Het kan je de laatste tijd bijna niet ontgaan zijn, er is een nieuw soort koemelk op de markt. Jerseymelk van Jersey koeien, koeien afkomstig van het eiland Jersey dus. Er wordt veel reclame gemaakt voor deze melk, met name voor de bijzondere kwaliteiten. Klopt het wel wat er allemaal beweerd wordt? Is het echt een ander soort melk?

 

Het gaat allemaal om de soort melkeiwit die deze melk bijzonder maakt. Als het klopt wat er over geschreven wordt, bevat deze melk de beta-caseïne A2. Daarom wordt deze ook wel verkocht onder de naam A2 melk. Niet alleen de koeien van Jersey produceren dit A2 eiwit. Er is inmiddels een aantal veehouderijen in Nederland waar dit soort koeien rondloopt.

 

Normale koeien produceren vooral beta-caseïne A1 en veel mensen hebben moeite met het verteren van dit eiwit. Zij zijn koemelkintolerant en krijgen last van melk en andere zuivelproducten. We hebben het dan meestal over darmproblemen, huidklachten, longklachten en slijmvliesproblemen. Ikzelf kan ook absoluut geen gewone koemelk verdragen, mijn darmen kunnen daar echt niet tegen.

 

Omdat ik veel vragen krijg over deze nieuwe melksoort ben ik deze toch maar eens gaan uitproberen. Je kunt je overigens wel afvragen waarom ik melk zou willen drinken.

 

Dat is een terechte vraag.

 

Ik ben geen voorstander van het gebruik van zuivel, maar het zou het leven wel makkelijker maken als ik niet al te krampachtig alle zuivel hoef te vermijden. Vandaar dat ik de melk en de yoghurt eens uitgeprobeerd heb.

 

En tot mijn verrassing viel het niet tegen.

 

Na een paar dagen een cappuccino met Jersey melk gedronken te hebben, bleven mijn darmen rustig. Twee cappuccino’s waren ook geen probleem, maar toen ik daarnaast ook nog een schaaltje Jersey yoghurt ging gebruiken, werd het iets onrustiger. Maar of dat aan de eiwitten of aan de vetten lag, durf ik niet te zeggen.

 

Normaal gesproken was ik met één gewone cappuccino al niet lekker geworden, zeker als ik dit vaker zou doen, dus dit is echt heel bijzonder. (Maar dit is voor mij geen reden om nu veel melk te gaan gebruiken.)

 

Nu zul je denken dat deze melk dus niet geschikt is voor mensen met een lactose-intolerantie, maar ook dat schijnt mee te vallen (alhoewel ik dit niet kan testen, omdat ik geen last heb van lactose).

 

De reden dat wij mensen beter kunnen omgaan met A2 caseïne is doordat moedermelk ook A2 caseïne bevat. Geitenmelk bevat gedeeltelijk A2 en A1 caseïne, vandaar dat veel mensen geitenmelk beter kunnen verdragen dan gewone koemelk.

 

Er wordt gezegd dat de Jersey koeien afstammen van de originele oerkoe en dat hun melk daardoor de juiste melkeiwitten bevat. Of dat klopt, weet ik niet zeker. Het klinkt in elk geval leuk.

 

Er zijn meerdere merken en producten gebaseerd op de A2 caseïne melk. Er is ook yoghurt en kaas op de markt. Er zijn verschillende merken: de A2 melk, de Jersey melk en er is ook een soort barista melk gebaseerd op de Jersey melk.

 

Het is natuurlijk wel de vraag of producenten van deze melkproducten de melk zuiver zullen houden en niet zullen vallen voor de verleidingen van het geld.

 

Zolang de melk nog niet algemeen gebruikt wordt, of te verkrijgen is, zal voor de meeste melkmijders het leven nog niet makkelijker worden. Maar als onze veestapel uiteindelijk vervangen zou worden door Jersey koeien, is het drinken van een cappuccino voor meer mensen weggelegd.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie


Tandartsen in Nederland gebruiken gelukkig geen (of heel weinig) het kwik bevattende materiaal amalgaam om gaatjes te vullen. Kwik is een van de meest giftige metalen die er bestaan en dat we dit decennialang gewoon in ons mond hebben mogen stoppen, is mij een raadsel. De gedachte hierachter was dat gebonden kwik geen gevaar opleverde. We weten inmiddels wat de gevaren zijn van die kwikhoudende vullingen.

 

Kwikdampen komen vrij bij verwarming en wrijving en kleine deeltjes kwik worden door zuren in ons voedsel vrijgemaakt uit de vullingen. Het gevaar schuilt dan ook in lekkende vullingen, die gedurende decennia kleine beetjes kwik afgeven.

 

Je kunt enorm veel (neurologische)klachten krijgen van een teveel aan kwik in je lichaam, omdat kwik de neiging heeft zich overal en nergens te verstoppen en de plaats inneemt van andere mineralen. Een van de onbekende negatieve effecten van kwik is dat het de kaliumbalans verstoort.

 

Een overmaat aan kwik is in staat om de kaliumhuishouding ernstig te verstoren! Ik heb onlangs een blog over kalium geschreven, dat vind je hier. Kalium is een zeer wezenlijk mineraal, een essentiële electrolyt. Bij een kaliumtekort ga je vocht vasthouden, dat zou dus een van de signalen kunnen zijn dat je misschien teveel kwik in je systeem hebt. Maar ook als je last hebt van rusteloze benen, vermoeidheid, angsten, depressie, slaapproblemen, depressie, obstipatie, hoge bloeddruk, spierkrampen of nierstenen zou er sprake kunnen zijn van een kaliumtekort..

 

Het lijkt allemaal zo simpel, je meet in je bloed of je kaliumtekort hebt en dan geef je extra kalium om het probleem op te lossen.

 

Of werkt het anders?

 

Onze cellen beschikken over kaliumkanalen die het kaliumtransport van het bloed naar de cellen regelen. Een kanaaltje opent aan de buitenzijde van de celwand (membraan genoemd)en trekt het kalium-ion aan. (Kalium-ionen zijn elektrisch geladen kaliumdeeltjes.) Zodra dit is aangehaakt aan de receptor, zoals een slot in een sleutelgat, sluit het kanaal waardoor de kalium naar binnen kan (naar de binnenkant van de cel) waarbij magnesium nodig is als een soort vonk om de kalium binnen te laten.

 

Wanneer metalen zoals kwik zich hechten aan de receptoren van de celmembranen, veroorzaakt dit een blokkade. Kalium wordt hierdoor geblokkeerd bij de opening van het kanaaltje en kan de cel niet in komen. Dan lijkt het alsof je voldoende kalium in je bloed hebt, maar het kan alleen in de cel zijn werk niet doen. (Om het nog wat makkelijker te maken, een teveel aan koper heeft precies hetzelfde effect op de kaliuminstroom in de cel.)

 

Verwarrend is dus dat het kaliumgehalte in het bloed normaal is en er geen kwik(of koper) gevonden wordt in het bloed. De huisarts ziet alles als normaal, maak je dus geen zorgen, er is niets aan de hand!

 

De biochemie van het lichaam vindt echter plaats in de cellen, niet in het bloed! Aangezien 98% van de kalium in de cellen zit, betekent dit dat 1-2% in het bloed zit. Je kunt je misschien daarom wel voorstellen dat gangbaar bloedonderzoek alleen hele ernstige tekorten zal laten zien. Een intracellulaire bepaling is veel waardevoller, maar ook een haarmineralenanalyse kan veel inzicht geven. Deze onderzoeken worden uitgevoerd in speciale laboratoria. Orthomoleculair werkende artsen en therapeuten weten hier de weg.

 

Het lijkt dus logisch om te controleren of er sprake is van een kwik of koperoverschot. Ook dat zie je niet in het bloed, maar wel in een haaranalyse.

 

Wanneer je geconstateerd hebt dat er een teveel aan kwik in je lichaam aanwezig is, zul je daar iets aan moeten doen. Maar het uitscheiden van kwik is niet zo eenvoudig. Het lichaam heeft eigenlijk geen goed systeem hiervoor en de mogelijkheden die we wel hebben, raken snel overbelast.

Je zou denken dat je daarom zo snel mogelijk die amalgaamvullingen moet verwijderen, maar dat is echt de vraag.

 

Het verwijderen van amalgaamvullingen dient met de nodige voorzorgsmaatregelen te gebeuren. Een biologische tandarts weet hoe dat moet, de gemiddelde regulier werkende tandarts zal daar minder van op de hoogte zijn. Waardoor hij/zijzelf en de patiënt het risico loopt op een flinke kwikbelasting.

 

Ik ben van mening dat het verwijderen van de vullingen (ook bij een biologische tandarts) vooraf gegaan moet worden door het versterken van de uitscheidingsroutes. En dan begin je in de darm. Zolang de darm niet in orde is, zou ik er niet aan beginnen.

 

Vervolgens zullen de andere uitscheidingsorganen ondersteund moeten worden. Het wegwerken van kwik vraagt namelijk nogal wat van de lever en gal,  en de andere uitscheidingsorganen. Weet dat dit niet iets is wat je zelf kunt doen. Hierbij heb je de hulp nodig van iemand die hiervoor is opgeleid.

 

Ik wil waarschuwen voor het ‘doe het zelven’ met zogenaamde ‘chelerende middelen’. Dat zijn producten zoals bijvoorbeeld koriander of chlorella, die metalen kunnen binden. Producten die zware metalen kunnen binden, waardoor ze uitgescheiden kunnen worden, zijn vaak ook in staat om de goede mineralen te binden. En aangezien je, zonder gedegen onderzoek, niet weet hoe het met jouw mineralenhuishouding gesteld is, zou ik willen adviseren om alle ‘doe het zelf’ adviezen van internet te negeren. Bezoek een deskundige, die er ook echt voor geleerd heeft.

 

Ik hoop dat het nu helder is dat het slikken van extra kalium(of andere mineralen) niet hoeft te werken. Als het de cel niet in kan, is de inname van extra kalium (uit voeding of suppletie)niet effectief. Toch is een kaliumrijk voedingspatroon (met veel groenten) natuurlijk wel een basis voor een goede gezondheid.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Toch die genen?

Heel lang hebben we gedacht dat ziek worden het gevolg is van verkeerde genen. De laatste jaren weten we hoe belangrijk onze lifestyle en omgeving is bij het behoud van gezondheid of het ontstaan van ziekte. Wat je eet, hoeveel je beweegt en welke stoffen je binnenkrijgt, bepalen voor een belangrijk deel je gezondheid. Deze zogenaamde epigenetische omstandigheden bepalen tenslotte hoe onze genen werken.

 

Het zal je daarom niet verbazen dat we op het internet worden overspoeld met lifestyleadviezen. Als je maar gezond eet, voldoende beweegt en weinig stress hebt, kun je eigenlijk niet ziek meer worden. Althans dat is wel zo’n beetje de strekking van vele blogs en vlogs.

 

‘Neem je leven in je eigen hand’ of ‘wees de baas over je gezondheid’ zijn slogans die je maar al te vaak leest. Het is natuurlijk geweldig als het je lukt om controle te krijgen (en vooral te houden) over je gezondheid. Fantastisch als het je lukt om met een gezonde lifestyle weer helemaal fris en fruitig door het leven te gaan.

 

Maar ben je dan een mislukkeling als het niet lukt om je gezonde lifestyle vast te houden?

Nee natuurlijk niet.

Het overkomt iedereen van tijd tot tijd.

We vallen allemaal wel eens terug, zeker ten tijde van stress.

En hoe zit het dan als je ondanks een gezonde lifestyle toch niet gezond wordt? Doe je dan iets verkeerd?

Tja, dat zou kunnen, of misschien wel niet…

 

Het lijkt zo logisch dat volwaardige, gevarieerde voeding de basis moet zijn voor een goede gezondheid. Toch lijkt dat simpeler dan het is. Want wat is dan die volwaardige, gevarieerde voeding? Is dat een vegetarisch voedingspatroon, of eet je pas gevarieerd als je vlees en vis eet? Of is het een biologische voedingswijze zonder pakjes en zakjes?

 

Ik denk dat wij mensen niet allemaal even goed functioneren op dezelfde voeding. Of het nu het oerdieet is, ayurvedische voeding, biologisch dynamisch of macrobiotisch, het zal altijd een individueel verhaal zijn. Er zijn mensen die slecht reageren op teveel rauwe groenten, of op granen en zuivel of op vlees. Alles is mogelijk.

 

Wanneer je er van uit gaat dat wij ontworpen zijn voor het eten van groenten, fruit, vis en vlees, betekent het niet dat alle mensen daar ook goed op functioneren.

 

We zijn namelijk niet allemaal hetzelfde!

 

Dan komen we toch weer terug op onze genetische diversiteit. Die genetische blauwdruk moeten we misschien toch niet helemaal aan de kant schuiven. Laat me dit verhelderen.

 

In de afgelopen eeuw zijn onze levensomstandigheden drastisch veranderd. Waar vroeger veel mensen overleden aan infectieziekten, is door betere hygiënische omstandigheden en de ontdekking van antibiotica en vaccinaties de overlevingskans aanzienlijk vergroot.

 

Dat was een geweldige ontwikkeling, met misschien toch ook een keerzijde.

 

We hebben de natuurlijke selectie gedeeltelijk uitgeschakeld.

 

In de natuur zorgt de natuurlijke selectie ervoor dat de sterkste van een soort overleeft. De zwakkere genen worden niet doorgegeven.

 

Nu, een paar generaties na deze omwenteling, zien we nieuwe aandoeningen en ziektebeelden ontstaan. (Door sommigen helaas betiteld als modeziekten.) Nu kunnen we daar onze huidige lifestyle wel de schuld voor geven, maar misschien zijn deze nieuwe aandoeningen ook gebaseerd op genetische variaties die zich voorheen niet staande konden houden.

 

Zou het niet mogelijk kunnen zijn dat door de verbetering van de overlevingskansen (en de daardoor verminderde natuurlijke selectie) er nu steeds meer kwetsbare mensen zijn die juist daardoor extra gevoelig zijn voor de verslechtering van onze lifestyle?

 

Voor deze groep mensen is een volwaardig voedingspatroon niet meer voldoende om gezond te blijven. Zij hebben extra nutriënten nodig vanwege een genetische zwakke plek. We zien steeds vaker mensen die problemen hebben met de opname of verwerking van vitamine B12 of B6. Een vitamine D of K tekort is tegenwoordig bijna normaal geworden.

 

Als je zo’n aangeboren ‘defect hebt’, of liever gezegd geboren bent met zo’n minder gunstige specifieke genetische variatie (waarbij bepaalde enzymen minder goed functioneren) heb je meer van een specifieke vitamine of mineraal nodig om zo’n enzym toch nog goed te laten werken. In die gevallen is het vrijwel onmogelijk om het tekort met gezonde voeding op te lossen.

 

Je zult met zo’n aangeboren zwakke plek dus dubbel je best moeten doen om gezond te blijven. Gezond eten én (indien nodig), blijvend de tekorten aanvullen. Want dat is iets wat wel duidelijk is, bij een specifieke genetische variatie is suppletie levenslang een vereiste.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Het was donderdagavond weer een bijzonder schouwspel bij Humberto Tan. Professor Katan mocht weer eens zijn zegje doen over de zin en onzin van publicaties over gezonde voeding. En passant vertelde Katan dat teveel van het goede ook kwaad kan. Hij haalde een onderzoek aan over de risico’s van caroteen (je weet wel, de stof die worteltjes en paprika oranje maakt).

 

Ik kan het natuurlijk (net als de heer Katan) gaan hebben over wat er wetenschappelijk bewezen is van de gevaren van caroteen. Ik zou heel diep op de materie in kunnen gaan en een heel betoog kunnen houden over het feit dat er niet één caroteen is. Dat er vele soorten carotenen en carotenoïden zijn die allemaal een net iets andere, of zelfs tegenovergestelde, werking hebben. Dat het effect van synthetische en natuurlijke caroteen op het menselijk lichaam niet gelijk is.

 

Maar dat doe ik niet.

En waarom niet?

 

Omdat ik me dan in een discussie begeef die uitgaat van het effect van één enkel stofje op een bepaalde aandoening. En dat is nu net wat ik niet wil.

 

Een aandoening ontstaat nu eenmaal nooit door één enkel stofje. Er zijn bij het ontstaan van ziekte zo verschrikkelijk veel factoren betrokken, dat het naar mijn idee zinloos is om conclusies te trekken uit onderzoeken naar de kans op genezing van MS met vitamine D, of naar de kans op het ontstaan van longkanker bij rokers door suppletie van een hoge dosering bètacaroteen.

 

Ik vind het veel interessanter om te ontdekken waaróm die ene groep rokers van rond de 60 jaar ineens meer longkanker ontwikkelde toen zij een hoge dosis bètacaroteen gingen slikken. Ik zou dan bijvoorbeeld willen weten of zij een natuurlijke bètacaroteen geslikt hebben of hoe het gesteld was met de zinkstatus van deze rokers, omdat je zink nodig hebt om bètacaroteen om te zetten naar het werkzame vitamine A. Misschien trek je door het slikken van bètacaroteen wel meer zink weg bij andere processen?

 

Ook zou ik willen weten of deze mensen een genetische zwakke plek hadden waarom zij lonkanker ontwikkelden. Ik zou willen weten of het mannen of vrouwen waren, of dat er misschien toevallig nog andere omstandigheden waren, zoals blootstelling aan giftige stoffen, stress of een tekort aan lichaamsbeweging, waardoor zij longkanker ontwikkelden.

 

Ik kan het overigens toch niet helemaal laten, ik wil nog wel even benadrukken dat er alleen een iets verhoogd risico op het ontstaan van longkanker is waargenomen bij een hele kleine en specifieke groep mensen. Mensen die al heel lang rookten en vervolgens een hoge dosering (synthetische?) bètacaroteen gingen slikken. Voor alle andere groepen in het (overigens al oude)onderzoek, waren er alleen maar positieve effecten te vinden. Dit betekent overigens niet dat iedereen nu juist wel bètacaroteen zou moeten slikken.

 

Wat ik zo jammer vindt is dat heel Nederland nu weer van de professor (en die weet het tenslotte allemaal) heeft begrepen dat je publicaties op het gebied van voeding niet moet geloven en dat je kanker krijgt door het slikken van supplementen. Want dat is wat er blijft hangen bij de mensen.

 

Wat jij zou moeten eten en/of suppleren, hangt helemaal af van jouw persoonlijke situatie, maar dat je niet gezonder wordt van frikadellen en gevulde koeken snap je zelf ook wel. Als we nu eens eerst allemaal gevarieerde, natuurlijke voeding zouden eten en dan vervolgens luisteren naar de signalen van ons lichaam, zijn we al een heel eind op weg.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

 

Het lijkt wel alsof heel Nederland extra magnesium slikt. Magnesium was dan ook het populairste supplement onder de bezoekers van de Gezondheidsbeurs. Het schijnt overal goed voor te zijn. Het werkt tegen spierkrampen, vermoeidheid of misschien zelfs tegen depressie.

 

Hoe vaak lees je niet op social media dat magnesium geadviseerd wordt? Het zou inderdaad wel kunnen helpen bij spierkrampen, maar er zijn zeker ook andere mineralen betrokken bij het ontstaan van spierkrampen. Kalium is er één van.

 

Bij spierkrampen en ‘restless legs’ ligt de oorzaak in de regel in een verstoorde mineralenbalans. Er zijn namelijk veel mineralen betrokken bij het transport van water en voedingsstoffen door de celwanden. De vier belangrijkste elektrolytische mineralen zijn natrium, kalium, magnesium en calcium. En de balans tussen die mineralen is cruciaal voor een goede gezondheid.

 

Wat doe je dan als je alleen magnesium slikt? Wat gebeurt er dan met de andere mineralen? Ontstaan er dan geen tekorten in kalium, calcium of natrium?

 

Nou en of, dat kan heel goed. Zolang je niet precies weet hoe het met jouw mineralenbalans gesteld is, kun je geluk hebben en toevallig de juiste mineralen slikken. Of je kunt de plank misslaan en een groter probleem creëren.

Laten we vandaag kalium eens onder de loep nemen.

 

Kalium bevindt zich in lichaamsvloeistoffen. Kalium brengt het zuur- basesysteem in balans, brengt elektrische signalen over tussen cellen en zenuwen en verbetert de prestaties. Het werkt met natrium om de vochthuishouding van het lichaam te reguleren en is noodzakelijk voor de gezondheid van het hart, het werkt tegen hypertensie en beroerte, is voor een goede spierfunctie, energieopslag, zenuwstabiliteit en belangrijk voor de productie van enzymen en hormonen.

Stress, hypoglykemie, diarree en acute angst of depressie resulteren over het algemeen in kaliumgebrek.

 

Kalium en natrium reguleren de verdeling van vloeistoffen aan beide zijden van de celwanden. Bij een kaliumtekort ga je dus vocht vasthouden en dat hoef je niet perse te zien aan de enkels. Het vermoeden bestaat dat bij schildklierproblemen, de gewichtstoename voor een deel bestaat uit vocht, door een kaliumtekort.

 

Kalium helpt bij de omzetting van glucose naar glycogeen in de lever, zodat je lichaam een voorraadje brandstof heeft waar het makkelijk bij kan. Bij een kaliumtekort moet je dan ook elke drie uur iets eten, omdat je lever moeilijk glycogeen kan opslaan.

 

Goede bronnen van kalium zijn vooral groenten en vers fruit, vooral kiwi’s en bananen, aardappelen, zeegroenten, specerijen zoals koriander, komijn, basilicum, peterselie, gember, hete pepers, dille, dragon, paprika en koenjit, mager pluimvee en vis, zuivelproducten, peulvruchten, zaden en volle granen.

 

Je verliest kalium door het eten van drop, of het drinken van zoethoutthee. We kennen toch het effect dat je vocht gaat vasthouden van zoethout? Maar ook door bepaalde medicijnen, zoals corticosteroïden, diuretica(plastabletten)of insuline kan er een tekort kalium ontstaan. Zo kan chronische stress, met een langdurig verhoogd cortisol voor een zelfde (maar subtiel) effect zorgen.

 

Het is niet voor niets dat huisartsen bijna standaard het kaliumgehalte in het bloed laten bepalen. Zonder kalium is leven tenslotte niet mogelijk. Maar het verwarrende is dat een bloedbepaling van kalium alleen grote (levensbedreigende) tekorten laat zien.

 

Om de subtiele balans van de diverse elektrolyten te meten is een gewone bloedbepaling niet geschikt. Met een intracellulaire bepaling kun je al een beter inzicht krijgen, maar met een haarmineralenanalyse wordt er vaak nog veel meer duidelijk.

 

Het interpreteren van zo’n analyse is niets voor leken. Ook voor professionals is het nog een hele uitdaging om zo’n analyse goed te interpreteren.

 

Wie toch zelf iets wil doen, kan vast beginnen met het eten van veel groenten, de drop laten staan en stress verminderen. Ik hoop alleen niet dat je denkt dat 100 gram groenten voldoende is.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Bij gedragsproblemen is er aandacht voor levensomstandigheden zoals opvoeding of traumatische ervaringen in de jeugd. Cognitieve gedragstherapie, of het voorschrijven van antidepressiva, antipsychotica of kalmerende middelen vinden we de normaalste zaak van de wereld. De medicamenteuze benadering geeft aan dat gedrag beïnvloed kan worden door stoffen die de biochemie van het brein veranderen. Waarom wordt de biochemische individualiteit bij gedragsproblemen of zelfs criminaliteit dan niet onderzocht?

 

Het zijn niet alleen de bekende medicijnen die ons gedrag kunnen beïnvloeden. Ook voeding bevat stoffen(denk alleen al aan alcohol)die de hersenwerking beïnvloeden. Ik weet uit eigen ervaring wat gluten en zuivel met mijn stemming doen. Maar we weten inmiddels ook dat het microbioom een enorme invloed heeft op het brein (en dus op het gedrag). Er zijn inmiddels al wat onderzoeken naar de relatie tussen gedrag in gevangenissen en het slikken van extra nutriënten.

 

Het gedrag verandert niet alleen door een tekort aan essentiële nutriënten, ook een opstapeling van zware metalen kan agressiviteit veroorzaken. Metalen of toxische stoffen kunnen zich ophopen in de lever, haren, of in specifieke weefsels indien je er teveel van binnen krijgt. Bij sommige mensen gaan de zware metalen stapelen omdat hun lever niet in staat is om deze stoffen goed uit te scheiden. Als dat voorkomt uit een genetische variatie, zie je deze problematiek in een familielijn terug, dat noemen we dan een aanleg voor criminaliteit.

 

Van de beruchte Charles Manson is na zijn dood een plukje haar onderzocht en wat bleek? Zijn koper- en loodniveau’s in zijn haar waren bijna onmeetbaar hoog. Een teveel aan koper is toxisch voor het lichaam en resulteert met name in psychische klachten. Een van de kenmerken van een koperoverschot is het niet kunnen stoppen met piekeren en malen, tot aan volledig doordraaien toe. Een teveel aan lood kan neurologische schade veroorzaken en leidt bij kinderen tot ontwikkelingsachterstanden.

 

Nu is dit maar een anekdote en geen wetenschappelijk hard bewijs, maar ik kan me zo voorstellen dat Charles Manson misschien al vroeg in zijn leven is blootgesteld aan deze mineralen, waardoor zijn biochemie verstoord is, en hij wel crimineel moest worden. Je kunt je afvragen hoe hij in aanraking is gekomen met deze zware metalen, was dat al voor zijn geboorte via de placenta, of misschien al vroeg in zijn jeugd? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

 

Er blijkt echter, lang geleden, wel degelijk onderzoek gedaan te zijn naar de zware metalenbelasting bij criminelen. Het is geen grootschalig onderzoek, maar het zou zeker  de moeite waard zijn om dit nu eens goed op te pakken. Dat zou de benadering van agressiviteit en criminaliteit enorm kunnen veranderen. Wie weet gaan we dan ontdekken hoe we deze problematieken echt kunnen oplossen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

William Cortvriendt breekt in zijn boek ‘Lichter’ een lans voor de low carb aanpak voor mensen met overgewicht en daaraan gerelateerde aandoeningen zoals bijvoorbeeld diabetes. De boodschap die blijft hangen na zijn media optredens is dat niet vetten, maar koolhydraten de bron zijn van alle kwaad. De pers duikt er natuurlijk bovenop, want die zijn gek op ongenuanceerde stellingen.

 

Hij gaat recht in tegen de opvattingen van het Voedingscentrum en noemt artsen die de schijf van vijf blijven adviseren zelfs ‘kwakzalvers’. Nu begrijp ik wel hoe hij tot deze stelligheden gekomen is. Hij heeft in de praktijk gezien dat het voor veel mensen heel effectief lijkt te zijn om de koolhydraten te mijden. Maar ik zou toch graag een en ander wat willen nuanceren.

 

Iedereen begrijpt dat een voedingspatroon gebaseerd op zoetigheid, bier en bitterballen niet bijdraagt tot een goede gezondheid, maar niet iedereen valt af wanneer ze gaan eten volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. Wanneer je bij deze groep overstapt op een koolhydraatbeperkt dieet zie je dat velen van hen ineens wel afvallen. Zijn dan de koolhydraten de bron van hun problemen, of draait het ergens anders om?

 

Het menselijk ontwerp is afgestemd op de consumptie van koolhydraten, vetten en eiwitten. Koolhydraten is een verzamelnaam voor alle (samengestelde)suikers. Witte bietsuiker, honing, fruitsuikers, maar ook zetmeel en vezels behoren daartoe. Koolhydraten gebruiken we niet alleen om energie van te maken, je hebt zo ook heel hard nodig voor de werking van de slijmvliezen, de opbouw van het bindweefsel en gezonde gewrichten. Het lichaam gebruikt namelijk bepaalde oligosacchariden om deze weefsels goed te laten functioneren. Wie zich daarin wil verdiepen, google eens op glycosaminoglycanen.

 

Ook vezels kunnen we niet ongestraft weglaten uit onze voeding. Vezels worden door onze darmflorabacteriën gebruikt als voeding en we hebben vezels nodig om onze galwerking en spijsvertering optimaal te laten werken.

 

Dat je heel goed energie uit vetten zou moeten kunnen maken, staat buiten kijf, maar dat betekent niet dat iedereen ongestraft alle koolhydraten kan laten staan.

 

Het maakt nogal wat uit of je aan topsport doet, of de hele dag op de bank zit. De bankzitter zal met veel minder koolhydraten toe kunnen dan een topsporter. Wie last heeft van chronische stress of ontstekingen heeft ook meer koolhydraten nodig om goed te kunnen functioneren. Gelukkig heeft het lichaam daar zelf een noodoplossing voor. Wie te weinig glucose vanuit zijn voeding binnenkrijgt zal zelf glucose gaan maken vanuit eiwitten. Maar dat is alleen een korte termijn oplossing, wanneer het langer duurt loop je het risico dat je jouw bindweefsel hebt opgegeten.

 

Ook is er een groot verschil tussen de verschillende soorten koolhydraten. Geraffineerde, bewerkte producten hebben een heel ander effect op je lichaam dan onbewerkte volwaardige producten. Maar dat is nog niet alles. We weten inmiddels dat niet iedereen op dezelfde manier reageert op de verschillende voedingsmiddelen. De een krijgt een glucosepiek na het eten van een appel en de ander na het eten van een stuk meloen.

 

Hoe je een koolhydraatbeperkt dieet uitvoert is ook belangrijk. Ga je los op vlees, vis en eieren en laat je de groenten staan, of eet je veel groenten en beperk je de hoeveelheid dierlijke eiwitten?

 

En om het nog wat gecompliceerder te maken: als je voor het eten van koolhydraten een half uurtje beweegt, kan glucose zonder insuline de cel in. Dat zorgt ervoor dat je meer koolhydraten kunt eten wanneer je drie keer per dag voor het eten een wandeling maakt, dan wanneer je op de bank blijft zitten.

 

Het zijn dus niet de zomaar de koolhydraten die ons ziek maken. Het gaat om de balans tussen de energieproductiecapaciteit (door inspanning), wat én hoeveel we eten, de hoeveelheid stress die we ervaren en de activiteit van ons immuunsysteem.

 

Vermoeide mensen met overgewicht hebben vermoedelijk ergens een probleem of blokkade in hun energieproductiesysteem. Als je de oorzaak daarvan niet aanpakt, zal een koolhydraatbeperkt dieet (op de langere termijn) niet meer effectief zijn.

 

Ik denk daarom dat we ziek worden van teveel stress, te weinig bewegen en een immuunsysteem wat overuren draait en niet van koolhydraten.

 

Nu moet ik William Cortriendt wel gelijk geven dat een low carb dieet effectief kan zijn om wat kilo’s af te vallen, zeker op de korte termijn en voor mensen met (een beginnende) diabetes. Maar we moeten het niet omdraaien, als het beperken van koolhydraten effectief is betekent dit niet dat het de koolhydraten zijn die ons ziek maken. We worden tenslotte ziek van alles waarvan we teveel eten.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie


Afgelopen week kwam kinderarts de Jong-van Kempen in het nieuws, zij waarschuwde voor het gebruik van energiedrankjes door jongeren.  De jeugd schijnt door te slaan met het gebruik van oppeppende frisdrankjes. Nu zal de gemiddelde jeugd zich hopelijk nog niet massaal tegoed doen aan een overdosis van deze zoete ‘speed’, maar het schijnt toch wel een groeiend probleem te worden.

 

Wat zit er nu eigenlijk in zo’n drankje, waardoor jongeren onrustig worden, lijden aan concentratieverlies, slapeloosheid en zelfs last kunnen krijgen van hartritmestoornissen?

 

Een blikje bevat 6 suikerklontjes, 80 mg cafeïne, 1000 mg taurine, B vitaminen en water.

 

Wat betreft de suiker en de cafeïne verschilt het energiedrankje niet zo gek veel van cola. Een blikje energiedrank bevat net zoveel cafeïne als een kop koffie. Het verschil zit hem in de taurine en de B vitaminen.

 

Taurine is een zwavelhoudend aminozuur (eigenlijk is het een aminosulfonzuur)wat je normaliter binnenkrijgt via dierlijk eiwitrijk voedsel. En nee, taurine komt niet uit stierensperma of urine, dat is een hoax. Taurine werkt als neurotransmitter en reguleert de mineralenbalans van de cel. Het houdt natrium en calcium buiten de cel en magnesium en kalium in de cel. Daarnaast heeft het een aantal gunstige effecten op de galwerking, maar het heeft ook antioxidantwerking.

 

Niks aan de hand zou je zo zeggen, toch?

 

Waarom wordt de verkoop van energiedrankjes aan jongeren dan afgeraden en is de verkoop van taurine als supplement in Frankrijk zelfs verboden? Is het dan echt een gevaarlijk goedje?

 

Nou nee.

 

Het gaat met name om de dosering.

 

In je voeding vind je ongeveer 150-200 mg taurine per dag, dat is een normale hoeveelheid. In een blikje zit 1000 mg taurine, 5-6 keer de normale dagdosering. En dat is maar één blikje. Stel je eens voor dat een jongere 4 blikjes energiedrank per dag drinkt, dan krijgt hij 24 suikerklontjes, 320 mg cafeïne, 4000 mg taurine en wat B vitaminen binnen.

 

Als hij de consumptie nog wat ophoogt kunnen deze hoeveelheden flink oplopen.

 

Als je bedenkt dat we gemiddeld 1 gram taurine per kg lichaamsgewicht in ons lichaam hebben, zal een dagelijkse consumptie van 8 of 10 blikjes energiedrank je lichaam geen goed doen. Het is tenslotte niet altijd ‘hoe meer hoe beter’.

 

In de orthomoleculaire geneeskunde gebruiken we taurine om de galvloeistof minder stroperig te maken. We gebruiken daarvoor niet meer dan 1-2 gram per dag, dat is dus al een heleboel.

 

Wanneer je dan die enorme hoeveelheid taurine combineert met veel cafeïne en een berg suiker is het niet zo vreemd dat jongeren hier klachten van krijgen.

 

In tegenstelling tot onze nationale voedingsprofessor (die door Humberto Tan weer eens uit de mottenballen gehaald is) ben ik blij met de aandacht voor dit soort ongezonde producten. Het lijkt mij een goed plan om de verkoop van dit soort producten aan banden te leggen.

 

Aan de andere kant vrees ik ook dat in Nederland (net als in Frankrijk) een onschuldig aminozuur gedemoniseerd wordt. Dat ook de taurinesupplementen die door deskundigen worden voorgeschreven niet meer verkocht mogen worden. En dat zou echt onnodig en vooral ook jammer zijn.

 

Het gaat in het geval van de energiedrankjes niet alleen over taurine, maar zeker ook over suiker en cafeïne. Het is zo makkelijk om één stofje of product de schuld te geven van excessen. Uiteindelijk gaat het vooral om de dosering. En zeg nou zelf, van 10 liter water drinken ga je ook dood.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie



 

Op de website van het Voedingscentrum (onze Nationale informatiebron over gezonde voeding)staat een stukje over antioxidanten:.

Antioxidanten is een verzamelnaam voor stoffen zoals de vitamines E en C, spoorelementen zoals seleen en bioactieve stoffen, zoals aanwezig in groente en fruit.

Antioxidanten vangen vrije radicalen weg. Dit zijn agressieve stoffen die in ongunstige gevallen schade kunnen geven  aan cellen en weefsels. Zo kunnen antioxidanten helpen tegen deze beschadiging en daarmee mogelijk op de lange termijn ziekten als kanker en hart- en vaatziekten voorkomen.

Het slikken van supplementen of het eten van superfoods met antioxidanten heeft geen extra gezondheidseffect. Via je normale voedingspatroon krijg je al genoeg antioxidanten binnen. In sommige studies leek het risico op kanker zelfs toe te nemen bij het nemen van antioxidantsupplementen. 

 

Klopt het wel wat het Voedingscentrum hier stelt?

 

Nu moet ik voorop stellen dat het slikken van teveel voedingssupplementen niet verstandig is. Dat we hiervoor gewaarschuwd worden is terecht. Al denk ik wel dat er meer mensen sterven aan teveel alcohol, drugs of fastfood, dan aan teveel supplementen.

 

Maar hoe zit dat nu met antioxidanten?

Wat zijn dat dan precies?

 

Antioxidanten zijn NATUURLIJKE stoffen die we vinden in groenten en fruit. Denk daarbij aan vitamine A, vitamine E, Vitamine C, selenium en een aantal sporenelementen. Het lichaam maakt zelf ook de belangrijkste antioxidanten, zoals Glutathion en SOD. Deze antioxidanten kunnen schade door vrije radicalen, veroorzaakt door de zgn oxidatieve stress voorkomen. Dat zijn dus hele belangrijke stoffen die voorkomen dat je lichaam stuk gaat.

 

Een voorbeeld van die schade is bijvoorbeeld te zien aan de huid van rokers, of schade aan de vaatwand bij mensen met hart-en vaatziekte, maar zeker ook het ontstaan van kanker kan met oxidatieve stress te maken hebben.

 

Factoren die oxidatieve stress veroorzaken zijn dus roken, alcoholgebruik, stress, zeer intensief sporten, of helemaal niet sporten, giftige stoffen in ons milieu of het eten van vulling in plaats van voeding.

 

In deze (en nog veel meer) situaties heeft je lichaam voldoende antioxidanten nodig om schade te voorkomen.

 

Toch hebben vrije radicalen ook een positieve kant. Je lichaam heeft vrije radicalen ook nodig om iets bewust kapot te maken, als een soort verdediging of opruimactie. Daarom kun je inderdaad teveel antioxidanten slikken.

 

Nu denk ik eerlijk gezegd dat de gemiddelde Nederlander eerder een tekort aan antioxidanten heeft dan een teveel, dus de waarschuwing van het Voedingscentrum lijkt mij ietwat overdreven.

 

Zou het overigens kloppen dat het voedingspatroon van de gemiddelde Nederlander voldoende antioxidanten bevat om de schade van oxidatieve stress tegen te gaan? Zien we dit dan terug bij mensen met een ‘normaal’ voedingspatroon? Zien we minder kanker en hart- en vaatziekten?

Of is een eventuele toename van kanker en hart- en vaatziekte soms te wijten aan een overmatige inname van supplementen, zoals het Voedingscentrum stelt? Wat denk je zelf?

 

Als je de onderzoeken waaruit blijkt dat de kans op kanker en hart-en vaatziekte toeneemt bij het gebruik van antioxidanten bekijkt, is er nog iets bijzonders te ontdekken.

De meeste van die onderzoeken gebruiken de niet-natuurlijke (chemische) vorm van zo’n antioxidant, die negatieve effecten veroorzaken. Er is een enorm verschil tussen natuurlijke en chemisch nagemaakte vitamine E, maar daar wordt geen rekening mee gehouden.

 

Dan staat er vervolgens in de krant dat je eerder dood gaat als je vitamine E slikt, terwijl dit alleen opgaat voor een hele kleine risicogroep die de chemische variant slikt.

Bij veel wetenschappelijk onderzoek, maar ook bij de door de huisarts voorgeschreven vitaminen én bij goedkopere merken supplementen wordt geen rekening gehouden met de vorm van een bepaalde vitamine. Dan staat er op de verpakking: bevat vitamine E, maar er staat niet vermeld welke variant dat is. En dat maakt nogal wat uit.

 

Ik zou (op basis van de statistiek)het Voedingscentrum willen adviseren om eerst eens de focus te leggen op het promoten van gezonde gevarieerde, onbewerkte voeding, zonder chemische toevoegingen, dan het met zoveel nadruk ongenuanceerd demoniseren van supplementen. Volgens mij is er echt veel meer winst te behalen als zij mensen eerst eens aan echt gezond eten zien te krijgen.

 

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Het zal je deze week waarschijnlijk niet ontgaan zijn, er is een discussie losgebroken over een reclamespotje van Swisse. Een vitamineproducent die beweert dat de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid vitaminen is bepaald als minimum, niet als optimale hoeveelheid.

 

De journalist die zich hieraan ergerde, Teun van de Keuken, heeft een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie. Zijn klacht werd niet ontvankelijk verklaard omdat de reclame al was goedgekeurd. Hij laat het er niet bij zitten.

 

Zijn stelling heeft in elk geval wel weer een oude discussie op doen vlammen; moeten we nu wel of geen vitaminen slikken?

 

De tegenstanders zeggen dat we alle vitaminen in voldoende mate binnenkrijgen als we maar voldoende groenten en gezonde voeding eten.

 

De voorstanders vanuit de vitamineproducenten roepen dat we allemaal vreselijk tekort komen.

 

Wat is nu waarheid?

 

Ik denk dat er geen waarheid is, zeker geen waarheid die voor jou en mij hetzelfde is. We hebben allemaal een ander genetisch systeem, een andere spijsvertering, een ander inspanningsniveau en andere ziektebeelden die vragen om specifieke hoeveelheden nutriënten.

 

Iedereen bij wie er in de dunne darm teveel bacteriën rondhopsen (dat noem je een SIBO) die je snel na het eten een bolle (gasgevulde)buik geven, zal minder nutriënten opnemen dan gezonde mensen. Het zijn namelijk die bacteriën die flink wat van jouw voedingsstoffen van je afsnoepen. En zo zijn er nog wel wat meer oorzaken van nutriëntentekorten te bedenken.

 

Natuurlijk zal er een gemiddelde behoefte zijn voor gezonde mensen, maar mensen die iets mankeren kunnen toch echt een tekort hebben aan vitamine B12, of zink, of vitamine B1 of selenium, of vitamine A en D, of….. nou ja, je begrijpt het.

 

En ja, dat is misschien een kleine groep, maar voor die groep zijn die ‘supplementen op maat’, naast gezonde voeding echt essentieel voor hun kwaliteit van leven. En door dit soort discussies, waarbij alle supplementen weer op een hoop gegooid worden en als overbodig worden neergezet, krijgen ook de ‘maatwerk supplementen’ een negatief imago.

 

Want nuanceren is nu eenmaal niet de sterkste kant van journalisten.

 

En zo landt het beeld bij de grote massa: supplementen zijn overbodig.

 

Je raadt het al: Ik heb daar moeite mee. Ik eet al meer dan 25 jaar super gezond, schrijf boeken over gezonde voeding, maar heb het met alleen voeding en lifestyle niet gered. Ik heb mijn leven weer terug doordat ik heb uitgezocht wat er precies met mij aan de hand was en heb met supplementen mijn systeem weer aardig op de rit gekregen.

 

Inmiddels geef ik als docent les over de biochemische processen van het lichaam en hoe je deze met lifestyle adviezen EN suppletie kunt optimaliseren. Maar dat is niet een universeel supplementje, dat is maatwerk.

 

Omdat het maatwerk is, denk ik dat je nooit zomaar wat moet gaan slikken. Het is echt niet: baat het niet, schaadt het niet! Ook een teveel aan vitaminen of mineralen kan je lichaam uit balans brengen. Ga daarom naar mensen die weten wat je nodig hebt, in jouw specifieke situatie. En dat kan soms alleen voeding zijn, maar heel vaak ook niet.

 

Aan Teun van de Keuken heb ik de volgende boodschap, doe je naam eer aan en laat deze ingewikkelde materie over aan mensen die er wel voor geleerd hebben.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie