Regelmatig hoor ik mensen dit soort uitspraken doen. Zelfs uit de mond van personal trainers hoor ik nog te vaak dat een training pas effectief is als iemand stuk gaat. Wanneer mensen zich kapot trainen. Lekker het luie zweet eruit. No gain without pain.

 

Ik spreek ook de mensen die dit van hun trainers moeten doen, omdat een training anders niets oplevert. En weet je wat? Een groot deel van die mensen worden slechter van stuk gaan, die kunnen helemaal niet het luie zweet eruit trainen.

 

Het lijkt wel alsof er in de opleidingen voor sportbegeleiders en personal training nog te vaak alleen wordt uitgegaan van de normale fysiologie, alsof bij iedereen het menselijk lichaam op dezelfde gezonde manier werkt.

 

Laat dat nu net het probleem zijn, waar bij de een jezelf een keertje lekker kapot trainen heel effectief kan zijn, is dat voor de ander juist verwoestend. Hoe dat voor jou is, hangt af van je persoonlijke herstelcapaciteit. En die is weer afhankelijk van je hormonale huishouding, hoe je slaapt, hoe de staat van je spierstelsel is, hoe je darmen werken et cetera et cetera.

 

Jarenlang heerste er het idee dat mensen met chronische vermoeidheid, ME of fibromyalgie alleen baat hadden bij cognitieve gedragstherapie en een trainingsprogramma. Ik heb in die jaren nogal wat mensen na zo’n traject zien omvallen en er zelfs slechter uit zien komen, omdat het trainingsprogramma gewoon te zwaar was.

 

Inmiddels is wel duidelijk dat zo’n SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten) meer vraagt dan gesprekstherapie en trainen. Zo’n SOLK is een sticker die eigenlijk zegt: We weten het niet. Maar misschien betekent het wel: We hebben niet goed genoeg gezocht en verbanden gelegd.

 

Ik denk dat je mensen met SOLK wel een gepast trainingsprogramma kunt geven waar zij wel sterker van worden. Dat doe je dus niet met het kapot trainen van mensen. Het opstellen van een passend trainingsprogramma is niet zo eenvoudig omdat elke cliënt op ieder moment weer een andere grens heeft. Een grens waar je liever niet teveel overheen moet gaan, maar die ook voor de cliënt zelf niet voelbaar is doordat zij veel op adrenaline leeft. En juist die adrenaline zorgt ervoor dat je de grenzen niet kunt voelen.

 

Gelukkig is er meetapparatuur waarbij je de herstelcapaciteit kunt bepalen. Daardoor kun je als trainer veel makkelijker binnen de grenzen blijven. Om te leren hoe je wel de grenzen van je cliënt kunt bepalen, hebben we nu bij het OPFG een nieuwe opleiding voor sportbegeleiders, leefstijlcoaches, fysiotherapeuten en personal trainers. De Integraal Hersteltrainer opleiding begint al op 3 maart. Je moet dus wel heel snel zijn als je nog wilt aanschuiven.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie.

De meeste van ons zijn er helemaal niet mee bezig. Zij hebben gewoon altijd energie genoeg om de dagelijkse dingen te doen. Om te sporten, om naar het werk te fietsen, om een hele dag te werken en zelfs om te slapen. (Jazeker, om te kunnen slapen heb je in eerste instantie veel energie nodig!) Je beseft pas dat je het mist als je die dingen niet meer kunt doen. Gezondheid en je prettig voelen, draait allemaal om de capaciteit van je lichaam om energie te kunnen produceren. It’s all about energy.

 

Ik kreeg als kind vaak te horen, wanneer ik een wandeling niet volhield, dat kinderen met hun jonge benen niet moe konden zijn. Dat kon gewoon niet.

Je bent jong, dus heb je veel energie. Je bent gewoon lui.

Dat is de gangbare gedachte.

 

Toch zijn er tegenwoordig ook veel kinderen altijd moe en dat is geen luiheid, maar de vermoeidheid is een teken dat er iets niet goed gaat in de energieproductie van het lichaam. En dat is niet iets wat je jezelf inbeeldt.

 

Het is alleen niet eenvoudig om te ontdekken waarom en waar het dan niet helemaal goed gaat in die energieproductie, Het produceren van energie is een heel ingewikkeld biochemisch proces, met zoveel biochemische stapjes dat het bijna onmogelijk lijkt om oorzaken van vermoeidheid te vinden.

 

En dat is dan ook precies de realiteit voor vele mensen. Zij krijgen bij de arts geen gehoor, omdat hij of zij geen idee heeft waar je kunt beginnen met zoeken. De gemiddelde huisarts heeft een standaard rijtje testmogelijkheden en als daar niets geks uit naar voren lijkt te komen, word je naar huis gestuurd met de mededeling dat alles goed is.

 

Hmm, alles goed? De arts bedoelt te zeggen dat er geen afwijkingen zijn gevonden.

 

En daar wringt de schoen. Om de oorzaken van vermoeidheid te kunnen opsporen, moet je weten waar je moet zoeken.

 

En dat betekent dat je moet studeren en heel goed moet leren puzzelen met biochemische processen. En de uitdaging is daarbij ook nog dat geen mens (en dus geen puzzel) hetzelfde is.

 

Bij ons in de opleidingen leren we je puzzelen, we doen een beroep op je analytische vermogen om te kunnen ontdekken waarom de energieproductie van een cliënt niet goed verloopt.

 

We beginnen op 3 maart met een nieuwe opleiding waarin die energieproductie ook weer een hele belangrijke plaats inneemt. In de opleiding tot Integraal HerstelTrainer leren we fysiotherapeuten, personal trainers en sportbegeleiders precies waarom bepaalde mensen beter niet kunnen sporten. We leggen uit dat het niet voor iedereen gezond is om ‘kapot te gaan’ in de sportschool. En daarbij gaan we diep in op die ingewikkelde puzzel van de energieproductie.

 

Gezondheid is tenslotte ‘all about energy’.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Heel lang is ons verteld dat de hormoonspiraal alleen een plaatselijk effect heeft op de geslachtsorganen. Het zorgt ervoor dat je niet zwanger wordt, maar verder heeft het weinig bijwerkingen.

Toch als je gaat Googelen op ‘side effects’ vind je een hele lijst met bijwerkingen die door de hormoonspiraal kunnen ontstaan.

 

Hoe kunnen die bijwerkingen ontstaan als de hormonen alleen een plaatselijk effect hebben?

 

Wat denk je?

 

Inderdaad, de hormonen van de spiraal werken ook door in de rest van je lichaam, al gaat het maar om een heel klein beetje synthetische progesteron.

 

De lage dosis synthetische progesteron heeft natuurlijk wel effect in de rest van het lichaam en dan in het bijzonder op de productie van stresshormonen. In de praktijk is merkbaar dat vrouwen na langdurig gebruik van de hormoonspiraal het zwaar krijgen als ze deze spiraal na de overgang laten verwijderen.

 

Ze hebben zich dan jarenlang kunstmatig goed gevoeld op de kunstmatige hormonale balans en als deze wegvalt, moet het lichaam het weer zelf doen.

 

Vrouwen die de spiraal laten verwijderen om zwanger te worden, hebben regelmatig dezelfde ervaring. Hun lichaam heeft het dan moeilijk om overeind te blijven.

 

Een vrouw is al kwetsbaar tijdens en na de overgang en als dan de synthetische progesteron wegvalt, kan je lichaam moeite hebben om de productie van de steroïde hormonen in orde te houden. In mijn blog van vorige week heb ik hier al meer over verteld.

 

Maar ja, wat moet je dan?

 

Ik kan mij voorstellen dat je kiest voor de minst slechte anticonceptie, maar misschien is het verstandig om zo af en toe van koers te wijzigen. Afwisselen lijkt mij het verstandigst, een hormoonspiraal, een koperspiraal,  een cycluscomputer en misschien orale anticonceptie als je die kunt hebben. Het blijft een zoektocht naar wat bij je past.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Nee, niet iedere vrouw wordt vermoeid na de overgang, maar toch zie je de chronische klachten (zoals vermoeidheid) na de overgang vaker om je heen. Daar kunnen we allerlei sociale oorzaken voor bedenken, maar vrouwen worden niet zomaar vermoeid door te hard werken, zichzelf teveel wegcijferen, of door teveel voor anderen te zorgen.

 

Sterker nog, richting de overgang veranderen al deze karakteristieke vrouweneigenschappen door de verandering van de hormonen. Was je tot je 45e nog steeds de vrouw die moeite had met grenzen stellen, goed voor jezelf zorgen en vooral iedereen te vriend willen houden, richting de overgang verandert dat automatisch. Het vrouwelijke hormoon oestrogeen zorgt ervoor dat je in de ‘zorg-stand’ staat (of je nu wilt of niet). Wanneer de oestrogenen zakken krijg je wat meer testosteron en dus wat meer haar op de tanden.

 

Geen wonder dat vrouwen aan de top van het bedrijfsleven of in de politiek meestal iets ouder zijn of iets meer testosteron hebben. En dat heeft niets met emancipatie te maken, maar alles met het effect van de hormonen. En natuurlijk zijn er ook vrouwen bij wie dit allemaal niet zo werkt.

 

Hoe zit dat dan, dat je wanneer je eindelijk wat bitcheriger wordt, dat dan de vermoeidheid toeslaat? Dat is toch eigenlijk niet eerlijk? Ben je eindelijk verlost van al die onzekerheden en dan heb je niet meer de energie om eens helemaal los te gaan in je carrière of op het podium.

 

Die vermoeidheid die je kunt ervaren bij de overgang, vindt zijn oorsprong in de bijnierfunctie. Voor de overgang kan de bijnier zich vooral richten op de productie van de stresshormonen, maar de oestrogenen worden geproduceerd door de eierstokken. Na de overgang moeten de bijnieren die functie van de eierstokken overnemen. Dat zorgt ervoor dat de bijnier minder ruimte heeft om de overige steroidhormonen, zoals cortisol en DHEA te maken. En dat merk je dan ook.

 

Wanneer je voor de overgang al een beetje tegen een burn-out aanhing, wordt dit na de overgang alleen maar moeilijker.

 

Wat kun je eraan doen?

 

Om te beginnen is het slim om al op jonge leeftijd (voordat je omvalt) goed voor jezelf te zorgen. Eten wat bij je past, voldoende bewegen en niet over je grenzen gaan, zijn een paar basisadviezen.

 

Daarnaast is het belangrijk dat je lief bent voor je microbioom (niet teveel antibiotica gebruikt, stress buiten de deur houdt en voldoende vezels eet), zodat je immuunsysteem geen overuren hoeft te draaien als je wat ouder bent. Laaggradige ontstekingen zoals van de ziekte van Pfeiffer, de ziekte van Lyme of een chronische Candidiasis ontregelen de bijnierfunctie. Wanneer je op jonge leeftijd hieraan bent blootgesteld heb je dus nog meer redenen om je leefstijl aan te passen.

 

Gelukkig zijn er voldoende professionals die je hierbij kunnen helpen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

 

Volgens een onderzoek van Vektis in 2019 heeft 20% van de 40 plussers een chronische aandoening. En daarbij werden als chronische aandoening alleen hart-en vaatziekte, kanker, diabetes, COPD/astma en Parkinson/dementie gerekend.

 

Van de 80 jarigen heeft overigens 90% een of meer van deze aandoeningen.

 

Ik denk dat het percentage veel hoger uitkomt bij de jongere categorie wanneer je schildklieraandoeningen, chronische vermoeidheid, een B12 tekort, migraine, burn-out, fibromyalgie, gewrichtsaandoeningen, huidklachten, allergie, osteoporose en alle auto-immuunaandoeningen erbij op zou tellen.

 

Is het niet bizar hoe ongezond we zijn?

 

En is dat allemaal alleen maar te wijten aan onze leefstijl? Of zou er nog iets heel anders kunnen meespelen, waar we geen weet van hebben?

 

Een paar honderd jaar geleden gingen mensen vooral dood door infectieziektes door gebrekkige hygiënische omstandigheden. Daar is nu in de westerse landen geen sprake meer van. We worden daarom ouder, maar in de laatste jaren zien we een enorme toename van de chronische aandoeningen die niet alleen door ouderdom en leefstijl te verklaren zijn. Het aantal kinderen met chronische aandoeningen stijgt en natuurlijk spelen leefstijlfactoren hierin ook een rol. Maar waarom leven mensen op dit moment zo gemakzuchtig? Eten ze teveel en bewegen ze te weinig? Het is te simplistisch om alles op het bordje van onze discipline te schuiven.

 

Er is namelijk iets wat we ons niet realiseren en daarvoor gaan we terug naar de oertijd, naar ons oorspronkelijke ontwerp.

 

De mens heeft om te kunnen overleven een aantal oplossingsstrategieën tot zijn beschikking. Regulatie van honger, dorst, koude, warmte en slaap worden georganiseerd via eigen systemen die uiteindelijk voor de homeostase zorgen. Dat is het stabiele evenwicht van het interne milieu, waarbij de verschillende organen met elkaar samenwerken om een gezond evenwicht te bewaren. Het stress systeem is aanwezig om ons te doen overleven bij gevaar.

 

Alle oude bekende prikkels zoals honger, dorst, koude, warmte en slaapbehoefte worden door ons lichaam herkend en normaal gesproken snel opgelost. Alleen bij stress zal dit lastig worden. Stress is vanuit onze oerprogramma’s hetzelfde als gevaar. Je gaat bij stress niet meer goed slapen, je temperatuurregulatie verandert, je eetpatroon verandert en je immuunsysteem wordt onderdrukt.

 

Misschien moet je dat laatste stukje nog een keer lezen. Besef je wat stress doet?

 

En nee, je bent niet altijd zelf verantwoordelijk voor die stress. Er is namelijk nog iets waar we nooit over nadenken.

 

Als een lichaam blootgesteld wordt aan iets nieuws, een nieuwe prikkel waar we geen systeem voor hebben, wordt het stress systeem actief. Simpelweg omdat er geen andere oplossing is. In onze moderne wereld draait ons stresssysteem dan ook overuren.

 

Wat zijn dan die nieuwe prikkels?

 

Je met honderden kilometers per uur verplaatsen, straling van mobiele telefoons, uitlaatgassen, luchtverontreiniging, chemische en dus voor het lichaam onbekende stoffen in ons eten, het inspuiten van onbekende stoffen in de bloedbaan, medicatie, roken, drugs…

 

Wat dacht je wat er met mensen gebeurt als zij nooit meer blootgesteld worden aan onze oude prikkels (de hele dag zonder daglicht in een kantoor zitten, altijd eten voorhanden, nooit meer kou lijden), maar vooral aan nieuwe prikkels?

 

Juist, het stresssysteem staat constant aan en de gevolgen hiervan voor onze gezondheid zijn op dit moment duidelijk zichtbaar.

 

Als je dan nog extra gevoelig bent voor stress vanuit je genetische constitutie (ofwel je hebt genetische mutaties die je vroeger beter deden overleven ten tijden van gevaar) ben je een van de eersten die omvalt.

 

Jammer genoeg blijven we in de wetenschap gefocust op het onderzoeken van grote groepen en dan blijven we conclusies trekken dat bijvoorbeeld chemische stoffen, pesticiden, straling, vaccinaties en dergelijke als losse elementen volkomen veilig zijn, terwijl deze nieuwe prikkels samen voor vele (stress)gevoelige mensen wel degelijk grote problemen kunnen opleveren.

 

Bij hen is het in stand houden van de homeostase niet meer mogelijk en ontstaat er ziekte. Maar zolang je die ziekte niet erkent, of bestempelt als psychosomatisch hoeven we ons daar toch geen zorgen over te maken. Toch?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Hoe is het met je goede voornemens? Ga je nog wel naar de sportschool? Heb je het dieet maar weer losgelaten? Ben je alweer begonnen met roken? En hoe voelt dat? Voel je jezelf dan een slappeling?

 

Ik kan je geruststellen. Je bent echt niet slap, je bent geen loser en je hebt geen gebrek aan discipline als de goede voornemens al zijn mislukt. Het is namelijk heel normaal om binnen een paar weken weer de oude koers te gaan varen als je onrealistische doelen stelt.

 

Want dat is het probleem. Wij stellen in het begin van het jaar doelen zonder ons af te vragen of deze wel realistisch zijn. En we hebben er helemaal geen weet van dat je alles wat je met discipline moet doen niet kunt volhouden.

 

Wanneer je gaat sporten met een ziek lichaam zul je dit niet lang volhouden. Wie gaat lijnen terwijl zijn lichaam schreeuwt om brandstof zal ook binnen no-time het dieet maar weer loslaten.

 

Als je jezelf realiseert dat een actief immuunsysteem extra brandstof nodig heeft in de vorm van glucose (uit koolhydraten) ga je begrijpen waar je enorme trek in zoetigheid vandaan komt. En dan wordt het makkelijker om te accepteren dat een koolhydraatbeperkt dieet op dat moment niet zo handig is.

 

In feite laat je lichaam precies zien wat er aan de hand is, het is de kunst om de signalen te herkennen.

 

Wie doodop op de bank ligt, zal eerst eens moeten onderzoeken waarom je zo moe bent. Heb je gewoon te hard gewerkt? Of zijn er processen in je lichaam gaande die je energie wegslurpen?

 

Kom je misschien vitaminen of mineralen tekort? Is er een ontsteking gaande? Heb je last van een hardnekkig virus of een schimmelinfectie? Of werken de bijnieren en de schildklier niet optimaal ten gevolge van bijvoorbeeld ontstekingsprocessen?

 

Ben je weer gaan roken omdat je anders gek wordt van de stress? Waarom heeft jouw lichaam dan die sigaret nodig? Wat zit er onder die verslaving? Ben je soms gewoon een stresskip? Of heb je iets traumatisch meegemaakt wat ervoor zorgt dat je niet kunt stoppen met roken?

 

Voordat je goede voornemens stelt, is het dus wel zo handig om te zien of deze realistisch zijn. En als je nu dus tot de conclusie komt dat het zonder heel veel discipline niet lukt, dan weet je dus dat je lichaam aangeeft dat er iets aan de hand is.

 

Je kunt dan twee dingen doen.

 

Je kunt vol schuldgevoel weer terug naar je oude gedrag, of je gaat op onderzoek uit waarom het niet lukt. Er zijn voldoende professionals die je hierbij kunnen helpen. Als je dan de onderliggende oorzaak hebt aangepakt, zul je zien dat je dan ineens zonder discipline vanzelf kunt stoppen met roken, meer kunt bewegen en anders gaat bewegen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische, Psycho, Neuro, Immunologie

 

 

 

Decennialang kregen we te horen dat we ziek werden als gevolg van slechte genen, ofwel, je hebt gewoon pech. Deze gedachte is overigens nog steeds heel gangbaar binnen de ziekenhuizen. Dat deze gedachte niet juist is, werd duidelijk toen er onderzoek gedaan werd naar de epigenetica. Daarin wordt bestudeerd hoe omgevingsfactoren onze genen beïnvloeden.

 

Dat heeft een kentering gebracht in hoe we naar ziekte kijken. Je hebt dus geen pech, je bent dus zelf verantwoordelijk voor je aandoeningen. Althans, dat is op dit moment vaak de boodschap van de mensen die zich bezig houden met leefstijlgeneeskunde.

 

Dit geluid hoor je dan ook vaak uit de mond van goeroes die roepen dat je alleen maar hoeft te doen wat zij ook doen en dat je dan vanzelf weer gezond wordt.

 

Was het maar zo simpel.

 

Zoals gewoonlijk ligt de waarheid ergens in het midden.

 

Hoe zit het dan wel?

 

Je wordt geboren met een heleboel prima werkende genen, een aantal zieke, maar slapende genen en een aantal genen die anders werken door mutaties, maar die ooit een voordeel hebben gehad.

 

Die mutaties zijn ontstaan in tijden die een bepaalde aanpassing vereisten, maar die nu niet zo handig meer zijn in de huidige omstandigheden.

 

Je zou al die genen samen kunnen vergelijken met een orkest. Er zijn instrumenten die prachtig klinken, er zijn wat gebutste exemplaren en er zijn er die flink wat ervaring van de musici nodig hebben om er een mooi geluid uit te krijgen.

 

Om mooie muziek te kunnen produceren zijn er daarnaast ook nog wat omstandigheden die bepalen of het allemaal gaat lukken.

 

Het dak van de zaal moet niet lekken, de musici moeten in topvorm zijn en geen ruzie hebben met de dirigent.

 

Die omstandigheden kun je vergelijken met de levensomstandigheden waarin jouw genen goed kunnen functioneren.

 

Wanneer jij eet wat bij jouw genen past, niet teveel gif binnen krijgt, voldoende beweegt en slaapt en niet teveel of te weinig stress hebt, creëer je daarmee een optimale situatie.

 

Maar die optimale situatie is wel afhankelijk van de basis van jouw genoom. Als je pech hebt en een aantal gedeukte genen bij elkaar hebt, kan het zo zijn dat je nooit een geweldig resultaat behaalt. Zo zie je binnen een gezin soms twee uitersten, een dochter die alles kan eten en één die al dik wordt van het kijken naar een gebakje. De een wordt geboren als Ferrari en de ander als Deux-Chevaux. En beiden hebben zo hun sterke en zwakke eigenschappen.

 

Wie mijn stukjes vaker leest, weet dat ik me inzet voor de dames met lipoedeem. Deze aandoening wordt vaak gezien als louter genetisch, maar dat is gewoon te kort door de bocht. Er is wel degelijk ook bij lipoedeem veel te bereiken als je de levensomstandigheden optimaliseert. Maar daar wringt nu net de schoen.

 

Wat is optimaal voor de lipoedeempatiënt? Of voor de individuele lipoedeempatiënt?

 

Ehhh, wisten we het maar.

 

Want ook lipoeempatiënten hebben niet allemaal dezelfde genetische achtergrond. Daarom knapt de een op van een ketogeen dieet en doet ditzelfde dieet niets bij een dame met een dubbele mutatie op het gen wat ervoor moet zorgen dat je je lichaamsvet kunt afbreken.

 

Toch is zo’n genetische mutatie niet altijd een drama. Er bestaan manieren om hier toch iets aan te doen. Je kunt andere genen harder laten werken, of er zijn in bepaalde gevallen mogelijkheden om met behulp van specifieke stoffen het systeem te optimaliseren. Maar dan moet je wel weten over welke genen het gaat.

 

En juist dat is wat we nu aan het uitpuzzelen zijn. We zijn namelijk nu bezig om de meest voorkomende genetische afwijkingen bij lipoedeem in kaart te brengen.

 

Op 18 januari hebben we weer een lezing voor consumenten over lipoedeem (er is nog wel plaats, maar niet veel meer). Binnen een maand of twee hopen we zover te zijn dat we een stapje verder kunnen met deel 2. In deel 2 gaan we therapeuten opleiden om lipoedeempatiënten nog specifieker te helpen. En zullen we een vervolglezing geven voor de ons reeds bekende lipoedeempatiënten over de mogelijkheden van een genetisch onderzoek.

 

De conclusie is uiteindelijk dat we niet alleen onze genen, maar ook niet alleen de omstandigheden de schuld kunnen geven van onze aandoeningen. Het is altijd een combinatie van beiden.Wie pech heeft, moet er dus veel meer voor doen om gezond te blijven.

 

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

Traditie?

Je ziet het in allerlei gebieden in onze samenleving; de (soms fanatieke) strijd tussen vernieuwing en traditie. Of we het nu hebben over de oudejaars tradities, waarbij een groep fanatiekelingen anderen het leven zuur maken met oorverdovende knallen, of over de Sinterklaastraditie maakt niet uit. Er is een groeiende groep mensen die breekt met de oude tradities.

 

En juist dat veranderen van gewoonten levert weerstand op.

 

Zelf heb ik al meer dan 30 jaar geleden noodgedwongen moeten breken met vele tradities. Ik moest stoppen met het eten van kerststollen, croissantjes bij het ontbijt, pepernoten, oliebollen, champagne, stokbroodjes met kaas, pizza’s of de wekelijkse pastamaaltijd.

 

En weet je, ik ben zo blij dat ik al die dingen waar ik beroerd van word niet meer hoef te eten. Ik heb geen buikpijn meer met Oud en Nieuw, ik val niet meer in slaap na een maaltijd en mijn toiletbezoek is erg veranderd.

 

Het leek in eerste instantie verschrikkelijk moeilijk om de tarwe en de zuivel te laten staan, maar ik heb ze nog geen dag gemist.

 

Integendeel! Ik voel me veel prettiger, heb veel meer energie en veel minder buikklachten.

 

Voor de mensen om mij heen is het nog steeds (echt hè na 30 jaar) lastiger. Iedereen maakt zich zorgen over wat ik dan moet eten en of het wel gezellig is wat ik dan wel eet (alsof een croissantje gezellig is en een avocado niet) Bovenal voelen zij zich schuldig dat zij zich dan wel tegoed doen aan al die zogenaamd gezellige voedingsmiddelen.

 

Wat ik grappig vind, is dat ik niet meer in de verleiding kom om iets te eten waar ik minder goed op reageer en dat ik ook totaal niet geniet van dingen die niet bij mij passen. Ook al wordt dat nog vaak als argument gebruikt; je mag toch best af en toe genieten…

 

Maar misschien ben ik daar wel alleen in, dat zou best kunnen.

 

Voor mij was het een bevrijding en ik gun die jou ook. Ik hoop dat je in 2020 je eigen handleiding mag ontdekken.

 

Gezellige jaarwisseling (met of zonder vuurwerk, oliebollen, appelflappen en champagne)!

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Vooroordelen

Ondanks alle informatie die we tegenwoordig vrij (al lijkt het daar af en toe niet op) kunnen verkrijgen, blijven bepaalde vooroordelen hardnekkig de ronde doen. In elke beroepsgroep kent men dit probleem, de manier waarop er van de buitenkant naar gekeken wordt, doet in de verste verte geen recht aan de werkelijkheid.

 

Op een genuanceerd verhaal zit men bij de pers niet te wachten. Nee polariseren en ridiculiseren scoort nu eenmaal veel beter.

 

In mijn beroepsgroep hebben we hier ook bijzonder veel last van. Zo wordt de orthomoleculaire geneeskunde (als een vorm van preventieve functionele geneeskunde) onterecht nog steeds gezien als ‘alternatief’. Wij worden in hetzelfde hokje geplaatst als de acupunctuur, de homeopathie, de ademtherapie en zelfs de osteopathie.

 

Deze totaal verschillende paradigma’s worden op een hoop gegooid en bestempeld als ‘alternatief’, ofwel anders en eigenlijk een beetje gek of eng. Want zeg nu eerlijk, ga eens het gesprek aan met een medisch specialist over je ‘andere keuzes’ en je wordt (meestal) meewarig aangekeken.

 

Alsof je van Mars komt of bij de heksenclub hoort.

 

Zo’n specialist heeft zich waarschijnlijk nog nooit verdiept in de complementaire geneeskunde. Als je iets vertelt over orthomoleculaire geneeskunde en uitlegt dat de orthomoleculaire geneeskunde van hetzelfde paradigma uitgaat als de reguliere geneeskunde, zal hij misschien alleen weten dat het gaat over mega doses vitaminen die grote schade aan het lichaam kunnen toebrengen.

 

Verder dan dat gaat zijn kennis niet. Hij blijft hangen in vooroordelen.

 

Die vooroordelen zijn diep geworteld in de maatschappij. Afgelopen week probeerde ik een ongevallenaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, maar de maatschappij zei telefonisch geen zaken te doen met bedrijven die zich bezig houden met alternatieve geneeskunde. Zo’n mededeling klinkt voor mij hetzelfde als: we verzekeren u niet vanwege uw geloof of huidskleur.

 

Dat was wel even een realitycheck. Slik.

 

Vanuit mijn eigen bubble bekeken, dacht ik toch echt dat we verder waren. Ik werd weer even teruggezet op mijn plek. Wanneer je, zoals wij in onze beroepsgroep, tegen de stroom in roeit, ben je wel gewend aan tegenwerking, minachting en ridiculisering. Maar dit had ik toch niet verwacht.

 

Een snelle erkenning van onze wetenschappelijk onderbouwde  inzichten hoeven  we niet te verwachten. Toch zullen deze door de ziektekostenverzekeraars en de reguliere geneeskunde, wel stapje voor stapje omarmd gaan worden. Dat kan niet anders, dat proces zien we nu al wel gebeuren. Er is nu al steeds meer aandacht voor leefstijlgeneeskunde, maar dat gaat heel langzaam.

 

De manier waarop dit proces versneld kan worden, is wanneer we van onderaf (of bottom up) laten zien dat het anders kan. Als steeds meer mensen de positieve effecten van de orthomoleculaire geneeskunde ervaren, zal echt wel duidelijk worden dat de vooroordelen onterecht zijn. Dan wordt duidelijk dat de preventieve functionele geneeskunde de toekomst heeft.

 

Mijn goede voornemen voor 2020 is dan ook om zoveel mogelijk mensen op te leiden in een nieuwe aanpak van leefstijlgeneeskunde, preventieve, functionele en orthomoleculaire geneeskunde. Hoe meer mensen de positieve effecten ervaren, hoe breder het draagvlak wordt.

 

Ik ben dus nog steeds hoopvol gestemd.

 

Fijne feestdagen en een gelukkig 2020!

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Mijn vaste lezers weten inmiddels dat ik regelmatig over lipoedeem schrijf, je weet wel die invaliderende aandoening van vet- en vochtophopingen op de billen en benen. Lipoedeem wordt regulier beschouwd als een ongeneeslijke genetische aandoening. De enige oplossingen die er regulier geboden worden zijn symptoombestrijdingsoplossingen, zoals liposuctie en lymfdrainage. Je vraagt je af waarom er nooit verder gekeken wordt naar de oorzaken.

 

Misschien heb je zelf wel eens aan je arts gevraagd naar de oorzaak van je kwalen en weet je al wat het standaard antwoord is.

  1. Dat weten we niet
  2. Je hebt gewoon pech
  3. Het is genetisch.
  4. Je hebt het gewoon te druk gehad.

In het geval van lipoedeem denkt men dat deze kwaal erfelijk is, ofwel je kunt er niets aan doen.

Laat dat nu een misvatting zijn.

 

Erfelijke aandoeningen zijn niet per definitie onbehandelbaar. Het is heel goed mogelijk om oplossingen te vinden voor erfelijke aandoeningen, als je maar weet welke genen verantwoordelijk zijn voor je aandoening. Je kunt dan de werking van zo’n gen ondersteunen  of een biochemische sluiproute stimuleren met specifieke stoffen, maar daar is wel inzicht in de biochemie voor nodig,

 

En daar wringt de schoen. Die kennis is er meestal niet.

 

Er is overigens niet één gen betrokken bij het ontstaan van lipoedeem. Er zijn vele genen samen met een aantal levensomstandigheden samen verantwoordelijk voor het ontstaan van de aandoening. Het is dus niet zo dat lipoedeem een zuiver genetische aandoening is, maar wel de basis vormt voor de speelruimte die een mens in het leven krijgt.

 

Wanneer je met een gunstig genenpakket geboren wordt, kun je met stevige stappen door het leven en ben je bestand tegen een stootje. De dames met lipoedeem kunnen niet met stevige stappen door het leven, zij zijn koorddansers op een heel dun touw. Een beetje zijwind of wat extra bagage in de rugzak doet hen van het koord afvallen.

 

Een van de genen die minder goed werkt bij lipoedeem is het gen wat zorgt voor de afbraak van oestrogenen, maar ook voor de afbraak van stresshormonen. Hierdoor zijn deze dames minder goed in staat om met stress om te gaan en hebben ze al snel een teveel aan oestrogenen.

 

Tja, is er dan niets te doen aan lipoedeem? Jazeker wel.

 

Je zult moeten zorgen dat de rugzak zo leeg mogelijk blijft en dat er zo min mogelijk zijwind is. Dat kun je met leefstijlaanpassingen, specifieke bewegingsadviezen, stressreductie en het ondersteunen van de biochemie wel bereiken.

 

Is dat makkelijk?

Nee.

 

Makkelijk is dat zeker niet, maar het geeft veel inzicht in je eigen lichaam. Je ontwikkelt je eigen handleiding.

 

Speciaal voor dames met lipoedeem en iedereen die in het onderwerp geïnteresseerd is, hebben we op 18 januari 2020 weer een lezing over de mogelijkheden om zelf iets aan lipoedeem te doen.

 

Want ja, aan lipoedeem is dus zeker wel iets te doen.

 

Als je wilt komen, zorg dan dat je niet te lang wacht met inschrijven, vol=vol

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie