Afgelopen woensdagavond werd bij omroep Max de tweede uitzending van ‘Hoe word ik 100’ uitgezonden. Ik ben blij dat er in dit programma nu eens zichtbaar gemaakt wordt wat wij al decennia weten: diabetes type 2 kan vaak geheel genezen met een aangepast voedingspatroon. Duidelijk werd dat na een paar dagen ‘low carb’ eten een aantal deelnemers de insulinespuit kon laten staan.

 

De begeleidend arts Tamara de Weijer is voorzitter van de vereniging Arts en Voeding. Zij vervult een voortrekkersrol in de medische wereld op het gebied van voeding en gezondheid. In het programma vroeg een van de deelnemers haar terecht: “Waarom heeft mijn huisarts mij dit niet verteld?” Tamara de Weijer antwoordt daarop dat het een redelijk nieuw inzicht is, dat zij zelf deze kennis pas twee jaar heeft.

 

Eerlijk gezegd verbaast me dit. Is dit echt een nieuw inzicht? Of is dit een inzicht wat heel lang genegeerd en belachelijk gemaakt is?

 

Laten we eens kijken hoe lang we dit al weten?

 

Voor zover ik weet (en misschien heb ik het mis) heeft dr. Atkins in 1972 in zijn boek ‘Dr Atkins diet revolution’ al heel duidelijk uitgelegd hoe het werkt. Hij wist uit ervaring dat het werkte, maar zijn theorie werd in de wetenschappelijke wereld met hoongelach ontvangen.

 

In Nederland heeft in 2009 Yvonne Lemmers in haar eerste boek ‘Basisboek Grip op Koolydraten’ dezelfde gedachte op de kaart gezet.

 

In Pubmed vind je vele onderzoeken waarin het ketogeen en het ‘low carb’ dieet ingezet worden om diabetes type 2 te verbeteren. Ik heb onderaan dit blog een aantal referenties neergezet. Ze gaan al terug tot 2004 en met wat zoeken vind je er ook voldoende van nog eerdere datum.

 

Hoezo dus nieuw inzicht?

 

Natuurlijk ben ik blij en verheugd dat er nu in main stream media aandacht is voor deze ( reeds bekende) informatie. Ik zou er nog wel wat aan willen toevoegen. Ik zou willen laten weten dat het succes van het veranderen van het voedingspatroon niet betekent dat ons huidige voedingspatroon daarom ook de enige oorzaak is van het ontstaan van diabetes type 2.

 

Nee, er zijn nog veel meer factoren die een rol spelen bij het ontstaan van deze nare aandoening. Denk daarbij aan ontstekingen, langdurige stress, of genetische aandoeningen. Ik vind het nogal stigmatiserend om een ongezond voedingspatroon als de enige oorzaak van diabetes type II aan te wijzen. Er zijn namelijk ook mensen die wel gezond eten en toch diabetes krijgen. Maar die worden natuurlijk niet gefilmd.

 

Als het daarom bij jou niet lukt om met een ‘low carb’ dieet van de insuline af te komen, is er dus meer aan de hand. Je zult dan op zoek moeten naar de ontbrekende puzzelstukjes. Gelukkig zijn er vele deskundigen die je daarmee kunnen helpen. Je vindt ze hier. In mijn boek Oerslank leg ik voor de geïnteresseerden meer uit over de glucosehuishouding.

 

Er moet me nog één ding van het hart. Waar zijn alle ‘deskundigen’ die altijd meteen klaar staan met hun commentaar als er iemand buiten de gebaande paden treedt? Ik heb bijvoorbeeld nog niks van Martijn Katan gehoord, of is hij stil omdat er nu echte artsen (en dus geen goeroe’s) mythes doorprikken en laten zien dat vernieuwing samen met gezond verstand toch wel werkt?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1325029/
  • http://insanemedicine.com/wp-content/uploads/sites/4/2016/05/Beneficial-effects-of-ketogenic-diet-in-obese-diabetic-subjects..pdf
  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Effect+of+a+Low-Carbohydrate+Diet+on+Appetite%2C+Blood+Glucose+Levels%2C+and+Insulin+Resistance+in+Obese+Patients+with+Type+2+Diabetes
  • http://ltc-ead.nutes.ufrj.br/constructore/objetos/ARTIGO%201%20-%20A%20Low-Carbohydrate,%20Ketogenic%20Diet%20versus%20a%20Low-Fat%20Diet%20To%20Treat%20Obesity%20and%20Hyperlipidemia.pdf
  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23680948
  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22673594
  • https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19099589

Decennialang is ons verteld dat we maar één ei per week mochten eten, geen vet mochten consumeren en vooral op moesten passen met schaal-en schelpdieren omdat anders ons cholesterolgehalte zou stijgen. En ja, een verhoogd cholesterolgehalte zou onze ondergang betekenen.

 

Hart-en vaatziekte zou het gevolg zijn van een verhoogd cholesterolgehalte. Althans zo werd het geschetst.

 

Verzadigd vet moest vermeden worden, we moesten onze bammetje besmeren met Becel light, want daarmee voorkwamen we een vroegtijdige dood.

 

Zeker dertig jaar heeft de ‘let op vet’ campagne geen vermindering van het aantal slachtoffers van hart-en vaataandoeningen opgeleverd. De Hartstichting verwacht zelfs voor de komende jaren alleen maar een stijging van het aantal hart-en vaatlijders.

 

De basis van de vethypothese is ooit gelegd door een wetenschapper in de jaren 50 van de vorige eeuw. Op de aan alle kanten rammelende conclusies van Ancel Keys is ons huidige beleid ten opzichte van hart-en vaatziekte gebaseerd. Hij is degene die (volkomen onterecht) de relatie tussen vetconsumptie en een verhoogd cholesterol en daarmee hart-en vaatziekte gelegd heeft.

 

Vervolgens zijn er medicijnen ontwikkeld die het cholesterol (als bron van alle kwaad) kunnen verlagen. De zogenaamde statines gaan dan ook als zoete broodjes over de toonbank. Want alleen daarmee konden we het tij nog keren.

 

  • Waarschijnlijk heb je al eens gehoord dat er steeds meer bewijs komt dat een licht verhoogd cholesterolgehalte helemaal geen probleem is, maar juist de overlevingskans bij ouderen alleen maar vergroot.
  • Er worden regelmatig studies gepubliceerd die aantonen dat cholesterol niet zozeer verhoogd wordt door het eten van vet, maar juist door het eten van suikers.
  • Ook wordt het steeds duidelijker dat het cholesterolgehalte omhoog gaat bij ontstekingsreacties in het lichaam. We weten inmiddels dat cholesterol een belangrijke functie heeft bij het oplossen van ontstekingen.
  • Cholesterol is de basis voor de vorming van onze geslachtshormonen. Als je met behulp van statines je cholesterolgehalte drastisch verlaagt, bestaat de kans dat je testosterongehalte teveel zakt. En dat heeft grote gevolgen voor je libido en je botdichtheid. En zeker dat eerste kan je niet ontgaan zijn.
  • Cholesterol is nodig voor de aanmaak van de gal en daardoor essentieel om vetten te kunnen verteren.
  • Vitamine D wordt gevormd uit cholesterol, en we weten inmiddels hoe belangrijk vitamine D voor onze gezondheid is.

Kortom, een verlaagd cholesterolgehalte zal grotere gevolgen hebben dan een licht verhoogd cholesterol gehalte.

 

Omdat deze materie niet zo eenvoudig is, zal mijn collega Erik-Alexander Richter binnenkort voor professionals een tweetal seminars geven over dit onderwerp, gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. Hij zal uitleggen waarom het lichaam cholesterol aanmaakt in verschillende situaties, de invloed van voeding en hoe we hart-en vaatziekte wel kunnen voorkomen.

 

Op 26 november 2016 is er in Odijk een dag voor personal trainers, voedingsdeskundigen, diëtisten en coaches. Je kunt je hier inschrijven.

Op 10 december 2016 gaat Erik nog wat dieper op de materie in speciaal voor artsen en therapeuten. Je kunt je hier inschrijven.

 

Als je nu statines slikt, kun je niet zomaar stoppen met deze medicatie. Zoiets moet je eerst met je behandelaar bespreken, maar zorg wel dat je goed beslagen ten ijs komt. Het voortschrijdend inzicht is jammer genoeg nog niet doorgedrongen in de spreekkamer van de huisarts.

 

Wat je alvast wel zelf kunt doen, is het verminderen van de hoeveelheid toegevoegde suikers en snelle koolhydraten in je voedingspatroon. Dat betekent dat je minder koek, gebak, snoep, pasta en brood en veel meer groenten en vis eet. (De overstap naar oervoeding is daar een goed hulpmiddel bij.) Ik weet overigens nog wel een leuk receptenboek. ;) Neus maar eens rond op deze website.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Echt waar. Ik krijg het nog vrijwel dagelijks te horen. Onvoorstelbaar hoe bepaalde redeneringen hardnekkig stand houden.

 

Heb je wel eens een citroen geproefd? Weet je hoe zuur deze is? Een citroen is zuur PUNT. Neem maar eens een pH stripje en leg het in citroensap. De pH van citroensap is ongeveer 2,3 en dat is heel erg zuur.

 

Maar hoe zit dat dan, je kunt je pH toch verhogen ofwel de zuurgraad van je lichaam verlagen door citroensap te drinken?

 

Ehh, nou dat zou wel heel makkelijk zijn om zo van je verzuring af te komen, zo eenvoudig is dat niet.

 

In de PRAL (Potential Renal Acid Load) waarden lijst (gebaseerd op de volgende studie: Remer T, Manz F, Potential renal acid load of foods and its influence on urine pH, J Am Die t Assoc. 1995 Jul;95(7):791-7. ) wordt uitgegaan van een berekening van de invloed van bepaalde voedingsmiddelen op de de pH van de urine.

 

Volgens deze PRAL lijst heeft citroen een negatieve zuurbelasting van -2,5 op je lichaam. Rozijnen komen op -21, dus die zouden nog veel effectiever zijn dan citroensap, volgens de lijst dan. Haver komt op een zuurbelasting van 10,7 ; vergelijkbaar met kwark die op op 11,1 uitkomt.

 

Wat moeten we nu met die lijst?

 

Volgens de samenstellers van de lijst is er gekeken naar het effect van voedingsmiddelen op de zuurgraad van de urine. Maar wat zegt dat eigenlijk? Kun je er wel van uitgaan dat een bepaald voedingsmiddel de zuurgraad van je urine rechtstreeks beïnvloedt? Of zijn er in het traject tussen een hapje kwark en het uitscheiden van zuren nog andere factoren die meespelen? Zegt de hoeveelheid zuren die je uitscheidt in de urine wel echt iets over de verzuring van je lichaam?

 

In de hele zuur-base balans van je lichaam speelt voeding maar een beperkte rol. Jammer, maar helaas. Het zou zo prettig zijn als we door het eten van een kilo rozijnen per dag onze verzuring zouden oplossen, maar zo werkt het niet.

 

Om te beginnen is er geen algemene pH van het lichaam. De diverse organen en weefsels hebben ieder hun eigen optimale zuurgraad. De zuurgraad van de maag zegt niks over de zuurgraad van het bindweefsel of de extracellulaire ruimte. Ook in de darm vind je verschillende pH waarden, afhankelijk van de locatie.

 

Een slok citroensap maakt de maag zuurder, maar de maaginhoud wordt in de darm meteen weer minder zuur gemaakt in de darm, anders zou je darm uit elkaar vallen.

 

De pH van de weefsels en de extra cellulaire ruimte wordt vooral beïnvloed door wat er zich in de cel afspeelt. Bij een anaerobe celstofwisseling komt er veel lactaat (melkzuur) vrij wat verzurend werkt op de weefsels. Die zuren worden door voeding maar heel beperkt beïnvloed. Die zuren worden primair via de ademhaling uitgescheiden (via de CO2 uitwisseling) en vervolgens ook via de nieren.

 

De beste manier om weefselverzuring tegen te gaan is dus niet het drinken van citroensap, natriumbicarbonaat of het eten van een kilo groenten per dag (niet dat groenten eten niet bijdraagt tot een betere gezondheid), maar wel door het verbeteren van de celstofwisseling en de ademhaling.

 

Je merkt dat je verzuurd bent als je met moeite de trap op komt, als je jezelf met loden benen de trap ophijst. Vermoeidheid is dan ook een signaal van verzuring.

 

Ademhalen kun je oefenen, maar als de verzuring van binnenuit komt, lijkt het mij handig om eerst de celstofwisseling te verbeteren. Anders kun je blijven oefenen op je ademhaling zonder merkbare progressie.

 

Hoe doe je dat?

 

Tja, nu willen jullie allemaal een protocolletje en dat kan ik niet geven, was het maar waar. De oorzaak van een anaerobe verbranding is namelijk nogal divers. Het kan ontstaan door chronische stress, nutriënten tekorten, erfelijke diversiteit, te intensieve trainingen, virussen, bacteriële belasting, zware metalen belasting, een slecht detoxificatiesysteem en nog veel meer.

 

Om die oorzaak te achterhalen zul je als een ware Sherlock Holmes op zoek moeten gaan. Dat is iets wat ik jaren gedaan heb voor mijn cliënten en wat ik nu mijn cursisten leer op de opleidingen waar ik les geef. Ik weet dat mensen het liefst een kant-en klaar oplossing hebben voor dit soort problemen (en dat een aantal van mijn ‘collega’s’ ook grof geld verdient met instantoplossingen), maar zo werkt het nu eenmaal niet. We zijn allemaal anders, en wat voor de één werkt, doet niks bij de ander. Helaas pindakaas ( wat overigens een verzurend effect heeft volgens de PRAL waardenlijst van rond de 8).

 

Begin dus maar eens met je leefstijl onder de loep te nemen, als je geen verbetering bemerkt, is het verstandig om professionele hulp in te schakelen. Je vindt deze professionals hier.

 

En voordat ik nu weer beschuldigd word dat ik rijk word van het doorverwijzen, ik verdien niets aan deze reclame. Deze hardwerkende hoog opgeleide mensen staan gratis op deze website.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

We kunnen beter voordat we eten bewegen, in plaats van NA het eten. Misschien is het een open deur en wist je het al, in dat geval kun je mijn blog vandaag overslaan. Ik wijd er nog maar eens een blog aan omdat ik regelmatig vragen krijg over dit onderwerp en ik nog regelmatig tegenkom dat mensen na het eten een fikse wandeling gaan maken en denken daarmee hun lichaam een dienst te bewijzen.

 

In principe kun je gewoon blijven doen wat je prettig vindt (vrijheid blijheid tenslotte), maar als je weet waarom bepaalde gewoontes niet zo effectief zijn, kun je zelf besluiten of een verandering de moeite waard is. (Ik ben tenslotte niet degene die bepaalt hoe jij je leven moet leiden.)

 

Waarom is het nu verstandiger om voor het eten te bewegen?

We zijn ontworpen om eerst voedsel te zoeken en het dan pas op te eten. Logisch toch?

 

We hebben in de oertijd vermoedelijk het merendeel van ons voedsel opgegeten waar we het vonden. We konden meenemen wat we in onze handen konden dragen en dat is nu eenmaal niet zo heel veel. Er waren in het ‘oerspronkelijke’ design namelijk geen broekzakken, rugtasjes, of boodschappentassen. En weet je, dat ‘oerspronkelijke’ ontwerp was eigenlijk heel goed doordacht!

 

Als je honger krijgt en vervolgens op zoek gaat naar eten verdwijnt de honger. We hebben namelijk een soort reserve brandstofvoorraad in de spieren. Het lichaam kan door te bewegen de als glycogeen opgeslagen suikers in de spieren gebruiken, waardoor je een tijdje geen honger hebt. Zo kun je in elk geval makkelijker jagen en verzamelen.

 

Als je dan voedsel gevonden hebt en vervolgens hebt opgegeten, gaat je spijsvertering aan het werk. Je lichaam zal om de spijsvertering goed te laten verlopen extra bloed naar de maag en darmen sturen. Daarmee kunnen nutriënten worden vervoerd naar de lever, die zorgt voor verdere distributie. Het is niet meer dan logisch dat je dus na het eten wat minder bloed voor de rest van je lichaam tot je beschikking hebt. Zodra je gaat bewegen, ‘verstoren’ de spieren de werking van de spijsvertering. Iedereen die probeert te sporten met een volle maag doet dat gewoonlijk geen tweede keer.

 

Maar dit is nog niet het belangrijkste, er is nog iets anders.

 

We hebben een prachtig systeem in ons lichaam om te zorgen dat we energie kunnen maken uit glucose. Daarbij moet die glucose wel de cel in kunnen om er energie mee te maken. Als we niet bewegen hebben we insuline nodig om glucose de cel in te krijgen. Maar als we wel bewegen kunnen we glucose de cel in transporteren ZONDER insuline! In de oertijd bewogen we waarschijnlijk genoeg om met maar heel weinig insuline toe te kunnen. Tegenwoordig eten we zoveel koolhydraten en suikers EN bewegen we te weinig, zodat we veel meer insuline nodig hebben om glucose de cel in te krijgen. Dat heeft nogal wat consequenties.

 

Bij een teveel glucose en insuline, zorgt insuline ervoor dat het teveel aan glucose (wat niet gebruikt kan worden om er energie van te maken) richting de vetcellen gestuurd wordt. Wie dus teveel koolhydraten eet, zonder daarbij (daarvoor) te bewegen zal glucose sneller opslaan als vet, omdat de glucose niet gebruikt wordt voor de energieproductie! Na een half uur stevig wandelen kun je twee tot drie uur lang gebruik maken van het slimme glucosetransport. Dat houdt in dat je na een half uur doorstappen voor de koolhydraten die je eet geen insuline nodig hebt. Dat heeft als gevolg dat wanneer je voor het eten een half uurtje stevig wandelt, de koolhydraten die je eet niet zo makkelijk worden opgeslagen als vet!

 

Voor mensen die neigen naar overgewicht of diabetes is het daarom verstandig om VOOR het eten een lekker stuk te wandelen of te fietsen. Voor anderen is dat natuurlijk ook een goed advies, maar er zullen altijd uitzonderingen zijn. Wanneer je erg mager bent en last hebt van hypoglykemie is het misschien handiger om niet met een lege maag te gaan wandelen. Dat geldt ook voor mensen met een niet goed gereguleerde diabetes.

 

Bewegen VOOR het eten heeft een aantal voordelen voor je gezondheid, maar bewegen NA het eten is altijd nog beter dan NIET bewegen.

Maar…… als je geen zin hebt om te bewegen, betekent dat niet altijd dat je lui bent. De kans bestaat dat je niet wilt bewegen omdat je lichaam energie moet sparen voor iets anders (een ontsteking of zo). Over dit onderwerp kun je hier en hier meer lezen.

 

Wil je meer weten over de werking van je lichaam? Lees dan het boek Oerslank, een boek waarin ik de werkingsmechanismen van je lichaam uitleg. En het gaat echt niet alleen over afslanken.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

De gemiddelde Nederlander met maagzuurklachten zoekt zijn heil in Rennies, of als dat niet werkt een maagzuurremmer van de dokter. De acute klachten verminderen hiermee, maar zodra je ermee stopt komen ze weer terug. Veel patiënten krijgen van hun arts te horen dat hun maagklepje is beschadigd en dat rechtvaardigt dan een leven lang maagzuurremmers of H2 receptor-antagonisten slikken.

 

In de complementaire geneeskunde kijken we anders aan tegen maagzuurproblemen. De gangbare opvatting bij de natuurgeneeskundige behandelaar is dat de meerderheid van de mensen geen maagzuuroverschot, maar een maagzuurtekort heeft.

 

Vandaag ga ik wat dieper in op de beide gedachten, omdat het (zoals gewoonlijk) net weer even genuanceerder is dan we denken.

 

Wie heeft er nu gelijk?

 

Ehh, ik weet dat niet iedereen dit wil horen, maar eigenlijk zijn beide ideeën correct. Het is alleen even een puzzel om uit te zoeken wie teveel maagzuur produceert (en waarom) en wie te weinig maagzuur heeft.

 

Hoe zit dat dan precies?

 

In de jeugd is de maagzuurproductie optimaal, hoe ouder je wordt, hoe minder het wordt. De aanmaak van maagzuur wordt beïnvloed door de bijnieren. Wanneer de bijnieren minder goed functioneren (en laten we alsjeblieft niet zeggen dat ze uitgeput zijn, lees hier maar eens wat ik daarover al eerder schreef), bestaat de kans dat de maagzuurproductie vermindert. In deze gevallen werkt het om de maagzuurproductie te verbeteren door voor het eten iets zuurs in te nemen, zoals een slokje appelazijn of citroensap.

 

In mijn praktijk heb ik zo velen van een maagzuurprobleem of reflux afgeholpen. Zelfs als de arts had gemeld dat het maagklepje beschadigd was waardoor het maagzuur de slokdarm in kon komen. Het tekort aan maagzuur zorgde namelijk voor een gisting van de voedselbrij in de maag, waardoor de zure maaginhoud omhoog borrelt en zo de slokdarm irriteert. Zodra je dan zuur toevoegt, stopt het gisten en kan de voedselbrij de maag verlaten.

 

Toch zijn er ook mensen die wie wel een teveel aan maagzuur produceren. Er zijn zelfs baby’s met reflux,en die hebben echt geen maagzuurtekort.

 

Hoe kan dat dan?

 

Om dit te begrijpen zullen we naar de rol van histamine moeten kijken. Je weet wel, dat stofje wat jeuk veroorzaakt, angst en paniek en een versnelde hartslag. Ja juist, dat stofje. Histamine werkt als een soort wapen van het immuunsysteem in de strijd tegen ongewenste indringers. Het haakt aan op receptoren om zijn werk te kunnen doen. We kennen inmiddels vier verschillende receptoren, met diverse werkingsgebieden. Zo werkt histamine die aanhaakt op de H2 receptor vooral op de werking van het spijsverteringsstelsel.  Hieronder zie je de overige werkingsgebieden van histamine.

 

  • H1-receptoren leiden tot symptomen zoals pijn tijdens de menstruatie, maagkrampen, spiertrekkingen / spasmen, bronchiale vernauwing / ademhalingsproblemen, braken, huiduitslag, jeuk, zwelling en allergische reacties, waaronder anafylaxie.
  • H2-receptoren leiden tot symptomen zoals diarree, brandend maagzuur / reflux, braken, ademhalingsproblemen.
  • H3-receptoren leiden tot symptomen zoals tachycardie / aritmie, lage bloeddruk, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, braken, angst, paniek, depressie, slapeloosheid of slaperigheid en invloed op het circadiaanse ritme.
  • H4-receptoren hebben vermoedelijk invloed op het beenmerg.

 

Het maagmedicijn ranitidine (Zantac) is een H2 receptor-antagonist. Het blokkeert de H2 receptor zodat histamine niet kan aanhaken aan deze receptor. Daarmee verdwijnen de maagzuurklachten, maar die komen weer terug zodra je ermee stopt. Het zou naar mijn idee logisch zijn om verder te zoeken naar de oorzaak van het histamineprobleem, want daarmee kun je gelijk nog andere klachten oplossen. Maar ja, wie ben ik….

 

Het gebruik van maagzuurremmers veroorzaakt op de lange termijn een aantal problemen. Eén van de belangrijkste is het ontstaan van een vitamine B12 tekort, maar iets wat niet velen zich realiseren is dat de hele spijsvertering (en daarmee ook de opname van je voedingsstoffen) afhankelijk is van de vertering van je voedsel door middel van het maagzuur. Als het in de maag al mis gaat, kun je wachten op darmklachten.

 

Kortom, een maagzuurtekort of teveel is een signaal van iets anders, een onderliggend probleem. En volgens mij is dat toch echt geen tekort aan maagzuurmedicatie.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie.

Het is een beetje een gek onderwerp, maar toch wil ik het er eens over hebben.

 

Waarom?

 

Niet omdat ik zelf met dit fenomeen te maken heb (ahum), maar omdat ik regelmatig onzinnige uitspraken lees over dit onderwerp.

 

Want stel je voor dat we die gekkigheid gaan geloven…..

 

Je leest regelmatig dat wij (en dan heb ik het natuurlijk over vrouwen) flapperende bovenarmen ofwel kipfiletjes kunnen voorkomen door simpelweg hard te trainen. Flink veel spieroefeningen om de triceps te trainen. Alsof die zwabberende kippendijen uitgezakte triceps zouden zijn……

 

Ik denk dat de dames die dit aanbevelen zelf de leeftijd van de wiebelarmen nog niet bereikt hebben, want ik heb nog nooit uitgezakte, zwabberende triceps gezien. Nee dames, helaas het is gewoon losse huid (bindweefsel)met een speklaag(je).

 

Ik hoor jullie denken: ‘Maar trainen helpt echt wel hoor om de boel strak te houden!’

 

Trainen doet inderdaad wel iets, maar toch bereik je daar lang niet altijd mee waar je op hoopt. Ik ken dames die nooit trainen en volkomen strak blijven, ook na hun zestigste jaar. Maar ik ken ook dames die zich de tandjes trainen en toch flapperende bovenarmen hebben, zelfs op hun veertigste.

 

Dus sorry Fajah, je kunt ons nu wel allemaal het idee geven dat alles strak blijft als je maar genoeg traint (en dat je het dus aan jezelf te danken hebt als het niet lukt), maar helaas, er spelen ook belangrijke lifestyle- en zeker ook genetische factoren een rol.

 

Want hoe zit het dan met die huid?

 

Onze huid en bindweefsel krijgen elasticiteit van elastine en stevigheid van collageen. Die twee huidcomponenten zorgen ervoor dat de zwaartekracht minder effect heeft op je lijf. Bij vrouwen zijn daarbij de oestrogenen ook nog eens heel belangrijk. Als die verminderen (richting de overgang) wordt de elasticiteit en de veerkracht van de huid een stuk minder. En dat zie je duidelijk, maar niet bij iedereen. Er zijn vrouwen die ook op hun zestigste nog lekker strak in hun vel zitten.

 

Om het collageen en de elastine in goede conditie te houden, heb je de juiste nutriënten nodig. Denk daarbij vooral aan vitamine C, zwavel, koper, ijzer, silicium en biotine. Als je die nutriënten tekort komt (door eenzijdige voeding, een te streng hongerdieet of een aangeboren probleem), zal het lastiger worden om de elasticiteit van je huid en bindweefsel op peil te houden. Roken heeft overigens ook een negatief effect op het bindweefsel.

 

Wie daarnaast ook nog eens wat gewichtsschommelingen heeft doorgemaakt, loopt een grotere kans op die flapperende ’triceps’ op latere leeftijd.

 

Het loont daarom wel de moeite om je collageen een extra boost te geven met de juiste nutriënten. Door het gebruik van ‘bonebroth’ ofwel bottenbouillon, geef je het collageen echt een oppepper. Trek van biologische botten een bouillon, hiervoor kun je runderbotten of zelfs visgraten gebruiken). Laat de botten zeker 24-36 uur heel zachtjes pruttelen met een scheutje appelazijn en wat zout. De bouillon kan gebruikt worden als basis voor een lekker soepje of een saus. Voor wie dit te ingewikkeld is, zijn er ook collageensupplementen te vinden. Hiermee bereik je ongeveer hetzelfde resultaat.

 

Bottenbouillon en collageensupplementen zijn niet alleen in staat om het collageen in de huid, maar ook in de darmen te verbeteren. De darmen reageren vrij snel op deze producten. Als je (zonder resultaat) al van alles geprobeerd hebt om je darmen te helpen, kun je het misschien eens met bottenbouillon proberen. Wie weet doe je hiermee ook je bovenarmen een plezier, alhoewel je huid wat trager reageert. Volhouden dus.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

De wat? Een Herxheimer reactie?

 

Juist, een Jarisch- Herxheimer reactie, heb je er ooit van gehoord? Deze term wordt regelmatig misbruikt als mensen in het begin van een therapie een verergering van hun klachten (zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, huiduitslag en vermoeidheid) ervaren. Zo wordt de beginverergering van een homeopathische behandeling soms een Herxheimer reactie genoemd. Net zoals de beginverergering van een ‘detox’. Toch zijn dat niet allemaal Herxheimer reacties. Hoe zit het dan wel?

 

De reactie is voor het eerst beschreven door twee dermatologen Adolf Jarisch en Karl Herxheimer. Zij zagen de reactie voor het eerst bij patiënten met syfilis na een behandeling met antibiotica of kwik (!). Jarisch vermoedde dat de verergering van de klachten werd veroorzaakt door het afdoden van de spirocheten, waarbij endotoxinen (celwandbestanddelen van specifieke bacteriën)vrijkwamen.

 

Bij de Herxheimer reactie is er een toename van cytokinen (ontstekingsstoffen) zoals tumor necrosis factor alpha, interleukine-6 en interleukine-8. De endotoxinen en ontstekingsstoffen geven bij het afdoden van pathogenen, zoals schimmels, bacteriën en parasieten een verergering van de klachten, indien het lichaam niet goed in staat is om adequaat te reageren.

 

En dat is nu net waar de schoen wringt.

 

De term Herxheimer wordt te pas en te onpas gebruikt wanneer mensen niet opknappen van een therapie, maar juist een klachtenverergering ervaren. Het wordt gezien als een positief effect van een interventie, maar is dat ook zo?

 

Wanneer je een ‘detox’ doet en eerst zieker wordt, is de term Herxheimerreactie niet juist en zeker ook geen argument om vooral door te gaan met detoxen. Want dat is nu wat je net niet zou moeten doen…..

 

Een ‘detoxkuur’, een vastenkuur, een intensieve massage of een kruidenkuur kunnen ook in het begin klachten geven zoals vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid en huidklachten. Die klachten worden NIET veroorzaakt omdat het lichaam een grote schoonmaak houdt en de afvalstoffen verwijdert. Die klachten ontstaan in dat geval doordat het lichaam juist NIET in staat is om de afvalstoffen op te ruimen. Het is dus geen teken dat je goed bezig bent! Je zou in zo’n geval dus niet door moeten gaan met ‘detoxen’ of vasten, maar je zou je lichaam op de juiste manier moeten ondersteunen om de afvalstoffen via de lever, nieren en darmen te kunnen afvoeren.

 

Hoe doe je dat dan?

 

Tja, dat is de vraag. Het zou zo makkelijk zijn als gemberthee voor iedereen het wondermiddel is. Of curcuma, of paardenbloemthee. Maar jammer genoeg is er niet één stofje waarmee iedereen het juiste detoxificatiepad in de lever kan ondersteunen. Was het maar zo simpel! Er is niet zoiets als even DE lever of nieren ondersteunen. Je weet namelijk niet welke detoxroute van de lever je moet ondersteunen. Dat is namelijk niet bij iedereen hetzelfde. De lever heeft vele opruimroutes en als je in een aantal van die routes een probleem hebt, zul je die specifieke route moeten ondersteunen. De één heeft een bakfoutje in route A, C en Z en een ander heeft een bakfoutje in route G. Die bakfoutjes, of liever gezegd genetische variatie, zorgt ervoor dat we allemaal anders reageren. Als leek is het niet zo makkelijk uit te zoeken waar je zwakke plekken liggen. Dat is meer iets voor een deskundig behandelaar.

 

Of je nu een echte Herxheimer reactie hebt, of een detoxificatieprobleem, het laat allebei zien dat je lichaam ondersteuning nodig heeft. Zie het als een signaal van je lichaam dat het allemaal iets te hard gaat en trap op de rem! Zoek een behandelaar die je niet laat doorzetten ondanks zware hoofdpijnen, maar ga in zee met een deskundige die kan uitzoeken hoe jouw lichaam ondersteund kan worden. Want echt, we zijn nu eenmaal allemaal anders.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Op internet lees je regelmatig dat ons eetgedrag de oorzaak is van insulineresistentie. Wie teveel snoept en snackt, maakt zichzelf ziek, wordt insulineresistent. Iets van eigen schuld dikke bult, of zo. Deze gedachte klinkt logisch, toch ben ik het er niet helemaal mee eens. Ik denk dat het anders zit.

 

Insulineresistentie, wat is dat eigenlijk? Insuline is een hormoon wat werkt als een soort portier. Het houdt de celdeur open voor glucose, zodat je daar in de cel energie van kunt maken. Als je insulineresistent bent geworden, zijn de cellen ongevoelig(er) voor insuline, waardoor glucose minder makkelijk de cel binnen komt. Glucose is een belangrijke brandstof voor je lichaam. Wanneer glucose de cel niet goed inkomt, zul je dus moe worden. Maar je krijgt ook trek in zoetigheid, omdat je lichaam een tekort aan brandstof lijkt te hebben.

 

Die laatste zin verraadt al een beetje hoe ik denk dat het werkt. Je krijgt trek in zoetigheid omdat er een tekort is aan brandstof in de cel. Je gaat dus meer snoepen en eten OMDAT je een tekort hebt aan brandstof in de cel!

 

Nu zul je jezelf afvragen hoe dat tekort aan brandstof ontstaat. Hoe komt het dan dat de cellen ongevoeliger worden voor insuline? Het gangbare idee is dat de celdeurtjes kapot gaan door teveel snoepen en eten en te weinig bewegen. Toch klopt dat niet helemaal.

 

De celdeurtjes (insulinereceptoren) gaan niet onherstelbaar kapot. Insulineresistentie is eigenlijk geen ziekte, maar een tijdelijke noodmaatregel van je lichaam, die (als je er niks aan doet) wel degelijk een ziekte wordt, het leidt namelijk tot diabetes type 2. Het lichaam kan de insulinereceptoren weer herstellen of activeren als de noodmaatregel niet meer nodig is.

 

Waarom zou je lichaam zo’n noodmaatregel nemen? OMDAT je teveel snoept? Of omdat er iets anders aan de hand is?

 

Ik denk dat er bij de meeste mensen met insulineresistentie iets anders aan de hand is, waardoor je lichaam insulineresistentie creëert als een oplossing.

 

Wat kan dat dan zijn? En is dat altijd dezelfde oorzaak, of zijn er verschillende redenen? Inderdaad, dat kunnen verschillende redenen zijn, het lichaam zit nu eenmaal niet simpel in elkaar, was het maar waar.

 

Een belangrijke oorzaak van insulineresistentie is een laaggradige ontsteking. Dat is een chronisch ontstekingsproces in je lichaam waarbij je geen koorts hebt, maar waarbij je immuunsysteem wel extra brandstof (glucose) nodig heeft. Om het immuunsysteem van brandstof te voorzien, zal je lichaam ervoor moeten zorgen dat er óf meer brandstof binnenkomt, óf dat het ergens brandstof bezuinigt. Het dichthouden van de celdeurtjes van de spiercellen, waardoor glucose minder makkelijk de cel binnen komt, is dan een effectieve methode. Het is dus logisch dat je daardoor moe wordt en geen puf meer hebt om te bewegen.

 

Mensen die van nature minder makkelijk vet verbranden (en ja die zijn er echt), zijn aangewezen op glucose als brandstof. De echte vetverbranders (duursporters), hebben een kleinere kans op het ontwikkelen van insulineresistentie. Zij gebruiken in tijden van nood gewoon vet als brandstof voor de spieren.

 

Zo’n chronisch ontstekingsproces kan veroorzaakt worden door een vervelende indringer, zoals een parasiet, een bacterie (zoals de ziekte van Lyme) of een virus. Normaal gesproken rekent je lichaam snel af met indringers, even een heftige koortsperiode en de klus is geklaard. Als dat om de een of andere reden niet snel lukt, ontstaat de laaggradige ontsteking. Het lichaam doet dan wel zijn best om de indringer op te ruimen, maar het heeft er de kracht niet voor.

 

Een andere reden waarom je immuunsysteem in de actie blijft, zijn (pseudo) allergische reacties. Voedingsintoleranties, overgevoeligheden, histamineintolerantie, mestcel activatie etc. Ook dan kan het lichaam insulineresistentie inzetten in een poging om het immuunsysteem van brandstof te voorzien.

 

Dan zijn er nog wat redenen waarom er iets hapert in je immuunsysteem, zoals een zink- en of kopertekort, darmfloraperikelen, auto-immuniteit, langdurige stress, toxiciteit, etc. waardoor het immuunsysteem niet adequaat kan optreden tegen indringers.

 

Het is dus voor mij te makkelijk om te roepen dat we insulineresistent worden van teveel eten en snoepen. Naar mijn idee gaan we teveel eten en snoepen OMDAT we insulineresistent zijn, en niet andersom. Het is daarom zaak om uit te zoeken WAAROM iemand (tijdelijk) insulineresistent is. Dat is niet zo eenvoudig. Gelukkig zijn er behandelaars die begrijpen hoe het werkt en zij kunnen je helpen met jouw zoektocht naar de oorzaken van je probleem. Je vindt ze hier.

 

Als ik zeg dat we niet insulineresistent worden van teveel eten en snoepen en te weinig bewegen, bedoel ik niet dat je dus maar gewoon moet blijven snoepen. Dat is niet de oplossing. Overigens is een koolhydraatarm dieet, met minder dan 20 gram koolhydraten per dag in de meeste gevallen ook niet handig, omdat je immuunsysteem nu eenmaal wel glucose nodig heeft. Alleen niet zo veel als de gemiddelde Nederlander binnen krijgt.

 

In mijn boek de Oerspronkelijke keuken heb ik ook een hoofdstuk opgenomen met

koolhydraatbeperkte oervoedingsrecepten, deze bevatten Oergezond-tips-errata-oerspronkelijkvoldoende koolhydraten om ook je immuunsysteem aan de praat te houden.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

 

 

Nu mensen zich meer en meer bewust worden van gezonde voeding vliegen de blogs en artikelen of heilzame effecten van voeding ons om de oren. Gewoonlijk worden die producten louter heilzame effecten toegedicht. Alsof we ineens allemaal gezond worden door deze heilzame producten in grote hoeveelheden naar binnen te werken.

 

Zo lees ik regelmatig over de prachtige eigenschappen van tarwegras, kokosolie, curcuma of chiazaad. Je kunt er nooit teveel van binnenkrijgen, lijkt wel. Mijn vaste lezers voelen hem al aankomen, de ‘maar’.

 

Om te beginnen is er veel onderzoek gedaan naar de effecten van curcumine, de actieve stof in curcuma. Daarin zijn vele positieve eigenschappen beschreven. Het is geen wondermiddel voor de lever zoals vaak gezegd wordt. Curcuma ontgift niet de lever, nee de lever zelf hoeft niet ontgift te worden. De lever is een belangrijk ontgiftingsorgaan wat ervoor zorgt dat de giftige stoffen uit ons lichaam worden uitgescheiden. Curcuma heeft een positief effect op specifieke leverprocessen waarbij overbodige of giftige stoffen worden afgevoerd. We hoeven de lever dus niet te reinigen, maar curcuma ondersteunt de lever in één van zijn opruimtaken.

 

Een ander belangrijk effect van curcumine is dat het ontstekingen kan remmen. Het is zelfs in staat om bepaalde bacteriën in de darm het leven zuur te maken. Niks dan hulde, zou je denken.

 

Is curcumine altijd en voor iedereen gezondheidsbevorderend?

Wat denk je?

Nee, helaas.

 

Zoals met elk voedingsmiddel, medicijn, supplement of bewegingsadvies, er is altijd ook een ‘maar’. Of iets goed voor je is of niet hangt af van specifieke omstandigheden. En laat dat nu net erg ingewikkeld zijn! Zo is het de vraag of je lichaam blij wordt van groene smoothies, dat hangt af van jouw capaciteit om oxalaten af te breken. En wie gevoelig is voor salicylaten kan beter geen kokosolie gebruiken. Maar goed, daarover een andere keer, we waren bij de curcuma.

 

In een publicatie uit 2012 is duidelijk geworden dat ook curcumine twee gezichten heeft. Met name in zijn immunomodulerende werking kan curcumine pathogene bacteriën helpen bestrijden of versterken.  Tja, wat betekent dat?

 

In het onderzoek is gekeken naar het effect van curcumine op bacteriën die in het lichaam zich binnen of buiten de cel bevinden. Bacteriën die gedijen buiten de cel worden door curcumine beter door het immuunsysteem in toom gehouden. Er zijn echter een aantal van die beestjes die zich kunnen verstoppen binnen de cel, om buiten het bereik van het,immuunsysteem te blijven. Onze immuuncellen kunnen nu eenmaal niet onze eigen cellen binnendringen om daar indringers aan te vallen. En juist de bacteriën die zich verstoppen worden sterker van curcumine.

 

Wat houdt dat nu in? Moet je nu wel of geen curcumine gebruiken?

 

Als je last hebt van darmklachten, veroorzaakt door een bacterie die zich in de cel kan verstoppen, is het verstandig om geen, of heel weinig curcumine te gebruiken.

 

Volgens de onderzoekers zijn dat in elk geval de:

  • Salmonella enterica serovar Typhi CT18
  • Salmonella enterica serovar Typhimurium
  • Staphylococcus aureus
  • Yersinia enterocolitica

 

Over andere bacteriën doen ze geen uitspraak, maar ik kan me zo voorstellen dat de ziekte van Lyme veroorzakende Borrelia en een aantal van zijn co-infecties misschien wel op dezelfde manier reageren. Zij zijn namelijk ook in staat om zich in de cel te verschansen.

 

De meeste mensen weten niet of en welke bacterie zij bij zich hebben, maar zij weten wel of hun klachten verergeren wanneer ze veel curcumine gebruiken. In geval van twijfel kun je met een ontlastingstest laten uitzoeken of je besmet bent met één van deze pathogenen.

 

Is curcumine nu voor iedereen slecht?

 

Nee, absoluut niet. wanneer je geen last hebt van bovengenoemde bacteriën is curcumine een geweldig hulpmiddel om je immuunsysteem een handje te helpen. Let alleen wel op dat je niet overdrijft. Méér is meestal niet beter.

 

Voor wie wel last heeft van brutale bacteriën doet er goed aan om een gespecialiseerde professional te raadplegen. Je vindt ze hier.

 

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie.

 

http://aac.asm.org/content/56/11/5555.long

Wat een ophef deze week bij het programma Radar over de mogelijke toxische bijwerkingen van vitamine B6! Klopt het eigenlijk allemaal wat er verteld werd, of zit het net iets anders in elkaar? In het programma werden de ‘gevaarlijke bijwerkingen’ van vitamine B6 onder de loep genomen. Dat vitamine B6 voor sommige mensen problemen kan opleveren moge duidelijk zijn. Al heb ik wel de indruk dat er nogal gegoocheld werd met cijfers om de ernst van de situatie te versterken.

 

Maar goed, is er nu echt een gevaar voor de mensheid, of is het een storm in een glas water?

 

Vitamine B 6 is een wateroplosbare vitamine, die je normaliter uitplast als je er teveel van binnenkrijgt. Doseringen tussen de 20 en 100 mg zijn wat aan de hoge kant, maar geven voor het gros van de mensen geen problemen. Hoe kan het dan dat er toch ‘bijwerkingen’ optreden bij een kleine groep mensen? Dat ligt niet aan de vitamine, maar aan een zeer individuele hobbel in de biochemie. Het ligt aan de individuele capaciteit om vitamine B6 te kunnen uitscheiden. Sommige mensen kunnen B6 niet afvoeren via de nieren en gaan de vitamine stapelen in het bloed of in de weefsels. Deze mensen hebben (soms zelfs zonder vitamine B6 te slikken) een verhoogde waarde in het bloed.

 

Zo’n afwijkend uitscheidingsproces is op zich helemaal niks bijzonders, we hebben allemaal wel ergens een afwijking in een biochemisch proces. Zo zijn er mensen die doodziek worden van spinazie, terwijl het voor anderen een superfood is. Ik verbaas me erover dat er zelfs door deskundigen nergens uitgelegd wordt hoe het proces precies verloopt, maar dat we wel gewaarschuwd worden voor de enorme gevaren die we lopen als we B6 willen slikken. Voor heel veel mensen is vitamine B6 geen gevaar, maar juist een belangrijke hulp voor hun gezondheid.

 

Oergezond-boeken

 

Voor wie het interessant vindt, hier even de feiten op een rij:

 

Er zijn zes basisvormen van vitamine B6.

 

Pyridoxine, Pyridoxaal, Pyridoxamine en deze drie kunnen alle drie ook worden omgezet in een gefosforyleerde (sorry, ingewikkeld woord) vorm. Hiermee wordt de vitamine biologisch actief, maar is dan moeilijker door de celwanden te transporteren.

Ongefosforyleerde vormen kunnen wel makkelijk door barrieres en membranen, maar zijn weinig actief in de cel.

 

De vitamine wordt daarom een aantal keer geactiveerd en gedeactiveerd om uiteindelijk in de cel zijn werk te kunnen doen. Om de vitamine te kunnen activeren en deactiveren zijn er enzymen nodig die alleen werken als er voldoende hulpstoffen aanwezig zijn, de zogenaamde co-factoren. We hebben het hier over zink en magnesium of kalium, calcium, kobalt, en mangaan. Bij een tekort van één van deze mineralen kan vitamine B6 niet geactiveerd worden en kan het dus zijn werk niet doen.

 

Pyridoxaal-5-Fosfaat is de meest actieve vorm, door deze vorm te suppleren kun je eventuele mineralentekorten omzeilen (niet dat die tekorten daardoor opgelost worden). De kans op B6 stapeling is hiermee kleiner. Maar we zijn er nog niet.

 

Om vitamine B6 de cel in te krijgen zal het moeten aanhechten aan een receptor op de celwand. Hiervoor heb je het aminozuur l-lysine nodig. Bij een l-lysinetekort ontstaan er dus ook problemen.

 

Ik snap dat het technisch wordt, maar lees echt even door, want er komt nog meer belangrijks.

 

Om B6 te kunnen uitplassen moet het worden omgezet naar 4-Pyridoxate. Juist, dat is weer een andere vorm. Daar is een enzym voor nodig (voor de techneuten; het AOX1 enzym) wat ook co-factoren nodig heeft. Dit enzym werkt met vitamine B2, ijzer en molybdeen. Je kunt raden wat er gebeurt als je met één van die stoffen een probleem hebt. (Dan werkt het enzym niet en kun je B6 niet uitplassen.)

 

Nu is het probleem dat tekorten van die co-factoren meestal niet zichtbaar zijn in het bloed. Dus wanneer je nu enthousiast naar je huisarts gaat, zal hij/zij die tekorten niet vinden. Dat is dan voor hem/haar het bewijs dat het allemaal onzin is. Lekker dan.

 

Je kunt het de arts niet kwalijk nemen, want zij zijn niet opgeleid in deze materie.

 

We kunnen dus wel concluderen dat de gevaren niet ontstaan door vitamine B6, maar door de ontbrekende co-factoren. Een B6 tekort in de cel geeft veel klachten, net als tekorten van co-factoren. Wil je dit voorkomen, dan kun je terecht bij een van de Oerslank behandelaars. Zij weten hoe ze dit moeten uitzoeken. Je vindt ze hier. Mocht je nu gewaarschuwd worden voor de ‘gevaren’ van B6 kun je met deze informatie uitleggen hoe het echt zit.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie