Aaf Brandt Corstius beschreef afgelopen week in een column in de Volkskrant hoe veel mensen reageren op nieuwe ‘voedingsfeiten’. “Alles wat vroeger als gezond werd gezien, is nu verkeerd.” Inderdaad, dit soort reacties krijg ik ook vaak. Laten we vooral alles bij het oude laten, al die nieuwe inzichten maken alles alleen maar verwarrend…..

 

Er worden dan ook nogal wat nieuwe ‘feiten’ de wereld in geslingerd. Kranten, websites, bloggers, goeroes en ervaringsdeskundigen (waaronder ikzelf) mogen gewoon een mening naar buiten brengen. Maar het zijn niet alleen meningen, zodra er een nieuw wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd is, waaruit bijvoorbeeld de correlatie blijkt tussen het drinken van veel magere zuivelproducten en het ontstaan van de ziekte van Parkinson, wordt deze informatie alom gedeeld alsof je Parkinson krijgt van het drinken van magere melk.

 

Maar zo werkt het natuurlijk niet. Een correlatie is geen causaliteit. Ofwel er is een mogelijk verband, maar het hoeft geen oorzaak te zijn. Er is vast ook een oorzaak te vinden tussen het drinken van teveel frisdranken en het ontstaan van Parkinson, of het eten van gevulde koeken of het roken van een pakje sigaretten per dag. Maar daar zal  niemand van opkijken, want die gewoontes zijn al bekend als ongezond. Het wordt pas opzienbarend als ‘gezonde’ voedingsmiddelen ineens ‘ongezond’ zouden kunnen zijn.

 

Zo was er ook een publicatie waaruit blijkt dat wit of bruin brood niet per se ‘gezonder’ is. Uit het onderzoek bleek dat er mensen zijn die slechter reageren op wit dan op bruin brood, of andersom. Het bleek afhankelijk van de samenstelling van hun darmflora. De conclusie is dan ook dat je geen algemene voedingsadviezen kunt geven, het is maatwerk.

 

Zulke publicaties rammelen aan de ingesleten overtuigingen, die door de voedingsindustrie en de overheid (we noemen geen namen) er in de afgelopen decennia zijn in geramd. Reclames waarin vezels als ‘gezond’ bestempeld worden, ‘melk is de witte motor’ en ‘verantwoorde’ tussendoortjes met ‘gezonde granen’ hebben bij ons een soort schijnveiligheid gecreëerd.

 

Door de schijf van vijf kregen we houvast, wist je zeker dat je niks fout deed. En nu lijkt het allemaal niet meer te kloppen!

 

Dat is niet alleen verwarrend, maar vooral ook bedreigend. Mensen staan niet toe dat je aan hun eten komt. “Mijn opa is honderd geworden met boterhammen met kaas en een liter melk per dag, dus zo verkeerd kan het niet zijn.” Vaak rookte opa er ook nog bij, dus dat zal dan ook wel geen kwaad kunnen?

 

Opa had waarschijnlijk geluk, hij had de goede genen en groeide op in een tijd zonder overdaad aan voedsel, zonder giftige stoffen in het milieu, zonder glyfosaat, zonder de hele dag op zijn krent te zitten en zonder teveel medicijnen.

 

Onderzoek levert nu eenmaal voortschrijdend inzicht.

 

Ik ben maar wat blij dat we nu weten dat roken niet gezond is en dat we beter geen Softenon meer kunnen voorschrijven in de zwangerschap. Ook ben ik blij dat we nu weten dat het niet verstandig is om asbest bij longoperaties in de borstholte te strooien (onvoorstelbaar, maar dat gebeurde echt vroeger). En ben ik blij om te weten dat niet alle nieuwe chemische stoffen om voeding te conserveren of op smaak te brengen ook echte verbeteringen zijn.

 

Nee, ik ben wel blij met de nieuwe inzichten, maar dat komt ook omdat mijn lichaam al lange tijd geleden heeft laten merken dat het niet blij wordt van granen en zuivel. Daar had ik geen onderzoek voor nodig.

 

Het is maar de vraag of jij jouw voedingsgewoonten wel zou moeten veranderen. Voor mensen die klachten hebben is het de moeite waard om het roer eens om te gooien. (Hier vind je receptenboeken gebaseerd op de nieuwe inzichten) Maar als je nergens last van hebt, zul je niet zo snel geneigd zijn om anders te gaan eten. Dat zou tenslotte ook wel goed kunnen uitpakken. Wist je nu maar of je daarmee je kop in het zand steekt. Dat weet je pas als je net als opa 100 geworden bent, of niet….

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie


 

Naar aanleiding van mijn blog van vorige week stelden verschillende lezers dezelfde vraag. Ik schreef daar dat je lichaam bij chronische stress, chronische laaggradige ontstekingsreacties en nutriëntentekorten op zoek gaat naar zoet en vet om te kunnen overleven, waardoor je MOET eten.

 

Een aantal lezers vroeg zich af waarom mensen in die situaties dan niet hun eigen lichaamsvet gebruiken om te overleven.

 

Dat is een hele goede vraag.

 

Ons lichaam is zo ontworpen dat we normaliter lichaamsvet gebruiken bij acute stress en acute ontstekingsreacties. Dat klopt.

 

Maar dat gebeurt in geval van stress alleen bij de productie van adrenaline, niet in de fase daarvoor, wanneer je noradrenaline aanmaakt. Noradrenaline is de voorloper van adrenaline en je maakt noradrenaline aan (uit dopamine) wanneer je hersenen aangeven dat er gevaar is. Noradrenaline maakt je lichaam alert en klaar om in actie te komen. Je komt pas echt in actie wanneer je adrenaline aanmaakt. Dan ga je vechten of vluchten.

 

Deze noradrenaline-fase duurt meestal maar heel kort, maar wanneer je in je vroege jeugd geprogrammeerd bent om altijd op je hoede te zijn (de nestvlieder), ben je altijd alert en sta je permanent in de noradrenaline-stand. In die situatie heb je extra glucose nodig en ga je suikers eten of wordt er glucose ‘gemaakt’ uit glycogeen, of zo nodig uit eiwitten. En wanneer er glucose beschikbaar is, kun je niet tegelijkertijd lichaamsvet aanspreken. Het lichaam zal eerst de beschikbare glucose moeten gebruiken.

 

Hetzelfde geldt voor een chronische milde of ‘laaggradige’ ontstekingsreactie.

 

Het immuunsysteem kan bij een acute ontstekingsreactie ketonen (uit vetten) gebruiken. Dat merk je als je koorts hebt, je hebt geen zin in eten en je valt af. Maar bij een chronische laaggradige ontstekingsreactie (zoals bij een allergie of een disbalans in de darm bijvoorbeeld) zal het immuunsysteem wel glucose nodig hebben.

 

Nu zijn er mensen die niet dikker worden van langdurige stress of een chronische ontsteking, zij worden juist mager. Maar anderen worden dikker van dezelfde problemen. Jouw constitutie (genetische aanleg) bepaalt uiteindelijk hoe je lichaam reageert.

 

Een belangrijke factor hierbij is of er na verloop van tijd (jaren) insulineresistentie optreedt. Want bij langdurige stress of ontstekingen kan er insulineresistentie ontstaan, zelfs als je weinig suikers eet. Wie insulineresistent wordt (en dat is eigenlijk een oplossing van je lichaam om glucose te sparen voor je immuunsysteem of je brein) loopt een grotere kans op overgewicht.

 

Bij ernstig overgewicht ofwel morbide obesitas is er vrijwel altijd sprake van insulineresistentie. Dan zie je dat je de hele dag MOET eten, omdat de voeding (voor zover dat ook echt voeding is) niet gebruikt kan worden om er energie van te maken. Het lichaam verhongert eigenlijk, terwijl je wel steeds dikker wordt. Is het dan gek dat je de hele dag MOET eten?

 

Door insulineresistentie kan glucose de spiercel (waar er energie van gemaakt wordt) bijna niet meer in. De meeste glucose wordt als vet opgeslagen in de vetcellen, omdat de insulinereceptoren van de spiercellen (bijna) niet meer functioneren. En je kunt nu eenmaal niet tegelijkertijd vet opslaan en verbranden.

 

Hoe meer glucose als vet wordt opgeslagen, hoe minder er gebruikt kan worden voor het immuunsysteem of voor het brein, terwijl dit nu net wel de bedoeling was van dit mechanisme. Dat lijkt ondoordacht van ons lichaam, maar het systeem is echter ontworpen in een tijd dat we geen chronische stress of chronische ontstekingen kenden. We gingen gewoon dood aan acute situaties.

 

Wat moet je nu doen als je jezelf herkent in het bovenstaande verhaal?

  1. Je kunt beginnen met rustig te wandelen. Tijdens en na een wandeling van een half uur kan gedurende 2-3 uur de glucose zonder insuline de cel in. Daarmee kun je de vicieuze cirkel doorbreken, omdat je cellen weer glucose kunnen gebruiken om energie te maken. Doe dat 2-3 keer per dag, dan hoef je veel minder insuline aan te maken. (Voor mensen met diabetes is het belangrijk om het glucosegehalte regelmatig te meten en de hoeveelheid medicatie daarop af te stemmen, natuurlijk in overleg met de behandelaar.)
  2. Dan zul je op zoek moeten of er bij jou iets aan de hand is in je stresssysteem (geprogrammeerd voor alertheid vanuit een onveilige jeugd?), of dat je immuunsysteem chronisch geactiveerd is.
  3. Voor de stressreactie kun je kortdurend wat saliethee proberen, daarmee schakel je noradrenaline uit. Als je merkt dat je met saliethee minder behoefte aan eten hebt, weet je waar je het zoeken moet. Let er wel op dat niet iedereen salie even goed kan verdragen en dat je bij langdurig/overmatig gebruik bepaalde leverpathways kunt overbelasten. Daarom is permanent gebruik zonder advies van een deskundige af te raden.
  4. Om je immuunsysteem rust te geven, kun je op zoek gaan naar de voedingsmiddelen die jouw immuunsysteem in actie zetten. Je kunt dat vaak aan je hartslag merken. Wanneer je hartslag meer dan 10-15 slagen stijgt na het eten, weet je dat je iets eet waar je lichaam negatief op reageert. Dit is dan ook de reden dat veel mensen opknappen door het eten van oervoeding. Hiermee breng je het immuunsysteem tot rust en eet je veel meer nutriënten, zodat je lichaam beter functioneert. (Hier vind je boeken met oervoedingsrecepten.)
  5. Mocht het eten van oervoeding nog niet voldoende zijn om je immuunsysteem rust te geven, is er duidelijk nog iets anders aan de hand. Met een deskundige behandelaar kun je op zoek gaan naar de oorzaak.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Ondanks alle voorlichting over gezonde voeding zien we nog maar weinig verandering in het ontstaan van welvaartsziekten. Het is niet zo gek dat mensen hun eetgedrag niet veranderen door het geven van informatie over gezonde voeding. Er spelen meer factoren een rol dan alleen onwetendheid.

 

Om te beginnen is er de rol van de voedingsindustrie. Door het ‘foute’ voedselaanbod in de winkels worden mensen te dik en ongezond. Een ander veelgehoord argument is ook dat mensen ongezond worden omdat ze zich niet kunnen beheersen, ze hebben een gebrek aan discipline. Zou het werken om onze pijlen te richten op informatieverstrekking, de industrie en het gebrek aan discipline?

 

Je hebt geen discipline nodig als het voedingsaanbod zou verbeteren. Dat zou ervoor pleiten om de voedingsindustrie aan banden te leggen. Maar we weten ook dat zoiets er niet in zit, daarvoor zijn de financiële belangen te groot. Bovendien zijn er ook nog veel mensen die best kunnen snoepen en snaaien en ogenschijnlijk gezond blijven. Het tegenovergestelde is ook waar, als mensen zich zouden beheersen en geen ‘rommel’ meer zouden eten, verandert het voedselaanbod vanzelf. De vraag bepaalt tenslotte het aanbod.

 

Ik denk dat we een belangrijke factor vergeten.  We houden met de huidige aanpak geen rekening met de reden waarom mensen verkeerde keuzes maken. We vinden het antwoord als je kijkt naar het ontwerp van de mens. Evolutionair gezien gaan we als we moeten overleven op zoek naar voedsel waarin zoet en vet gecombineerd is (chocola).

Deze combinatie bestond in de natuur vrijwel niet, maar was wel de ultieme voedselcombinatie om te kunnen overleven. En dat is nu net het probleem, we hebben nu geen voedselschaarste meer. De winkels liggen vol met zoete en vette producten zonder enige voedingswaarde. Er is volop keuze voor de mens in gevaar.

 

Hoezo gevaar?

 

Ik bedoel gevaar in de zin van stress.

 

In acute stresssituaties stoppen veel mensen met eten, maar in chronische stresssituaties gaan we vanzelf op zoek naar voeding die ons helpt te overleven. Daarom vraag ik me af of we alleen onze focus moeten leggen op het veranderen van het voedselaanbod en het aanleren van verantwoordelijkheid en discipline.

 

 

Naar mijn idee is de factor stress dus vaak de basis van de problematiek. En dan heb ik het niet over te hard werken, of een ruzie met je (schoon)moeder. Nee dan heb ik het over chronische stress waarvan de basis al in de jeugd gelegd wordt.

 

Een onveilige start van je leven zorgt ervoor dat je onbewust altijd op de vlucht bent. Dat heet een ‘early life trauma’. Zo’n ‘trauma’ hoeft niet altijd iets wereldschokkends te zijn, maar zorgt er wel voor dat jij gedurende de rest van je leven alert en op de vlucht bent. Je wordt geprogrammeerd voor chronische stress en dat heeft vele consequenties voor je welzijn. (Ik heb er onlangs een artikel over geschreven, je vindt het hier.)

 

Chronische stress vraagt brandstof en nutriënten, wat resulteert in het gevoel dat je moet eten (dan heb je ‘honger’) en kun je minder goed energie produceren. Tja, dan sta je met 1-0 achter. Als dan ook je immuunsysteem wat extra brandstof nodig heeft, ben je de sigaar. Dan MOET je gewoon eten omdat je lichaam daar behoefte aan heeft. Dat kun je met discipline niet oplossen. Daar is meer voor nodig. Als je eenmaal begrijpt hoe het bij jou werkt, kun je betere keuzes maken. Meer informatie over de werking van je lichaam vind je in het boek ‘Oerslank’.

 

Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat ik, als ik in balans ben, helemaal geen discipline nodig heb. Dan kan ik gewoon uren zonder eten en heb ik voldoende energie. Anders wordt het wanneer ik stress heb, een tekort aan magnesium of calcium heb, of mijn darmen op zijn kop liggen. Dan gaat het mis. Dan wil mijn lichaam eten, het liefst vet en zoet.

 

In mijn praktijk heb ik gemerkt dat dit voor veel van mijn cliënten net zo werkt. Door de darmen te behandelen, de nutriëntenstatus in balans te brengen en de stress te reguleren konden ook zij makkelijk van ‘fout’ voedsel afblijven.

 

Het vervelende is dat je dit niet eventjes met een protocolletje oplost. Het is niet bij iedereen hetzelfde. Was het maar waar.

 

Mocht je er niet zelf uitkomen, kun je altijd een beroep doen op een professional die je helpt in je zoektocht. Uiteindelijk gaat het erom dat je met behulp van inzicht en begrip je leven kunt veranderen. Dat maakt het allemaal een stuk eenvoudiger.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Van het Voedingscentrum zou iedereen zo ongeveer hetzelfde moeten eten. Het enige verschil wat er gemaakt wordt is het aantal kcal. Mannen dus meer dan vrouwen. Verder zouden we allemaal evenveel groenten, vlees, vis, noten, brood en fruit moeten eten om gezond te blijven. Let wel, gezond blijven. Dat is iets anders dan gezond worden.

 

Als je ervan uitgaat dat iedereen al gezond is, heb je een ander vertrekpunt dan wanneer je uitgaat van de realiteit. Die realiteit vertelt ons namelijk dat we in Nederland erg veel zieke mensen hebben.

 

Hart- en vaatziekte, auto-immuunaandoeningen, overgewicht, chronische vermoeidheid, schildklieraandoeningen, huidklachten, osteoporose, kanker, depressie en nog veel meer. Eigenlijk te veel om op te noemen. Ja overgewicht staat er ook bij, ondanks dat er tot nu toe werd aangenomen dat mensen met overgewicht ook wel gezond konden zijn (iets waar ik altijd mijn twijfels bij gehad heb), is nu uit onderzoek gebleken dat ‘gezonde mensen ‘ met een BMI van boven de 30 toch meer kans hebben op hart- en vaatziekten en hersenbloedingen.

 

Dat is niet zo gek als je bedenkt dat de term ‘gezond’ altijd gebruikt is voor mensen bij wie geen diabetes geconstateerd is en de vethuishuishouding en de bloeddruk  in orde zijn. Er wordt helaas nooit gekeken of iemand al in de trein zit op weg naar diabetes. De mate van insulineresistentie wordt tot op de dag van vandaag niet in kaart gebracht. En dat is werkelijk (zacht uitgedrukt) een gemiste kans.

 

Maar goed we dwalen af.

 

Stel nu dat jij zo’n ‘gezond’ iemand bent met overgewicht en al ongemerkt op weg bent naar diabetes. Je suikerhuishouding is niet stabiel, je moet vaak wat zoets eten om op de been te blijven en af en toe val je om van de hongerklap. Is het algemene advies van het Voedingscentrum dan geschikt voor jou? Dat wil zeggen 5-7 boterhammen per dag met halvarine (!), zeker wel 150 gram groenten en twee stuks fruit en een handje noten en één keer per week vis?

 

Wat denk je, blijf je daarmee ‘gezond’? Of zou je daarmee ook echt weer gezond kunnen worden?

 

Ik denk dat deze mensen (die eigenlijk al ziek zijn) met heel veel moeite op gewicht blijven met zo’n voedingsadvies. Voor velen van hen is het onmogelijk om op gewicht te blijven en hun ‘cravings’ te beheersen.

 

Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat zij bijna zonder uitzondering opknappen door hun koolhydraatinname te verminderen. Met een koolhydraatbeperkt dieet zie je dat deze mensen niet alleen afvallen, maar vooral ook gezonder worden. Ze hebben minder last van ‘honger’ en krijgen meer zin om te bewegen.  De insulineresistentie neemt af of verdwijnt, hun huid knapt op en ontstekingen verdwijnen.

 

Geef je zo’n koolhydraatbeperkt voedingsadvies mee aan een sporter, dan zul je zien dat veel sporters minder presteren als ze te weinig koolhydraten eten.

 

Als jouw lichaam niet goed kan omgaan met dierlijke eiwitten is een Paleodieet met relatief veel vlees (maar ook veel groenten hoor) niet de beste keuze. Er zijn nu eenmaal mensen die het beter doen op een plantaardig voedingspatroon. En zo hebben we ook mensen die het geweldig doen op veel vis en weer anderen op brood en zuivel.

 

We zijn tenslotte niet allemaal hetzelfde.

 

Maar hoe weet je nu welk voedingspatroon bij je past?

 

Tja, dat kun je eigenlijk alleen maar echt ontdekken door het uit te proberen. Ik weet het, er zijn de zogenaamde IgG4 bloedtesten die laten zien waar je niet tegen kunt, maar die geven een momentopname weer en zijn daardoor voor de langere termijn minder betrouwbaar (en wel heel duur).

 

Er blijft daarom weinig anders over dan eens te gaan opschrijven hoe jij je voelt gedurende de dag. (Ik heb daar een heel leuk hulpmiddeltje voor gemaakt, je vindt het hier). Tenminste, als je het idee hebt dat je niet eet wat bij je past. Als je topfit bent zou ik lekker niks veranderen. Als je bijhoudt wat er in je lichaam gebeurt, krijg je inzicht hoe je reageert op bepaalde voeding. En pas op, energie krijgen van een reep chocola betekent niet dat je een dieet van louter chocola nodig hebt. Blijf wel even je verstand gebruiken.

 

Een extra hulpmiddel is de hartslagmeter, of de fitbit. Na het eten gaat de hartslag altijd wat omhoog, als dit meer is dan 10-15 slagen per minuut, zegt dat iets over hoe je lichaam reageert op voeding. Hoe hoger die hartslag is, hoe minder goed je reageert. Je hart gaat namelijk sneller kloppen als je bloedvaten wijder worden, om het bloed ook nog in je brein te krijgen (logisch hè?). En histamine (die stof die aangemaakt wordt bij allergieën en ontstekingsreacties) zorgt voor wijdere bloedvaten, zodat het immuunsysteem makkelijker naar eventuele indringers gebracht kan worden! Zo weet je dus dat een hartslagverhoging een allergische of ontstekingsreactie laat zien. Wat zit dat lichaam toch mooi in elkaar!

 

Als je er zelf niet uitkomt, zijn er gelukkig deskundigen die je ermee kunnen helpen, schroom niet om hulp in te roepen, dat kan jaren tobben schelen.

 

Om het je nog wat makkelijker te maken, heb ik een boek geschreven met daarin recepten die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. Zo zijn er koolhydraatbeperkte maaltijden, maaltijden voor sporters, voor mensen die erg allergisch zijn en voor vegetariërs.  Zo is er voor ieder wat wils en kun je eten wat bij jou past. Je vindt het hier. Nu alleen nog het ook echt doen hè?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Ben je gek op brood? Kun je absoluut niet zonder veel rijst, pasta, zoetigheden, aardappelen, koek en gebak? Wil je de hele dag niks anders eten? Word je knorrig of geïrriteerd als je geen koolhydraten eet? Dan ben je gek op koolhydraten, of ben je (volgens sommigen) ‘koolhydraatverslaafd’. Wat is dat nu eigenlijk, zo’n ‘verslaving’?

 

Om te beginnen is het natuurlijk geen echte verslaving, zoals een drugs- of alcoholverslaving. Je zou het meer een ‘craving’ kunnen noemen, een soort behoefte waar je maar met moeite tegenop kunt. En weet je, zo’n behoefte zegt iets over wat er in je lijf gebeurt. Ons lichaam is namelijk heel goed ontworpen en het laat ons precies de dingen doen die het nodig heeft. Ook al denken we dat we een vrije keuze hebben, toch laat ons lichaam je dingen eten waar je lijf behoefte aan heeft.

 

O, betekent dat dan dat je eraan moet toegeven?

 

Nou, soms wel, maar vaak ook niet.

 

Dat is lekker duidelijk, niet?

 

Misschien kan ik het uitleggen.

 

In principe gebruikt ieder mens koolhydraten, vetten en soms ook eiwitten (via een omweg) om energie te maken. Koolhydraten worden in de vorm van glucose gebruikt door de spieren, de organen, de hersenen en het immuunsysteem. Gezonde mensen kunnen makkelijk koolhydraten gebruiken als energiebron, maar ze schakelen ook heel soepeltjes over naar de vetverbranding.

 

Bij ‘ongezonde’ mensen ligt dat even anders. Als je eenmaal insulineresistent geworden bent, is het lastiger om glucose als energiebron te gebruiken, omdat glucose dan niet zo makkelijk de cel in kan. En toch heb je bij voorkeur glucose nodig voor de hersenen, de spieren en het immuunsysteem. Deze drie essentiële onderdelen van het lichaam kunnen ook wel vetten gebruiken (soms in de vorm van ketonen), maar dat gaat minder makkelijk.

 

De spieren kunnen alleen vetten gebruiken als je niet te intensief beweegt (aeroob). De hersenen kunnen (als je ze kunt maken) vrij makkelijk ketonen gebruiken en het immuunsysteem gebruikt in acute alarmsituaties wel ketonen, maar bij een zogenaamde laaggradige ontsteking alleen glucose.

 

Juist die laatste situatie kan een ‘koolhydraatverslaving’ veroorzaken. Hoe werkt dat?

 

Bij een laaggradige ontstekingsreactie is het immuunsysteem chronisch licht actief, bijvoorbeeld bij een langdurig gevecht tegen een ongewenste indringer, zoals een bacterie, virus, parasiet of schimmel. Het verbruikt daarbij glucose, vanuit uit de koolhydraten die je eet, of vanuit eiwitten (gluconeogenese) als je niet voldoende koolhydraten eet.

 

Bij zo’n ontstekingsreactie vraagt je lichaam dus om koolhydraten en ga je snaaien of bergen brood, rijst en pasta eten. Je denkt dan dat je geen wilskracht hebt, omdat het sterker is dan jij. Je hoofd zegt nee, maar je lijf luistert daar niet naar.

 

In feite laat je lichaam dus weten dat er iets aan de hand is. (En je zou daarnaar moeten luisteren.) Maar dat betekent niet dat je moet toegeven aan de snaaibehoefte. Nee, je zult je lichaam wel wat koolhydraten moeten geven, maar dan niet teveel en vooral in de goede vorm. Eet dus wat complexe koolhydraten die traag worden afgebroken, zoals die in knollen, graanachtigen, en misschien wat peulvruchten als je daar tegen kunt.

 

Het belangrijkste is echter dat je op zoek gaat naar de bron van de ‘ontstekingsreactie’. Waardoor is je immuunsysteem zo actief? Het zou een bacterie kunnen zijn zoals de ziekte van Lyme, een candida infectie, een hardnekkig virus of zelfs een parasitaire darminfectie. Deze speurtocht is niet eenvoudig, je kunt dit niet alleen, daar heb je hulp bij nodig van een deskundige. Je vindt ze hier.

 

Als jij zo iemand bent met een enorme koolhydraatbehoefte, ga dan geen ketogeen dieet volgen, omdat je lichaam dan zelf suikers gaat maken vanuit eiwitten. En dat is niet verstandig, je offert dan je bindweefsel op om er glucose van te maken. Dat gebeurt overigens ook bij langdurige stresstoestanden. Minderen met de snelle koolhydraten is in die situaties wel verstandig. Recepten met complexe koolhydraten vind je in mijn boek ‘De Oerspronkelijke keuken’.

 

Wanneer je de ontsteking hebt opgelost (de indringer hebt opgeruimd), heb je waarschijnlijk veel minder trek in koolhydraten en val je makkelijker af, omdat je lichaam dan minder moeite zal hebben om ketonen te maken.

 

Je hoeft je dus niet schuldig te voelen als je de hele dag trek hebt, weet dan dat je lichaam juist laat zien dat er iets uit balans is. Het is in elk geval geen gebrek aan discipline.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

PS. Sporters kunnen meer koolhydraten verwerken dan mensen die de hele dag op hun krent zitten. Als zij behoefte hebben aan koolhydraten kan dat het gevolg zijn van intensieve anaerobe beweging. Dat heeft dan niets met een ‘koolhydraatverslaving’ te maken. Dat is normaal.

  • Het zit tussen je oren.
  • Welnee, dat zijn allemaal modeziektes.
  • Ach we zijn allemaal wel eens moe.
  • Hoezo kun jij niet afvallen, als ik een killerbody kan krijgen, moet jij dat ook kunnen.
  • Als je niet afvalt met mijn dieet, zul je wel gesmokkeld hebben.
  • Nee hoor, dat kan niet, deze medicijnen kunnen geen hoofdpijn veroorzaken, dat bedenk je maar.
  • Maar je ziet er helemaal niet ziek uit.
  • Ben je nu nog niet opgeknapt?
  • Maar je partner is al een jaar dood hoor, is het niet tijd dat je jezelf erover heen zet?
  • Wees blij dat je leeft en de kanker hebt overwonnen, vergeet alle ellende nu maar gauw.

Is er ooit wel eens iets van deze strekking tegen je gezegd? Ja?

 

Dan weet je hoe dat voelt. Dat doet pijn en niet omdat jij overgevoelig bent, maar omdat je geen erkenning krijgt voor hoe jij je voelt en wat er met je aan de hand is. En door jouw gevoel te ontkennen, wordt ook je slachtofferschap ontkend.

 

Het ontkennen van het ‘slachtofferschap’ van iemand die (onzichtbaar) ziek is, een trauma heeft ervaren, opgegroeid is met een narcistische ouder, emotioneel of lichamelijk mishandeld is, in een rouwproces zit, gepest is, verkracht is of onterecht wordt beschuldigd, noemen we secundaire victimisatie. Dan word je dubbel slachtoffer.

 

Maar eh, dat is toch niet stoer, we willen toch geen slachtoffer zijn, dat is toch voor watjes?

 

Ja, zo is er heel lang gedacht en jammer genoeg denken heel veel mensen nog steeds zo. Niet zeuren, maar doorgaan. Ik denk dat je daarmee niet veel verder komt.

 

Er is een groot verschil tussen slachtoffer zijn (en erkennen dat je het bent) en slachtoffergedrag. Wanneer je echt iets naars meemaakt, BEN je gewoon slachtoffer. Of je nu ziek bent, gehandicapt, iemand verliest of gepest wordt, dat maakt niet uit. Je BENT slachtoffer, of je nu wilt of niet.

 

Maar je hoeft je niet als slachtoffer te gedragen, dat is iets anders. Je kunt als slachtoffer heel goed gewoon doorgaan met leven, doorzetten en flink zijn, MITS je wel eerst tot in je kern erkent dat je slachtoffer bent. Wanneer een ‘dader’ jou erkenning geeft van het feit dat hij je iets heeft aangedaan, kun je verder met je leven. Dat is bij mishandeling of een misdrijf misschien nog wel een optie, maar wanneer je kanker krijgt is er geen dader aan te wijzen. En wanneer je ziek wordt, bekkeninstabiliteit krijgt of chronisch moe wordt, krijg je van veel artsen te horen dat het een niet-erkende aandoening is. Wat jij mankeert bestaat eigenlijk niet. Dat maakt het hele verwerkingsproces nog even gecompliceerder. In dat geval zul je jezelf moeten erkennen als slachtoffer. En dat is nu net ‘not done’.

 

Nee, we moeten flink zijn, doorzetten , je niet aanstellen en vooral niet zeuren. En weet je wat? Veel van de mensen die hun eigen slachtofferschap niet erkennen en doorduwen, gaan over hun eigen grenzen en lopen vast. Zij zijn degenen die uiteindelijk niet verder komen, een posttraumatisch stress syndroom ontwikkelen en ziek(er) worden.

 

Van secundaire victimisatie worden mensen woedend, alsof ze een traumatische ervaring herbeleven. Zo worden mensen met overgewicht die vreselijk hun best doen om af te vallen nog altijd gezien als mensen zonder wilskracht. Wat dacht je van de ‘fatshaming’ aanpak die je bij afslank TV programma’s ziet? Ook dat is secundaire victimisatie. Het kan echt anders.

 

Een van de uitgangspunten van mijn boek Oerslank  is dat je niet schuldig bent aan overgewicht, maar dat je wel de verantwoordelijkheid draagt om goed voor je lichaam te zorgen. Ik hoor regelmatig van lezers dat zij zo blij zijn met dit inzicht. Ze kunnen, na jarenlang  met schuldgevoelens geworsteld te hebben, eindelijk zichzelf erkennen.

 

Mensen met chronische vermoeidheid, de ziekte van Lyme, bekkeninstabiliteit, ADHD of autisme worden woedend als hun aandoeningen gekarakteriseerd worden als modeziektes. Het mag idioot klinken, maar er zijn zogenaamde deskundigen die dit soort onzin uitkramen (en nog geloofd worden ook). Door dit soort uitspraken worden mensen niet gezonder, maar zieker. Hiermee geven zij aan dat ze er niks van begrepen hebben.

 

Wanneer je slachtoffergedrag vertoont, word je niet serieus genomen. Artsen bagataliseren je klachten en vinden je een aansteller. Terwijl het serieus nemen van je klachten niks extra’s kost en heel veel oplevert. Een goede arts of therapeut geeft mensen erkenning van hun gevoel en zorgt dat zij zich gehoord voelen. En dat is het begin van genezing.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Ooit, in een ver verleden, heb ik eens een afstudeerscriptie geschreven over de Russische leerpsychologie. Vygotski en Galperin waren de wetenschappers die aantoonden dat kinderen nieuwe materie via een soort stappenplan eigen maken. In de kern komt het erop neer dat wij leren door te ervaren en te doen. In die tijd was dat nog redelijk revolutionair, er waren nog steeds wel aanhangers van Piaget die ervan uit ging dat het leervermogen biologisch bepaald was en niet door omgevingsfactoren beïnvloed werd. Afgelopen week herinnerde ik mij die scriptie weer en vielen er weer eens wat kwartjes.

 

Nou en? Wat heeft dat nu weer met reuma te maken?

 

Ehh, wacht even, dat komt zo.

 

Wij mensen leren van ervaringen, dat is inmiddels wel duidelijk. Vygotsky en Galperin hebben (ook wetenschappelijk) het gelijk aan hun kant gekregen. We leren niet makkelijk als we het niet op onszelf kunnen betrekken, of in een bekende context kunnen plaatsen. Maar we leren beter als we iets zelf ervaren. En dat is precies de reden dat er nu veel mensen tegen ‘deskundigen’ ingaan.

 

Ik zie om mij heen steeds vaker dat mensen tegen hun arts in gaan en hun eigen plan trekken. En die artsen begrijpen dat vaak niet, omdat zij er nog vanuit gaan dat alles wat zij uit boeken leren de enige waarheid is. Maar de patiënten ERVAREN wat wel en niet werkt, en dat beklijft!

 

En precies dit gebeurde er in de situatie van Vincent. Vincent werd na een jaar tobben met een ontsteking in de voet gediagnosticeerd met reuma. In eerste instantie kreeg hij ontstekingsremmers en pijnstillers, maar daar knapte hij niet van op. Vincent was een hardwerkende ondernemer die zich niet uit het veld liet slaan. Hij had pijn, maar ging wel gewoon door met zijn onderneming. Hij negeerde zijn pijn en werkte nog wat harder. Dat dit uiteindelijk niet goed afliep is niet verrassend.

 

De reuma tastte ook beide handen aan en Vincent kon helemaal niks meer. Doodmoe en met enorme pijn kwam hij bij een reumatoloog. Deze arts schreef hem steeds meer medicijnen voor die niet werkten voor de pijn en de ontsteking, maar hem wel alle bijwerkingen gaven die mogelijk waren. Hij lag de hele dag op bed en voelde zich doodziek, voor hem hoefde het eigenlijk allemaal niet meer.

 

Op een dag kwam hij bij de arts met twee dikke pijnlijke handen, maar wat bleek? Het bloed zag er geweldig uit. Volgens de uitslagen was de ontsteking verdwenen. Huh? Hoe kan dat nu? U ziet toch hoe het eruit ziet?

 

De reumatoloog kon op basis van de bloeduitslagen verder niets doen (want hij was ‘genezen’), maar hij moest wel doorgaan met de huidige medicatie. Vincent besloot met de medicatie te stoppen, omdat hij zich alleen maar beroerder voelde. En wat gebeurde er? Hij knapte op, zijn energie kwam weer wat terug en de ontsteking werd minder pijnlijk.

 

Tijdens een vakantie in Spanje ontdekte hij dat hij ineens al zijn ontstekingen kwijt was. Hij kon weer wandelen en voelde zich geweldig. Dat was voor hem voldoende reden om uiteindelijk naar Spanje te verhuizen. Hij woont nu een aantal jaren klachtenvrij in Spanje. (In een vorig blog heb ik al eens uitgelegd wat de zon allemaal kan doen. Dat is niet niks!) Hij let op zijn voeding, wandelt veel en sinds kort neemt hij ook nog dagelijkse bitterzoutvoetenbadjes die hem nog meer energie geven. Met bitterzout kun je de sulfatie (zwavelhuishouding) ondersteunen zodat je immuunsysteem nog beter kan functioneren. Met Vincent gaat het nu heel goed, zonder medicatie.

 

Voor de arts is dit alleen maar een anekdote. Hij zal aankomen met allerlei argumenten: hij heeft daar minder stress en hij beweegt daar meer. Zo’n anekdote is voor hem absoluut geen bewijs dat reumatische artritis ook op een andere manier genezen kan worden. En daar wringt nu net de schoen. Complementair werkende artsen en therapeuten ERVAREN elke dag dat ziektebeelden op een natuurlijke manier opgelost kunnen worden door het lichaam te ondersteunen in plaats van een proces te blokkeren. Zij hebben de boekenwijsheid aangevuld met positieve ervaringen.

 

Deze behandelaren zien dagelijks dat een andere benadering positief werkt en de patiënten ERVAREN dat. Omdat zij veel tijd besteden aan de cliënten hebben ze de gelegenheid om werkelijk te ontdekken hoe het met iemand gaat. Die aanpak is essentieel, daarmee leren zij en krijgen ze inzicht. Ikzelf heb al mijn kennis bij elkaar gesprokkeld vanwege mijn eigen issues. Gelukkig ben ik gezegend met een niet alledaags systeem. Er blijft daardoor altijd wat te ontdekken over.

 

Het lastige is dat de reguliere artsen geen tijd hebben om echt te onderzoeken wat er aan de hand is. Zij zullen, indien ze zelf niks gaan mankeren, nooit aan de ervaring toekomen dat het ook anders kan. Laten we ook niet uitvlakken dat er aan veel wetenschappelijk onderzoek nu eenmaal ook een verdienmodel zit. Met het voorschrijven van zonlicht en bitterzoutvoetenbaden kan er gewoon geen wetenschappelijk onderzoek gefinancierd worden. Wat ik dan wel weer grappig vind is dat ‘wij kwakzalvers’ worden beschuldigd van een verdienmodel over de ruggen van goedgelovigen, terwijl onze patiënten zelf ERVAREN wat wel en niet werkt. Maar ja, waarom zou je naar patiënten luisteren?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

PS. Deze casus is bedoeld als illustratie, maar natuurlijk niet als voorbeeld om zomaar met medicijnen te stoppen. De behandeling van reuma is ingewikkeld en Vincent heeft (door goed naar zijn lichaam te luisteren) zelf ontdekt wat voor hem wel of niet werkte. Zoek daarom hulp van een deskundige als je overweegt om een andere weg in te slaan.

Het onderwerp blijft de gemoederen beroeren; men is het er nog steeds niet over eens. Is er wel een relatie tussen vaccinatie en autisme? ‘De wetenschap’ weerspreekt de ervaringen van ouders. We kunnen natuurlijk in het welles nietes blijven hangen, is het niet handiger om de werkingsmechanismen te bekijken? In de afgelopen periode heb ik mijzelf daarom maar eens ingegraven in de biochemische processen rondom autisme. En wat ik al ongeveer wist, is mij nu nog veel meer in detail duidelijk geworden. Alle reden om vandaag een tipje van de sluier op te lichten over de mogelijke relatie tussen vaccinaties en autisme.

 

Zoals ikzelf helaas van dichtbij heb ervaren, lijkt het erop dat met name de BMR vaccinatie bij een deel van de kinderen problemen veroorzaakt. Alsof deze kinderen na die BMR vaccinatie ineens autistisch(er) worden. Ik weet het, er haken nu al mensen af, omdat het allemaal onzin is. Onderzoek wijst tenslotte uit dat er geen relatie bestaat tussen vaccinaties en autisme. Toch ervaren ouders van autistische kinderen dat heel anders. Maar misschien kun je toch even doorlezen, want als je eenmaal het onderliggende werkingsmechanisme begrijpt, kun je er heel anders naar kijken.

 

Volgens onderzoek van Dr. Rosemary Waring, een arts met veel ervaring in de behandeling van autistische kinderen, heeft 86% van deze kinderen een (aangeboren?) verstoring in een specifieke zwakke plek in hun biochemie; de sulfatie. Sulfatie is een biochemisch proces van het lichaam wat zwavel gebruikt om allerlei belangrijke processen te reguleren.

 

Je hebt de juiste zwavelachtige stoffen nodig om metalen af te voeren, om de darm heel te houden, om botten, bindweefsel en spieren te bouwen, om hormonen en neurotransmitters te reguleren, om toxische stoffen af te voeren, om de glucosehuishouding te reguleren, om histamine af te voeren etc. etc.

 

Dat lijkt simpel, maar dat is het niet. Het lichaam kan niet gewoon zwavel gebruiken, het moet eerst worden omgebouwd in andere zwavelvormen voordat er iets mee gedaan kan worden. En in al die ombouwstapjes kan er iets misgaan. In elk stapje heb je enzymen nodig, maar die moeten dan wel allemaal goed gebouwd worden met behulp van andere vitaminen en mineralen. Bij autisme gaat het daar nu juist vaak mis.

 

Je herkent een foutje in de sulfatie als je urine heel snel na het eten van asperges erg naar zwavel stinkt. Dat het een beetje ruikt is normaal, maar wanneer het echt onaangenaam is, weet je al dat je daar een zwakke plek hebt. Niet iedereen met een verstoorde sulfatie wordt autistisch na vaccinaties, er zijn ook mensen met sulfatieproblemen die nergens last van hebben of een heel ander ziektebeeld ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld reuma.

 

Als je één of meerdere zwakke plekken hebt in het zwavelsysteem, kan een vaccinatie met daarin metalen en levende virussen problemen veroorzaken, maar dat hoeft dus niet. Onderzoek van Dr. Andrew Wakefield laat zien dat bij autistische kinderen vaak mazelenvirussen verstopt zitten in de darmen, die daar chronische ontstekingsreacties veroorzaken. Waar zouden die nu vandaan komen? Van een vaccinatie met een levend virus misschien?

 

Daarnaast is bekend dat het rode hond virus (onderdeel van het vaccin) een belangrijk enzym blokkeert wat de kalmerende neurotransmitter GABA moet opbouwen(die betrokken is bij hersenontwikkeling en spraak). En laat nu net GABA bij autisme niet zo goed gebouwd worden…..

 

Vaccinaties bevatten metalen om het immuunsysteem te triggeren. Maar kinderen met een sulfatieprobleem kunnen die metalen minder goed afvoeren dan andere kinderen. Je kunt je dan misschien wel voorstellen dat die (zware) metalen problemen veroorzaken, zeker als een baby in korte tijd veel vaccinaties moet verwerken.

 

Het verwarrende is nu dat onderzoek naar het verband tussen vaccinaties en autisme vaak geen relatie aantoont. Hoe kan dat? Er wordt in onderzoek maar zelden rekening gehouden met aangeboren specifieke ‘zwakke plekken’. En als je daar in de selectie geen rekening mee houdt, is de kans groot dat je geen relatie vindt.

 

Naar mijn idee hebben kinderen die na een vaccinatie autistisch lijken te worden in aanleg al problemen, die (getriggerd door één of meer vaccinaties en/of andere levensomstandigheden) zorgen voor gedragsverandering.

 

Voor wie dit allemaal niet gelooft en echt vindt dat ieder kind gevaccineerd moet worden, omdat er anders kinderen doodgaan aan de mazelen, zou ik willen adviseren om het filmpje van Scott Shoemaker te bekijken op mijn tijdlijn in een post van 23 april 2017. Je vindt mijn tijdlijn hier.

 

In het filmpje laat hij de progressie zien van zijn met autisme gediagnosticeerde zoontje tijdens een biomedische therapeutische behandeling. Hij werd behandeld met vitamine B12 en chelatietherapie, een manier om de metalen uit het lichaam te verwijderen. Het resultaat is gewoon spectaculair.

 

Ook in Nederland zijn er artsen en therapeuten die weten hoe ze met deze materie moeten omgaan. Voor wie zich wil scholen in dit onderwerp zijn er gelukkig ook mogelijkheden. In september begint er een nieuwe vierjarige beroepsopleiding orthomoleculaire geneeskunde, waar je de werkingsmechanismen leert begrijpen die problemen zoals deze zouden kunnen veroorzaken. Hier vind je meer informatie.

 

Ik hoop echt dat we wakker worden en ons gaan realiseren dat niet ieder kind op dezelfde manier op vaccinaties reageert. En dat ieder kind wat verkeerd reageert op vaccinaties (vaak met dramatische gevolgen) er één teveel is. Er bestaan al simpele urinetestjes om de sulfatiecapaciteit van je kindje te meten. Daarmee zou men van tevoren kunnen bepalen welke kinderen risico’s lopen. Maar dan zullen we eerst moeten erkennen dat er risico’s bestaan.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Als je jong en gezond bent, doe je ’s morgens je ogen open, spring je uit bed en ga je aan je dag beginnen. Je staat er waarschijnlijk niet bij stil dat voor alles wat je doet, voelt of denkt een hele biochemische fabriek aan het werk is. Het is normaal om te eten wat je lekker vindt, te poepen wanneer dat nodig is en te slapen wanneer je moe bent. Het gaat namelijk allemaal vanzelf. En waarom zou je er dan bij stil staan?

 

Toch is het eigenlijk allemaal een wonder dat het bij zoveel mensen allemaal goed gaat!

 

Pas op het moment dat het niet goed gaat, worden we ons er van bewust dat er in de machinekamer iets vast loopt. Als je jeuk krijgt, hoofdpijn, buikpijn, zere spieren of gewrichten, of depressief wordt, dan pas realiseer je dat er ook nog iets in je lichaam gebeurt waar je niet meteen controle over hebt. Tenminste, je kunt er niet meteen iets aan doen als je niet weet wat er precies aan de binnenkant gebeurt.

 

Maar dat hoeft toch niet? Daar hebben we toch de dokter voor?

 

Nou, eh….. (hoe zeg ik dat diplomatiek), het zou fijn zijn als de dokter dat allemaal wist.

 

Even niets ten nadele van de arts hoor, ik heb groot respect voor de dames en heren doctoren, maar ik denk wel dat we in de geneeskunde ergens een verkeerde afslag genomen hebben. Naar mijn (bescheiden) mening zijn we op een spoor beland waarbij er vaak alleen maar puin geruimd wordt. Er wordt pas opgetreden en ingegrepen wanneer het lichaam zo vast loopt dat er alleen nog met grof geschut iets ‘opgelost’ kan worden. Operaties, dotteren, chemotherapie, bestraling en dergelijke zijn ‘oplossingen’ voor problemen die nu eenmaal niet van de een op de andere dag ontstaan zijn. Met die (soms ook echt noodzakelijke) drastische maatregelen doe je niks aan de oorzaak van het probleem. En daar wringt de schoen.

 

Als je aan de arts vraagt naar de oorzaak van je aandoening, krijg je meestal te horen dat ‘men’ dat niet weet (tenminste dat hij dat niet weet). Want in de artsenopleidingen ligt nu eenmaal de nadruk op medicatie en andere invasieve ‘oplossingen’, niet op preventie en het ontstaan van ziektebeelden. Dat vind ik niet alleen heel jammer, maar vooral heel frustrerend om te zien dat er kapitalen uitgegeven worden aan ‘puin ruimen’, terwijl er met weinig inspanning en geld heel veel aandoeningen voorkomen hadden kunnen worden.

 

Ehh, maar hoe dan? We weten toch heel veel oorzaken niet?

 

Nou, dat denken mensen (artsen) wel, maar dat is niet waar. Er worden dagelijks nieuwe onderzoeken gepubliceerd, waarin de werkingsmechanismen van ons lichaam worden verklaard. Er is inmiddels zoveel informatie te vinden over de werking van ons lichaam, dat we echt wel kunnen zeggen dat het allemaal anders kan. Je moet deze informatie alleen wel weten te vinden. Met die kennis wordt duidelijk dat met preventieve maatregelen, of milde interventies heel veel aandoeningen voorkomen kunnen worden, of het lichaam ondersteund kan worden in het genezingsproces.

 

Want een lichaam geneest zichzelf! Medicijnen kunnen niet genezen! Het woord geneesmiddel zou eigenlijk alleen gebruikt moeten worden voor stoffen die het lichaam helpen in het genezingsproces.

 

Wat ik frustrerend vind, is dat er in wetenschappelijke publicaties zoveel kennis aanwezig is waar niets mee gedaan wordt. Dat het allemaal beschikbaar is, maar niet gebruikt, of zelfs niet eens gevonden wordt, omdat er geen geld mee te verdienen is.

 

Zo heb ik me recentelijk weer eens verder ingegraven in de biochemische verstoringen bij autisme. Tjonge, wat is er al veel kennis op dit gebied! En wat zonde dat er (op een paar pioniers na) niks mee gedaan wordt. En het maakt niet uit of het gaat over autisme, ADHD, allergie, vermoeidheid, fibromyalgie of zelfs kanker. Er is zoveel kennis beschikbaar waar niks mee gebeurt vanwege de oogkleppen in de geneeskunde. Men kijkt daar nog veel te vaak maar één kant op. Ik zou het soms wel van de daken willen schreeuwen:”Mensen word wakker! Je hoeft er niet maar mee te leren leven, er is nog een heleboel wat je wel kunt doen.”

 

Het kan anders! Het moet ook anders, want de oude doodlopende weg wordt simpelweg onbetaalbaar.

 

Vanuit passie en tientallen jaren ervaring ben ik gaan lesgeven over die andere weg. (En ik hoop dat velen dit met mij doen.) Die lessen gaan over het lichaam als systeem, over werkingsmechanismen. Vanuit dit systeemdenken, zie je de verbanden en ga je begrijpen waarom het lichaam doet wat het doet. Niet alleen kennis, maar vooral ook inzicht is belangrijk als je werkelijk dingen wilt oplossen.

 

Ik ben nu hard aan het werk met de start van een nieuw opleidingsinstituut. Het is nog niet helemaal klaar, maar in september gaan we beginnen met de Beroepsopleiding Orthomoleculair Therapeut. In deze opleiding leer je hoe het anders kan. We werken ‘evidence informed’, dat wil zeggen dat we op de hoogte zijn van wat er in de wetenschappelijke wereld gaande is, maar dat we niet wachten totdat wetenschappers het allemaal met elkaar eens zijn over een bepaald onderwerp. Want als je daar op moet wachten is de kans groot dat je te laat bent met ingrijpen.

 

Neem maar vast een kijkje op de website en voel je welkom om in te schrijven.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Lees meer