Deze week las ik over een grootschalig onderzoek waaruit bleek dat een aantal voedingsmiddelen, zoals koffie, thee, karnemelk, chocola en rode wijn een gunstig effect heeft op het microbioom (ofwel darmflora). Yeah, geweldig! We kunnen zonder schuldgevoel genieten van al dat lekkers, het is tenslotte gezond!

 

http://nos.nl/artikel/2102018-rode-wijn-en-karnemelk-zijn-goed-voor-onze-darmflora.html

 

Of niet?

 

O jee, ik ga weer spelbreker spelen.

 

Zulke onderzoeken zijn zeker interessant voor de wetenschap, maar brengen de consument in verwarring. Want wij mensen zoeken nu eenmaal zekerheden. Chocola is goed en suiker is slecht. Cola is slecht maar rode wijn is goed. Dat is wat we willen horen, maar helaas, zo rechtlijnig is het nu eenmaal niet.

 

Bij dit onderzoek werd er gekeken naar het effect van voeding op de darmflora van een grote groep mensen. Er zijn vele poepmonsters onderzocht en vergeleken met het eetpatroon en een aantal anderen factoren die het microbioom kunnen beïnvloeden. Van karnemelk, chocola, koffie, thee en rode wijn bleek dat deze voedingsmiddelen de darmflora gunstig beïnvloeden.

 

Maar ja, wat is gunstig? Wisten de onderzoekers wat een gunstige reactie zou moeten zijn? Weten we eigenlijk al wel precies hoe een gezonde flora eruit ziet? Werden de mensen geselecteerd op de samenstelling van hun darmflora, werd er rekening gehouden met de hoeveelheid stress die zij hadden?

 

Ik weet het niet, maar ik vermoed van niet.

 

De uitslag is zeker interessant, maar zegt eigenlijk niks over het gezondheidsbevorderende effect van deze producten op ons allemaal. Het is niet meer dan een indicatie.

 

Kun je uit zo’n onderzoek dan concluderen dat cacao goed is voor je gezondheid?

 

Dat cacao gezondheidsbevorderende stoffen bevat moge duidelijk zijn. Die informatie vind je overal op internet, die hoef ik hier niet te herhalen. ‘Google is your friend’.

 

Cacao bevat echter ook minder gunstige bestanddelen. Theobromine is er zo een, het is de belangrijkste alkaloïde in cacao, een stof waar honden erg ziek van worden. Voor mensen is een overdaad aan theobromine ook niet zo gezond. Vervolgens bevat cacao behoorlijk wat koper en dat is voor veel vrouwen (zeker als zij de pil slikken) niet zo gunstig.

 

Je leest overal dat een chocoladeverslaving een teken is van een magnesiumtekort. Ik denk daar anders over, ik vermoed dat het veelal gaat om een koperdisbalans. Bij koperstapeling kan het lichaam koper moeilijk transporteren naar de plaats waar je het nodig hebt en stapelt het vrije koper zich op in de haren, de huid of het brein. Specifieke symptomen daarvan zijn: chocoladecraving, vermoeidheid, pigment verstoringen, hypoglykemie en een ‘racing mind’. Het oplossen van een koperstapeling is geen doe het zelf klus, daar heb je een ervaren professional voor nodig. Je vind ze hier.(De gemiddelde huisarts is hierin niet opgeleid.)

 

Cacao bevat daarnaast veel oxalaten. Dat zijn kristallen die nierstenen, vulvodynie of spierklachten kunnen veroorzaken bij mensen die oxalaten niet goed kunnen afbreken. (Oxalaten vind je ook in avocado, boerenkool en spinazie.) Gelukkig komt dit maar weinig voor, maar je zult maar net degene zijn die hier wel gevoelig voor is en denkt gezond te eten……

 

Cacao bevat ook veel verzadigd vet, maar dat is meestal geen groot probleem, mits je ook voldoende andere vetten binnen krijgt. Al met al kan cacao ontstekingsbevorderend werken, zeker bij mensen met ontstekingsprocessen in de darm. Bij hen is ook het microbioom niet in balans. Veel jongeren weten dat cacao ontstekingsbevorderend werkt, dat zien zij aan de opvlamming van hun acne.

 

Kortom, cacao heeft goede en minder goede eigenschappen.

 

Het naar buiten brengen van zulke onderzoeksgegevens kan verwarring scheppen voor mensen die geloven dat alles wat ‘bewezen’ is door onderzoek ook voor hen waarheid is.

 

Mijn blogs worden misschien wat eentonig, toch kan ik het niet vaak genoeg uitleggen. Als je je goed voelt bij chocola kun je er met mate van genieten. Krijg je er pukkels van, eet het dan niet. Er is dan misschien iets aan de hand in de darm wat dit veroorzaakt. Krijg je buikpijn van chocola, eet het dan niet en ga op zoek naar de oorzaak. Krijg je andere klachten zoals hoofdpijn, jeuk of galbulten van chocola, laat het dan staan en ga op onderzoek uit.

 

Je lichaam liegt niet, het laat door middel van dit soort signalen goed zien wat er aan de hand is. Het is aan jou om er iets mee te doen.

 

Ik hoop echt dat we langzamerhand gaan leren om dit soort publicaties te beoordelen voor wat ze zijn; interessante materie om bepaalde werkingsmechanismen bloot te leggen. Maar niet als DE waarheid waar achter we ons kunnen verschuilen om dingen te eten die niet bij ons passen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Vorige week heb ik in deel één van dit onderwerp al een tipje van de sluier opgelicht. (Je vind het blog hier.) Vandaag ga ik verder in op de biochemie van de burn-out, en het zal je misschien verbazen, maar het draait in lang niet alle gevallen om stress.

 

Hè, draait het niet om stress? Hoe kan dat nu?

 

Om te beginnen moet ik uitleggen dat alles wat er in een lichaam gebeurt, samengaat met biochemische processen. We zijn een grote biochemische fabriek die altijd en overal een belangrijke rol speelt. Alles wat je voelt of wat zichtbaar wordt, is door biochemische processen veroorzaakt. Ook al zit iets ‘tussen de oren’ (wat volgens mij een idiote aanname is, maar dat terzijde), er zijn stofjes bij betrokken.

 

Die stofjes worden door je lichaam zelf in elkaar geknutseld, of ze komen rechtstreeks uit hetgeen je eet. Het is mij daarom echt een raadsel dat er nog steeds artsen zijn die glashard ontkennen dat voeding geen invloed heeft op ziekte en gezondheid. Zonder de juiste grondstoffen kan een lichaam namelijk niet werken, ook je brein niet.

 

Het proces van een burn-out kun je vergelijken met een vastgelopen motor. Een motor loopt vast door oververhitting of door verkeerde brandstof en te weinig olie. Je kunt je voorstellen dat bij een wedstrijdje op het circuit van Zandvoort een Deux Chevauxmotor eerder vastloopt dan een Ferrarimotor. Bij mensen is het net zo, wie als Deux Cheveauxtje geboren wordt, zal nooit een Ferrari worden, maar kan wel prima functioneren bij het doen van de boodschappen of een ritje over de snelweg naar het strand.

 

Zoals ik al aangaf is er bij een burn-out niet in alle gevallen sprake van stress, althans er zijn niet altijd grote of langdurige stressvolle situaties geweest. Het lichaam gebruikt het stresssysteem om te kunnen overleven, dat was vroeger in de oertijd heel zinvol, maar het kan ons nu in de weg zitten.

 

Het stresssysteem wordt gebruikt om de glucosehuishouding te reguleren. Wanneer het lichaam extra glucose nodig heeft, krijg je zin in zoet. Zo werkt dat nu eenmaal. Dat gebeurt bij stress, want dan heeft je brein extra brandstof nodig. Hetzelfde gebeurt bij de activering van het immuunsysteem. Zo kan het zijn dat je de hele dag zin hebt in zoet door een milde ontstekingsreactie in de darmen. Daar hoef je trouwens niet eens veel van te merken. Je hebt niet altijd het idee dat er daar iets aan de hand is.

 

Om de glucosespiegel op peil te brengen gebruikt het lichaam het stresshormoon adrenaline. Dat is ooit heel nuttig geweest, toen we regelmatig moesten rennen voor een beer. Je kunt tenslotte de beer niet vragen om even te wachten omdat je wat moet eten. Adrenaline zorgt daarom voor extra glucose voor je brein of voor je immuunsysteem. Als je een chronische ontsteking in je darmen hebt, zul je langdurig veel adrenaline aanmaken, waardoor uiteindelijk de motor vastloopt.

 

Zoals vorige week al uitgelegd kan 30% van de mensen heel snel adrenaline afbreken. (Dit zijn de Ferrari’s.) Zij hebben weinig kans op het ontwikkelen van een burn-out. 30% van de mensen hebben moeite met het afbreken van adrenaline, deze Deux Cheveauxtjes lopen meer risico op een vastgelopen motor. Helaas is dit erfelijk bepaald.

 

Ik heb moeite met de manier waarop er naar mensen met een burn-out gekeken wordt. Het wordt vaak gezien als een psychische aandoening. Ze worden vaak bekeken alsof ze het aan zichzelf te danken hebben dat hun systeem vastgelopen is. ‘Moet je je maar niet zo druk maken. Doe het toch ook eens wat rustiger aan!’ Herkenbaar?

 

Naar mijn idee is het tijd dat we bij een burn-out niet alleen kijken naar de mentale en psychische kant van de zaak. Ik vind echt dat er ook gekeken moet worden naar de lichamelijke processen. Zodra je de ‘ontsteking’ in de darmen gereguleerd hebt, zal het lichaam minder adrenaline maken om het lichaam van brandstof te voorzien. Hiermee vergroot je de belastbaarheid, je haalt het extra gewicht uit de kofferbak van de auto, zodat deze harder kan rijden zonder een vastloper.

 

Mijn eigen Deux Cheveauxmotor is al meerder malen vastgelopen (zelfs met ‘gezonde’ voeding) en daar schaam ik me niet voor. Als ik als Ferrari geboren was, had ik dit blog tenslotte nooit kunnen schrijven. Door mijn eigen ervaringen heb ik mijn kennis kunnen opbouwen, al is het niet altijd even makkelijk.

 

Maar goed, wat nu?

 

Rust in de darmen creëren begint bij passende voeding. Als dat nog niet voldoende is, kun je in mijn boek Oerslank lezen welke factoren hierbij nog meer een rol spelen. Want je begrijpt vast wel dat er nog veel meer factoren zijn die betrokken zijn bij het ontstaan van een burn-out. Voor mensen die al met pech langs de kant van de weg staan, is het misschien handiger om de Wegenwacht te bellen in plaats van zelf te gaan sleutelen. Hier vind je goed opgeleide behandelaars die je kunnen helpen om jouw motor weer aan de praat te krijgen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Beste mijnheer Katan, u zult zich misschien afvragen waarom mijn blog over de biochemie van een burn-out aan u gericht is. Dat kan ik me voorstellen, in de loop van dit blog zal dit duidelijk worden. (Anderen die niet weten wie de heer Katan is, kunnen dit stukje gerust overslaan.)

 

Ik heb de behoefte om te reageren op uw uitspraken in de media van de afgelopen weken. Ik voel me genoodzaakt om een en ander uit te leggen, omdat ik vermoed dat uw uitspraken door uw lezers letterlijk worden opgevat. Uw bewering dat het niet bewezen is dat het eten van groenten goed is voor de gezondheid en uw advies dat we beter margarine dan boter kunnen eten, wordt door velen geloofd en opgevolgd (met alle gevolgen van dien). Die uitspraken moet ik even recht zetten, voordat men de mythen die u de wereld in slingert gaat geloven.

 

De gemiddelde Nederlander is zich niet bewust van de bril waarmee u als wetenschapper naar voeding kijkt. U presenteert uzelf als autoriteit op het gebied van voeding en u wordt door de media (jammer genoeg) nog steeds als zodanig gezien, waardoor mensen geloven dat u de (enige) waarheid verkondigt. Tel hierbij op uw (hoe zeg ik het netjes) uitermate zelfverzekerde manier van optreden en de leek gelooft alles wat u zegt.

 

Vervolgens noemt u de mensen gelovigen wanneer zij zich beter gaan voelen door het opvolgen van de adviezen van zogenaamde goeroes. Het is een schande! Dat goeroes een podium krijgen en mensen zich beter gaan laten voelen, dat kan helemaal niet, mensen kunnen zich niet beter voelen door alternatieve hypes, dat zit allemaal tussen de oren! De wetenschap heeft immers altijd gelijk! (Toch?)

 

Nou nee. U als wetenschapper kunt niet vaststellen dat wij allemaal drie boterhammen met margarine en drie glazen melk per dag moeten nuttigen, of dat het eten van groenten niet helpt om ziekte te voorkomen.

 

U bent op zoek naar bewijzen op het gebied van voeding voor de gemiddelde gezonde mens. Mijn lezers weten inmiddels dat ik me hard maak voor de individuele benadering van alle mensen. Wat voor de een goed werkt, kan voor een ander verkeerd uitpakken. En dat weet ik (en velen met mij) helaas uit eigen ervaring. Wij passen niet allemaal in een statistisch gemiddelde.

 

Maar zo werkt wetenschap niet. U gaat uit van epidemiologisch bewijs. Epidemiologie is een onderzoeksmethode waarbij er gekeken wordt hoe vaak iets voor komt in een bepaald gebied, of bij een bepaalde groep mensen, ook zonder het werkingsmechanisme te onderzoeken of te begrijpen.

 

Zo blijkt uit onderzoek dat mensen die meer verjaardagen vieren langer leven, en dat vrouwen met een beetje overgewicht langer leven dan mannen die hen daarop wijzen.(Sorry, flauw, ik kon het even niet laten.)

 

Uw uitspraak dat er geen bewijs is dat je gezonder wordt van het eten van groenten, is het gevolg van uw idee dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar groepen mensen met een bepaald ziektebeeld gerelateerd met de hoeveelheid groenten die men eet. Als we moeten wachten tot dit, naar uw maatstaven, wel bewezen is, zijn we jaren en tonnen onderzoeksgeld verder, terwijl miljoenen mensen reeds ervaren hebben wat het eten van groenten met hun gezondheid doet.

 

U gaat overigens geheel voorbij aan al die onderzoeken die wel aantonen welke effecten specifieke stoffen in groenten hebben. Maar ja, de epidemiologie bekijkt nu eenmaal de gemiddelden (statistiek) en niet zozeer de werkingsmechanismen.

 

En daarmee komen we (eindelijk) op de titel van dit blog, de biochemie van een burn-out. Ik ben van mening dat onderzoek naar biochemie en werkingsmechanismen meer inzicht geeft dan epidemiologisch onderzoek, wetenschappers denken daar anders over. (Overigens hecht hoogleraar epidemiologie Yvo Smulders minder waarde aan de epidemiologie dan je zou verwachten. Bekijk zijn filmpje hierover.)

 

Burn-out wordt gezien als een teken van overwerkt zijn, het allemaal niet meer aan kunnen, zwakte, of zelfs aanstellerij. Vergelijkbaar met de gedachte dat overgewicht een keuze is (oeps, teer puntje). En hoe komt het dat we er zo over denken? Omdat er weinig naar buiten komt over de werkingsmechanismen van een burn-out, en al helemaal niet dat er ook genetische factoren zijn die  de kans om een burn-out te ontwikkelen kunnen vergroten of verkleinen.

 

Genetisch? ‘Welnee’, hoor ik mensen denken, ‘dat kan niet, het gaat alleen over overbelasting’. Tja, zo werkt het niet, we zijn gelukkig niet allemaal hetzelfde. We hebben allemaal specifieke variaties in het  genoom die ervoor zorgen dat de één eerder overbelast is dan de ander. Er is een enzym wat stresshormonen moet afbreken. Variaties in het gen COMT zorgen ervoor dat jij jouw stresshormonen sneller of langzamer afbreekt dan iemand anders. En dat maakt je minder of meer stressgevoelig. (En de kans op overbelasting kun je onderzoeken in een epidemiologische studie, die overigens niet zegt of je daadwerkelijk een burn-out zult ontwikkelen!)

 

Hoe beter het enzym werkt, hoe sneller je de stresshormonen kunt afbreken.

  • 30% van de Westeuropeanen heeft de GG variant waarbij het enzym sneller werkt. Zij denken minder na, maar zijn strijdbaar, de zogenaamde ‘Warriors’.
  • 30%  heeft de AA variant waardoor het enzym langzamer werkt. Zij zijn denkers, de piekeraars, de ‘Worriers’.
  • 40 % heeft de AG variant, dat is een mengvorm. (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17008817)

Piekeraars die de stresshormonen moeilijker kunnen afbreken, raken sneller overbelast.

 

Ook zonder epidemiologisch bewijs kun je vanuit deze genetische variatie al bedenken dat je genetische eigenschappen een belangrijke factor zijn voor jouw individuele stress regulerende capaciteiten. Sterker nog, hetzelfde COMT enzym zorgt daarnaast ook voor de afbraak van oestrogenen!  Zo kun je zelfs zonder wetenschappelijk onderzoek begrijpen waarom vrouwen over het algemeen (!) gevoeliger zijn voor stress dan mannen.

 

Ik hoop dat hiermee duidelijk is dat een burn-out geen kwestie is van zwakte, aanstelleritis of alleen maar overbelasting. Het gaat er vooral om dat door aanlegfactoren de één meer zijn best zal moeten doen om gezond te blijven dan een ander. Hoe je dat het beste kunt doen zal ik volgende week verder uitleggen.

 

Voor mij is het in elk geval helder dat je met wat extra kennis van de fysiologie, biologie of biochemie meer inzicht krijgt in de werking van het menselijk lichaam dan alleen met epidemiologisch onderzoek.

 

De heer Katan vergeet dat wetenschappelijk bewijs niet op kan tegen het gezonde verstand en de ervaringen van miljoenen mensen die inmiddels al lang weten wat de wetenschap nog moet bewijzen. Als ik u een advies mag geven; schoenmaker blijf bij uw leest. Blijf lekker wetenschapper, onderzoek van alles, maar bemoei u niet met voedingsadviezen. Vooral niet met een boek waarmee u iedereen in verwarring brengt door mythes te ‘ontkrachten’ onder het mom van wetenschap.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Echt, het is bijna lachwekkend aan het worden. In voedingsland lijkt haast wel oorlog uitgebroken. Tientallen deskundigen en vele bloggers gaan rollebollend over tafel om hun gelijk te halen en de consument blijft in verwarring achter.

 

Wel of geen gluten? Vegan of Paleo? Ketogeen of bergen fruit? De zin of onzin van superfoods, wel of niet biologisch? Iedereen heeft een andere mening of probeert met wetenschappelijk bewijs zijn visie te onderbouwen. Zelfs professoren schrijven nu bestsellers waarin alle hypes onderuit worden gehaald. Hoe harder je schopt, hoe meer bekendheid, hoe meer je geloofd wordt.

 

Ik denk dat het tijd wordt dat we ons gaan realiseren dat die meningen allemaal ergens een kern van waarheid hebben, al was het maar voor degene die het propageert. Inderdaad, een kern van waarheid. Niemand heeft dè waarheid in pacht. Dat kan namelijk niet. Ook niet in wetenschap.

 

Ik heb het nu niet over de battle over gezonde vetten die nu gaande is, die strijd is van een andere orde. Voor wie het gemist heeft, er is recentelijk aangetoond dat er tientallen jaren bewijzen ‘per ongeluk’ genegeerd zijn over de effecten van margarine en halvarine op onze gezondheid. Nee, daar heb ik het nu niet over. Die discussie wil ik nu hier niet voeren.

 

Al het gekibbel over wie er gelijk heeft ontstaat omdat mensen graag zekerheid willen hebben (maar laten we de ego’s ook niet uitvlakken). Een groot deel van de mensen wil weten wat goed is en wat niet. Welke voedingsmiddelen ‘gezond’ zijn, en welke voeding ‘ongezond’ is. We willen zeker weten dat we het goed doen. Laat ik je uit de droom helpen. Wat voor de één goed is, kan voor een ander helemaal verkeerd uitpakken. We zijn namelijk allemaal anders.

 

Ook wetenschappelijk bewijs geeft geen duidelijkheid voor het individu, met wetenschap krijg je een statistisch gemiddelde. Zo ontdek je wat voor de gemiddelde GEZONDE mens ‘gezonde’voeding zou kunnen zijn. Maar ben jij gemiddeld? Ik in elk geval niet.

 

Het maakt niet uit of we het hebben over geneeskunde, voeding of beweging. Het vasthouden aan standaardadviezen gebeurt overal. Het is namelijk makkelijker om mensen op te leiden in protocoldenken dan in het begrijpen en herkennen van werkingsmechanismen. Voor dat laatste heb je nu eenmaal veel meer kennis nodig.

 

Ik heb aan den lijve moge ervaren dat de gemiddelde adviezen voor mij niet werk(t)en. Mijn lichaam werkt namelijk anders dan bij de meeste mensen. En ik kan je vertellen, dat was en is niet leuk en zeker niet makkelijk. Het heeft me overigens ook heel veel gebracht. Ik ben gaan studeren omdat er niemand was die begreep hoe mijn systeem werkte.

 

Dankzij meer dan twintig jaar studeren en ervaring met cliënten, ben ik nu zover dat ik voorzichtig een aantal werkingsmechanismen van het lichaam begin te begrijpen. En dat is waardevol. Ik kan nu aan anderen uitleggen waarom een lichaam onder bepaalde omstandigheden bepaalde keuzes maakt en wat de consequenties daarvan zijn.

 

Onze genen bepalen voor een groot deel welke soort voeding bij je past. Maar vergeet ook je levensomstandigheden niet! Bij veranderde omstandigheden is het verstandig om je lifestyle te wijzigen. Zo heeft een zieke meer eiwitten nodig dan een gezond mens. Maar misschien kan die zieke weinig eiwitten verteren. Een diabeet kun je beter niet teveel fruit laten eten, maar een fanatiek sporter kan wel veel koolhydraten hebben. Een ketogeen dieet werkt geweldig bij bepaalde ziektebeelden, maar voor gemiddelde gezonde mensen is het niet langdurig aan te bevelen. Kortom het is dus maatwerk.

 

Die universele waarheid op het gebied van voeding en gezondheid bestaat dus niet. Maar wat moet je dan?

 

Als je twijfelt zul je op zoek moeten gaan naar wat voor jou werkt. Probeer te ontdekken wat goed is voor jou, probeer eens wat uit. Als dat betekent dat glutenvrij eten goed voor je is, laat je dan niet van de wijs brengen door ‘deskundigen’ die beweren dat het onzin is. Als jij goed functioneert met een vegan lifestyle, blijf dat dan doen. Als jij je goed voelt met Paleo, houd je daaraan. Maar stop met het bekritiseren van anderen, alleen omdat iets voor jou goed werkt.

 

Er is echter een adder onder het gras. Iets wat vandaag goed voor je werkt, kan morgen een averechts effect hebben. Door ouder worden, een langdurige stressperiode, de overgang, een ongeval of een verandering in je bewegingspatroon kunnen jouw behoeften veranderen. Wees dan slim, en pas je eetpatroon aan. Dat wordt lastiger als je de gewoonte had om anderen die jouw visie niet deelden voor idioot uit te maken.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Gelukkig, gezonde voeding is hot! Men gaat steeds bewuster om met voeding. We realiseren ons meer en meer dat goede voeding, naast voldoende bewegen en stressreductie, de basis is voor een gezond lichaam. Het dringt zelfs langzaam door dat geen enkele therapie effectief kan zijn met een ongezond voedingspatroon.

 

Het is duidelijk dat ook de nieuwe adviezen van het Voedingscentrum niet helemaal voldoen (alleen al het advies om margarine te eten is het bewijs dat het Voedingscentrum de plank hier en daar nog helemaal mis slaat), maar ja wat dan? Door internet worden we niet alleen bewuster, maar ontstaat er ook verwarring. Wie moet je nog geloven? De één predikt het eten van vlees, de ander zegt dat we juist alleen maar planten moeten eten.

 

We weten toch dat we allemaal anders zijn? Onze genetische blauwdruk is individueel bepaald en dat heeft als gevolg dat we ook allemaal anders reageren op voedingsmiddelen. Iedereen die beweert hoe WE moeten eten heeft het daarom mis. Algemene wetenschappelijke onderzoeken zijn lastig te vertalen naar de praktijk, omdat ook deze meestal voorbij gaan aan de individuele behoeften van de mens.

 

Voor wie de weg kwijt is in alle voedingsadviezen zet ik de basisrichtlijnen maar eens op een rijtje.

  • Eet vooral verse onbewerkte voeding (zonder geur-, kleur-, en smaakstoffen).
  • Pesticiden hebben we niet nodig, kies daarom zoveel mogelijk voor biologische voeding.
  • Eet zoveel mogelijk groenten, liefst bij elke maaltijd. Plantaardig materiaal hebben we altijd tot onze beschikking gehad, het zal daarom de basis van onze maaltijd moeten zijn. Het bevat naast vezels een aantal essentiële vitaminen zoals vitamine C en folaat.
  • Vermijd zoveel mogelijk de toegevoegde suikers.
  • Eet voldoende eiwitten, we hebben gemiddeld 0,8 gram eiwit/kg lichaamsgewicht nodig. Zwangere vrouwen, zieken, sporters en mensen met veel stress hebben echter meer eiwitten nodig. We vinden eiwitten vooral in eieren, vis, vlees of noten. Bereken het lichaamsgewicht vanuit een normale BMI, dus zonder het overgewicht.
  • Beperk de hoeveelheid geraffineerde koolhydraten, koolhydraten uit groenten en fruit zijn voor mensen met een zittend leven vaak al voldoende. Actieve mensen, magere mensen en sporters hebben meer koolhydraten nodig.
  • Gebruik gezonde onbewerkte vetten, zoals uit vis, avocado, noten, kokos, olijfolie en roomboter.
  • Eet wanneer je honger hebt, kom bij voorkeur eerst in beweging voordat je ontbijt.

Het toepassen van deze algemene tips lijkt niet al te ingewikkeld, maar dat is niet voor iedereen het geval. Voor sommigen is het weglaten van suikers al een enorme uitdaging. Bekijk daarom wat haalbaar is en voer (indien nodig) de aanpassingen stap voor stap in.

 

Voor mensen met lichamelijke problemen, zoals darmklachten, auto-immuunziektes of chronische aandoeningen zijn de bovenstaande algemene tips meestal niet voldoende om klachten te verminderen. Voor hen is het wenselijk om een individueel passend voedingspatroon te vinden waarmee het immuunsysteem zo min mogelijk wordt belast. Probeer de volgende tips één voor één uit, zo wordt het vanzelf duidelijk welke voedingsmiddelen beter vermeden kunnen worden.

 

  • Mensen gebruiken pas 10.000 jaar zuivelproducten en granen. Dat lijkt erg lang, maar dat is in de evolutie nog maar een vingerknip. Het is daarom niet zo gek dat mensen met darmklachten en verteringsproblemen zich beter voelen na het weglaten van zuivelproducten en granen(of alleen gluten). Glutenvrije producten bevatten doorgaans vele ongewenste toevoegingen, wees je er daarom van bewust dat alleen het advies om glutenvrij te gaan eten niet het gewenste resultaat hoeft te geven.
  • Peulvruchten kun je beter niet rauw eten vanwege de aanwezigheid van een overmaat aan saponinen en lectinen. Deze anti-nutriënten worden door het week- en kookproces grotendeels onschadelijk gemaakt. Bij darmklachten kan het toch wenselijk zijn om de gekookte peulvruchten, waaronder pinda’s, te mijden.
  • Vruchten van nachtschadeplanten zoals tomaten, aardappelen en paprika’s worden helemaal nog niet zo lang gegeten, we hebben heel lang gedacht dat deze vruchten giftig zijn. Het blad en de onrijpe vruchten bevatten  inderdaad veel giftige anti-nutriënten, maar de rijpe rode vruchten worden door mensen veel beter verdragen. Vooral bij gewrichtsklachten kan het zinvol zijn om de vruchten van nachtschadeplanten te vermijden.

Gelukkig reageren de meeste mensen heel snel op een voedingsverandering. Binnen één à twee weken voelen zij zich energieker, hebben ze een betere spijsvertering en zijn hoofdpijn en huidklachten duidelijk op hun retour.

 

Toch zijn er ook mensen bij wie dit allemaal niet zo snel werkt, of bij wie er helemaal niets verandert in hun klachtenpatroon. Voor deze groep is het zaak verder te zoeken. Door publicaties in de media of op internet krijgen je nogal eens het idee dat lichamelijke problemen maar één oorzaak hebben. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Er zijn natuurlijk legio factoren betrokken bij het ontstaan van ziekte.

 

Oervoeding is een pure manier van eten om het herstelvermogen van het lichaam te ondersteunen. Deze manier van eten lijkt op het paleodieet, met als grootste verschil dat er in oervoeding geen grote hoeveelheden vlees gegeten worden. De basis ligt vooral in het eten van veel groenten.

 

Je weet dat ten tijde van stress het veel moeilijker is om gezond te blijven eten. We zijn dan op zoek naar troostvoeding, vooral naar zoetigheid, liefst in combinatie met vet (chocola?). Die drang is soms zo groot dat er bijna niet tegen te vechten is. Gelukkig bestaat er ook troostvoeding met gezonde ingrediënten.

 

Omdat we allemaal anders reageren heb ik een receptenboek geschreven (met veel achtergrondinformatie over gezonde voeding). In ‘de Oerspronkelijke keuken’ vind je vele recepten in vier varianten: Basis oervoeding, een milde variant (voor wie net overstapt op oergezonde voeding), een koolhydraatbeperkte variant en een vegetarische variant. Om je eigen handleiding te ontdekken is er ook nog een handig logboekje verschenen, waarin je kunt bijhouden hoe je reageert op voedingsveranderingen.

 

Wie deze richtlijnen opvolgt kan niet alleen genieten van echt eten, maar werkt bovendien op een prettige manier aan zijn gezondheid.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Misschien heb je het jezelf wel eens afgevraagd. Waarom heeft een pil met vitamine D in Nederland niet hetzelfde effect als de zon in Spanje? Want dat is voor velen overduidelijk, mensen voelen zich prettiger in Spanje zonder vitamine D pil, dan in Nederland mèt.

 

De zon heeft een aantal bijzondere effecten. Het zonlicht zorgt voor de aanmaak van vitamine D in de huid. Maar dat is niet het enige, ook het blauwe licht heeft effect op ons lichaam.

 

Van de Spaanse blauwe lucht word je vanzelf vrolijk. De Nederlandse grijze luchten werken deprimerend. Blauw licht heeft een activerend effect op onze hersenen, dat merk je bijvoorbeeld als je ’s avonds laat nog op de computer of tablet werkt. Je slaapt dan minder makkelijk in. Gelukkig bestaan er apps waarmee je de hoeveelheid blauw licht in de avond automatisch kunt verminderen.

 

Maar goed, het gaat niet alleen om het blauwe licht waar we actiever van worden, ook de vitamine D is belangrijk. En iets wat de meeste mensen niet weten is dat vitamine D uit een pilletje anders van samenstelling is dan de vitamine D die in de huid wordt aangemaakt onder invloed van zonlicht.

 

In de huid wordt vitamine D sulfaat aangemaakt en juist deze variant is verantwoordelijk voor het prettige gevoel wat de zon ons geeft. Het werkt als een natuurlijk anti-depressivum! Daarom word je zo vrolijk van zonlicht!

 

Iets wat veel mensen wel merken maar niet kunnen verklaren, is dat deze bijzondere vorm van vitamine D ook specifiek werkt tegen arthritis, fibromyalgie, huidklachten en hart-en vaataandoeningen. Dat is dan ook de reden dat veel Nederlanders de zon opzoeken in de winter, zij voelen zich daardoor veel beter!

 

Vanuit vitamine D sulfaat wordt cholesterolsulfaat gevormd, dat klinkt niet zo positief, maar dat is het wel. Jarenlang zijn we bang gemaakt voor cholesterol als zijnde de boosdoener bij het ontstaan van hart- en vaatziekte. Zodra je cholesterolgehalte maar een klein beetje stijgt worden we massaal aan de cholesterolverlagende medicijnen gezet. Is dat echt wel nodig? De laatste wetenschappelijke studies laten zien dat een te laag cholesterolgehalte pas echt ongunstig is.

 

Cholesterolsulfaat is een belangrijke stof voor het hart. Er zijn wetenschappers die denken dat een tekort aan cholesterolsulfaat nu juist een belangrijke oorzaak van hart- en vaatziekte is. Zij denken het tegenovergestelde van de gangbare theorie. Tja, wie heeft er nu gelijk?

 

Vooralsnog is deze discussie nog niet gesloten, sterker nog, deze tegengeluiden beginnen nu pas langzaam door te dringen. Daarom zullen we voorlopig zelf moeten doen wat we kunnen. En dat betekent concreet: ‘Ga de zon in!’

 

De zon is niet onze vijand, maar onze vriend, mits we er met beleid mee omgaan. Je hoeft niet bang te zijn voor huidveroudering en huidkanker als je dagelijks een half uurtje onbeschermd in de zon bent. Wie dagen gaat liggen bakken en daarbij verbrandt loopt wel een verhoogd risico.

 

Voor de aanmaak van vitamine D sulfaat in de huid is er een simpele stelregel. Je maakt alleen door zonlicht vitamine D aan als je schaduw korter is dan je lengte, of vanaf zonkracht 3. Dat is in Nederland pas vanaf mei/juni.  Wanneer je smeert met zonnebrandolie wordt er geen vitamine D aangemaakt en zwemmen na het zonnebad verhindert ook de aanmaak van vitamine D. Wil je langer dan een half uurtje in de zon? Dan is het verstandig om na het eerste half uurtje jezelf wel te beschermen. Hoe groter het huidoppervlak wat je blootstelt aan de zon, hoe groter het effect zal zijn. Met andere woorden, als je alles uittrekt, is tien minuten per dag ook genoeg.

 

Mensen met een winterdepressie weten waarschijnlijk al wel dat een zonnebankkuurtje ook wonderen kan doen. Want ook de zonnebank kan ervoor zorgen dat er in de huid  vitamine D sulfaat wordt aangemaakt. Mits er tenminste met de juiste lampen gewerkt wordt en je er niet te lang en te vaak gebruik van maakt. Alles met mate.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Inderdaad, dat durf ik zo langzamerhand wel te stellen. Net zoals chronische vermoeidheid, fibromyalgie, schizofrenie en autisme geen psychische aandoeningen zijn, is depressie dat ook niet. OK, het mag zich dan wel uiten in de psyche, maar de oorzaak ligt ergens anders. In de wetenschap stapelen de bewijzen zich hiervoor op, waarom duurt het toch zo lang voordat dit doordringt bij de rest van de wereld?

 

Door wetenschappelijk onderzoek vinden we steeds meer stukjes van de puzzel, het is alleen een kunst om al die stukjes bij elkaar te leggen. Doordat we vroeger alleen naar de zichtbare symptomen keken, hebben we bepaalde aandoeningen als ‘psychisch’ bestempeld en daar hebben nu nog velen van ons last van.

 

Lang geleden wisten we niet dat een ijsberg voor het grootste gedeelte onder water ligt. Het duurde even voordat we dat ontdekten. Bij ziekte en psychische aandoeningen gaat het ook niet alleen om wat je ziet. De oorzaak van ziekte ligt ergens in de diepte, onder water. Daar vind je de onderliggende (biochemische)processen. Gelukkig zijn er wetenschappers die wel hun duikpak aantrekken en op onderzoek uit gaan.

 

Een inmiddels goed onderbouwde hypothese betreft de invloed van ontstekingen op de psyche. Er zijn op dit moment vele onderzoeken die laten zien dat er een zeer duidelijk verband is tussen ontstekingsstoffen(cytokinen) en ‘psychische aandoeningen’.

 

Deze ontstekingsstoffen zijn in staat om de werking van neurotransmitters te beïnvloeden. Dat zijn een soort hormonen die de prikkels in het zenuwstelsel (dus ook in de hersenen) reguleren. Het is gebruikelijk om bij een depressie medicijnen (zoals een serotonine heropname remmer) voor te schrijven. Serotonine is net als dopamine een neurotransmitter en daarom zijn deze middelen bij depressie vaak effectief tegen de depressieve klachten, maar ze geven erg veel bijwerkingen.

 

Bijwerkingen zijn eigenlijk onbedoelde neveneffecten, omdat je ingrijpt in een biochemisch proces waarbij er ook andere processen veranderd worden. (Je verandert iets onder water bij de ijsberg en de gevolgen zie je dan boven water.)

 

Omdat we er langzamerhand toch wel van uit mogen gaan dat de ontstekingstheorie klopt, kunnen we een nieuwe weg inslaan. Er zijn nu meer mogelijkheden om een depressie (en andere ‘psychische’ aandoeningen) te behandelen. En dan bedoel ik niet het bestrijden van ontstekingen met ontstekingsremmers of anti-biotica, daarmee schieten we niks op. Dan kijken we nog niet naar de hele ijsberg.

 

Je zult je dus moeten afvragen waar die ontstekingen vandaan komen?

 

Je raadt het waarschijnlijk al… die komen gewoonlijk uit de darmen. (Ja hoor, daar zijn we weer!) De basis van alle ontstekingen vinden we in de darmen, omdat dat nu eenmaal de thuisbasis is van het immuunsysteem. Een gezond immuunsysteem zorgt ervoor dat er geen indringers je lichaam kunnen binnendringen. Een immuunsysteem wat ontstekingsstoffen produceert, moet extra zijn best doen om indringers te bestrijden. Je zult je dus moeten afvragen waar het immuunsysteem tegen vecht.

 

Het immuunsysteem kan aan het werk gezet worden door:

  • niet passende voeding (moet ik dat nu nog uitleggen?)
  • parasieten
  • virussen
  • ziekteverwekkende bacteriën
  • een overdaad aan schimmels en gisten
  • stress
  • alcoholgebruik
  • ontstekingsremmende medicijnen (ja dat klinkt tegenstrijdig, maar zo werkt het echt)
  • vitamine D tekort
  • zinktekort etc….

 

Natuurlijk zijn er ook nog andere oorzaken van ‘psychische’ aandoeningen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een koperdisbalans en een vitamine B6 tekort bij een postnatale depressie, of een vitamine B3 tekort bij schizofrenie.

 

Het is absoluut niet de bedoeling om mensen te adviseren om te stoppen met medicatie voor psychische aandoeningen. Als je eenmaal medicatie gebruikt voor psychische klachten kun je namelijk niet zomaar stoppen! Het kan geen kwaad om met een goed opgeleide deskundige op zoek te gaan naar de onzichtbare delen van de ijsberg. Wie weet dat je daar iets vindt wat niet alleen de psyche, maar je hele systeem in balans kan brengen.

 

Laten we het label ‘psychisch’ dan nu maar verwijderen. Er zit niks tussen de oren, nou ja, je hersenen, maar die reageren op wat er elders in het lichaam gebeurt.

 

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Bitterzout is de populaire naam voor magnesiumsulfaat. De meeste mensen kennen het als een sterk laxerend product, wat vooral gebruikt wordt bij obstipatie of bij een zogenaamde leverreiniging. Die term begrijp ik nooit zo goed, volgens mij reinigt de lever je lichaam en hoeft die zelf niet gereinigd te worden, maar goed dat is misschien muggenziften.

 

Er worden goede resultaten behaald met (voeten)baden met magnesiumsulfaat en de reden waarom deze zo goed werken zal je misschien nog onbekend zijn. Het gaat namelijk niet alleen om het magnesium, maar ook (en misschien wel vooral) om de sulfaten in het bitterzout.

 

Om het werkingsmechanisme te kunnen begrijpen zal ik eerst iets meer moeten uitleggen. Sulfaat (zwavel) heeft je lichaam nodig voor allerlei biochemische processen. Voor het bouwen van zwavelbruggen in eiwitstructuren, zoals voor in je haren, heb je zwavel nodig. Het lichaam gebruikt zwavel uit zwavelhoudende aminozuren zoals in eieren, maar ook uit zwavelhoudende groenten zoals spruitjes en broccoli. Sulfaten zijn ook belangrijk voor de lever om diverse hormonen en toxinen te kunnen afbreken.

 

Dat proces noemen we detoxificatie. Dat doet de lever helemaal zelf, als er tenminste de juiste stoffen aanwezig zijn om het proces goed te laten verlopen. Vergelijk het maar met het bouwen van een huis, zonder cement blijven de stenen niet op elkaar liggen.

 

In het detoxificatieproces kent de lever twee fases. In de eerste fase worden vetoplosbare stoffen wateroplosbaar gemaakt en in de tweede fase worden die wateroplosbare stoffen uitgescheiden via bijvoorbeeld de nieren. Dat lijkt allemaal simpel, maar in de praktijk loopt de eerste fase vaak sneller dan de tweede fase. De wateroplosbare stoffen worden dan niet weggewerkt, maar weer vetoplosbaar gemaakt zodat ze weer ergens in vetweefsel kunnen worden opgeslagen.

 

Je lovehandles hebben dus ook nog een functie als opslagplaats voor toxische stoffen. Wie wat bewaart die heeft wat!

 

In de tweede fase van de leverdetoxificatie kennen we een aantal belangrijke biochemische processen. Een daarvan is de methylering, een ander belangrijk proces is de sulfatie. Als die sulfatie niet goed verloopt kun je problemen krijgen met de afbraak van stresshormonen zoals adrenaline, maar ook met de afbraak van oestrogenen. Als je stresshormonen niet goed kunt afbreken, steven je af op een burn-out, omdat de boog niet altijd gespannen kan blijven. Dat is dan geen psychische aandoening , maar een lichamelijke overbelasting. Ook zie je dan vaak issues zoals darmklachten, afbrekende haren en slappe nagels.

 

De sulfatie verloopt bij ongeveer 85% van de mensen met autisme niet optimaal (volgens schattingen). Zij hebben vaak een of meer erfelijke mutaties die dit proces bemoeilijken.

 

Sulfaten worden moeilijk door de darm opgenomen, vandaar dat de opname via de huid een prima alternatief is. Een (voeten)bad met bitterzout kan je lichaam weer voorzien van extra sulfaten om bijvoorbeeld stresshormonen af te breken. Zo’n bad heeft daardoor een ontspannende werking. De sulfaten blijven zo’n negen uur in je lichaam, daarom is het in sommige gevallen nodig om één tot twee keer per dag een badje te nemen. Voor de meeste mensen is één maal per twee dagen voldoende.

 

In de praktijk blijkt dat je met zo’n goedkoop bitterzoutbad de vicieuze cirkel van een (dreigend) burn-out kunt doorbreken, maar het is natuurlijk niet het panacee wat wij allemaal zo graag zouden willen hebben om al onze klachten in één keer op te lossen. Helaas, daar komt natuurlijk meer bij kijken.

 

Yvonne van Stigt, Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Wil je meer lezen over interessante onderwerpen? In mijn boeken vind je naast heerlijke recepten een schat aan informatie over de werking van je lichaam. Wekelijks besteed ik in mijn blog aandacht aan een specifiek interessant onderwerp.

Deze vraag wordt mij vaak gesteld, ook gisteren weer tijdens de les over voeding van de opleiding Orthomoleculair Epigenetisch Therapeut, waar ik les geef. Zelfs mijn studenten waren bijna de weg kwijt. Wat is er nou toch goed en wat is er slecht om te eten?

 

Ik kan er maar één antwoord op geven. Iedereen reageert anders op voeding en je kunt natuurlijke voedingsmiddelen niet labelen als goed of slecht. Er zijn mensen die doodziek worden van avocado of chocola, terwijl dat voor anderen juist geweldige producten zijn.

 

Johan Cruijff ze het al;”Elk nadeel heb ze voordeel”.

 

Voor veel mensen is het lastig dat ze geen houvast hebben, ze zoeken iemand die ze vertelt wat goed of slecht is. Zij raken in verwarring door de ogenschijnlijk tegenstrijdige berichtgeving over voeding.

 

Het voedingscentrum probeert de wetenschap te volgen en noemt dat ‘de waarheid op tafel’.

In de TV reclame proberen voedingsproducenten ons te vertellen dat chocopasta met vooral suikers en vetten, ook gezonde hazelnoten bevat en dat je ook je fruit binnen kunt krijgen met een sapje  gemaakt van gevriesdroogd, geconcentreerd en aangelengd sinaasappelsap met cellulosevezels. Alsof niemand door heeft dat cellulosevezels hetzelfde zijn als hout- karton- of papiervezels.

Vervolgens vinden we op internet websites die ons met raadselachtige titels zoals: “Wat gebeurt er met je lichaam als je elke dag twee bananen eet? proberen te verleiden om een of ander e-book te kopen.

 

De één zegt dit, de ander dat, wat moet je dan als consument? Wie moet je nu geloven?

 

Geloof vooral wat je lichaam je vertelt, heus als je goed luistert weet je echt wel wat goed voor je is.

 

Om te beginnen is het geen  rocket science dat bewerkte, gefrituurde, of nagemaakte voedingsmiddelen bomvol suikers niet vallen onder de categorie gezond voedsel. In principe is puur en onbewerkt voedsel dat wel. Maar dan nòg zijn niet al die natuurlijke voedingsmiddelen voor iedereen geschikt.

 

Ikzelf hoef echt geen twee bananen per dag te eten, ik vind bananen heerlijk, maar voor mij bevatten ze teveel suikers. Dat zegt natuurlijk niks over de banaan, maar alles over mij. Misschien kun jij er wel drie per dag hebben?

 

Hetzelfde geldt voor rauwe cacao, mijn darmen reageren hier heel slecht op, ik moet daar voorzichtig mee omgaan, maar voor een ander kan het juist een prima product zijn.

 

Mijn lichaam vertelt me dus wat ik wel of niet kan hebben en echt, dat doet jouw lichaam ook, je moet alleen leren luisteren.

 

Voor de gemiddelde Nederlander is het overstappen op pure en onbewerkte voeding al een hele stap in de goede richting. Voor de eigen gezondheid wel te verstaan, niet voor de portemonnee van de voedingsindustrie. Vooral mensen die lichamelijke of geestelijke klachten hebben kunnen nog een stapje verder gaan en uitzoeken of een specifiek voedingspatroon de klachten kan verminderen.

 

Dat lijkt voor de leek onwaarschijnlijk, dat je voeding als geneesmiddel kunt gebruiken. Toch heb ik in de afgelopen twintig jaar met mijn cliënten ervaren dat het weglaten van bijvoorbeeld gluten en zuivel vele klachten spectaculair kan doen verminderen. Van huidklachten tot depressieve klachten, van darmproblemen tot hoofdpijn, mensen knappen op van het eten van oervoeding.

 

Met mijn studenten heb ik nu afgesproken dat zij ook een maand lang oervoeding gaan eten. Ze gaan de komende maand pure onbewerkte voeding eten zonder zuivel en zonder glutenbevattende granen. Zij weten inmiddels dat er dan nog heel veel lekkers overblijft om wel te eten, dat ze echt veel gevarieerder gaan eten dan dat ze voorheen deden. Want zeg nou zelf, elke dag twee keer per dag brood met kaas of hagelslag kun je toch geen variatie noemen?

 

Ze gaan heerlijke salades en soepen eten en ze gaan zelfs experimenteren met groenten bij het ontbijt, of soms zelfs af en toe niet ontbijten! Ik ben reuze benieuwd hoe zij zich na die maand voelen. Ik zal het jullie laten weten!

 

Ik kan me voorstellen dat jij het lastig vindt om zelf te moeten uitzoeken wat je dan nog wel kunt eten. Hiervoor heb ik dan ook een aantal receptenboeken geschreven vol met heerlijke gerechten, waarin je bij de hand genomen wordt. Je vindt ze hier.

 

Als je ondersteuning wilt van goed opgeleide experts op het gebied van voeding kun je hier op de website namen en adressen vinden.

 

Helaas kan ik het niet leuker en zeker ook niet makkelijker maken. Ook al is het aanlokkelijk om precies te gaan doen wat de internet goeroe je vertelt, blijf alsjeblieft zelf nadenken. Er is niemand die je via internet kan vertellen hoe jouw lichaam precies werkt, daar heb je echt een echt menselijk contact voor nodig. Bovendien ben jij de enige die kan voelen wat voeding met je doet. Luister daar dus naar!

 

Yvonne van Stigt Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Wil je meer lezen over interessante onderwerpen? In mijn boeken vind je naast heerlijke recepten een schat aan informatie over de werking van je lichaam. Wekelijks besteed ik in mijn blog aandacht aan een specifiek onderwerp.

 

 

Hè? Lees ik het goed? Echt, deze boodschap wordt verspreid door een aantal websites. Er is een wetenschappelijke studie die dit ‘bewijst’. Ik kan er even niet bij, dus besluit ik de studie maar eens te bekijken. En inderdaad, in de studie wordt een vreemde conclusie getrokken. Een voedingspatroon met veel vet en weinig koolhydraten draagt niet bij aan het tegenhouden van de ontwikkeling van diabetes type 2.

 

In principe houd ik er niet van om anderen af te branden, dat is altijd makkelijk scoren. Maar in dit geval leek het me toch wel verstandig om een en ander recht te zetten.

 

Het gaat om een Australische studie van Lamont BJ, Waters MF en Andrikopoulos S in the Journal of Nutrition & Diabetes van februari 2016. De studie vind je hier. Het betreft een onderzoek waarbij muizen een vetrijke en koolhydraatarme voeding kregen, met als doel om vast te stellen of zo’n dieet de β-cellen in de pancreas weer zou kunnen helpen herstellen.

Er was namelijk nog nooit goed onderzocht waarom een voedingspatroon met minder koolhydraten en meer vet gunstig werkt bij diabetes 2. Uitgaande van de (in mijn ogen kortzichtige) hypothese dat diabetes ontstaat door het kapot gaan van de insulineproducerende β-cellen van de pancreas, zou het misschien mogelijk zijn dat zo’n voedingspatroon deze cellen weer herstelt.

 

Afijn, dat doet het voedingspatroon niet, althans volgens deze studie.

 

Ik twijfel niet aan de meetwaarden, je mag ervan uitgaan dat die wel kloppen, maar er is ergens iets wat niet klopt, omdat deze conclusie in strijd is met vele andere studies die over dit onderwerp gepubliceerd zijn.

 

Gelukkig is in het onderzoek zelf een tabel te vinden van wat die muizen nu precies te eten gekregen hebben. Je vindt de tabel hier.

En wat blijkt? De muizen hebben een dieet gekregen wat voornamelijk bestaat uit cacaoboter, caseïne, canola olie, sucrose en Ghee. Ra, ra, ra, wat klopt hier niet?

 

Hmm? Zie je het al voor je? Een muis die een koe melkt? Muizen eten muizenvoeding, zou het normaal zijn dat muizen caseïne (koemelkeiwit) eten? Nee, natuurlijk niet!

 

We weten uit veel onderzoek dat het gebruik van caseïne bij muizen en mensen geen gunstig effect heeft op de glucose- en insulinespiegels. Integendeel, caseïne werkt juist negatief op het reguleren van de glucosehuishouding.

De vraag is ook of de andere voedingsbestanddelen zoals cacaoboter, canola olie, Ghee en sucrose zo goed gekozen zijn om zoiets te onderzoeken. Bovendien staat ook nog eens vermeld dat een van de onderzoekers betaald wordt door de NMHCR, de Australische overheidsinstantie die veel onderzoeken financiert. De NMHCR staat nu eenmaal niet bekend om zijn vooruitstrevende en vernieuwende ideeën.

 

Kortom, deze studie rammelt aan alle kanten.

 

De reden waarom ik hier nu aandacht aan besteed, is dat ik dagelijks blogs en artikelen op websites voorbij zie komen die (en laten we het netjes zeggen) ongenuanceerd een mening de wereld in slingeren, waardoor de consument alleen maar in verwarring raakt.

Mijn advies is, laat je niet gek maken door iedereen die ergens een mening over heeft.  Zoek een deskundige met een gedegen achtergrond als je hulp nodig hebt (die vind je hier) en luister naar je eigen lichaam.

 

O ja, en natuurlijk helpt een koolhydraatbeperkte voeding wel bij diabetes type 2. Hoe je wel een goed voedingspatroon samenstelt om de glucosehuishouding weer te normaliseren, kun je lezen in het receptenboek De oerspronkelijke keuken. En geloof me, in de recepten gebruiken we geen canola olie, geen caseïne en maar weinig cacaoboter en Ghee.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Wil je meer lezen over interessante onderwerpen? In mijn boeken vind je naast heerlijke recepten een schat aan informatie over de werking van je lichaam. Wekelijks besteed ik in mijn blog aandacht aan een specifiek onderwerp.