tot haar verbazing was de uitslag negatief. Zij had geen koemelkallergie, er was niets aan de hand. Ze kon gewoon zuivel verdragen en moest stoppen met het dieet.

 

Ze gaf aan dat ze zich beroerd voelde na het eten van zuivelproducten, maar dat was volgens de allergoloog allemaal inbeelding.

 

Je snapt dat Karin behoorlijk teleurgesteld en in de war was, wat was er dan aan de hand?

 

Met deze vraag kwam Karin weer bij mij, in de hoop dat ik haar wat inzicht kon geven in haar situatie. Ik kon haar uitleggen dat er ook zoiets bestaat als een koemelkintolerantie. Dat is geen koemelkallergie, maar een overgevoeligheid voor bepaalde bestanddelen van de koemelk. Bij een intolerantie vind je geen positieve uitslag op een IgE test, maar soms wel op een IgG test.

 

In het ziekenhuis worden gewoonlijk alleen de echte allergieën getest met een IgE onderzoek, de zogenaamde pseudo-allergieën of intoleranties worden meestal niet onderzocht. Sterker nog, deze worden nog maar al te vaak afgedaan als wetenschappelijk niet bewezen.

 

Ondanks het feit dat er nog geen wetenschappelijke consensus was op dit gebied betekent het niet dat deze zaken niet bestaan en de klachten ingebeeld zouden zijn.

 

Voor Karin bracht dit inzicht rust. Zij hoefde niet meer aan zichzelf te twijfelen en begreep waar haar klachten vandaan kwamen en wat zij kon doen om zichzelf goed te voelen.

 

Soms is het inderdaad zo eenvoudig, maar dat is niet altijd zo. Het kan veel gecompliceerder zijn dan dat één voedingsmiddel de problemen veroorzaakt. Dan zul je op zoek moeten naar de oorzaak van je klachten en verbanden moeten leggen tussen de verschillende systemen. Daarmee krijg je inzicht en inzicht geeft rust.

 

Door te begrijpen wat er in je lichaam gebeurt en er invloed op uit te oefenen, wordt het parasympatisch zenuwstelsel geactiveerd en dat geeft rust. Dat kun je vergelijken met het effect van meditatie of een lange wandeling.

 

Als een deskundige je voor gek verklaart, je klachten af doet als psychosomatisch of een hype, zegt dat je er maar mee moet leren leven omdat hij niet weet wat er aan de hand is, of er wordt gezegd dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor een simpele oplossing die wel werkt, dan invalideer je mensen. Juist door samen met mensen op zoek te gaan naar de oorzaak, erkenning te geven voor hun klachten én hun oplossingen maak je mensen sterker en rustiger.

 

Omdat er nog zo veel mensen op zoek zijn naar antwoorden leid ik mensen op tot Oerslankcoach, Vitaminecoach en Orthomoleculair Therapeut.  Maar binnenkort starten we ook met een cursus voor mensen die zelf iets aan hun eigen gezondheid willen doen.

 

Voor mensen die op zoek zijn naar de sleutel van hun eigen lichaam start in het najaar bij het OPFG een cursus waarmee we je helpen om inzicht te krijgen in je eigen lichaam. Een meerdaagse cursus vol met kennis speciaal voor diegenen die op zoek zijn naar antwoorden, die zich fit willen voelen en niet weten waar ze moeten beginnen. De cursus zullen we binnenkort lanceren, wil je hiervan op de hoogte gehouden worden? Schrijf je dan in op de nieuwsbrief van het OPFG, dan ben je er op tijd bij!

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische, Psycho, Neuro, Immunologie.

ME/CVS

De afgelopen week was er een internationale lobby voor een andere benadering van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). Dit was wat ik las op de site van M.E. centraal:

 

”Een groep van 73 internationale wetenschappers dringt er bij minister Bruins (Volksgezondheid) op aan meer te investeren in biomedisch onderzoek naar ME/CVS, een ziekte die onder meer gekenmerkt wordt door extreme vermoeidheid.

Ze verzetten zich ook tegen de huidige Nederlandse standaardbehandeling door een psycholoog. Die is volgens hen potentieel gevaarlijk voor patiënten. ‘Het is geen psychologische of psychosomatische ziekte.’ Dat schrijven zij in een brief aan de minister en de Kamercommissie voor Volksgezondheid.

Tot grote frustratie van patiënten is de oorzaak van ME/CVS na tientallen jaren van onderzoek nog altijd niet bekend. Maar psychologisch is het volgens de ondertekenaars dus in elk geval niet. ‘Patiënten lijden aan een echte en fysieke ziekte waarvoor momenteel geen behandeling is’, schrijft de groep.”

 

Ik ben blij met deze stelling, zeker ook met de conclusie dat vele patiënten helemaal niet opknappen van cognitieve gedragstherapie en graduele oefentherapie (GOT). Als je ervan uitgaat dat je bij CVS of ME door middel van je gedragsveranderingen en het uitbreiden van je activiteiten het probleem oplost, heb je er naar mijn idee niet zoveel van begrepen.

 

Maar goed, uit de tekst wordt duidelijk dat we de oorzaak van ME en CVS niet weten.

Is er wel één oorzaak? Of is deze lineaire denkwijze van oorzaak en gevolg misschien echt achterhaald? Wat denk je?

 

Wanneer je het aandurft om het oude paradigma van ziekte los te laten, zul je ontdekken dat het lichaam complexer in elkaar steekt dan over het algemeen wordt aangenomen.

 

Was het nu maar zo eenvoudig dat je hoofdpijn krijgt van een tekort aan aspirine en ME van een tekort aan beweging.

 

ME, CVS en hun broertje fibromyalgie ontstaan vanuit een complexe situatie, met heel veel factoren die uiteindelijk resulteren in een systemische aandoening. Je zou kunnen zeggen dat het een soort totale crash van het systeem is, doordat er teveel dingen tegelijk misgaan.

 

Denk daarbij aan genetische factoren die bepalen hoe iemand met stress kan omgaan, of invloed uitoefenen op de kwaliteit van het bindweefsel. Maar ook de veiligheid in de jeugd kan een grote rol spelen. Doorgemaakte infecties, virussen, bacteriën (Lyme), schimmels etc spelen ook een grote rol. Voeding is een belangrijke factor, is iemand misschien ergens allergisch voor? Hoe is het met de detoxificatiecapaciteit gesteld? Zijn er problemen in de darmen? En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

 

Als je net als ikzelf, ervaren hebt hoe invaliderend ME of CVS kan zijn, laat je het wel uit je hoofd om iemand op een bewegingsprogramma te zetten, waarbij hij of zij steeds een beetje over zijn of haar grenzen moet gaan. Juist dat over de grenzen gaan is funest. De meeste ME/CVS patiënten hebben moeite met het voelen van hun grenzen en gaan daar makkelijk overheen, waardoor ze daarna de tol moeten betalen.

 

Door vanuit een biomedisch model naar de aandoening te kijken, ga je begrijpen wat er aan de hand kan zijn. Mensen met ME/CVS hebben veelal een verstoring in hun cortisolhuishouding. Of zij nu cortisolresistent zijn, of te weinig cortisol aanmaken, of dat de dagcurve van cortisol verstoord is, maakt niet zo veel uit.

 

Wanneer cortisol zijn werk niet zo goed doet, betekent het dat je moet functioneren op het andere stresshormoon adrenaline. Adrenaline kan mensen even prima oppeppen, maar wanneer daarna de rust in treedt en er geen adrenaline meer nodig is, stort je in.

 

Vanuit het klassieke paradigma zou je dan CVS/ME patiënten kunnen behandelen met corticosteroïden, maar ik denk dat je wel begrijpt dat je daarmee de oorzaken van de aandoening niet oplost en alleen nog meer problemen veroorzaakt. Het is interessant om uit te zoeken waarom cortisol niet goed functioneert. Zou het lichaam misschien even minder cortisol willen of kunnen maken met een reden? Is het misschien een overlevingsstrategie?

 

Als je bedenkt dat cortisol het immuunsysteem onderdrukt, zou het dan niet mogelijk zijn dat het lichaam zelf ingrijpt om de rem op het immuunsysteem weg te halen?

 

Vanuit mijn eigen ervaring en de meer dan 20 jaar ervaring met cliënten kan ik alleen maar zeggen dat het niet eenvoudig is om CVS/ME te genezen, maar dat we zullen moeten blijven zoeken naar de onderliggende factoren die de aandoening veroorzaken. En die zijn nu eenmaal niet bij iedereen gelijk.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische, Psycho, Neuro, Immunologie

De hechting van een moeder met haar kind begint al in de baarmoeder. De baby is daar normaliter volkomen veilig, totdat het met een toch wel wat traumatische klap ter wereld komt. Als het kindje dan vervolgens heel dicht bij mama mag blijven, veel geknuffeld wordt, borstvoeding krijgt en zich veilig voelt, is de kans op het ontwikkelen van een hechtingsstoornis niet zo groot.

 

Anders wordt het als er aan één of meerdere van die voorwaarden niet voldaan wordt.

 

Bij een ziekenhuisopname op jonge leeftijd, een adoptie, een moeder die ziek of depressief is, wanneer de borstvoeding niet lukt en/of er een onveilige situatie is, kan het gebeuren dat een kind zich niet goed hecht aan de moeder. Sorry vaders, in deze fase is mama echt het belangrijkste.

 

Toch hoef je jezelf niet meteen zorgen te maken als de borstvoeding niet lukt, als je je kindje veiligheid kunt geven en alle andere omstandigheden gewoon in orde zijn, is er niets aan de hand. Hechtingsstoornissen ontstaan pas bij een combinatie van factoren.

 

En het lastige is dat je nooit precies weet of je het goed doet.

 

Wanneer moet je aan de bel trekken?

 

Wanneer je kindje meer dan gemiddeld huilt, angstig is en schrikkerig of verkrampt reageert. Een kindje wat zich niet ‘voegt’, maar als een plank in je armen ligt, of niet goed reageert op oogcontact. Of een kindje wat de moedermelk weigert.

 

Een van de nu nog minder bekende oorzaken van angst bij baby’s is een histamineprobleem. Histamine wordt vrijgemaakt bij voedselovergevoeligheden, zoals bijvoorbeeld een koemelkovergevoeligheid. En histamine is nu eenmaal ook een neurotransmitter die zorgt voor angst en paniek, ofwel onveiligheid.

 

Dan heb je een kindje wat veel huilt, misschien wel last heeft van een reflux (ook histamine gerelateerd) en eczeem, maar ook angstig en schrikkerig kan zijn en het etiket ADHD opgeplakt kan krijgen. En als je die relatie niet ziet, ga je zoeken naar wat je fout doet met je kindje. Om radeloos van te worden.

 

Die hechting vindt dus plaats in de eerst periode van het leven, je kunt ervan uitgaan dat de eerste twee jaar hierin cruciaal zijn. Op het moment dat een kind gaat lopen en zelfstandiger wordt, begint het grote loslaten. Als het goed is.

 

Er is gelukkig wel iets aan een hechtingsstoornis te doen, zeker als je op tijd ontdekt dat er iets mis gaat. Huidcontact is hierin heel belangrijk, massages, borsteltherapie, heel veel knuffelen kan de hechting verbeteren. Als het kindje dat niet wil, is het zaak om te onderzoeken wat er aan de hand is.

 

Een hechtingsstoornis heeft niet alleen gevolgen voor het gedrag van je kind. Ook lichamelijk kunnen er problemen ontstaan in het latere leven. Ik heb daar al eens een artikel over geschreven, dat vind je hier.

 

Er zijn kinderen die zich onzichtbaar maken en anderen worden super dwars en lastig. Met een onbehandelde hechtingsstoornis is het aangaan van gezonde relaties een uitdaging.

 

Ik denk dat er erg veel mensen op aarde rondlopen die geen idee hebben van het feit dat ze een hechtingsstoornis hebben, maar wel tobben met relaties. Bindingsangst of verlatingsangst kunnen hiervan het gevolg zijn. Zeker de generatie die opgegroeid is in de tijd dat we dachten dat het gezond was om een baby niet te troosten, maar te laten huilen.

 

Je wordt dus gevormd door de moederbinding. Je kunt teveel of te weinig hechting met je moeder hebben gekregen en allebei de situaties kunnen voor latere problemen zorgen.

 

Wanneer je dit bij jezelf ontdekt, heb je niets aan goedbedoelde adviezen in de zin van: Laat het los! Het is iets wat gebeurt is, dat kun je niet meer veranderen. Je moeder heeft het heus niet expres gedaan.”

 

Nee, dat helpt niet, dat zijn dingen die je zelf wel kunt bedenken, maar die niets oplossen.

 

Met de juiste therapie is echter wel degelijk iets aan te doen, ga op zoek naar hulp. Er zijn gespecialiseerde psychologen. Lees je in, het boek ‘Liefdesbang’ geeft al veel inzicht. Je kunt je ook eens verdiepen in EMDR, Faster EFT tapping, de MIR methode. Neem een huisdier waarmee je veel kunt knuffelen. Want juist door knuffelen maak je oxytocine aan en dat helpt het herstel. Er is op doktersrecept ook een oxytocinespray te verkrijgen, of bezoek een homeopaat die de homeopathische oxytocine kan voorschrijven.

 

Naar mijn idee kunnen we veel problemen voorkomen wanneer er meer aandacht komt voor deze belangrijke fase in het leven. Voorkomen is tenslotte beter dan genezen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Meer dan honderdduizend Nederlanders lijden aan morbide obesitas. Dat was de afgelopen week volop in het nieuws. Morbide betekent ziekelijk, je kunt er dus zelfs aan dood gaan. Oef, dat is geen ontwikkeling waar we trots op kunnen zijn.

 

Wat ook in het nieuws was in de afgelopen weken is dat leefstijlcoaching nu door de ziektekostenverzekeraars vergoed gaat worden vanuit het basispakket. Dat klinkt als goed nieuws. Zeker als je al die mensen met morbide obesitas zo van hun overgewicht kunt afhelpen. Want dat is wel wat ‘men’ nu denkt. Allemaal naar de leefstijlcoach en Nederland is weer gezond.

 

Tja, je voelt hem al komen… was het maar waar.

 

Maar, dat is toch onderzocht? Die leefstijlcoaching werkt toch?

 

Inderdaad uit recent onderzocht onderzoek (van Rinsum 2018) blijkt dat er blijvende veranderingen in gedrag en gezondheid kunnen ontstaan door leefstijlcoaching.

 

Kunnen, betekent niet dat het altijd gebeurt, maar dat de mogelijkheid bestaat.

 

Dit soort onderzoeken volgt een groep mensen en houdt (als het goed is) rekening met vele variabelen (of mensen gemotiveerd zijn, of uit een lagere sociale klasse komen, weinig te besteden hebben en zo) en dan volgt er een conclusie.

 

Waarom het werkt of niet werkt, wordt hieruit niet duidelijk. Je kijkt naar de gevolgen van een interventie, zonder te begrijpen of te weten wat er precies gebeurt. Dit is de zogenaamde ‘black box’. Je stopt er iets in, er komt iets uit, maar je weet niet precies welke mechanismen de uitkomst bepalen.

 

Eerlijk gezegd kan ik daar nooit zoveel mee, ik wil altijd weten waarom dingen werken zoals ze werken, welke mechanismen daarbij betrokken zijn. Maar ja, dat is in epidemiologisch onderzoek meestal niet mogelijk. En juist die epidemiologie wordt gezien als leidend wetenschappelijk onderzoek.

 

Naar mijn idee is de belangrijkste vraag: Waarom heeft iemand morbide obesitas? Wat is er aan de hand dat het lichaam niet anders kan dan obees worden? Gaat dat dan alleen over teveel eten en te weinig bewegen?

 

Ik denk het niet.

Je zult je moeten afvragen WAAROM iemand teveel of verkeerd eet. Waarom is die behoefte er? En dan bedoel ik niet alleen emotionele en sociale redenen, maar vooral ook biochemische.

 

Een gezond lichaam heeft namelijk geen behoefte aan teveel eten. Een gezond lichaam wil graag bewegen. Waar is het dan fout gegaan?

 

Welke omstandigheden zorgen ervoor dat het lichaam ontspoort? Zijn dat dingen van buiten af, of van binnen uit? Of misschien beiden?

 

Zijn mensen wel in staat om te veranderen? Hebben ze wel voldoende dopamine om te kunnen veranderen? Kunnen ze dat alleen met een coach die zorgt voor de motivatie, of kun je misschien de biochemie een handje helpen waardoor ze wel intrinsiek gemotiveerd zijn?

 

Waarom houden mensen honger, terwijl ze wel voldoende eten? Hoe werkt dat? Missen ze misschien nutriënten die nodig zijn om lichaamsvet te kunnen aanspreken?

 

Hebben ze misschien zoveel stress dat ze de hele dag moeten blijven eten? Of is er iets aan de hand in het immuunsysteem, waardoor ze op zoek gaan naar brandstof?

 

Hoe is het met hun schildklierwerking? En dan bedoel ik niet alleen de TSH waarde.

 

Zolang we dit soort vragen niet stellen en niet op zoek gaan naar het waarom, zullen we niet echt verder komen. Dan blijven we hangen in algemene adviezen zoals dat het ontbijt essentieel is en dat iedereen zuivelproducten nodig heeft voor de kalkhuishouding.

 

Jammer.

 

Ik krijg dagelijks vragen of onze nieuwe Vitaminecoach opleiding bij het OPFG ook leidt tot een vergoeding vanuit de ziektekostenverzekering. Daar kan ik kort over zijn. Nee.

 

Gelukkig niet.

 

Wij leiden mensen op om wel te onderzoeken wat er in de ‘black box’ gebeurt. Wij willen geen protocollen hanteren, maar onze cursisten leren om maatwerk te leveren, rekening houdend met vele variabelen.

 

Maar we maken ons geen zorgen, mensen merken vanzelf wat wel of niet werkt. En die 100.000 Nederlanders met morbide obesitas zullen echt niet allemaal volgende week op de stoep staan bij de dun gezaaide geaccrediteerde leefstijlcoaches.

 

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Pleasen

Vrouwen kennen het als geen ander, voor mannen is het onbegrijpelijk. Pleasen! En nee, dat ligt meestal niet alleen aan je opvoeding. Het is iets wat vrouwen van nature hebben meegekregen.

 

Vanuit de evolutie bekeken is het handig dat vrouwen ‘gewillig’ waren. Vooral je mond houden, alles pikken van anderen en kinderen baren. Want dat is nu eenmaal een wet van overleving, we moeten tenslotte de soort in stand houden.

 

Dat wij vrouwen in de huidige tijd hier geen genoegen meer mee nemen moge duidelijk zijn. En gelukkig kan dat ook, de reproductiedruk is momenteel uitermate laag.

 

Omdat pleasen een vrouwending is, kun je er wel van uit gaan dat de natuur dat biochemisch goed geregeld heeft. Het is hormonaal geregeld! De boosdoeners in het hele verhaal zijn de oestrogenen.

 

Hoe meer oestrogenen je hebt, hoe meer je gaat pleasen. Gebruikt worden als deurmat, jezelf weggeven, voor iedereen klaar staan, het iedereen naar de zin maken, vooral je eigen grenzen niet aangeven. Daar ben je dan mooi klaar mee als je de pil slikt of last hebt van oestrogeendominantie, want dan heb je extra veel oestrogenen.

 

Hoe meer testosteron je beschikbaar hebt, hoe harder je met je vuist op tafel slaat. Een man is daarom van nature meer dominant en de vrouw meer onderdanig. Lekker dan.

Maar door het veranderen van de omgeving, zoals de aanwezigheid van xenooestrogenen, het eten van fytooestrogenen en het verminderen van de detoxificatiecapaciteit van de lever, zie je bij mannen en vrouwen de hormoonhuishouding verschuiven.

Er zijn ook vrouwen die niet alleen veel oestrogenen hebben (wat je herkent aan de peer vorm), maar tevens ook veel testosteron. Dat zijn dan pleasers met af en toe haar op de tanden. Die situatie kan ontstaan als de lever moeite heeft met het afbreken van de hormonen.

 

Vrouwen met lipoedeem hebben (even generaliserend) extreem veel last van pleasegedrag, omdat bij hen de hormonale huishouding behoorlijk in de war is. En dat verander je nu eenmaal niet eventjes met een liposuctie behandeling. Daar zul je echt veel meer aan moeten doen.

 

In de overgang verandert er wat. Ging je voorheen glimlachend akkoord met een salarisverlaging, terwijl je de baas nog bedankte voor zijn tijd en vriendelijk woord, in deze periode gebeurt je dat niet meer. Je wordt assertiever en leert je grenzen aangeven. Je denkt dat je het begint te leren, maar helaas. Ik moet je teleurstellen. Je gedragsverandering is gewoon het gevolg van de afname van de oestrogenen en de toename van testosteron.

 

Of je wilt of niet, je gaat in die periode beter voor jezelf opkomen. Je wordt gewoon een bitch (nou ja, bij wijze van spreken dan hè), maar daar kun je gelukkig niets aan doen. Dat is allemaal de schuld van je hormonen.

 

Kijk maar eens naar de succesvolle vrouwen in het bedrijfsleven. Ik denk dat het gros van die vrouwen al in de overgang zit, je kunt pas succesvol zijn als je stopt met pleasen. Hoe moet je jezelf anders staande houden in die mannenwereld?

 

We kunnen dus heel hard ons best doen om mannen en vrouwen gelijke kansen te geven, gelijk te belonen en vrouwen te stimuleren om hoge functies in het bedrijfsleven na te streven. Maar laten we niet denken dat gedrag louter een keuze is. Zolang vrouwen de pil slikken, oestrogeendominant zijn of lipoedeem hebben, barsten ze van de oestrogenen en dan is je staande houden in een mannencultuur een hele uitdaging.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Jawel hoor, het is nu officieel. Een gameverslaving is nu een echte ziekte. Dat heeft als voordeel dat je er nu voor behandeld kunt worden, net als voor een alcohol- of drugsverslaving. Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld een koopverslaving, een sexverslaving of een chocoladeverslaving?

 

Ik ben bang dat je voor die verslavingen geen behandeling krijgt, tenzij het echt de spuigaten uit loopt. Want dat is wel een van de criteria voor de term verslaving. Je moet er echt last van hebben, in de zin dat je dagelijkse functioneren belemmerd wordt.

 

Maar wat is dan eigenlijk een verslaving?

 

We kunnen verslaafd raken aan allerlei zaken die een endorfineachtige reactie geven. Zoals stoffen die de endorfinereceptor bezetten, cocaïne, nicotine, morfine, gliadomorfine, casomorfine en andere opiaatachtigen. Maar ook aan activiteiten die endorfine vrijmaken en zo onze stressreactie uitzetten en dus rust geven.

 

Zo’n activiteit kan zijn het kopen van schoenen. Je gaat op zoek en als je iets vindt krijg je een fijn gevoel, een gevoel van bevrediging of rust. Dat kan ook bij het eten van bijvoorbeeld een boterham met kaas gebeuren, of van een stuk chocola. Dat gevoel is prettig en een soort ‘high’. Hardlopers kennen hetzelfde fenomeen, de ‘runners high’.

 

Endorfine is de stof die dit veroorzaakt en evolutionair was dit mechanisme heel belangrijk om de stress te stoppen, om weer tot rust te komen als het gevaar geweken was.

 

Het uitschakelen van de stressreactie was en is nog steeds heel belangrijk, want een leven lang in hoog adrenaline of hoog cortisol leven is niet zo goed voor je gezondheid. Vandaar dat wij gek zijn op zaken die een endorfinereactie geven, zoals roken en alcohol.

 

In vroeger tijden hadden we die stoffen niet tot onze beschikking en kwamen we bij gevaar vanzelf in beweging. Vluchten of vechten (adrenaline)waren mogelijkheden om jezelf in veiligheid te brengen en laat nu net de beweging van het vechten en vluchten weer zorgen voor het vrijkomen van endorfine. En daarmee zet het lichaam supersnel de stressreactie uit.

 

Als er geen endorfine geproduceerd wordt zal het lichaam met behulp van cortisol een oplossing moeten zoeken voor het probleem. Als je dan de oplossing vindt, maak je serotonine aan en vervolgens GABA om de stressreactie te beëindigen. Dat proces duurt wat langer en vraagt meer nutriënten.

 

Wie gaat gamen heeft ergens een behoefte aan een kick, aan een adrenalinerush bij gebrek aan dopamine. Want adrenaline geeft net als dopamine een prettig gevoel, je bent alert en gefocust. Dat is voor mensen met weinig dopamine een alternatief om je goed te voelen.

 

Misschien begrijp je nu ook waarom juist gamen zo verslavend werkt. Bij gamen simuleer je een gevaarlijke situatie, je produceert adrenaline, maar je zit op een stoel. Je voelt je alert en gefocust door de spanning, maar je beweegt niet, dus er wordt niet vanzelfsprekend endorfine geproduceerd. De stressreactie wordt dus niet uitgeschakeld via endorfine door beweging, maar pas als het spel is opgelost. En daar spelen fabrikanten op in.

 

Het is dus de vraag of we een gameverslaving wel als ziekte moeten zien. Het lijkt mij verstandiger als we gaan kijken waarom mensen behoefte hebben aan die adrenalinerush. Wat is er aan de hand dat ze kiezen voor gamen en niet voor bungeejumpen? Is daar een reden voor?

 

Jazeker, het vraagt minder initiatief (dopamine) om te gaan gamen dan te gaan bungeejumpen. Die drempel ligt een stuk lager.

 

Jongeren (en dan vooral jongens) hebben door hun hersenontwikkeling een periode minder dopamine tot hun beschikking. Dat is dan ook precies de periode dat hun gameverslaving ontstaat.

 

Het goede nieuws is dat de aanmaak van dopamine verbeterd kan worden door extra (B) vitaminen en mineralen. En laten deze jongeren daar nu net niet zoveel van binnen krijgen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Het zal je maar gebeuren. Vol vertedering verwelkom je de nieuwe spruit, je hart stroomt over van liefde en dan val je met een klap van de roze wolk terug op aarde. Een huilbaby, je had er niet op gerekend.

 

Je zag jezelf wandelingen maken met een lief lachend baby’tje, maar je loopt hele nachten rondjes door het huis met een krijsend monster.

Oeps, daar was je niet op voorbereid.

 

Als wanhopige, oververmoeide kersverse ouder ga je op zoek naar antwoorden. Wat doe ik verkeerd? Is er iets mis met mijn kind? Heb ik gewoon pech? Wat kan ik doen?

 

Onthoud één ding: Je kindje huilt omdat er iets is, niet omdat je hem teveel verwent, of om je te manipuleren. Een baby huilt niet voor niets.

 

Wat zou er aan de hand kunnen zijn met je kindje als het wekenlang blijft huilen?

 

Om te beginnen is een bezoek aan de huisarts verstandig, om eventuele ernstige zaken uit te sluiten. Vervolgens zou ik op zoek gaan naar een osteopaat, om te checken of er (door de bevalling) misschien een werveltje scheef staat. Een osteopaat kan vaak wonderen doen met zo’n kleintje.

 

Indien er door de arts en de osteopaat niets gevonden wordt, kun je gerustgesteld naar huis. Er is tenslotte niets ernstigs aan de hand. Maar het probleem is niet opgelost.

 

Een van de mogelijke oorzaken van het huilen kan een teveel aan maagzuur zijn. Je kindje heeft mogelijk last van een reflux. Dat is iets wat onderzocht kan worden. Bij een reflux stroomt er maagzuur in de slokdarm en dat doet pijn. Geen wonder dat je baby dan veel huilt. De oorzaak van de reflux wordt meestal toegeschreven aan een niet goed sluitend maagklepje. Maar wie mijn blogs vaker leest, vermoedt al dat ik er net iets anders over denk.

 

Naar mijn idee is een slecht functionerend maagklepje lang niet altijd de echte oorzaak van het probleem. Ik denk dat deze kindjes te veel maagzuur aanmaken, waardoor het klepje het niet aankan. Maar waarom maken ze dan teveel maagzuur aan?

 

In vorige blogs heb ik uitgebreid aandacht besteed aan de effecten van histamine op ons lichaam. Een van deze effecten is de stimulering van de maagzuurproductie. Door een teveel histamine kunnen er veel klachten ontstaan, waaronder een te grote maagzuurproductie, eczeem, dauwworm, galbulten, darmkrampen, astma, maar ook angst en paniek.

 

En zou dat laatste misschien ook een rol kunnen spelen bij huilbaby’s? Is het misschien mogelijk dat zij huilen uit angst en paniek? Door een gevoel van onveiligheid? Maar dan niet omdat ze niet veilig zijn, maar omdat ze zich door een teveel aan histamine onveilig, angstig en paniekerig VOELEN? En dan ook nog last kunnen hebben van buikpijn, teveel maagzuur, benauwdheid of jeuk? Want dat is nu net het probleem. Sommige kinderen hebben van een teveel aan histamine last van eczeem en jeuk, anderen hebben alleen darmkrampjes en weer anderen hebben het benauwd of zijn angstig.

 

Ga er maar aan staan om deze puzzel op te lossen.

 

En waar komt die overmaat aan histamine dan vandaan? Zou je kindje dan ergens allergisch of overgevoelig voor kunnen zijn?

Ja dat kan.

 

Het lastige is dat niet alleen een echte allergie zorgt voor een histaminereactie, maar dat ook overgevoeligheden histaminereacties kunnen veroorzaken. En die worden door een gangbaar allergieonderzoek niet aangetoond. Dat maakt het zoeken wel lastig.

 

Ik zou me ook kunnen voorstellen dat histamine van de moeder via de moedermelk kan worden doorgegeven, maar daar heb ik geen gegevens over kunnen vinden.

 

Voor veel mensen ligt de oplossing in het geven van histamineverlagende medicatie, zelf zou ik altijd onderzoeken of er geen andere oplossing is, die de oorzaak van het probleem aanpakt.

 

Uit ervaring kan ik zeggen dat het aanpassen van het voedingspatroon van de moeder die borstvoeding geeft, invloed heeft op het kindje. Wanneer je als moeder zorgt dat je de allergenen (zoals koemelk, tomaten, pinda’s en dergelijke) mijdt, er een grote kans is dat je kindje minder huilt en beter slaapt.

 

Als je baby flessenmelk krijgt, is het misschien een idee om eens een hypoallergene babymelk te proberen.

 

Gelukkig zijn er vele professionals die met je kunnen mee zoeken naar voedselovergevoeligheden, naar de oorzaak van histamineproblemen en die tevens weten hoe je het probleem op een natuurlijke manier kunt aanpakken. Ik gun je echt dat je een oplossing vindt, zodat je samen met je kindje kunt genieten van deze bijzondere periode.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Afgelopen week heb ik bij Juglen Zwaan een zeer druk bezochte lezing gegeven over de voor-en nadelen van ketogeen eten. Omdat er veel mensen niet aanwezig konden zijn, zal ik vandaag het onderwerp in mijn blog in het kort behandelen. Wie meer informatie wil, kan bij Juglen de opname van de lezing bestellen.

 

Er is nog steeds veel verwarrende informatie over het onderwerp te vinden. Ik ben geen voor-of tegenstander van deze vorm van eten, maar ik wil er genuanceerd naar kijken. Voedingsadviezen kunnen nu eenmaal niet zwart-wit zijn, omdat alles afhangt van het individu en de levensomstandigheden.

 

Ketogeen eten is dus niet slecht of geweldig, het is in de ene situatie verstandig en in de andere heel onverstandig.

 

Hoe zit het?

 

Voor mensen met overgewicht, die gewend zijn om veel suikers en koolhydraten te eten én op weg zijn naar diabetes is het over het algemeen een goed idee om minder koolhydraten te eten. Of je dan minder dan 20-50 gram koolhydraten moet adviseren hangt af van de omstandigheden en de manier waarop  je deze koolhydraten invult.

 

Het zal je niet verbazen dat je jezelf geen dienst bewijst als alle koolhydraten die je eet bestaan uit geraffineerde suikers. Een ketogeen dieet, zonder groenten  met 20 gram aan koolhydraten uit tumtummetjes lijkt mij geen goed idee.

 

Als je weinig koolhydraten eet om je glucosehuishouding wat rust te geven, zul je de koolhydraten die je eet uit groenten moeten halen. Groenten zijn tenslotte een goede bron van nutriënten, waaronder vezels.

 

En juist die vezels zijn verschrikkelijk belangrijk.

 

Vezels zijn niet alleen belangrijk als voeding voor je darmflora en het vasthouden van water in de darm zodat je niet verstopt raakt, maar zij dienen ook om de galvloeistof te binden in de darm. Door deze binding kan de galvloeistof met daarin vele toxinen niet heropgenomen worden in de dikke darm. Als dat wel gebeurt blijft je lever continu dezelfde stoffen opruimen.

 

En dat is zonde van de energie.

 

Jij zou er ook niet vrolijk van worden als je elke week de volle kliko aan de weg zet en de vuilnismannen deze weer om kiepen in de keuken.

 

Mocht je het met een koolhydraat beperkt dieet niet redden om voldoende vezels uit groenten te halen, zorg dan dat je extra vezels inneemt in de vorm van glucomannan- of acaciavezels. (En natuurlijk zijn er ook mensen die weer niet tegen vezels kunnen.)

 

Het ketogeen dieet kan ook voor mensen zonder overgewicht goed uitpakken, zeker om af en toe even een grote schoonmaak te houden in de cellen. Juist als je het combineert met intermitterend vasten, zal er autofagie (Google is your friend)kunnen optreden. Ik denk alleen wel dat je het ketogene dieet beter kunt afwisselen met koolhydraatbeperkt eten.

 

Een van de redenen daarvoor is het feit dat we sommige suikers nu eenmaal nodig hebben. En dan heb ik het niet zomaar over glucose of fructose, maar over de essentiële suikers galactosamine, neuraminezuur, mannose, galactose, fucose, xylose en glucosamine.

 

Deze suikers hebben we nodig om glycoproteïnen te kunnen maken en die zijn weer essentieel voor de cel-cel communicatie. Het immuunsysteem kan alleen goed werken als de immuuncellen precies weten wat er opgeruimd moet worden.

 

Deze suikers vind je in voedingsmiddelen zoals paddenstoelen, zeewieren en aloë vera. Wanneer je niet voldoende groenten eet, zul je daardoor een tekort krijgen aan essentiële suikers.

 

Bij een ketogeen dieet is het mogelijk nog meer tekorten op te lopen. Doordat je veel vocht verliest, kan er een elektrolytentekort ontstaan. Kalium, natrium, magnesium en calcium zijn essentieel voor je gezondheid en om te voorkomen dat je spierklachten krijgt, kan het zijn dat je deze aan moet vullen.

 

Door het schrappen van brood is het ook mogelijk dat je een jodiumtekort ontwikkelt. Niet dat jodium in grote hoeveelheid in tarwe aanwezig is, het wordt toegevoegd aan het zout in brood. Gelukkig kun je door het eten van zeewieren ook een jodiumtekort voorkomen.

 

Dan is er nog een groep mensen bij wie ketogeen eten niet verstandig is. Dat zijn de mensen die niet in ketose komen, wat ze ook doen, het lukt niet om vetten om te bouwen naar ketonen. Echt, heus, die mensen zijn er.

 

De oorzaak hiervoor zou kunnen liggen in een stofwisselingsaandoening, of een tekort aan essentiële nutriënten waardoor het maken van ketonen niet mogelijk is. Ook kan een laaggradige ontsteking roet in het eten gooien, omdat het immuunsysteem nu eenmaal graag glucose gebruikt. En als er een behoefte is aan glucose, zal het lichaam dit zelf gaan maken als je geen koolhydraten eet.

 

Je voelt je dan niet echt top én je komt niet in ketose. Dat is dan een reden om eens een deskundige te raadplegen, iemand die je kan helpen om uit te zoeken waar je systeem vastloopt.

 

Ben je op zoek naar koolhydraatbeperkte recepten? In mijn boek de Oerspronkelijke keuken vind je heel veel inspirerende koolhydraatbeperkte maaltijden.

 

Als jij je fantastisch voelt met een ketogeen dieet, zullen die problemen er niet zijn, maar wees er wel op bedacht dat je alle stoffen binnenkrijgt die je lichaam zo hard nodig heeft.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Dit jaar is het extreem, de concentratie graspollen in de lucht. Met als gevolg dat er veel meer hooikoorts-patiënten zijn dan normaal. Voor veel van die mensen is het een gegeven, een vaststaand feit. Ze hebben hooikoorts en daar is niet zoveel aan te doen, behalve hooikoortsmedicatie of tijdelijk verhuizen naar de Sahara of Australië.

 

Toch is er vaak wel iets aan te doen, maar dan moet je wel eerst weten hoe het ontstaat.

 

De klachten die je ervaart bij hooikoorts worden veroorzaakt door histamine. Dat is een stof met meerdere functies, waaronder die van wapen van het immuunsysteem om indringers uit te schakelen.

 

Histamine wordt aangemaakt in de mestcellen, dat zijn een soort munitiedepots van het immuunsysteem. Deze mestcellen vind je in het bindweefsel, in de darmen en in alle weefsels die in contact staan met de buitenwereld (zoals de huid en slijmvliezen).

 

Histamine heeft een aantal belangrijke functies:

  • Het zorgt voor de maagzuurproductie
  • Het crëeert vasodilatatie bij allergie
  • Het is een neurotransmitter die effect heeft op:
    • slaap
    • geheugen
    • hormonale activiteit (libido booster)
    • alertheid

 

De afbraak van histamine verloopt via twee enzymen:

  • In het spijsverteringskanaal wordt histamine afgebroken door DiAminoOxidase (DAO).
  • In het zenuwstelsel wordt het omgezet via histamine-N-methyltransferase.

 

Het DAO enzym kan belemmerd worden door:

  • Tekorten in koper, vitamine C en vitamine B6
  • ‘Leaky gut’ kan een ontstekingsreactie veroorzaken die de functie van DAO belemmeren
  • Een progesteron tekort
  • Een teveel aan oestrogenen
  • Mutaties in de genen die DAO moeten maken
  • Voeding welke DAO kan blokkeren:
    • Alcohol
    • Zwarte thee
    • Groene thee
    • Energiedrankjes

Het enzym histamine-N-methyltransferase is afhankelijk van vitamine B12, Folaat en magnesium.

 

Als een van beide enzymen niet goed wordt aangemaakt (door tekorten van de co-factoren of bij een genetische aanleg), loopt de zogenaamde histamine-emmer vol en misschien wel over. Dan ontstaan er allergische klachten.

 

Die histamine-emmer loopt ook over wanneer er teveel histamine wordt aangemaakt

  • doordat er teveel mestcellen zijn
  • er teveel allergenen in de buurt zijn
  • als je (onbewust) dingen eet waar je niet tegen kunt
  • of wanneer je histaminerijke voeding eet (gefermenteerde voedingsmiddelen zoals zuurkool en kaas, rode wijn, chocola en zo)
  • of voeding eet van de groep histaminevrijmakers (Google is your friend)
  • wanneer andere indringers ook een histaminereactie hebben veroorzaakt
  • of wanneer er pathogenen in de darm aanwezig zijn die zelf histamine produceren.

Het is dus zaak om te checken of er onder de hooikoortsproblematiek nog mogelijke andere oorzaken zijn waardoor je lichaam histamine moeilijk afbreekt, of dat er teveel wordt aangemaakt, of een combinatie van beiden.

 

In mijn praktijk kwam het regelmatig voor dat wanneer mensen hun histamine-emmer leegden door hun voedingspatroon aan te passen én de juiste extra nutriënten te slikken, de hooikoorts verdween. Ga niet op eigen houtje experimenteren, maar zoek een deskundige die je in dit proces kan begeleiden. Je vindt ze hier. Wie weet scheelt dat een enkeltje Sahara.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Ken je dat? Je bent lekker aan het joggen, nou ja lekker… je doet het omdat het goed voor je is. Maar jij loopt met een rood opgeblazen hoofd te puffen en je wordt aan alle kanten ingehaald door mensen die met lichte tred en zonder een zweetdruppeltje schijnbaar moeiteloos voorbij huppelen.

Hoe kan dat nou? Wat doe je verkeerd? Of heb je gewoon geen conditie?

 

Dat kan natuurlijk het geval zijn, maar dat hoeft helemaal niet.

 

Een rood hoofd is een teken dat je moeite hebt om je warmte kwijt te raken. Je ziet dat dan ook vaker als mensen in een warm klimaat gaan sporten. Maar als jij dat vrijwel altijd hebt bij een beetje inspanning is het mogelijk een teken van een zinktekort.

 

Zink is namelijk essentieel voor de thermoregulatie.

 

Tja en dan? Wat moet je dan doen?

 

Moet je dan extra voedingsmiddelen eten waar veel zink in zit? Zoals oesters?

 

Dat zou een mogelijkheid zijn, maar heel vaak is dat niet afdoende. De mineralen in ons lichaam moeten met elkaar in balans zijn en een gezond mens krijgt zijn mineralen binnen vanuit een gebalanceerd voedingspatroon. Maar als je lichaam door ziekte of aanleg uit balans is, kan het gebeuren dat je mineralenbalans verstoord is. Het lijkt dan logisch om dan maar wat extra zink te gaan slikken, maar hoeveel dan? En kan dat geen kwaad?

 

Het zou zo fijn zijn als ik zou zeggen dat je 10-20 of misschien wel 50 mg zink per dag moet slikken, en liefst ook nog in een bepaalde vorm. Maar dat doe ik niet. Ik ben nu eenmaal niet van de protocollen. Ik denk dat we allemaal andere behoeften en/of tekorten hebben, afhankelijk van je persoonlijke situatie.

 

Ik kan je wel zeggen wat andere signalen van een mogelijk zinktekort zijn. Als je witte vlekjes op je nagels hebt, vaak verkouden bent, bloedsuikerschommelingen hebt of (pre)diabeet bent, is de kans groot dat je zink nodig hebt.

 

Maar dan nog, als je het dan zomaar zou willen gaan slikken, denk ik dat je dat niet op eigen houtje zou moeten doen.

 

Want als je te lang alleen zink slikt, bestaat de kans dat je de balans tussen koper en zink in je lichaam verstoort.

 

Nou dan neem je toch zink en koper tegelijk? Ehh, was het maar zo eenvoudig. Koper kan makkelijk toxisch worden en zink, koper en mangaan hebben ook een evenwicht. Het is dus allemaal niet zo simpel.

 

Het is zelfs enorm gecompliceerd. De gangbare gedachte is dat je aanvult wat je tekort komt, maar ik denk dat je moet uitzoeken waarom er tekorten zijn en hoe je tekorten zou kunnen aanvullen, zonder de balans te verstoren. Vandaar dat ik mensen hierin opleid, hoe je de mineralenbalans kunt herstellen. Je vindt die experts hier op de site.

 

Als jij als ervaren therapeut eens kennis wilt maken met mijn cursussen, ben je komende week nog welkom bij de geaccrediteerde Oerslank A licentie opleiding. Dan word ook jij gratis vermeld op deze site. Voor coaches, gewichtsconsulentes en personal trainers is er binnenkort ook de Oerslank B licentie cursus gepland. Ga ik jullie ontmoeten?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie