Ik kom er steeds meer achter dat ik raar in elkaar steek.
Alles wat voor anderen normaal of gezond is, blijkt voor mij anders te zijn.
Als kind had ik al eigenaardigheden die niet in het boekje pasten. Artsen wisten zich geen raad met mijn reacties en daardoor heb ik al op vroege leeftijd naar mijn eigen lichaam leren luisteren.

 

Op de middelbare school moest ik sporten, in de zomer deden we dat op een voetbalveld en in de winter in de zaal. In de zaal kon ik mij aardig uit de voeten maken, de te overbruggen afstand was daar niet al te groot. Op het veld ging het vaak mis. Met name bij de zogenaamde Coopertest hield ik mij bezig met madeliefjes plukken uit het gras, of ik was koprollen aan het maken. Mijn gymnastiekdocent vond mij dwars en recalcitrant. Hij, maar ook ik, begreep niet dat dit gedrag een reden had. Ik was namelijk niet in staat om langere afstanden te lopen. Korte sprintjes, dat lukte nog wel. Later, nadat ik chronisch moe geweest was, werd het mij duidelijk. Jammer dat de docent het niet doorhad, misschien had ik er op die leeftijd nog iets aan kunnen doen om erger te voorkomen.

 

Een ander vreemd fenomeen is dat ik een gigantische behoefte heb aan de zon. In de winter wil ik niets liever dan naar de zon op vakantie.
Zodra de zon zich even laat zien wil ik erin. Het idee dat de zon slecht is voor mijn huid lap ik dan ook aan mijn laars, en met reden. Ik weet nu dat ik een aantal erfelijke mutaties heb in de vitamine D receptor. Dat houdt in dat ik vitamine D uit pilletjes niet goed kan verwerken en dat ik voor mijn vitamine D afhankelijk ben van zonlicht. Het is zelfs zo dat ik slechter wordt van extra vitamine D uit een pilletje. Voor mij weegt de zonschade aan mijn huid dus op tegen de productie van vitamine D waardoor ik hopelijk borstkanker kan voorkomen.

 

Tja, daar gaan we dan met de protocollengeneeskunde. Iedereen moet aan de vitamine D, dat is goed, dat hebben we nodig. Alleen ik niet, bij mij werkt het anders.

 

En voordat je nu in de war raakt van deze tegenstrijdige gedachte wil ik aangeven dat er geen algemene regels bestaan op het gebied van gezondheid die altijd en voor iedereen gelden. Er zijn altijd uitzonderingen te vinden. We zijn nu eenmaal allemaal anders.

 

Misschien heb jij ook van die eigenaardigheden? Misschien reageer jij ook wel raar op een verdoving van de tandarts. Denk dan niet dat het tussen je oren zit. Laat je niet overtuigen door de arts die zegt dat het onmogelijk is dat je Parkinson klachten verergeren door anti-depressiva. Wees alert op wat jouw lichaam je vertelt! Besef dat de arts niet voelt wat jij voelt, dat de dingen die hij geleerd heeft tijdens zijn studie ook alleen maar gelden voor de gemiddelde mens.

 

En ben jij de gemiddelde mens? Nee, je bent jij. Met je eigenaardigheden en je specifieke problemen. Voor jouw klachten zijn er oplossingen die bij jou passen, die oplossingen hoeven voor anderen niet te werken. Ook al roepen mensen op facebook dat kefir drankjes zo goed zijn, voor jou kan kefir wel eens helemaal verkeerd uitpakken.

 

Ik snap heel goed dat de meeste mensen geen zin hebben om naar hun lichaam te luisteren. Ik begrijp dat het verwarrend is dat je niet net zo kunt eten als je buurvrouw. Ik begrijp ook dat je graag een eenduidig advies wilt hebben. Lekker zwart wit. Vis is goed en vlees is fout, of zoiets. Of de gedachte dat alle e-nummers slecht zijn. Of melk is slecht voor iedereen. Nu ja, je begrijpt me wel.

 

Het duurt even voordat je alle signalen van je lichaam leert herkennen. Hoofdpijn of huidklachten zijn duidelijke signalen dat er iets niet klopt. Darmklachten kun je ook niet over het hoofd zien. Maar depressieve gevoelens zijn veel moeilijker te koppelen aan je lifestyle.

 

Om voor jezelf dingen duidelijk te krijgen kun je het beste een dagboekje bijhouden, waarin je opschrijft wat je eet en drinkt, beweegt, het stressniveau en wat je klachten zijn.
Als je dat een week of twee doet, kun je normaal gesproken redelijk makkelijk achterhalen waar je klachten mee te maken hebben.

 

Mocht dat nog niet lukken dan hebben we op deze website een hele grote groep professionals die je hiermee kunnen helpen.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Je zult in deze tijd maar huisarts zijn, dat lijkt mij geen benijdenswaardig beroep. Vroeger was het allemaal zo duidelijk, de arts wist wat er met de patiënt aan de hand was, en de patiënt accepteerde dat allemaal.
Tegenwoordig zijn we allemaal goed geïnformeerd via internet. Als je iets mankeert kun je via Google helemaal uitpluizen wat er aan de hand is. Voor de huisarts is het een hele uitdaging om met al die zelfdiagnoses om te gaan.

 

Er zijn artsen die meedenken met de patiënt en goed beargumenteeerd samen tot een conclusie komen. Deze huisartsen zijn gezegend met empathisch vermogen, dit maakt hen succesvol. Anderen vegen resoluut alle inbreng van de patiënt van tafel. Zij verschuilen zich nogal eens achter de stelling dat iets niet wetenschappelijk bewezen is. En wat niet bewezen is telt niet mee en is gewoon niet waar. Tja, wat moet je dan als patiënt?

 

Het is te begrijpen dat artsen vasthouden aan wetenschappelijk bewijs. Dat is de basis van hun werkwijze. Althans, dat denkt men. De hoogleraar epidemiologie Yvo Smulders heeft in een prachtig videofilmpje laten zien dat het verschuilen achter wetenschappelijk bewijs gebaseerd is op gebakken lucht. Je kunt het filmpje hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=PRiSlU1ucqI

 

Yvo Smulders stelt de vraag of epidemiologisch bewijs eigenlijk wel de norm moet zijn voor diagnostiek of behandeling? Zijn antwoord is helder: Nee! Epidemiologisch bewijs is veelal afwezig, vaak onjuist, is zelden direct vertaalbaar naar de patiënt en is zeker niet doorslaggevend voor goede zorg. Sterker nog, ongeveer de helft van alle veel gebruikte therapeutische handelingen is nooit onderzocht. Daar is geen enkele wetenschappelijke basis voor.

 

In gewoon Nederlands betekent het, dat veel zaken die artsen gebruiken om mensen te behandelen helemaal niet onderzocht zijn. Dat is me nogal wat. Zelfs op het gebied van hart-en vaatziekte, waar veel onderzoek naar gedaan is, is maar 10-20% van de aanbevelingen wetenschappelijk onderbouwd.
Oei! Het onderzoek wat wel aanwezig is klopt vaak niet door bias, dat is een ander woord voor ruis. Ruis doordat er belangen in het spel zijn die de uitslag van het onderzoek beïnvloeden. Je kunt vast wel bedenken dat er farmaceutische bedrijven zijn die belangen hebben bij positieve resultaten van medicijnonderzoek. Tegenwoordig is het overigens wel verplicht om eventuele belangen van de onderzoekers te vermelden, maar het begrip belangen is erg rekbaar.

 

Je herinnert je misschien nog wel de ophef die ontstond na het uitbreken van de Mexicaanse griep. De wetenschapper zorgde voor paniek waardoor de Nederlandse regering kapitalen uitgaf om vaccinaties aan te schaffen. Later zijn er vraagtekens ontstaan over de onafhankelijkheid van de wetenschapper. Dit is maar één van vele voorbeelden, helaas.

 

Onbekend is dat veel onderzoek niet gepubliceerd wordt. Het publiceren is niet makkelijk. Bij de belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften is er een zeer strenge selectieprocedure, die door een groep hoogaangeschreven wetenschappers gecontroleerd wordt. Wat denk je wat er gebeurt als een nieuwe visie van een onderzoek niet past binnen de visie van deze mensen? Voor acceptatie van een nieuwe theorie is toch echt een publicatie in een belangrijk tijdschrift een voorwaarde. Tja, als je er als vernieuwer niet doorheen komt, kun je fluiten naar veranderingen binnen het vak.

 

Yvo Smulders laat vervolgens zien dat de selectiecriteria voor deelnemers aan een onderzoek er uiteindelijk voor zorgen dat hooguit 10% van de patiënten die bij de dokter komen echt iets hebben aan de uitkomsten van het onderzoek. We zijn namelijk allemaal anders, en een bepaalde therapie slaat niet bij iedereen aan. Door de mensen uit te sluiten van het onderzoek bij wie de therapie niet aan zal slaan, krijg je hele positieve uitkomsten. Maar daar heb jij als individuele patiënt niks aan. Als jij bij de groep hoort die slecht reageert op een onderzoek heb je dus pech.

 

Bekijk het filmpje maar eens, dan weet je voortaan wat je moet antwoorden als jouw arts roept dat jouw ideeën niet bewezen zijn.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Gelukkig kan ik zeggen dat deze uitspraak niet mijzelf betreft. Nee, depressief ben ik niet, en ben ik ook nooit geweest. Natuurlijk heb ik wel eens in de put gezeten, maar dat duurt bij mij nooit lang. Dat is meer een sombere bui. Een depressie is heel iets anders dan wat sombere gedachten.

 

Wanneer je depressief bent, is de balans van je neurotransmitters langdurig verstoord. Dan heb je niet alleen depressieve gevoelens, maar heb je ook lichamelijke klachten. Zo kan het zijn dat je niet meer in beweging komt, dat je spieren stram worden en je last hebt van je darmen. Het leven is uitzichtloos geworden, de zon is totaal verduisterd en je bent ook niet meer in staat om te bedenken dat die zon ooit weer terugkomt.

 

Er kunnen meerdere neurotransmitters betrokken zijn bij een depressie. Je kunt denken aan serotonine,dopamine, noradrenaline en acetylcholine. In één van mijn vorige blogs heb ik al eens geschreven over de functie van deze belangrijke stofjes in je hersenen. En ook al eens over de Bravermantest, waarmee je een disbalans in de neurotransmitterhuishouding kunt opsporen. In feite is een depressie niets anders dan een verstoring van die stofjes. Dat betekent niet dat er geen andere oorzaak is. De reden dat die stofjes ontregeld raken kan heel erg divers zijn. Meestal denk je dan een een enotionle oorzaak, zoals een onverwerkt verdriet uit het verleden. Toch kan er ook een andere, veel voorkomende reden zijn waarom de neurotransmitterhuishouding uit balans raakt. Ik denk dan aan een erfelijke verstoring van één van de stoffen die de neurotransmitters moeten opbouwen.

 

Neurotransmitters komen namelijk niet zomaar uit de lucht vallen. Ze moeten door je lichaam zelf gemaakt worden uit aminozuren (dat zijn stukjes van eiwitten), met behulp van diverse vitaminen en mineralen. Als je een erfelijke fout hebt in de opname of transport van één van die vitaminen of mineralen, een bakfoutje dus, dan loop je de kans dat het mis gaat. Dan kan het zijn dat je depressief wordt, of de ziekte van Parkinson krijgt, of obstipatie, of problemen met het bewegingsapparaat, of verslavingsgevoelig, of nog veel meer.

 

Jammer genoeg denkt er bijna niemand aan vitaminen en mineralen als je last hebt van een depressie. Nee, erger nog, er worden meestal meteen anti-depressiva voorgeschreven door de arts. Het starten met chemische stoffen die ingrijpen in je hersenstofwisseling is echter niet zonder gevaren.
Je beïnvloedt namelijk niet alleen je gevoelsleven, maar ook diverse andere lichamelijke processen. Het komt veel voor dat je juist je bewegingsapparaat beïnvloedt, dan krijg je last van ongecontroleerde bewegingen als gevolg van de pillen.

 

Iets wat veel mensen niet weten, is dat met name in de opbouwfase van de anti-depressiva het risico op zelfdoding toeneemt. Daar wordt bijna nooit iets over gezegd door de voorschrijvend arts, omdat je er anders natuurlijk niet aan gaat beginnen. Ik zeg niet dat het daarom onverstandig is om aan anti- depressiva te beginnen. En ik zeg al helemaal niet dat je er om die reden maar acuut mee moet stoppen. Nee, mijn boodschap is dat je voordat je eraan begint eerst goed geïnformeerd moet worden over de risico’s en de bijwerkingen. Het opbouwen én het afbouwen is iets wat onder hele goede begeleiding zou moeten gebeuren. Maar wat ik zou toejuichen is dat er, voordat je eraan begint, eerst onderzoek gedaan zou worden naar de vitaminen en mineralen status.

 

De belangrijkste bakfoutjes die betrokken zijn bij depressie vind je in de vitamine B12, foliumzuur, vitamine B6 en magnesium huishouding.
Het is alleen niet zo eenvoudig om met een simpele bloedtest inzicht te krijgen in de werkzaamheid van vitaminen zoals B12. Een goede bloedwaarde zegt niet alles, en de normen voor normale waarden liggen zo laag dat alles al gauw als goed beoordeeld wordt. Aardig om te weten is dat met name het sporenelement lithium essentieel is om vitamine B12 de cel in te transporteren. Het is daarom niet gek dat lithium ingezet wordt bij manische depressiviteit. Ik werk ook wel eens met lithium, maar dan in een minuscule hoeveelheid. En dan niet in de gangbare lithiumcarbonaat zoals deze in de geneeskunde gebruikt wordt, maar in een vorm waarbij je minder vocht vasthoudt.

 

Als jij, of mensen in je omgeving willen starten met anti-depressiva zou ik eerst aandringen op onderzoek naar de vitaminen- en mineralenstatus. Stop nooit zomaar met het innemen van anti-depressiva en bouw niet op eigen houtje af. Als je hulp nodig hebt bij het onderzoeken van je viaminen- mineralenstatus kun je ook bij orthomoleculaire artsen terecht. Zij leveren maatwerk in plaats van protocollengeneeskunde. Je vindt er een aantal op deze website.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Woorden van deze strekking waren te horen tijdens het Grote Superfoods Debat in Leiden. Collega Gert Schuitemaker heeft dit in zijn blog beschreven. Een van de aanwezige wetenschappers gebruikte de metafoor dat voeding vergelijkbaar is met ruitenvloeistof, waar de auto niet beter van gaat rijden.

 

De discussie die in Leiden gevoerd is, laat zien dat mainstream wetenschappers vasthouden aan de gedachte dat voeding geen ziekte kan genezen. In principe klopt die gedachte, want het is niet de voeding die ziekte geneest, maar het lichaam zelf wat geneest. Het zelfgenezend vermogen van het lichaam zorgt ervoor dat je geneest. In feite gaat het erom dat je gunstige omstandigheden creëert om je lichaam in staat te stellen om te genezen.

 

Voeding speelt hierin een hele belangrijke rol, net zoals voldoende slaap, niet teveel stress, veiligheid, voldoende beweging, een liefdevolle omgeving en voldoende chocola. (Hahahaha) Een tekort aan deze positieve omstandigheden kunnen leiden tot ziekte. Medicijnen kunnen in sommige gevallen helpen in het genezingsproces. Ik denk dan aan een antibioticakuur bij een ernstige, levensbedreigende infectie. Dat betekent niet dat ziekte ontstaat bij een tekort aan medicijnen.

 

Er zijn ook voedingsmiddelen met een medicinaal effect. Denk bijvoorbeeld aan curcumine, een bestanddeel uit kurkuma ofwel geelwortel, wat in hoge doseringen ontstekingsremmend werkt. Maar is dat dan nog voeding?

 

Ik denk dat je deze stoffen als natuurlijke medicijnen moet beschouwen. Want er is niemand die dagelijks een kilo kurkuma naar binnen werkt, of twaalf liter wijn vanwege de resveratrol. Deze wetenschappers hebben daarom in strikte zin van het woord gelijk. Voeding geneest niet, het lichaam wel.

 

Een van de problemen die ontstaan uit discussies tussen voedingswetenschappers en ervaringsdeskundigen is dat beide groepen denken vanuit een ander paradigma. Voedingswetenschappers onderzoeken specifieke stofjes in voeding, en bekijken het effect. Zij richten zich op een klein detail zonder de verbanden te bekijken. Als er wel naar het grote geheel gekeken wordt, zoals bijvoorbeeld bij de onderzoeken naar het effect van het Mediterrane dieet, worden niet de werkingsmechanismen bekeken. Er wordt veelal uitgegaan van de zogenaamde ‘Black Box’ theorie. Deze manier van onderzoek bekijkt het probleem en de uitkomst. Niet het werkingsmechanisme, niet hoe iets precies werkt. In de klinische psycho neuro immunologie bekijken we juist het werkingsmechanisme. Als je het werkingsmechanisme begrijpt kun je verbanden gaan leggen. En dat is nu net wat er vaak ontbreekt in de wetenschap. Als er al naar verbanden gekeken wordt, gaan er vele jaren overheen voordat er conclusies uit getrokken worden.

 

Als je er vanuit gaat dat voeding ruitenvloeistof is, waar de auto niet beter van gaat rijden, heb je niet helemaal begrepen hoe het lichaam werkt. Dan heb je nog niet door dat het niet gaat om louter eiwitten, koolhydraten en vetten. Dan snap je niet waarom voedingsadviezen niet voor iedereen gelijk kunnen zijn. Dan begrijp je nog niet welke aspecten je lichamelijk functioneren allemaal beïnvloeden. Dan ben je een weterschapper die niet verder kijkt dan zijn neus lang is.

 

Ik durf dat te stellen omdat ik zelf ervaren heb wat voeding met mij doet. Mijn lichaam is echt beter gaan functioneren door passende voeding. En ik ben daarin gelukkig niet alleen. Jullie kunnen dat beamen.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Vorige week heb ik een kort statement gemaakt in mijn blog over de negatieve reacties van mensen op de gezonde levensstijl. En ik moet zeggen dat ik een aantal reacties heel goed begrijp, sterker nog, ik ben het met de mensen eens die reageerden dat het leven niet maakbaar is.

 

De gedachte dat je met een gezonde leefstijl niet ziek wordt en alle lichamelijke ellende kunt herstellen, is natuurlijk niet correct. Zo heb ik het overigens ook niet geschreven. Mijn statement was juist dat mensen die erg hun best doen om gezond te leven applaus verdienen, in plaats van hoongelach. Dat er nu een tegengeluid te horen is, geeft wel aan dat er mensen zijn die de gezondheidsboodschap niet willen horen. En dat snap ik ook nog wel.

 

Daar zit je dan als net gescheiden menopausale vrouw, elke nacht je bed uitdrijvend, met de hele dag opvliegers, twintig kilo overgewicht en een zware burn-out thuis op de bank. Nee, dan heb je geen zin in al die mooie verhalen over hoe alles goed komt door het veranderen van je voeding.

 

Als je dan toch erg je best doet en je echt alles doet om gezond te leven en dan desondanks geen succes boekt, kan ik het mij voorstellen dat je de pest in krijgt van de mooie verhalen van die superslanke jonge gezondheidsgoeroes. Makkelijk praten hebben zij! Knullen van nog geen dertig die jou gaan vertellen dat jij ook een gezond en strak lijf kunt krijgen, als je maar doet wat zij zeggen. En die ook nog durven te beweren dat je het niet goed doet als het niet lukt. Pfff, toen jij dertig was, had je ook nog geen enkel probleem met je lijf, toen ging het allemaal nog vanzelf. Die problemen kwamen pas nadat je kinderen gekregen hebt.

 

Ja, ik snap dat wel.

 

Het leven is namelijk niet maakbaar. Er zijn nu eenmaal zaken waar je maar weinig invloed op hebt, zelfs niet met een gezonde levensstijl. En geloof me, ik weet er alles van. Ik weet hoe het is, als je er geen grip op krijgt. Als je alles volgens het boekje doet en het lukt niet. Dat is enorm frustrerend.

 

Toch denk ik dat het volhouden van je gezonde lifestyle in dat geval beter is dan de boel maar laten waaien. Want dan weet je zeker dat je er slechter van wordt. Ikzelf geef dan ook niet op, ik blijf zoeken naar het waarom, en vervolgens naar oplossingen. Maar om dat te kunnen heb je naast veel studie vooral ook doorzettingsvermogen, geduld en inzet nodig. En dat is iets wat nu juist zo moeilijk is als je op de bodem van de put beland bent.

 

We zijn niet allemaal hetzelfde, onze genetische aanleg bepaalt mede hoe jouw lichaam zich houdt. En niemand kan aan de buitenkant zien hoe dat zit, dat zul je zelf moeten ervaren. Je hoeft je dus niet schuldig te voelen als het niet lukt. Je bent echt niet de enige. Probeer alleen wel te bedenken dat jouw lijf toch echt beter functioneert met gezonde voeding, en genoeg beweging dan met een laat maar waaien leefstijl. Trek je daarom niks aan van mensen die het beter menen te weten. Volg je eigen weg, en zorg goed voor jezelf!

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Applaus

Lovende artikelen in de kranten

Complimenten van de burgemeester

Een obade met de fanfare

Een lagere premie voor de ziektekostenverzekering

Een extra aftrekpost van de belastingdienst

Korting op het abonnement op de sportschool

De vlag uit…………………….Dat zijn de dingen die je verdient als je echt je eigen verantwoordelijkheid neemt voor je gezondheid. Als je jaar in jaar uit ondanks alles je best doet om gezond te leven.

 

Als je goed voor je lichaam zorgt.

Als je niet snoept, niet rookt, niet drinkt en geen drugs gebruikt.

Als je op tijd naar bed gaat, elke dag een pond groenten eet en regelmatig de sportschool bezoekt.

Als je door al die maatregelen niet eens meer weet hoe je huisarts eruit ziet en trouw je premies voor de ziektekostenverzekering betaalt.

Als je je goed voelt en echt geniet van je gezonde leefstijl.

Dan is lof hetgeen je verdient. Chapeau!

 

De realiteit is anders. Niets van dat alles.

 

Ik snap het wel. Het hoeft ook allemaal niet zo groots, een klein gebaar zou leuk zijn. Maar om nu gezond gedrag belachelijk te maken, of om nu te waarschuwen voor ondervoeding door orthorexische ouders vind ik wel wat ver gaan. Hoongelach in plaats van applaus .

 

Natuurlijk zijn er mensen die doorslaan, en juist die excessen worden breed uitgemeten in de media. Er zijn kinderen die ondervoed bij de kinderarts komen door orthorexische ouders, maar dat zijn toch echt uitzonderingen. Ik kan me niet voorstellen dat het aantal ondervoede kinderen het aantal kinderen met overgewicht veroorzaakt door fastfood overtreft.

 

Ik heb daarom een korte boodschap.

 

Als je er niet tegen kunt dat anderen wel goed voor zich zelf zorgen, hun eigen weg gaan, er daardoor goed uitzien, én zich goed voelen.
Laat ze! Eet dan lekker je frietjes. Geniet ervan, zonder anderen belachelijk te maken. Eet smakelijk.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunolgie

Van mijn vorige blog is een stuk weggevallen vanwege het feit dat ik die dag op reis ging. Lastig hoor dat internet nog niet overal goed functioneert. Juist het stuk over de aanpak van reversed T3 viel weg en dat leverde heel wat vragen op.

 

Even een korte herhaling.

 

De schildklier produceert verschillende hormonen waarvan T4 en T3 de bekendste zijn. T4 wordt door de schildklier zelf gemaakt, en dit wordt voornamelijk in de lever en nieren omgezet in T3, het actieve schildklierhormoon. In tijden van langdurige stress of ondervoeding gaat het lichaam niet alleen T3 maken, maar ook reversed T3. Dat is een omgekeerde vorm van T3 die de receptor voor T3 blokkeert zodat T3 zijn werk niet kan doen. Het is net alsof je een slot volstopt met kauwgom zodat de sleutel er niet in past.

 

De klachten die ontstaan zijn kouwelijkheid, een lage ochtendtemperatuur (lager dan 36,5), een droge huid, een laag libido, haaruitval, brokkelige nagels, een slecht geheugen en depressie.

 

Het lichaam doet dat niet voor niets, daar is een reden voor. Ik vertel wel vaker dat het lichaam geen fouten maakt, maar dat het oplossingen zoekt voor gevaarlijke situaties. Meestal is er iets gebeurd waardoor het lichaam zijn energie niet moet gebruiken om warmte te maken, maar om iets op te lossen. Dat kan van alles zijn: langdurige stress, een emotioneel trauma, een infectie, een tekenbeet, een virus of zelfs te lang niet eten.

 

Het oplossen van het probleem is daarom niet zo simpel dat we er met een pilletje al zijn. Een goede behandelaar gaat op zoek naar de reden van het probleem. Toch kost het als de oorzaak al is aangepakt evengoed nog heel wat tijd voordat de reversed T3 verdwijnt. Er kan wel een halfjaar over heen gaan voordat de kauwgom uit het slot gepeuterd is.

 

Je kunt het lichaam een beetje helpen door middel van leefstijlaanpassingen (goh, waar heb ik dat meer gehoord?) zoals stressregulatie, passende voeding en passend bewegen. Overtrainen heeft overigens een averechts effect!

 

Gelukkig zijn er toch ook nog wel mogelijkheden om met een pilletje je lichaam te ondersteunen. Alleen is de gebruikelijke schildkliermedicatie in dit geval nu net niet handig om te gebruiken. Deze bevat alleen T4, en dat wordt door het lichaam dan juist weer gebruikt om rT3 van te maken. In het geval van een verhoogde rT3 waarde is het verstandiger om T3 te gebruiken. Dit hormoon is alleen op recept verkrijgbaar, dus alleen via een arts!

 

Er zijn deskundigen die adviseren om de T3 langzaam op te voeren tot de ochtendtemperatuur weer normaal is. Anderen zijn van mening om het bij een lage dosering T3 te houden. Door suppletie met T3 zal de TSH zakken. TSH is het hormoon wat de hypofyse maakt om de schildklier aan te zetten. Dat is logisch, want als er voldoende T3 is hoeft de schildklier niet zo veel T4 meer te maken. Na een half jaar behandelen zie je vaak dat je de medicatie kunt gaan afbouwen, maar ook dat zal niet bij iedereen even goed lukken.

 

In de natuurlijke behandeling kun je kiezen voor het plantaardige middel Forskolin om je stofwisseling te reguleren, alhoewel daar weinig wetenschappelijke grondslag voor is. Ikzelf experimenteer momenteel met homeopathie en zie daarvan toch wel bijzondere effecten. Als ik daarmee verder kom laat ik het weten.

 

Wil je ondersteuning op het gebied van voeding, beweging, stressregulering, of een complementaire behandeling, dan ben je aan het goede adres hier op de Oerslank website.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

Deze veelzeggende naam is afkomstig van de belangenvereniging voor mensen met schildklieraandoeningen. De naam zegt het al, deze mensen hebben last van hypothyreoïdie (een trage schildklier), maar zijn ondanks een medicinale behandeling vaak niet happy.

 

Wie mijn blogs regelmatig leest, weet dat ikzelf ook de nodige gezondheidsissues heb. Mijn eigen zoektocht heeft me al veel gebracht, ook op het gebied van de schildklier. Een paar weken geleden is het mij duidelijk geworden dat mijn schildklier weer eens dwars ligt, net als een jaar of tien geleden. Dit weerhoudt mij ervan om mijn gewicht op peil te houden. Ik kan doen wat ik wil, maar afvallen, ho maar. Ik kan je zeggen dat ik dat heel lastig vind. Je rijdt in een Oerslank auto en je voelt jezelf een plofkip……

 

Het lijkt zo eenvoudig, je schildklier doet het niet goed, dan krijg je medicijnen en het probleem is opgelost. Nee hoor, was het maar waar, ik weet als geen ander dat het zo vaak niet werkt.

 

Schildklierhormonen zijn essentieel om energie te kunnen maken, maar ook voor de groei. Als er iets mis gaat met deze hormonen kun je last krijgen van bijvoorbeeld vermoeidheid, een droge huid, brokkelige nagels, depressie en een verminderd libido.

 

Als je met deze klachten naar de dokter gaat, kan de huisarts de schildklierwaarden in het bloed bepalen. Daarbij wordt gewoonlijk de TSH en de T4 bepaald. Bepaling van de T3 gebeurt gewoonlijk niet. Waarom dat niet gedaan wordt weet ik niet, men vermoedt dat TSH en T4 wel vertellen hoe het met de schildklier gaat. Als een van deze twee waarden buiten de referentie waarden vallen zal de arts T4 hormonen voorschrijven, om de hormoonafgifte aan te vullen.

 

Nu zijn er veel mensen bij wie de T4 en de TSH waarden binnen de referentiewaarde vallen, die toch klachten hebben van een hypothyreoïdie. Er kan dan toch nog wel iets met de schildklier aan de hand zijn, zonder dat het in het eerste bloedonderzoek zichtbaar is.

 

In de orthomoleculaire praktijk wordt wel gekeken naar de T3 waarde in het bloed. Als deze aan de lage kant is zal de behandelaar selenium, zink, chromium en jodium kunnen voorschrijven, met als doel om de omzetting van T4 naar T3 te verbeteren. Nu heb ik zelf in mijn praktijk maar weinig resultaat geboekt met deze behandeling, dus ben ik op zoek gegaan.

 

De omzetting van T4 naar T3 blijkt vaak niet het probleem te zijn, er is zeer regelmatig iets anders aan de hand. Het lichaam kan door langdurige stress anders reageren. Het regulatiesysteem zorgt ervoor dat er van T4 niet alleen T3 gemaakt wordt, maar ook een omgekeerde vorm van T3. De reversed T3. Deze omgekeerde vorm heeft als effect dat het wel het slot waar T3 in moet passen verstopt, zodat T3 zijn werk niet meer kan doen. Dit is alleen niet zichtbaar in de bloedwaarden van T4 en TSH, maar het geeft wel alle klachten van een trage schildklier.

 

Dit fenomeen kunnen we vergelijken met een soort winterslaap, het lichaam gaat op een laag pitje om te kunnen overleven. Het heeft dus wel degelijk nut, maar dat is nu eenmaal niet iets waar we blij van worden.

 

De officiële medische term hiervoor is Wilson’s Syndrome, maar ik ben bang dat de meeste huisartsen hiervan niet op de hoogte zijn. Het is daarom alleen al een uitdaging om je arts of specialist zover te krijgen om het te laten onderzoeken.

 

Mijn boodschap is helder, neem geen genoegen met de mededeling dat de schildklier het goed doet, terwijl je wel klachten vertoont van hypothyreoïdie. Dring aan op verder onderzoek en ga je verdiepen in de materie. Op die manier kun je met goede argumenten komen om wel verder onderzoek te laten doen. Mocht dat allemaal niet lukken, dan staan er op deze website onder het kopje ondersteuning ook adressen van artsen die je wel verder kunnen helpen.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Bijna dagelijks krijg ik vragen van mensen die vermoeden last te hebben van bijnieruitputting. Een aantal van hen heeft van één van mijn collega’s te horen gekregen dat zij ook daadwerkelijk lijden aan deze aandoening. Nadat zij met deze (zelf)diagnose bij de huisarts zijn geweest, vragen zij mij wat ze nu moeten doen. Ze weten het niet meer, ze zijn soms boos of in verwarring. De huisarts ontkent de aandoening en stelt dat deze niet bestaat. Op internet en bij collega’s wordt het tegendeel beweerd. Hoe zit het nu?

 

Om maar meteen de knuppel in het hoenderhok te gooien, de huisarts heeft grotendeels gelijk. Bijnieruitputting is geen erkende aandoening. De term is een slechte vertaling vanuit het Engels, ‘Adrenal fatigue’. Deze term zou je beter kunnen vertalen met een ‘door de bijnieren veroorzaakte vermoeidheid’, of ‘vermoeide bijnieren’. Ik denk dat de eerste van de twee de lading het beste dekt, maar ja dat bekt niet lekker.

 

Je gebruikt de bijnierhormonen adrenaline en cortisol om in tijden van stress te kunnen overleven. De bijnieren reguleren een deel van de bloedsuikerspiegel, en zorgen ervoor dat je kunt rennen voor een beer. Na langdurige stress gaan de bijnieren bij de gemiddelde mens minder goed functioneren. Dat is niet zo gek in de maatschappij waarin we nu leven.

 

Echte uitputting van de bijnieren komt vrij weinig voor, als de bijnieren helemaal niet meer functioneren noemen we dat ‘de ziekte van Addison’. Dat is overigens wel een erkende aandoening.

 

Je zou de bijnieren kunnen vergelijken met de schildklier, als deze onderpresteert noem je dat een hypothyreoïdie. Bij niet goed functionerende bijnieren zou je daarom de term hypoadrenalisme kunnen gebruiken.

 

De bijnieren en de schildklier worden door dezelfde hersenkernen aangestuurd. In je brein is met name de hypothalamus het belangrijkste hormonale regelcentrum. Daar worden de schildklier, de bijnieren en de geslachtsorganen aangestuurd. In geval van langdurige, of grote stress is er een reden waarom het lichaam ervoor kiest om de schildklier, de bijnieren, of de geslachtsorganen even op een laag pitje te zetten. Je kunt je misschien voorstellen dat het niet handig is om tijdens het vluchten voor een beer aan voortplanting te denken. Vandaar dat de geslachtsorganen even minder belangrijk worden tijdens stress.

 

Ook het opstoken van de kachel, door de thermostaat hoger te zetten (schildklier) is niet zo slim als je al je energie nodig hebt om te vluchten. Nu vraag je jezelf af waarom dan na langdurige stress het lichaam uiteindelijk ook de bijnieren minder prioriteit geeft. Dat antwoord weten we nog niet precies, maar zelf heb ik het idee dat deze keuze te maken heeft met het immuunsysteem. De bijnieren hebben een grote invloed op het immuunsysteem. Tijdens het vluchten voor de beer is het niet handig om ziek te worden. Als die vlucht of vecht periode erg lang duurt zal je immuunsysteem ook weer eens normaal moeten kunnen werken. Je lichaam zal dan de keuze maken om je maar eens gedwongen rust te laten nemen, zodat het immuunsysteem ook weer energie kan krijgen.

 

Bij mensen met een zogenaamde bijnieruitputting zie ik vaak dat er een onderliggend probleem de hele regulering vanuit de hersenen verstoord heeft. Daarmee wordt de zaak nog gecompliceerder. Je kunt dan denken aan een specifiek vitamine probleem, extreme stress, een ziekte van Lyme, een virale belasting zoals de ziekte van Pfeiffer, of een chronische Candida overgrowth. Het is de kunst als behandelaar om die onderliggende problematiek boven water te krijgen.

 

Huisartsen kunnen diagnostiek inzetten om de oorzaak te achterhalen, ook al zijn zij niet gewend om op deze manier te denken. Als dat niet lukt kunnen complementair werkende behandelaars verder op zoek gaan naar de oorzaak van het probleem. Juist de samenwerking tussen regulier werkende artsen en complementair werkende behandelaars geeft een grotere kans op werkelijke genezing.

 

Als je bedenkt dat huisartsen opgeleid zijn vanuit een regulier paradigma, is het verstandig om in de communicatie met de arts hiermee rekening te houden. Boos worden en de huisarts voor gek uitmaken helpt niet om je probleem op te lossen. Misschien begrijp je nu wel waarom je de huisarts niet kunt overtuigen van het feit dat je een bijnieruitputting hebt. In de visie van de huisarts is dat een niet bestaande aandoening. En….. daar heeft hij of zij eigenlijk gelijk in.

 

Yvonne van Stigt; Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Je hoort het steeds vaker, mensen die jaren tobben met hun gezondheid en pas na jaren ontdekken dat ze de ziekte van Lyme hebben. Het is dan ook een moeilijk te diagnosticeren aandoening.

 

De verschijnselen van de ziekte van Lyme zijn zo divers dat je moeilijk op basis van symptomen een goede diagnose kunt stellen. Maar ook laboratoriumonderzoek geeft niet altijd een betrouwbare uitslag. Dit omdat er niet één soort Lyme bestaat, er zijn vele verschillende varianten.

 

Wanneer je door een teek te pakken genomen bent, kan het gebeuren dat de teek een bacterie bij je achterlaat. Die bacterie komt dan regelrecht in de bloedbaan. Er zijn vele verschillende bacteriën bekend die op deze manier bij jou naar binnen kunnen komen. Er zijn ook geluiden dat niet alleen teken, maar zelfs ook muggen voor deze besmetting kunnen zorgen.

 

Wanneer je met vermoedens van de ziekte van Lyme naar de huisarts gaat, loop je de kans dat het onderzoek wat hij of zij gebruikt nu net niet de bacterie onderzoekt waar jij last van hebt. Uitgebreider onderzoek is vaak te duur en daarom wordt er vaak gekozen voor een standaard onderzoek. Dat is jammer wanneer je daarmee net buiten de boot valt.

 

De behandeling bestaat gewoonlijk uit een anti-bioticumkuur van enkele weken, en daarmee zou de klus geklaard zijn. Vele Lyme-patiënten weten dat je met zo’n kuur het vaak niet redt. Als de aandoening chronisch is geworden, kan de ziekte zelfs invaliderend worden. Gelukkig zijn er collega therapeuten en artsen die met homeopathie, orthomoleculaire therapie of kruiden goede resultaten kunnen boeken.

 

Niet iedereen die besmet is met de Borreliabacterie wordt ziek. Er zijn ook mensen die wel besmet worden en toch niet ziek worden. Hoe kan dat?

 

We hebben een immuunsysteem in het lichaam, vergelijkbaar met een leger. De soldaten vallen indringers aan zodra er ergens een vijand probeert binnen te komen. Wanneer dat immuunsysteem goed werkt, word je misschien wel besmet, maar houdt het leger de indringer achter de tralies. Zo’n bacterie krijgt geen kans om zich te vermeerderen, deze wordt onmiddellijk een kopje kleiner gemaakt.

 

Als je wel chronisch ziek wordt van deze bacterie kun je daaruit concluderen dat het leger niet heeft kunnen doen wat het had moeten doen. Misschien lag het leger te slapen, was het druk met andere zaken, of miste het voldoende manschappen en wapens om adequaat op te kunnen treden.

 

Bij een behandeling voor de ziekte van Lyme met een anti-bioticumkuurtje vergeet je te kijken naar de staat van je immuunsysteem. Het is natuurlijk effectiever als je zorgt dat jouw immuunsysteem optimaal zijn werk kan doen, om een herbesmetting te voorkomen.

 

Een van de mogelijke oorzaken van een minder goed functionerend defensiesysteem is een tekort aan brandstof. Dat klinkt misschien vreemd, maar ik kan het je uitleggen.

 

Wij mensen zijn geëvolueerd, we hebben een groter brein dan onze voorvaderen. Dat brein vraagt een bepaalde hoeveelheid brandstof in de vorm van glucose. In stressvolle situaties heeft het brein extra brandstof nodig, zeker als die stressvolle tijden langer duren dan wij in de oertijd gewend waren. Vroeger hadden we misschien 20 minuten stress wanneer je moest rennen voor een beer, tegenwoordig hebben we 20 jaar stress door allerlei nieuwe bedreigende levenstomstandigheden. Je kunt hierbij denken aan teveel zitten, roken, verkeerd eten, hypotheekschulden, een lastige schoonmoeder of de WIFI. Dat zijn zaken die in de oertijd niet bestonden. Het brein is nogal egoïstisch, het zorgt in de brandstofverdeling altijd eerst voor zichzelf. Wanneer het brein brandstof tekort komt krijg je vanzelf trek in eten.

 

Bij langdurige stress kan het gebeuren dat het steeds groter wordende brein zoveel brandstof nodig heeft dat er voor het immuunsysteem niet voldoende brandstof over blijft om adequaat te handelen. Bij een ernstige acute situatie zal het immuunsysteem wel de nodige brandstof opeisen. Dat merk je wanneer je de griep hebt, de hersenen krijgen dan iets minder en dat merk je doordat je niet helder kunt denken.

 

Een andere mogelijke onderliggende oorzaak van het haperende afweersysteem kan liggen in een gebrek aan noodzakelijk stoffen. Ook een immuunsysteem heeft eiwitten, vitaminen, mineralen en andere stofjes nodig om goed te kunnen functioneren. Als je een stofje tekort komt merk je daar meestal niet meteen iets van. Het is ook niet eenvoudig om op te sporen wat je tekort zou kunnen komen.

 

Ik hoor van veel kanten dat je met een gezond voedingspatroon niets tekort komt, je krijgt hiermee alles binnen wat je nodig hebt. Nou was dat maar zo. Ik heb aan den lijve ondervonden wat een vitamine B12 tekort met mij gedaan heeft. En wat dacht je van het bijna epidemische vitamine D tekort in Nederland? We hebben allemaal bakfoutjes in ons systeem, en je zult zelf moeten ontdekken of en hoe die bij jou roet in het eten kunnen gooien.

 

Voor mij is duidelijk dat een behandeling van de ziekte van Lyme niet alleen kan bestaan uit het doden van het beest wat je dwarszit. Nee, je zult op zoek moeten naar de werkelijke oorzaak van het falen van jouw afweersysteem. Voor wie het nog niet wist; op deze website vind je adressen van goed opgeleide behandelaars die je hierbij kunnen helpen.

 

Yvonne van Stigt Master in de klinische Psycho Neuro Immunologie