Ken je het? Je wordt wakker en je voelt je onrustig, alsof er iets trilt in je buik. Ik heb er zelf jaren last van gehad. Helaas was er toen nog geen Google om op te zoeken wat het kon zijn. Ik heb er dus lang over gedaan om te ontdekken wat het was. Gelukkig heb ik er zelf geen last meer van.

 

Sommige mensen omschrijven het als hartkloppingen en gaan ermee naar de huisarts. Deze stuurt je dan door naar de cardioloog, maar die kan niets vinden. Om je dan toch iets te geven worden er nog wel eens beta blokkers voor geschreven. Soms helpen die iets, maar vaak ook helemaal niets.

 

Maar wat is het dan?

Het is adrenaline.

 

Waaat? En ik heb helemaal geen stress!

 

Dat kan, je hoeft geen stress te hebben om adrenaline aan te maken, alhoewel er bij stress natuurlijk wel adrenaline gemaakt zal worden.

 

De adrenalineproductie in de ochtend is eigenlijk niet normaal als je niet gewekt wordt door een leeuw. Maar toch zijn er veel mensen die er last van hebben. In de ochtend word je normaliter wakker door het stresshormoon cortisol. Niet omdat je dan stress hebt, maar omdat cortisol onder meer de functie heeft om je wakker te maken.

 

Als op de een of andere manier cortisol zijn werk niet goed kan doen, of niet goed aangemaakt kan worden, zal je bijnier adrenaline aanmaken om wakker te worden. En dat voel je.

 

Als je op internet zoekt, kom je de term bijnieruitputting tegen. Als je mijn blogs regelmatig leest, weet je waarschijnlijk wel dat ik een hekel heb aan het woord bijnieruitputting. Omdat het niet klopt, omdat die bijnier niet moe is, maar dat jij moe bent vanwege het feit dat de bijnier niet afdoende zijn werk kan doen.

 

En raad eens, dat hoeft niet het gevolg te zijn van stress. Dat kan wel, maar het hoeft niet.

 

De bijnierfunctie kan ook verminderen door vele andere zaken zoals chronische laaggradige ontstekingen, of door een overbelast detoxificatiesysteem, allergieën of een verborgen ziekte van Lyme.

 

Het is dus wat makkelijk om altijd stress als oorzaak te zoeken, ik zou zeker op zoek gaan naar die andere oorzaken. Dat doe je met behulp van deskundige, iemand die weet waar je naar moet zoeken. Iemand die als een ware Sherlock Holmes alle mogelijkheden bekijkt en uiteindelijk begrijpt waar het bij jou mis gaat.

 

Ze zijn dun gezaaid, helaas. Maar hier vind je er een heleboel bij elkaar. Succes met je zoektocht.

 

Yvonne van Stigt, master in de  klinische Psycho Neuro Immunologie

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Het idee dat onze glucosebalans afhankelijk is van insuline klopt eigenlijk niet. Nee, het menselijk lichaam heeft vermoedelijk in de oertijd bijna geen insuline gebruikt. Dat we wel insuline kunnen maken, zie ik als een soort plan B.

 

Dat klinkt misschien vreemd, zeker voor mensen met diabetes die insuline spuiten en echt afhankelijk zijn van insuline.

 

We leren op school dat glucose met behulp van insuline de cel ingebracht wordt, klopt dat dan niet? Jazeker, dat klopt wel, maar dat hoeft niet altijd. Glucose kan namelijk ook zonder insuline de cel in, als je maar beweegt!

 

Dat betekent dat wij als oermensen waarschijnlijk maar weinig insuline nodig hadden!

 

En in de huidige tijd zit daar nu net het probleem, we bewegen niet genoeg!

 

In de oertijd aten we vermoedelijk veel minder koolhydraten dan in de huidige tijd en als we deze wel aten, hebben we daarvoor moeten bewegen. Honing of fruit zul je moeten zoeken, dat komt niet zomaar je mond in vliegen.

 

Vandaar dat ik denk dat ons plan A bestond uit bewegen voor het eten en dat het hele insuline concept een soort plan B geweest moet zijn, voor noodgevallen.

 

In onze maatschappij eten we zittend veel koolhydraten en moeten we daarom wel (veel) insuline produceren. Daarbij komt ook dat mensen met diabetes nog veel te vaak verteld wordt dat ze een beetje extra insuline moeten spuiten als ze een gebakje willen eten. En dat is voor je lichaam niet zo’n geweldig idee.

 

Insuline heeft namelijk nogal wat schadelijke effecten, het is een bijzonder ontstekingsbevorderend stofje. Dat merken mensen met diabetes type I ook als zij steeds meer eenheden gaan spuiten om hun glucoseniveau onder controle te houden. In feite creëren zij daar insulineresistentie mee en vergroten zij de kans om ook diabetes type II te ontwikkelen, met alle gevolgen van dien.

 

En dat terwijl het eigenlijk zo eenvoudig is om de insulinebehoefte te verminderen, of je nu diabetes hebt of niet. Het enige wat je hoeft te doen is voor elke maaltijd even 20 minuutjes te wandelen en daarmee je lichaam een dienst te bewijzen.

 

Dat kan in het begin wel wennen zijn. Je kunt daarmee in eerste instantie in een hypo komen en dat is niet te bedoeling. Je kunt dit voorkomen door voor het wandelen wat vetten te eten en voor noodgevallen een banaan of druivensuiker mee te nemen. Begin met een kleine wandeling van 5-10 minuten en bouw dit rustig op. Ga ook niet wandelen als je al bijna trillend op de grond ligt, je zult moeten leren hoe je lichaam reageert.

 

Het is in het begin ook verstandig om niet alleen op pad te gaan, maar om iemand mee te nemen. Wie gewend is te sporten met diabetes weet al dat je op de dagen dat je sport minder insuline nodig hebt en meer koolhydraten kunt eten. Het is dus een uitdaging om de hoeveelheid insuline af te stemmen op de behoefte van je lichaam. Wie goed naar zijn lichaam luistert, merkt heel goed wat wel of niet kan.

 

Als je het niet alleen aandurft, is het verstandig om de hulp van een diabetesdeskundige in te schakelen. Zorg dan wel dat je iemand uitkiest die begrijpt welke kant je uit wilt.

 

Het minderen van de hoeveelheid koolhydraten is bij diabetes overigens in de meeste gevallen verstandig, maar dat betekent niet dat je helemaal geen koolhydraten kunt eten. We hebben tenslotte ook wat koolhydraten nodig.

 

Als je op zoek bent naar koolhydraatbeperkte maaltijden (dat is iets anders dan koolhydraatarme maaltijden) kun je eens kijken in mijn boek ‘de Oerspronkelijke keuken’. Hierin vind je vele gerechten die passen binnen een koolhydraatbeperkt voedingspatroon.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

We zijn maar wat gek op de oer-Hollandse producten. Hagelslag, kaas, leverworst en pindakaas zijn de meest gangbare Nederlandse producten voor op brood.

 

Vandaag wil ik mijn licht eens laten schijnen op de pindakaas, wie is er niet groot mee geworden?

 

Normaal gesproken is pindakaas gewoon een potje gemalen pinda’s met wat zout. Meer niet, althans zo zou je denken. Maar de voedingsindustrie heeft (zoals vrijwel alles) het product verbeterd. Het mondgevoel is veranderd en het is nu veel smeerbaarder geworden. Vroeger, heel lang geleden, was pindakaas niet smeuïg tot op de bodem. Misschien weet je nog wel dat er op de pindakaas een laag olie aanwezig was. Je moest die olie er met veel moeite doorheen roeren. En dan was het laatste beetje uit de pot behoorlijk droog.

 

Op een gegeven moment heeft ons populairste merk pindakaas revolutionaire verbeteringen ingevoerd en sindsdien lusten we de oude pindakaas niet meer.

 

Zo’n smaakverbetering blijkt toch ook wel wat nadelen te hebben. Er is namelijk gehydrogeneerde palmolie (en suiker)aan de pinda’s toegevoegd. Dat is een vorm van transvet, ofwel een gehard vet wat nu nou niet bepaald goed is voor je hart en bloedvaten. Als ergens je vaten van dichtslibben is het wel van gehydrogeneerde palmolie.

 

Nu kun je zeggen dat we niks meer kunnen eten, dat alles ongezond is, of dat zo’n klein beetje pindakaas geen kwaad kan…

 

Laat ik daar dan toch iets over zeggen. Wat betreft het eerste, niks meer kunnen eten. Ik denk dat er heel veel lekkers te vinden is in de hoek van de onbewerkte voeding. Het is alleen een kwestie van je gewoonte veranderen, en dat is nou net niet makkelijk.

 

Veel van onze gewoontes zijn er ongemerkt ingeslopen, we zijn mee gegaan met de veranderingen die de voedingsindustrie heeft doorgevoerd, zonder dat we de consequenties konden overzien. En dan is het inderdaad lastig om eens een stapje terug te moeten doen.

 

En kan zo’n klein beetje pindakaas nou kwaad? Nee, alleen een klein beetje pindakaas kan geen kwaad. Daar zul je niet aan dood gaan. Maar palmolie wordt niet alleen aan pindakaas toegevoegd, ook de zo populaire hazelnootpasta, allerlei koekjes en gebak zitten vol met palmolie.

 

Het gaat dus om ons totale eetgedrag. Want als je alle kleine beetjes optelt (een likje pindakaas of chocopasta hier en een paar glaasjes wijn daar, die bitterbal en het gebakje zo af en toe) kan het zijn dat de weegschaal van gezonde voeding naar ongezonde voeding doorslaat.

 

Als je gek bent op pindakaas en toch ook op je gezondheid wilt letten, kun je natuurlijk ook op zoek gaan naar de oude, klassieke pindakaas met het laagje olie. Let er dan wel op dat er geen andere olie aan toegevoegd is, maar dat er alleen pinda’s in zitten.

 

Zelfgemaakte pindakaas is overigens nog veel lekkerder. Je kunt zelf pinda’s malen met een beetje zout in de keukenmachine. Dan weet je tenminste zeker dat er geen rommel aan toegevoegd is. Nog lekkerder en waarschijnlijk ook gezonder is zelf gemaakte notenpasta, gemaakt van verse noten zoals amandelen of gemengde noten.

 

Er is overigens nog een belangrijk argument om de consumptie van palmolie te verminderen. Voor de productie van die palmolie worden tropische oerwouden gekapt en orang oetans verdreven. Misschien is dat dan een argument om eens andere keuzes te gaan maken?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Het zat er wel aan te komen, maar toch was het voor mij een verrassing dat de grootste drogisterijketen van Nederland (wiens naam ik niet zal noemen) reclame maakt voor een aantal doe het zelf testen. Voor 19,95 weet je nu binnen no time of je glutenintolerant bent, of er bloed in je ontlasting aanwezig is, of dat je een ijzertekort hebt.

 

Medische zelftesten zijn al wat langer online verkrijgbaar, en dan blijft het niet bij een ijzertekort of bloed in de ontlasting. Nee, er worden tegenwoordig hele darmscreenings en IgG4 intolerantietesten online aangeboden.

 

En ik zal meteen maar vertellen wat ik daarvan denk, want je begrijpt waarschijnlijk al wel dat ik hier niet voor niets een blog over schrijf.

 

Ik heb zo mijn bedenkingen.

 

Om te beginnen zijn de meeste aangeboden testen waarschijnlijk wel betrouwbaar, maar van de testen die bij de drogisterij liggen kan ik daarvan niets zeggen. Er is namelijk helemaal geen informatie over de gebruikte testmethoden te vinden. En dan wordt het lastig beoordelen. Zo weet je bij de ijzertest niet of er hemoglobine of ijzer getest wordt. Dat zijn namelijk twee verschillende dingen.

 

Maar dat is niet het enige.

 

Wat moet je doen met de uitslag?

 

De mensen die een doe het zelftest willen doen, moeten dan met die uitslag naar de huisarts (die daar echt niet blij van wordt), of zij moeten niet alleen doe het zelven met de test, maar ook met de oplossing.

 

En dat is nu net wel de trend. We willen alles zelf uitzoeken en oplossen.

 

Ik begrijp het wel, er is zoveel informatie op internet te vinden, dat we denken overal wel goede raad te kunnen vinden. Er zijn zelfs ook kant en klare pakketten om van een candida af te komen, of om onze darmen te herstellen. Je doet even een detoxje en je bent weer als nieuw.

 

Maar ehh… Je gaat toch ook met je auto naar de garage? Of is het inmiddels normaal geworden dat we en masse een doe het zelf pakket olie verversen online bestellen? Nee toch?

 

Waarom doen we dan wel een darmdetox, een parasietenkuur of een darmscreening via een online leverancier?

 

Ook al heb je met een test ontdekt dat er een Candida in de darm aanwezig is, hoe weet je dan wat je moet doen? Moet je deze uithongeren (zou ik niet willen adviseren) of moet je die Candida af doden? Zou die Candida misschien ook een positieve functie kunnen hebben? Wat gebeurt er als je deze af doodt?

 

Als je een ijzertekort ontdekt met zo’n test, hoe weet je dan of dat ijzertekort geen functie heeft? Hoe weet je dan of het lichaam ijzer niet bewust laag houdt, omdat er anders kwaadwillende bacteriën van gaan groeien? Wat gebeurt er dan als je dan wel ijzer gaat slikken?

 

Wat doe je met de uitslag van zo’n IgG4 voedselintolerantietest? Ga je alles waar je op reageert dan niet meer eten? Wat doe je dan als je na een jaar diëten steeds minder kunt verdragen? Hoe los je dat dan op?

 

Wat doet het met je als je iets ontdekt met zo’n zelftest waarvan je denkt dat het niet zo gunstig is? Raak je in paniek? Ga je hulp zoeken? En bij wie?

 

Nu zal ik wel weer de zeikerd (excusez le mot) zijn die er anders over denkt, maar dat weerhoudt me niet om er iets van te zeggen.

 

Doe het niet. Ga niet op eigen houtje met je lichaam experimenteren.

 

Nu zeg ik dit niet om de online leveranciers te pesten, of omdat de testen niet goed zouden zijn. Ik wil je waarschuwen voor doe het zelven met je lichaam, omdat je zuinig moet zijn op je gezondheid. Je hebt tenslotte maar één lijf, zonder reserveonderdelen.

 

Het menselijk lichaam is zo gigantisch gecompliceerd, dat ook deskundigen (die jarenlang gestudeerd hebben) nog regelmatig voor raadsels staan.

 

Mijn mailbox loopt dagelijks vol met vragen van mensen die vastlopen bij het doe het zelven. En meestal stuur ik mensen door naar deskundigen, naar mensen die ervoor geleerd hebben. Ik leid bij het OPFG enthousiaste mensen op tot orthomoleculair therapeut om mensen die vastlopen met hun gezondheid weer vlot te trekken. Maar er zijn er nog veel meer, deskundigen die je kunnen helpen. Het is een kwestie van zoeken.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Toen ik onlangs Nederland vanuit de lucht bekeek, schrok ik van de hoeveelheid gele velden (met gif bewerkte grasvelden en landbouwgronden, met Glyfosaat (Roundup) om precies te zijn). Het zal niet toevallig zijn dat Foodwatch nu net deze week aandacht besteedt aan glyfosaat. Het is bar en boos op dit moment.

 

Dit gif is zogenaamd biologisch afbreekbaar en wordt daarom toegelaten om grotere oppervlaktes te bewerken. Want het scheelt veel werk als je eerst gras of andere gewassen doodt, voordat jet het land omploegt.

 

Ofwel gemakzucht.

 

Voor de boeren scheelt het veel werk, de overheid vindt het allemaal prima en dus is het normaal geworden. Want iedereen doet het.

 

Wat de landbouwsector en de overheid zich niet realiseren, is dat dit gif niet zo onschuldig is als gedacht. Biologische afbreekbaarheid zegt eigenlijk helemaal niks, dat is een loze kreet waarmee we het idee krijgen dat iets onschadelijk is.

 

Glyfosaat lijkt onschadelijk omdat het ingrijpt op de Shikimatepathway. Dat is een biochemisch pathway wat wij mensen niet hebben. En daarom is het zogenaamd onschadelijk voor mensen.

 

Nou, nee dus.

 

Wij mensen mogen dan geen shikimatepathway hebben, maar bacteriën hebben dit wel. Is het dan niet vreemd om te denken dat wij geen last hebben van dit goedje? Bacteriën zijn toch onmisbaar voor onze gezondheid, of heb ik het mis?

 

Glyfosaat heeft een verwoestend effect op onze darmflora, met alle gevolgen van dien. Een van die gevolgen is dat wij mensen steeds slechter oxalaten kunnen verwerken.

 

Ehh, wat? Oxalaten?

 

Oxalaten zijn kleine scherpje kristalletjes die ontstaan vanuit oxaalzuur, aanwezig in o.a. spinazie, rabarber, noten, chocola, avocado, boekweit en zoete aardappelen. ‘Gezonde’ producten dus.

Normaal gesproken worden die kristalletjes afgebroken door een bacteriesoort, de oxalabacter formigenes. Deze bacterie zorgt ervoor dat deze scherpe kristallen de darm niet kunnen beschadigen of nierstenen kunnen veroorzaken. Maar als deze bacterie doodt gaat van glyfosaat, zal dat niet lukken, met alle gevolgen van dien.

 

Nu hoop je misschien dat het bij deze ene bacterie zal blijven, maar helaas. De diversiteit van ons microbioom (darmflora) neemt af door het gebruik van glyfosaat. Tel daarbij op het gebruik van antibiotica en je snapt wat de gevolgen kunnen zijn.

 

Een van die gevolgen is het ontstaan van obesitas. Onderzoek toont aan dat een verminderde diversiteit van het microbioom is gerelateerd aan het ontstaan van overgewicht.

 

Het blijft echter niet bij het bacteriedodend effect van glyfosaat. We weten inmiddels ook dat glyfosaat het mineraal molybdeen uit het lichaam verwijdert. En nu is molybdeen voor de meeste van ons misschien onbekend, maar dat betekent niet dat het geen belangrijk mineraal is. Molybdeen is essentieel voor het SUOX enzym. Sulfiet oxidase is een enzym wat van het giftige sulfiet, sulfaat moet maken. En zonder sulfaat kun je gewoon niet leven.

Molybdeen is ook belangrijk voor het uitscheiden van een teveel aan vitamine B6. Weet je nog dat een teveel aan B6 neurologische klachten veroorzaakt? Zou dat dan met glyfosaat te maken kunnen hebben?

 

En wie het (pittige) artikel van Dr. Senef over de mogelijke rol van glyfosaat in het ontstaan van ALS leest, zal zich afvragen waar wij mee bezig zijn.

 

Maar waarom wordt Roundup dan niet gewoon verboden en gaan we terug naar de schoffel?

 

Het is mogelijk dat de overheid niet precies weet wat de gevolgen zijn van het gebruik van Roundup, maar ik vermoed dat het anders zit. De fabrikant van Roundup, de machtige firma Monsanto, heeft namelijk veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van plantenrassen die resistent zijn tegen Roundup. Om flink met gif te kunnen sproeien om onkruid te verdelgen, zonder dat de oogst mislukt.

 

Je kunt je voorstellen dat wanneer je Roundup-resistente planten besproeit, er ook glyfosaat in ons voedsel terecht komt. En dan zullen wij mensen (en onze darmflora) daarmee in contact komen. Dat is overigens geen vraag meer, er is aangetoond dat wij allemaal (zelfs baby’s) glyfosaatresten in de urine hebben.

 

Gemakzucht wordt dus duur betaald. Ik pleit voor de terugkeer van de schoffel.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie.

 

Ik snap het wel. Als je niet lekker bent, moe, lusteloos en depressief, ga je naar de dokter. Deze onderzoekt (als het meezit) je bloed en dan komt er een diagnose. Je hebt ijzer tekort, je schildklier werkt niet goed of je hebt Pfeiffer (of zoiets). De oplossing voor dit probleem is dan het geven van schildkliermedicatie, ijzer of bedrust. Want dat zijn de bewezen effectieve behandelmethoden, maar het is tevens ook symptoombestrijding.

 

Bij een aantal mensen zal deze aanpak ook best (tijdelijk) kunnen werken, maar vaak werkt het ook niet. En wat dan?

 

In de orthomoleculaire geneeskunde, althans bij de opleidingen van het OPFG, kijken we verder. Wij zoeken naar de reden waarom de schildklier niet goed werkt, waarom er een ijzertekort is of waarom het immuunsysteem het Epstein Barr virus niet heeft opgeruimd. Dat doen we omdat we weten dat organen niet zomaar niet goed werken, mineralentekorten niet zomaar ontstaan en virussen op een gezond lichaam minder vat hebben.

 

Als we de schildklier als voorbeeld nemen, kun je er wel vanuit gaan dat in veel gevallen (maar niet altijd)de schildklier helemaal niks mankeert bij een ‘schildklieraandoening’. De schildklier is namelijk een orgaan die doet wat hij krijgt opgedragen, mits de omstandigheden in orde zijn.

 

Er moeten voldoende stoffen aanwezig zijn om te kunnen functioneren, zoals jodium, zink, selenium, ijzer, vitamine A en D en mangaan. Maar een schildklier zal ook minder goed werken als er ontstekingen in het lichaam aanwezig zijn. Dat is een logische oplossing van het lichaam voor een probleem wat het anders niet zo makkelijk kan verhelpen. Want als er ontstekingen zijn, is het niet handig om veel energie te stoppen in het produceren van warmte en energie. Het immuunsysteem vraagt dan alle aandacht en energie om indringers te bestrijden.

 

Die indringers kunnen virussen, bacteriën of parasieten zijn, maar ook voedingsstoffen waar je immuunsysteem op reageert. Het kan daarom heel goed werken om alleen dingen te eten die geen immuunreactie uitlokken, of om de darmen te helen, zodat er geen ongewenste stoffen in de bloedbaan kunnen komen.

 

Als je dit allemaal niet wilt uitzoeken en aanpakken, kun je er natuurlijk voor kiezen om alleen schildkliermedicatie te slikken. Misschien voel je je daar wel beter bij, maar het is de vraag of de onderliggende oorzaak uiteindelijk geen andere klachten zal veroorzaken. Zo is het mogelijk dat onopgeloste ontstekingen ook gewrichtsklachten of auto-immuunreacties kunnen veroorzaken. Ben je dan niet veel verder van huis?

 

Ik begrijp ook dat het verwarrend is dat men in de reguliere geneeskunde niet verder kijkt dan symptoombestrijding. Wie moet je dan geloven? Heeft het wel zin om anders te gaan eten als de dokter zegt dat het allemaal onzin is?

 

Onzin is het niet, deze informatie is alleen nog niet doorgedrongen in de medische wereld. Er zijn echter wel vele wetenschappelijke publicaties die het bevestigen. Maar voordat een nieuwe gedachte is bewezen, ben je zo tien jaar verder. Je hebt dus de keuze om te wachten tot de nieuwe benadering gemeengoed geworden is, of zelf op ontdekkingstocht gaan naar oplossingen en je lifestyle veranderen. Er zijn genoeg goed opgeleide mensen die je hiermee kunnen helpen. Je vindt ze hier.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Een op de vier studenten heeft last van burn-out of depressieve klachten. Daar kunnen we lacherig over doen, of zeggen dat deze arme jongeren zich aanstellen. Maar dat lijkt mij niet terecht. De Universiteiten maken zich zorgen en er is een werkgroep opgericht om te onderzoeken hoe deze situatie verbeterd kan worden.

 

Natuurlijk wordt er gekeken naar een te grote werkdruk, prestatiedrang, social media, nieuwe regelgeving, financiële druk en verwachtingspatronen. Want dat is waar men automatisch naar kijkt bij dit soort klachten.

 

We kijken automatisch naar de mentale(over)belasting. Geen woord over de fysieke belastbaarheid. En daar heb ik wel wat moeite mee.

 

Hoe kun je nu alleen kijken naar de ene kant van de weegschaal?

 

Het gaat bij klachten zoals burnout en depressie altijd om twee kanten. Belasting én belastbaarheid. En dat gaat niet alleen over mentale, maar vooral ook over fysieke belastbaarheid.

 

Het is zo langzamerhand toch wel duidelijk dat de mentale gesteldheid gerelateerd is aan de fysieke gezondheid. Er zijn vele publicaties te vinden over de relatie tussen de mentale gezondheid en het microbioom, voeding, de levergezondheid, de vitamine D status, de werking van de schildklier en de bijnieren, de ijzerstatus, de mineralenbalans en zo veel meer….

 

Zodra de belasting groter wordt, zal de belastbaarheid automatisch verkleinen, mits je daar iets aan doet. En dat geldt niet alleen voor mentale omstandigheden zoals werkdruk en zo. Fysieke factoren die ons lichaam ook kunnen belasten zijn bijvoorbeeld verkeerde voeding, slaaptekort, te weinig (of teveel) bewegen, drankmisbruik, drugsgebruik, maar ook toxische stoffen vanuit het milieu, fijnstof, medicijngebruik zoals antibioticagebruik en nog veel meer.

 

Het lijkt mij daarom zinvol dat onderzoek naar burn-outklachten niet alleen gericht wordt op de mentale kant, maar dat die fysieke kant ook eens aan bod komt. Want als we een burn-out blijven zien als een mentaal probleem, of een kwestie van overwerkt zijn, zadel je mensen op met een schuldgevoel, alsof ze het zelf veroorzaken, zwak zijn, of labiel.

 

Zullen we daar eens mee stoppen?

 

Maar goed, zou je wel zelf iets kunnen doen om je belastbaarheid te verhogen, waardoor je veel meer aan kunt en beter presteert?

 

Ja natuurlijk kan dat.

 

De preventieve geneeskunde (waarin we bij het OPFG lesgeven)richt zich juist specifiek op het vergroten van de belastbaarheid met behulp van voedingsinterventies (dat is een ander woord voor anders eten), bewegingsadviezen en andere leefstijladviezen.

 

Zo kun je denken aan het verbeteren van de spijsvertering door anders te eten, beter te kauwen en minder vaak te eten, of het verbeteren van de leverfunctie door minder alcoholgebruik en het eten van leverondersteunende groenten en kruiden. Maar ook aan het stabiliseren van de darmwerking door bijvoorbeeld het gebruik van pre- of probiotica, of het versterken van je weerstand met koude training.

 

In principe gaat het erom dat je gaat eten waar je lichaam voor gemaakt is, veel plantaardig materiaal en minder suikers, alcohol en geraffineerde producten. Maar ook dat je leert luisteren naar je lichaam, dat je gaat ontdekken wat bij je past.

 

Als jij nu een burn-out voelt aankomen en daar iets aan wilt doen, of je wilt weten hoe je een burn-out voorkomt, kun je deze zomer terecht bij het OPFG. Er staan een aantal summerschool cursussen aan te komen waarmee je jezelf weer op rit krijgt. Houd de website in de gaten, dan ben je hopelijk op tijd om je in te schrijven.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Beste leden van de Gezondheidsraad,

Uw beslissing om ME en chronische vermoeidheid niet meer te zien als een psychische ‘mode’ ziekte en uw aanbeveling voor meer onderzoek voelt voor vele patiënten toch wel dubbel. Eindelijk geeft U nu gewoon toe dat ME en CVS wel degelijk ernstige ziektebeelden zijn, maar dat U niet weet hoe ME ontstaat en wat er aan gedaan kan worden.

 

Het is een stapje in de goede richting. Maar dan wel een verdomd klein stapje.

 

Toch zijn we al blij met deze verandering van perspectief. Het geeft de hoop dat meer medici de klachten van deze patiënten nu eens serieus gaan nemen. Want dat is iets waar veel patiënten behoefte aan hebben. Zij willen gehoord worden.

 

In tegenstelling tot U, dames en heren deskundigen, ben ik zo iemand die zich ervaringsdeskundige mag noemen. Dat is niet iets om trots op te zijn, iets wat je bovenaan je CV zet, zeg maar.

 

Toch heeft deze ervaring mij wel heel veel gebracht. En ik weet dat velen zeggen dat zij deze ervaring liever niet gehad zouden hebben.

 

Zij zouden heel graag net als anderen aan sport mee kunnen doen. Zij zouden ook een hele dag met hun kinderen willen kunnen optrekken. Zij zouden ook eens op vakantie willen gaan. Zij zouden ook meer van het leven willen zien dan de vier muren van hun slaapkamer, het toilet en de badkamer. Zij zouden ook op een mooie lentedag op de fiets willen stappen en de wind door hun haren laten waaien.

 

Ik heb zo’n duistere periode ook gekend, gekluisterd aan bed en te moe om mijn gezin draaiend te houden. Gelukkig ben ik er op eigen kracht (nou ja, zonder reguliere medische hulp dan) uit gekomen en kan ik zeggen dat het me veel gebracht heeft. Ook al was het niet leuk.

 

Ik ben op zoek gegaan naar oplossingen, naar onderliggende oorzaken, naar werkingsmechanismen en naar de handleiding van mijn lichaam. Door die speurtocht heb ik verschrikkelijk veel geleerd (en het heeft me ook nog een master diploma opgeleverd). Inzicht wat niet alleen berust op wetenschappelijke consensus, maar vooral ook op empirie.

 

Als er wetenschappelijk gezien nog geen consensus is, kun je twee dingen doen: wachten tot er antwoorden zijn, of op zoek gaan naar hypotheses en antwoorden die voor jou werken, waarmee je weer een leven hebt.

 

Maar denkt U niet dat ik nu ‘genezen’ ben.

 

Mijn genetische constitutie blijft hetzelfde, mijn kwetsbaarheid blijft en ik zal mijn leven lang meer moeite moeten doen dan anderen om mijn lichaam enigszins gezond te houden. Maar dat heb ik er graag voor over.

 

Ik kan leven zonder alcohol, feestjes, fastfood, gluten, zuivel en intensief sporten. Ik voel me gelukkig met een gezonde levensstijl en geniet van de dingen die ik wel kan.

 

Maar misschien begrijpt U nu wel dat het voor mij en al die anderen wel wat wrang voelt, dat er nu eindelijk een andere benadering komt. Dat ME en CVS nu na al die jaren gezien gaan worden als ernstige aandoeningen, terwijl wij jarenlang als aanstellers betiteld zijn. Het zou allemaal tussen de oren zitten en (als we maar flink zouden sporten en praten) wel over gaan.

 

Uw oude visie, gebaseerd op ondeugdelijk onderzoek, heeft bij veel medici een ontkennende en stigmatiserende houding gecreëerd. Gelukkig heeft dit mij strijdbaar gemaakt, maar dat is niet voor iedere ME patiënt hetzelfde. Al deze mensen mankeren wel degelijk iets(ik zou dat beoogde onderzoek maar eens richten op neuro-immunologische componenten) en krijgen daarvoor geen erkenning. Weet U wel wat dat met mensen doet?

 

Het is niet uit te leggen dat mensen die door het roken van twee pakjes zware shag per dag COPD creëren, wel een uitkering en behandeling vergoed krijgen, terwijl mensen met ME en chronische vermoeidheid (omdat het tussen de oren zou zitten)vaak gewoon door moeten werken.

 

Een excuus van uw kant zou wel zo netjes zijn.

 

Ik hoop dat U begrijpt waarom mensen de vlag nog niet uithangen. We zullen eerst moeten zien wat deze visie wijziging nu echt voor patiënten oplevert. Want als we op de uitkomst van onderzoek moeten wachten, zijn we zo 10 jaar verder.

 

Vriendelijke groet,

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

 

Over het algemeen wordt stress gezien als iets ongezonds. We weten allemaal hoe stress ons onderuit kan halen, hoe je lichamelijk functioneren door stress wordt beïnvloed. Toch hoeft stress niet iets negatiefs te zijn, in haar Tedtalk werpt Kelly McGonigal een frisse nieuwe blik op het begrip stress.

 

Uit onderzoek is gebleken dat mensen die veel stress ervaren een 43% grotere kans lopen om te overlijden, dan mensen die weinig stress ervaren. Dat is nogal wat.

 

Als je die cijfers bekijkt, ligt het voor de hand om stress als een negatieve factor te bestempelen. Ga maar eens op zoek in Pubmed, dan vind je nog veel meer studies die deze bevindingen bevestigen.

 

Het onderzoek wat Kelly McGonigall aanhaalt in haar Tedtalk laat echter ook nog iets anders zien. Mensen die stress als iets positiefs zien, hebben zelfs een kleinere kans om te overlijden dan de groep mensen met weinig stress.

 

Nu zul je denken, hoe kun je stress nu als iets positiefs zien?

 

Stress ontstaat in situaties van gevaar, wanneer we iets niet onder controle hebben, of wanneer we niet kunnen voldoen aan verwachtingen, wanneer we ons onveilig voelen, in de steek gelaten etc. etc.

 

Stress is dus een reactie van ons lichaam op een onveilige situatie.

 

Nu kun je aan die situaties niet altijd meteen iets doen, maar je kunt wel anders kijken naar de manier waarop je lichaam reageert op die situatie.

 

Wanneer je beseft dat je lichaam je beschermt met een stressreactie, ofwel je helpt om te overleven, kun je de stressreactie zelf als iets positiefs beschouwen. Ook al voelt de situatie niet prettig, heel vervelend, of zelfs verschrikkelijk.

 

Deze verandering van perspectief, ook wel reframing genoemd, geeft een wezenlijke verandering in je systeem. Je kunt zelfs dankbaar zijn dat je lichaam precies doet wat het moet doen, ook al is het niet leuk. En juist die verandering is goed voor je gezondheid.

 

Nu zijn er nog veel meer studies, waaronder deze, die aantonen dat je door positief te denken langer leeft, maar werkt dit dan ook als je (chronisch) ziek bent?

 

Ja.

 

Ik begrijp heel goed dat het voor chronisch zieke mensen niet makkelijk is om positief te zijn. Maar misschien helpt het wel om te beseffen dat je lichaam niet faalt, maar er juist alles aan doet om zo goed mogelijk te overleven.

 

Zo kun je hoofdpijn zien als iets negatiefs, maar als je bedenkt dat je lichaam je laat zien dat je lever het moeilijk heeft(door wat voor reden dan ook), ben je in staat om je lever een handje te helpen.

 

Voor mijzelf zijn mijn lichamelijke klachten (en geloof me, ik heb ook zeker mijn portie gehad)altijd weer een teken dat er nog iets is wat ik nog niet heb opgelost, een uitdaging om verder te zoeken om mijn lichaam datgene te geven wat het nodig heeft. Daardoor kan ik mijn lichamelijke klachten toch bekijken als iets positiefs, ook al zijn ze vaak helemaal niet leuk. (Wat overigens niet wil zeggen dat ik nooit de pest in heb.)

 

Het gaat er in principe dus om dat je begrijpt hoe je lichaam werkt en ondanks alle ellende op zoek gaat naar oplossingen. Daarmee neem je het heft van je eigen gezondheid in handen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

PS. In mijn boeken en in mijn lessen leg ik uit hoe het lichaam werkt en geef ik je tools hoe je zelf die oplossingen kunt vinden.

 

Nu meer en meer bekende Nederlanders enthousiast vertellen over de door hen ondergane gastric bypass is het misschien een goed idee om eens iets te vertellen over de gevolgen van deze ingreep.

 

Laat ik vooropstellen dat ik mij goed kan voorstellen dat mensen uit wanhoop de beslissing nemen om zich te laten opereren. Het is niet niks als je steeds dikker wordt en al alles geprobeerd hebt om af te vallen.

 

Nee echt, het is onzin dat al deze mensen allemaal gewend zijn om zich vol te proppen met allerlei ongezonde lekkernijen. Er zijn ook mensen die echt alles gedaan hebben om van het overgewicht af te komen.

 

De voordelen van een gastric bypass zijn voor de medische wetenschap helder. Er worden kilo’s verloren, de bloedglucose normaliseert zich vrijwel meteen en allerlei welvaartsaandoeningen verdwijnen, in elk geval voor een aantal jaar.

 

Bij vasten heb je overigens dezelfde resultaten, alleen is dat veel moeilijker om vol te houden. Bij een gastric bypass zul je (zeker in het begin)geen trek hebben in eten, waardoor het afvallen makkelijker wordt.

 

Zoals het vaak wordt voorgesteld lijkt het een prima oplossing om gewicht te verliezen en weer gezond te worden.

 

Toch is het niet alles goud wat er blinkt.

 

Als het goed is, krijg je bij de voorlichting over deze ingrijpende operatie ook te horen dat er risico’s aan kleven. Het is tenslotte een operatie, waarbij complicaties kunnen ontstaan.

 

Maar dat is niet het enige risico.

 

Bij een gastric bypass wordt de hele spijsvertering ingrijpend veranderd. En wanneer je de spijsvertering beïnvloedt, werkt dat door in je hele lichaam. Het begint al in de maag, deze heeft namelijk een belangrijke functie in de spijsvertering. Het maagzuur en de enzymen in de maag zorgen voor een belangrijk deel van het verteringsproces. Als je de maag verkleint wordt er ook minder maagzuur aangemaakt.

 

Wanneer je weinig blijft eten, zal dit misschien nog eens niet het grootste probleem zijn. Belangrijker is nog dat een belangrijk deel van de twaalfvingerige darm niet meer gebruikt wordt. Juist het gedeelte waar de spijsverteringsenzymen bij de voedselbrij komen, wordt gepasseerd. Hoe moet dan je voedsel verteerd worden, zodat je het kunt opnemen? In dat gedeelte van de darm worden ook veel nutriënten opgenomen.

 

Door deze ingrijpende verandering in de vertering, zal ook de samenstelling van de darmflora veranderen en daarmee de werking van het immuunsysteem. Onverteerde eiwitten komen in contact met immuuncellen in de darm. (Wat zomaar allerlei gevolgen kan hebben op de immuunfunctie.)De essentiële effecten van de galvloeistof op ons lichaam verdwijnen, maar ik vermoed dat er geen onderzoek gedaan is naar wat dit voor het systeem betekent.

 

Ik vraag me wel eens af hoe iemand op het idee gekomen is om zo’n operatie als oplossing te zien. Dat moet wel haast iemand zijn geweest die denkt dat het geen kwaad kan om juist dit stuk darm buiten spel te zetten. Iemand die het lichaam als een zak met onderdelen bekijkt, waar je makkelijk wat stukjes uit kan weghalen. Is het niet vreselijk arrogant om te denken dat wij na miljoenen jaren evolutie het ongelooflijk ingenieus ontworpen menselijk lichaam (waarin echt alles een functie heeft) ongestraft kunnen wijzigen?

 

Maar goed, wat kun je doen om de schade nog enigszins te beperken?

 

Als je weinig kunt eten is het nog belangrijker dat hetgeen je in je mond stopt ook vol zit met goede voedingsstoffen. Want een lichaam heeft nu eenmaal nutriënten nodig. En dan heb ik het niet alleen over koolhydraten, vetten en eiwitten. Dan heb ik het over micronutriënten zoals vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen.

 

Je zult begrijpen dat het halveren van de pizza, de magnum en het Bigmac menu daarom geen goede strategie is om gezond te worden.

 

Ik weet dat er geadviseerd wordt om een multivitaminenpreparaat te slikken, om tekorten te voorkomen. Maar… als de opname van nutriënten in de darm niet goed verloopt, heeft het dan wel zin om die vitaminen en mineralen te slikken?

 

Het zal in elk geval wel beter zijn dan geen extra nutriënten slikken, maar ik denk dat het niet voldoende is om gezond oud te worden.

 

Wat dan?

 

Tja, de operatie ongedaan maken zal wel niet meer lukken, dat is een vrijwel onomkeerbare ingreep. Toch is er wel een oplossing om in elk geval iets te doen om ernstige tekorten te voorkomen. Er bestaan supplementen in de vorm van zuigtabletten. Door deze tabletten langzaam op te zuigen, worden de nutriënten via het mondslijmvlies opgenomen. Daarmee passeer je het maag-darmkanaal.

 

Dat lijkt dan misschien een prima oplossing, maar hiermee kun je echt niet alle nadelen van een gastric bypass verhelpen. Ik zou over zo’n ingreep niet te lichtzinnig denken. We weten nog helemaal niets over de gevolgen van de operatie op de lange termijn. En aan de echte oorzaak van het overgewicht heb je met zo’n operatie niets veranderd.

 

Ik vind dat we moeten stoppen met de promotie van dit soort operaties en mensen echte hulp moeten bieden bij het tegengaan van overgewicht. Zolang we met het vingertje blijven wijzen en mensen een schuldgevoel blijven aanpraten, zullen wanhopige mensen deze mogelijkheid om snel van hun overgewicht af te komen met twee handen aangrijpen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie