Uit een onderzoek in 2018 zou blijken dat leefstijl coaching effectief is om gedragsveranderingen te bereiken. Er is al veel geschreven over het onderzoek, het is namelijk de vraag of één zo’n (pre-post design zonder controlegroep) onderzoek kan aantonen dat leefstijl coaching zinvol is. (Nee dus)

 

We kunnen natuurlijk eindeloos kibbelen over de opzet van het onderzoek, maar daar wil ik niet aan meedoen. Ik heb namelijk (ook zonder onderzoek) het idee dat leefstijl coaching wel zinvol kan zijn, mits mensen op tijd aan de bel trekken en uiteindelijk gaan begrijpen waarom ze niet de meest optimale leefstijlkeuzes maken.

 

Je kunt mensen bij de hand nemen en appelleren op hun discipline, maar ik betwijfel of dat op de lange termijn gaat werken.

 

Zeg nou zelf, je weet toch wel of je gezonde keuzes maakt?

 

Met de huidige informatiestroom over gezonde voeding, moet je wel onder een steen leven om daar geen inzicht in te hebben.

 

Wat de meeste mensen niet weten, is waarom ze geen gezonde keuzes maken. Althans, ze denken dat ze lui zijn, niet gemotiveerd, te druk of gewoon te moe.

 

Maar dat idee klopt meestal niet. Het zit anders.

 

De reden dat we ongezonde keuzes maken ligt niet alleen aan onze eigen zwaktes en aan het aanbod van ongezond voedsel, maar vooral in onze evolutionaire overlevingsstrategieën. Ons lichaam wil namelijk overleven omdat er iets aan de hand is. Je lichaam stuurt je brein zodat je voldoende vette en zoete producten eet om te kunnen overleven.

 

Het lichaam wil dus niet afvallen en meer gaan bewegen.

 

En dan moet je met discipline ingaan tegen de overlevingsstrategie van het lichaam?

 

Nee, dat is bijna niet te doen.

 

Kijk maar eens naar al die mensen die ondanks een gastric bypass toch weer aankomen, of alle jojoënde dames die in de loop van de jaren alleen maar dikker en ongezonder worden.

 

Natuurlijk geldt dit niet voor iedereen, er zijn zeker ook mensen die het wel op discipline redden.

 

Maar goed, hoe moet het dan wel?

 

Wij hebben bij het OPFG een andere strategie bedacht, gebaseerd op de natuurlijke overlevingsstrategieën van het lichaam. Wij leiden mensen op tot VitamineCoach en leren hen om te begrijpen waarom iemand ongezonde keuzes maakt. Ze kunnen met behulp van praktische werkboekjes de onderliggende oorzaak opsporen en hun cliënten begrijpen welke aspecten allemaal meespelen, zodat zij zich niet schuldig hoeven te voelen als het niet meteen lukt.

 

Wij denken namelijk dat de oorzaak van ongezond gedrag vaak vanuit de biologie gestuurd wordt, vanuit een biochemische onbalans, niet passende voeding, een ontsteking, stress, een traumatische ervaring, een darmprobleem of nog veel meer.

 

Deze aanpak zorgt ervoor dat de cliënt inzicht krijgt in zijn situatie en daardoor eerder gemotiveerd en in staat is om de situatie te veranderen. Dan zul je bovendien iets aan de oorzaak moeten doen natuurlijk.

 

In januari starten we weer met deze inspirerende en door de beroepsverenigingen erkende 12 daagse opleiding. Ben jij op zoek naar een nieuwe uitdaging? Als je snel bent, kun je nog inschrijven: www.opfg.nl/de-vitaminecoach-leefstijlgeneeskunde

Gaan we je zien?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Hoe meer je jezelf verdiept in de biochemie van het lichaam, hoe vreemder je de huidige one-size-fits-all benadering in de geneeskunde gaat vinden. Echt hè? Als je ziet hoe complex het menselijk lichaam is, begrijp je dat we nooit allemaal hetzelfde zouden moeten eten, of op dezelfde manier zouden moeten bewegen. Net alsof iedereen dezelfde schoenmaat zou hebben. Het zou toch vreemd zijn als we allemaal schoenen in maat 40 zouden moeten dragen?

 

En toch is dat wel wat er in de huidige geneeskunde gebeurt. We schieten volgens mij een beetje door. Het lijkt wel alsof we zelf niet meer mogen nadenken. Huisartsen kunnen niet meer doen wat zij denken wat goed is, maar zij moeten zich houden aan de regels van de zorgverzekeraar.

 

Het aantal mensen dat vastloopt in de reguliere geneeskunde, omdat ze niet binnen het protocol passen, lijkt te groeien. Een groot deel van die mensen gaat tegenwoordig op zoek naar alternatieve oplossingen, zeker als die therapieën (gedeeltelijk) vergoed worden door de verzekeraars.

 

Complementaire behandelaars krijgen daarom ook meer en meer te maken met de regelgeving. Dat dit aan de ene kant een goede zaak is, moge duidelijk zijn, maar dat hierdoor de zorg op maat in het gedrag kan komen is onwenselijk.

 

Een goede orthomoleculair therapeut heeft inzicht en kennis nodig om de biochemische individualiteit van zijn/haar cliënt te doorgronden, om zo een individueel advies te kunnen geven. Niks geen standaardvoedingsadviezen, nee maatwerk wordt er geleverd.

 

Wie nog steeds denkt dat we in de orthomoleculaire geneeskunde werken met hoge doses suppletie heeft het mis. De nieuwe generatie orthomoleculaire therapie gaat uit van een optimale hoeveelheid nutriënten, passend bij de individuele biochemie. En dan bij voorkeur gebaseerd op passende voeding.

 

Zo zal de een floreren op een ketogeen dieet en heeft de ander (in elk geval tijdelijk) 6 koolhydraatrijke eetmomenten per dag nodig. Een gezond iemand kan sporten combineren met intermitterend vasten, maar een ander zal hiermee omvallen.

 

Er is dus geen one-size-fits-all benadering mogelijk.

 

In de opleidingen bij het OPFG gebruiken we daarom geen protocollen, maar leren we je hoe het lichaam werkt. Met die kennis leg je de basis om de puzzel van je cliënt te leggen. Daarmee doen we dus een beroep op je analytische vermogen en daar worden onze studenten juist heel blij van.

 

Wie zichzelf ook wil uitdagen krijgt nu de kans. We starten in januari weer met een aantal nieuwe opleidingen, als je nog wilt inschrijven moet je wel snel zijn.

 

https://www.opfg.nl/

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Vorige week schreef ik een blog over waarom het zo moeilijk is om bij chronische aandoeningen niet over je grenzen te gaan. Waarom je met chronische vermoeidheid gewoon naar de sportschool kunt gaan en dan pas de volgende dag voelt dat je lichaam ver over de grenzen is gegaan. En wanneer je die grenzen zelf niet voelt, hoe moeilijk het dan voor je personal trainer wel niet moet zijn om jouw grenzen te bewaken.

 

Wat ik  niet verwacht had, is dat mijn inbox zou overstromen met reacties. Reacties van mensen die hulp zoeken.

 

Onvoorstelbaar hoeveel mensen met chronische vermoeidheid en fibromyalgie dit probleem zelf ervaren en daarom bij mij aanklopten voor het adres van een Integraal Hersteltrainer. Zij hebben stuk voor stuk de ervaring dat zij niet in staat zijn om hun fysieke grenzen te voelen en gaan daar dan ook heel regelmatig overheen. Zij ervaren dan ook dat sporten voor hen heel lastig is en zij zoeken trainers die hen hierbij kunnen helpen. Maar dan wel zo, dat zij niet na elke sessie een week moeten bijkomen.

 

Tja, misschien was ik niet duidelijk genoeg, maar die trainers hebben wij nog niet opgeleid. We beginnen in januari pas met de opleiding tot Integraal Hersteltrainer. Sorry, nog even geduld….

 

Vandaar nu de oproep aan sportbegeleiders en personal trainers die zich willen specialiseren in het begeleiden van herstellende mensen: Kom snel naar de opleiding, want er is een grote groep mensen die op jullie wacht!

 

Dat zijn mensen die nu vastlopen in hun herstelproces en veel hulp kunnen gebruiken. En het zijn ook de mensen die heel blij worden wanneer deze therapeutische aanpak ook nog vanuit de zorgverzekering gedeeltelijk vergoed kan worden.

 

We zoeken dus nog sportbegeleiders of personal trainers die nog een gaatje in hun agenda hebben. Op de site kun je lezen wat de opleiding inhoudt, maar op de open ochtend van 30 november ben je welkom om kennis te maken.

 

Gaan we je zien?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

 

 

Iedereen met chronische vermoeidheid kent het fenomeen. Al deze mensen gaan regelmatig over hun grenzen, spannen zich regelmatig teveel in, waarna zij de volgende dagen of weken de rekening gepresenteerd krijgen en dagen moeten bijkomen. Zij worden van sporten vaak slechter.

 

Maar niet alleen zieke mensen hebben hier last van. Ook gezonde mensen die langere tijd stress ervaren, of een super prestatie moeten leveren, herkennen het wel. Je gaat naar de sportschool en je denkt dat meer kunt dan je kunt. Je gaat net even te lang door, waardoor je later erg veel hersteltijd nodig hebt. Als je al herstelt.

 

Ik weet dat veel mensen boos op zichzelf worden als dit gebeurt, zeker als het je regelmatig overkomt. Wat is dat toch dat je het niet voelt aankomen? Dat je best kunt trainen, maar dat je pas de volgende dag instort? Ben je dan een aansteller?

 

Eh nee.

 

Het is een bestaand fenomeen, genaamd Post exertional malaise.

 

Maar wat heb je daar aan als je het zelf niet begrijpt? Hoe moet jouw sportschoolbegeleider of personal trainer je dan begeleiden? Hoe weet hij dat je over je grenzen gaat?

 

De belangrijkste oorzaak van het feit dat je niet voelt dat je over je grenzen gaat, vind je in ons fight en flightsysteem. Om te kunnen overleven hebben we een stresssysteem wat ervoor zorgt dat je kunt vluchten of vechten. En wanneer dat systeem aan staat, moet je zonder vermoeidheid of pijn kunnen rennen. Je krijgt een enorme kracht en je voelt geen pijn. Daar zorgt het stresshormoon adrenaline voor!

 

Mensen met chronische vermoeidheid kunnen alleen in beweging komen met behulp van adrenaline, omdat zij minder cortisol aanmaken dan eigenlijk zou moeten. De aanmaak van cortisol is door allerlei oorzaken verminderd en dat merk je.

 

Gezonde mensen functioneren normaal gesproken op cortisol en gebruiken de adrenaline alleen voor stresspieken. Wanneer je cortisolsysteem uit balans is, spring je niet meer makkelijk je bed uit en je verliest je vermogen om te multitasken. Je wordt moe en je kunt af en toe even pieken met behulp van adrenaline. Als de noodzaak verdwenen is, zal de adrenaline weer verdwijnen en stort je systeem in.

 

Voor personal trainers en sportschoolbegeleiders is het meestal niet zichtbaar of mensen trainen op adrenaline of op basis van cortisol. Dat vraagt namelijk nogal wat oefening.

 

Er is voor deze groep professionals goed nieuws. Bij het OPFG starten we in januari met een nieuwe specialisatie opleiding: De Integraal Hersteltrainer.

 

We leren je daar onder meer hoe je met ‘zieke’ en herstellende mensen een beweegplan op maat kunt maken, zodat jouw cliënten niet meer over hun grenzen gaan.

 

Je kunt je nu inschrijven, maar vol =vol.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Waarschijnlijk heb je er vast wel eens iets over gehoord, of misschien zelf wel last van gehad; een Candida overgroei. Dat kan een vaginale infectie zijn of spruw in het mondje van je baby, een overgroei in de darm of zelfs een Candida die zich een weg baant door je hele lichaam. Dat laatste noemen we de systemische Candida infectie.

 

Brrr, je moet er niet aan denken dat zo’n gist/schimmel zich door je hele lichaam verspreid. Jakkes, het is ook nog een vieze gedachte.

 

Toch merk je meestal niet meteen dat zo’n systemische candida zich een weg baant door je systeem. Zo’n proces verloopt meestal heel geleidelijk.

 

Vrijwel ieder gezond mens heeft een klein beetje Candida in zijn darmen, dat is heel normaal en zelfs ook nog wel positief te noemen. Op het moment dat je darmflora uit balans raakt (door bijvoorbeeld antibiotica, veel stress, overmatig alcoholgebruik en dergelijke) kan zo’n Candida meer ruimte innemen dan gewenst.

 

En wat gaan we dan doen?

 

Dan beginnen we aan een anti-candida dieet. Oeps.

 

Zo’n dieet leek in de jaren 80 van de vorige eeuw een goed idee om een Candida uit te roeien. Ik zeg LEEK, want je voelt hem al aankomen. We weten nu dat zo’n heel streng suiker- en koolhydraatarmdieet olie op het vuur gooit. Bovendien weten we nu ook dat het vermijden van gist en paddenstoelen echt nergens op sloeg. Een Candida leeft op suiker, niet op gist en paddenstoelen.

 

Maar goed, waarom is zo’n dieet dan niet goed?

 

Het anti-Candidadieet zonder therapie is niet slim bij een Candidainfectie omdat je de Candida zijn voedsel ontneemt. En dan gaat deze elders op zoek naar voeding. De Candida verandert van vorm en produceert dan eiwitsplitsende en bindweefselafbrekende enzymen om zich door weefsel te kunnen verspreiden.

 

Dat noemen we dan ook die systemische Candida infectie.

 

Wanneer je naast het dieet ook iets doet om de Candida terug te dringen, zullen de risico’s een stuk kleiner worden dat ‘het beest’ ontsnapt. Maar ja, wat doe je dan? Hoe weet je dan wat je moet doen om die Candida terug te dringen?

 

Ik kan je vertellen dat er geen waterdicht protocol bestaat waarmee je dit redt. Huisartsen geven vaak producten zoals Nystatine, maar dat is lang niet altijd afdoende. Er zijn veel mensen die zelf gaan Googelen en met kruidenmiddeltjes aan de gang gaan.

 

Hmm, is dat verstandig?

 

Vanuit eigen ervaring kan ik je zeggen dat het afdoden van een onzichtbare vijand niet zo eenvoudig is, en dus zeker geen doe- het- zelfklus. Zo’n Candida kan resistent worden voor de behandelingen als je maar vaak genoeg zelf gaat dokteren. En dan ben je verder van huis. Je hebt dus hulp nodig van een deskundige.

 

Het zogenaamd verdringen van een Candida met andere bacteriën, de zogenaamde probiotica, is in de meeste gevallen ook niet effectief. Een Candida laat zich niet zo makkelijk verdrijven en wanneer deze eenmaal van vorm veranderd is, lukt dat zeker niet meer. Die probiotica doet zijn werk namelijk in de darm en niet in andere weefsels. Weet ook dat het zomaar slikken van probiotica niet zinvol is, juist omdat je niet weet wat je precies aan het doen bent. Hoe weet jij nu welke bacteriën je nodig hebt?

 

Om nog even terug te komen op die enzymen die de hongerig en agressief geworden Candida produceert, daar kleven nog wel wat risico’s aan. De Candida breekt eiwitten en bindweefsel af om door te kunnen dringen in ander weefsel. Wat zou dat op de lange termijn doen met de kwaliteit van je darmen, bindweefsel, vaatwanden, huid en zo?

 

En ja hoor, daar hebben we weer die aambeien, tepelkloven, groef in de tong, spataderen en lipoedeem. En toen was de cirkel met het blog van 10 augustus j.l. weer rond.

 

Ik wil je niet ontmoedigen, maar wel waarschuwen. Het is gewoon niet verstandig om zomaar van alles uit te proberen. Je hebt tenslotte maar één lichaam waar je het mee moet doen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Als je in Nederland naar de dokter gaat met schildklierklachten, zoals vermoeidheid, verminderd libido, geen gewicht kunnen verliezen, een droge huid, stemmingswisselingen en geheugenverlies, bestaat de kans dat de arts alleen de TSH in het bloed laat bepalen. En daarmee zie je of de schildklier goed wordt aangestuurd, verder niets.

 

Je ziet niet of de schildklier zelf wel goed werkt en al zeker niet waarom er iets mis kan zijn. (Gemiste kans dus.)

 

De mensen die dit beleid bepaald hebben, gaan ervan uit dat een TSH bepaling in de meeste gevallen voldoende zou moeten zijn, maar dat er ook een T4 bepaling uitgevoerd kan worden als de TSH afwijkend is (of bij sterke aanwijzingen hiervoor). Die beleidsmakers willen hiermee schildklieraandoeningen kunnen aantonen. Je kunt hiermee dus bepalen of de schildklier zelf goed werkt of niet. Waarom deze ziek is, wordt niet onderzocht.

 

Nu zijn er ook mensen die wel schildklierklachten hebben, maar bij wie de schildklier zelf niets mankeert. Deze mensen gaan naar huis met de mededeling dat er niets mis is met de schildklier. (En nog maar al te vaak dat het tussen de oren zit). Deze mensen kunnen last hebben van een zogenaamd ‘nonthyroidal illness syndrome’.

 

Om dat te bepalen zul je verder moeten zoeken, een vrij T3 bepaling is hiervoor heel belangrijk. Maar liever nog het hele schildklierpanel. T3 is het actieve schildklierhormoon, wat in de cellen zijn werk doet. Maar juist T3 wordt bijna nooit onderzocht. (Of na heel lang aandringen.)

 

Als er een te laag, of laag normaal T3 hormoon in het bloed wordt gevonden zijn er een paar mogelijke oorzaken. Er wordt wel gesuggereerd dat het dan om een seleniumtekort gaat, omdat selenium nodig is voor de omzetting van T4 naar T3. Maar ik heb in mijn praktijk nog nooit iemand gezien bij wie seleniumsuppletie echt goed werkte. Ik denk dat het anders zit.

 

Ik denk dat de belangrijkste oorzaak van een te laag T3 hormoon ligt bij de laaggradige ontsteking, ofwel Low Grade Inflammation. Een chronische ontstekingsreactie waarbij het immuunsysteem continu actief is. En het mooie is dat het echt is onderzocht.

 

De door het immuunsysteem geproduceerde cytokine IL6 kan ervoor zorgen dat de FT3 waarde omlaag gaat. Je vindt een publicatie hier, maar er zijn er meer.

 

IL6 is een ontstekingsstof die door het immuunsysteem gemaakt wordt als er indringers opgeruimd moeten worden. Om het wat ingewikkelder te maken heeft IL6 ook een positief effect als het door de spieren wordt geproduceerd bij beweging, dan heet het een myokine.

 

Een hele belangrijke oorzaak van een verlaagd (of laag normaal) FT3 vind je dus in een chronische ontsteking in je lichaam. Het is alleen voor een gewone arts niet zo eenvoudig om de oorzaak van die ontsteking te vinden. Zij zijn gewend om alleen te zoeken naar heftige acute ontstekingen, daar zijn dan ook alle normaalwaarden op gebaseerd.

 

Tja en dan?

 

Dan sta je met lege handen bij de arts.

 

Er zijn gelukkig ook artsen die het probleem wel erkennen en dan medicatie voorschrijven met daarin ook T3. Maar los je daar dan het probleem mee op?

 

Nee, natuurlijk niet. Het geeft wel even verlichting, maar het onderliggende probleem wordt er niet mee opgelost.

 

Of zou je dan misschien een IL6 remmer moeten voorschrijven? Een medicijn waarmee je voorkomt dat je immuunsysteem IL6 gaat maken? Een ontstekingsremmer misschien? Wat denk je?

 

Nee natuurlijk niet, daarmee blus je wel de brand, maar laat je de pyromaan ongemoeid.

 

Er zal dus niet veel anders opzitten dan het opsporen van de indringers. Zoeken naar de pyromaan is niet eenvoudig, maar wel belangrijk, omdat ongewenste indringers niet alleen de schildklier beïnvloeden. Dat herkennen de mensen met schildklierklachten maar al te goed, dat worden dan ‘restklachten’ genoemd. Maar er bestaan ook vermoedens dat juist die indringers medeverantwoordelijk zijn voor het ontstaan van auto-immuniteit (zoals Hashimoto’s).

 

Gelukkig zijn er goede orthomoleculaire behandelaren die samen met jou op zoek gaan. Want dat dit geen doe het zelf klus is, moge duidelijk zijn.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

PS. Ik heb in mijn blog vandaag maar één aspect benoemd van één van de oorzaken van schildklierklachten. Andere oorzaken en ontstekingsbevorderende factoren (zoals niet passende voeding, stress en zo meer) heb ik even buiten beschouwing gelaten.

Spiertrekkingen

Trillende oogleden, klapperende kuiten (nee geen klapkuiten maar kuiten die in rust uit zichzelf bewegen), ‘plofjes’ in de bovenbenen na inspanning of de hik. Het zijn allemaal spiertrekkingen, ofwel met een moeilijk woord fasciculaties genoemd, die je iets vertellen over je lichaam. En nee, het zijn geen dingen die je moet negeren. Als je regelmatig van die klachten hebt zou ik die signalen serieus nemen.

 

Die spiertrekkingen ontstaan als gevolg van mineralentekorten.

 

En nu hoor ik meteen iedereen roepen: Magnesiumtekort!

 

Hmm.

 

Dat is mogelijk, maar dat hoeft helemaal niet het geval te zijn.

 

Ik heb al eens eerder geschreven over de hype van magnesiumsuppletie en iedereen die mijn blogs vaker leest, weet dat ik daar wat genuanceerder over denk.

 

Een magnesiumtekort kan (net als een calcium-, ijzer-, koper-, mangaan-, natrium-, of kaliumtekort heel veel spierklachten veroorzaken. Waaronder kramp en fasciculaties. Wanneer je dan alleen magnesium gaat slikken, kun je de hele mineralenbalans in je lichaam omver trekken. En dan kom je van de regen in de drup.

 

Maar goed, stel dat je ontdekt hebt dat die spiertrekkingen en/of krampen bij jou verdwijnen door magnesiumsuppletie, is het dan een goed idee om magnesium te gaan slikken?

 

Ik zou nooit op eigen houtje een enkel mineraal gaan suppleren, omdat je nu eenmaal niet weet wat je allemaal aan het doen bent. Er zijn namelijk ook mensen die crashen door magnesiumsuppletie. Met name de groep die tegen een burn-out aanzit (of daar al midden in) zal moeten oppassen dat de magnesium het natriumgehalte in je lichaam niet omver trekt. Dat merk je als je na de magnesiumsuppletie in de ochtend draaierig en duizelig wordt van een lage bloeddruk. Deze mensen kunnen daarom de magnesium bij voorkeur ’s avonds innemen, of in combinatie met andere mineralen, waaronder natrium.

 

Maar de spiertrekkingen kunnen ook verbeteren door chroomsuppletie of het gebruik van extra ijzer, of door andere mineralen. Is het dan niet verstandig om uit te zoeken wat de oorzaak is van je mineralentekort?

 

Als je aan de gemiddelde huisarts vraagt waar je mineralentekorten vandaan komen, zul je waarschijnlijk geen bevredigend antwoord krijgen, omdat zij nu eenmaal niet op deze manier denken.

 

Vanuit mijn eigen ervaring in de praktijk lijken er diverse oorzaken te zijn. De belangrijkste mineralenrovers zijn chronische stress en chronische ontstekingsreacties. Nou dat is simpel, zul je denken. Even de stress oplossen en ontstekingen remmen en het probleem is opgelost. Maar zo eenvoudig is het niet.

 

Je komt vaak in vicieuze cirkels terecht.

 

Door stress ontstaan mineralentekorten, en door die mineralentekorten wordt de stress in stand gehouden.

 

Bij ontstekingen vanuit de darm waarbij bacteriën een rol spelen, wordt het nog even gecompliceerder. De ongunstige bacteriën in de darm (of de Lyme bacterie) roven nutriënten bij je weg. Zij gebruiken mineralen, maar ook B vitamines om te kunnen overleven. Wanneer je dan gaat suppleren ben je de ongunstige beestjes in je buik aan het voeren, waardoor je olie op het vuur gooit.

 

Je begrijpt nu misschien al wel waarom het van belang is om hulp te zoeken bij een deskundige als je suppletie wilt gaan slikken. Zij kunnen je helpen en begeleiden in de zoektocht naar de oorzaak van je tekorten.

 

Gelukkig zie ik regelmatig dat met de juiste aanpak van de darmen die spiertrekkingen (door mineralentekorten) echt verdwijnen. Maar dat is een heel traject wat je (behalve minder spiertrekkingen) nog veel meer oplevert.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Het is geen aantrekkelijke titel en ik snap wanneer je niet door wilt lezen. Toch is dat wel aan te raden wanneer je deze klachten herkent, ze komen namelijk vaak voor. Het lijkt misschien vergezocht, maar er is zelfs een relatie tussen het optreden van aambeien en tepelkloven, maar ook met spataderen, hypermobiliteit, cellulite, klutsknieën, uitgezakte borsten, lipoedeem, bekkeninstabiliteit, hangende oogleden, voedingsintoleranties, verzakkingen en darmklachten. O ja en ook een groef in de tong hoort daarbij.

 

Het lijken allemaal klachten die niets met elkaar te maken hebben, maar niets is minder waar. Het kunnen namelijk allemaal symptomen van bindweefselzwakte zijn.

 

Nu is het normaal om op latere leeftijd zwakker bindweefsel te hebben, dus die uitgezakte borsten zijn op latere leeftijd wel normaal (tot op zekere hoogte dan). Maar als je rond je dertigste al een flink aantal van deze klachten hebt, is er vermoedelijk iets aan de hand.

 

Het is niet helemaal normaal om tijdens de zwangerschap spataderen en aambeien en tijdens de bevalling een totaal ruptuur en daarna tepelkloven te hebben. Dat wijst op bindweefselzwakte. Zeker als je daarbij als kind al hypermobiel was, regelmatig je enkels verzwikte en last had van darmklachten.

 

Je hele lichaam wordt bij elkaar gehouden door bindweefsel, dus ervaar je dat overal en ook in je darmen. In de Chinese geneeskunde staat een groef in de tong voor darmklachten, maar die gedachte kun je goed verklaren door de zwakte van het bindweefsel, ook in de tong.

 

Nu zul je jezelf afvragen wat je met deze informatie kunt?

 

Om te beginnen is het handig om te weten hoe bindweefselzwakte ontstaat. Er zijn een aantal scenario’s:

  1. Er zijn meerdere erfelijke bindweefselaandoeningen, zoals Ehlers Danlos Syndroom en het syndroom van Marfan.
  2. Je kunt door langdurige stress en/of laaggradige ontstekingen lichaamseiwitten als brandstof opgebruikt hebben.
  3. Als je te weinig eiwitten eet, is er te weinig grondstof voor het opbouwen van het bindweefsel.
  4. Je kunt nutriënten ofwel cofactoren tekorten hebben waardoor het bindweefsel niet goed wordt opgebouwd.
  5. Een combinatie van bovenstaande factoren.

 

Is er iets aan te doen?

 

Gelukkig wel, al is het soms wel een levenslange exercitie.

  1. Zorg dat je via je voeding het complete aminozurenpalet binnenkrijgt
  2. Let op de co-factoren die belangrijk zijn voor de opbouw van het bindweefsel, dat zijn ijzer, vitamine C, zwavel, koper, mangaan, zink, biotine, silicium en jodium.
  3. Gebruik extra collageenpoeder, omdat daarin in elk geval alle benodigde grondstoffen aanwezig zijn.
  4. Glucosaminesulfaat en chondroïtinesulfaat kunnen een extra boost geven.
  5. Bottenbouillon, paddenstoelen, zeewieren en aloë vera kunnen je systeem verder ondersteunen.

 

Weet wel dat de bindweefselkwaliteit bij vrouwen na de menopauze door het verminderen van de hormonen altijd vermindert. De gevolgen van zwak bindweefsel zijn al wel duidelijk als je de gerelateerde klachten bekijkt. En die variëren van onschuldige, maar hinderlijke problemen zoals aambeien en tepelkloven, tot ernstigere aandoeningen zoals verzakkingen, rugklachten, darmklachten of misschien wel aneurysma’s. Daarom is het belangrijk om bij klachten op jonge leeftijd al op tijd te starten met ondersteunende maatregelen en daarbij te onderzoeken welke factoren een rol spelen. En dan zijn aambeien en tepelkloven misschien al wel een aanwijzing.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Wat hebben belemmerende overtuigingen met gezondheid te maken? Nou heel wat, kan ik je verzekeren. Hoe meer chronisch zieke mensen ik ontmoet, hoe meer ik er van overtuigd raak dat chronische aandoeningen en ‘mentale belemmeringen’ onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Al denk ik wel heel anders over belemmerende overtuigingen dan de gemiddelde gedragstherapeut.

 

Regelmatig kom ik mensen tegen die al van alles geprobeerd hebben om van hun chronische aandoening af te komen en uiteindelijk vastlopen en dan door de arts naar cognitieve gedragstherapie verwezen worden. En dan wordt er ook aan belemmerende overtuigingen gewerkt. Maar of dat effectief is…?

 

De term belemmerende overtuiging vind ik onjuist.

 

Ik heb er moeite mee, omdat er een soort oordeel aan kleeft. Alsof je onbewust jezelf in de weg zit om te genezen. Maar dat doe je ook nog vanuit een overtuiging, iets waar jezelf in bent gaan geloven. Dat klinkt voor mij als tussen de oren zitten en eigen schuld, dikke bult. Maar dat zal wel mijn eigen gevoelige punt zijn op dit gebied.

 

Toch denk ik zeker dat je als mens (door je ervaringen uit het verleden) jezelf kunt belemmeren in je genezing. Dat kan zeker, maar dat is geen overtuiging en er is geen sprake van schuld.

 

Ik zie belemmerende overtuigingen meer als belemmerende overlevingsstrategieën.

 

Naar mijn idee wordt je gedrag gevormd door de onbewuste overlevingsstrategieën die je in de loop van je leven gekozen hebt. Bepaald gedrag was nu eenmaal nodig om te kunnen overleven. Je kon niet anders, je had geen keuze! Zullen we dan maar eens stoppen met dat woord ‘overtuiging’?

 

Zo zal de een in de vecht-of vluchtstand stappen bij een trauma en de ander in de vriesstand. Wie op jonge leeftijd ‘bevroren’ is door een onveilige gezinssituatie, of een nare ervaring op school, kan daar jaren later nog steeds last van hebben. Dan heb je misschien wel de ‘belemmerende overtuiging’ dat je je beter schuil kunt houden, dan dat je jezelf laat zien.

 

Dit soort overlevingsstrategieën hebben ook een groot effect op je gezondheid. En helaas kun je die meestal niet eventjes reframen, accepteren of omarmen. (Ik krijg spontaan jeuk van dat woord omarmen.)

 

Naar mijn idee kun je zo’n overlevingsstrategie alleen veranderen als je deze herkent en begrijpt waarom je deze hebt gekozen. Waarom die strategie toen heel nuttig was, en deze je nu belemmert. Je hebt dus eerst inzicht nodig! En dat wordt lastig als die aanleiding in de pré-verbale fase ligt. Want hoe doe je dat als de wortel van je probleem in je babytijd ligt?

 

Gelukkig kun je hiervoor terecht bij deskundige hypnotherapeuten. Zij zijn opgeleid om juist ook in de diepere lagen van je onderbewustzijn die gebeurtenissen naar boven te halen die je gevormd hebben tot wie je nu bent. Met alle overlevingsstrategieën die je belemmeren, of juist nog steeds dienen. En dan … zie je wonderen gebeuren. Dan zie je mensen op een onvoorstelbare manier helen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Tijdens de afgelopen hittegolf (die nu gelukkig voorbij is) kreeg ik regelmatig vragen van mensen die kampen met duizeligheid door de warmte. Het was zelfs zo erg dat deze (meestal) dames de hele dag plat moesten liggen omdat het anders niet te doen was.

 

Is daar iets aan te doen?

Ja natuurlijk!

 

Je kunt even langs de huisarts om je bloeddruk te laten meten, of je doet het zelf als je zo’n apparaat in huis hebt. Bij een te lage bloeddruk word je duizelig.

 

De meeste huisartsen juichen als je een wat lage bloeddruk hebt, zeker als je daarbij ook nog een wat laag cholesterolgehalte hebt. Dan heb je in elk geval minder kans op hart- en vaatziekte. Hoera!

 

Dat de meeste vrouwen die hiermee kampen toch al niet echt binnen de risicogroep voor hart- en vaataandoeningen vallen, zullen we maar buiten beschouwing laten. Maar een te lage bloeddruk en een te laag cholesterolgehalte zijn helemaal geen reden om de vlag buiten te hangen. Integendeel.

 

Deze twee symptomen zijn tekenen van minder goed functionerende bijnieren. Soms wordt dat onterecht een bijnieruitputting genoemd. Het gaat erom dat je bijnieren moeite hebben om voldoende steroïde hormonen, zoals cortisol(stress) en aldosteron (bloeddruk) te maken.

 

Die bijnieren zijn (meestal) niet ziek of uitgeput, ze zijn eventjes op een laag pitje gezet om je immuunsysteem de kans te geven om alle indringers in je lichaam op te ruimen. Want daar is het al langere tijd niet aan toe gekomen doordat je gedurende een lange periode teveel cortisol nodig had om te overleven. En cortisol onderdrukt de werking van het immuunsysteem.

 

Soms hebben niet alleen de bijnieren minder vermogen om goed te functioneren, maar heeft de schildklier hetzelfde probleem. Die organen zijn nauw met elkaar verbonden.

 

Zoals je misschien al begrepen hebt, is het bijnierschorshormoon aldosteron essentieel om de mineralenbalans te reguleren. Het regelt door middel van de natrium-kaliumbalans de bloeddruk, samen met de nieren in het zogenaamde RAAS systeem.

 

Als aldosteron minder geproduceerd wordt, zakt de bloeddruk en heb je behoefte aan meer zout. Artsen willen aldosteron alleen controleren bij een te hoge bloeddruk, want dat is tenslotte gevaarlijk. Een lage bloeddruk zou als verschijnsel ongevaarlijk zijn, maar is als symptoom wel degelijk heel belangrijk. Net als cholesterol overigens. Laat cholesterol nu de grondstof zijn waar de steroïde hormonen uit geproduceerd worden!

 

Even kort door de bocht geldt de volgende regel: Bij een lage bloeddruk heb je meer zout (natrium) nodig en bij een hoge bloeddruk heb je meer kalium en minder natrium nodig.

 

Ik zie overigens heel regelmatig dat mensen jaren een te lage bloeddruk hebben, alvorens dit omslaat naar een te hoge bloeddruk. Dan ben je in feite een stapje verder in het ‘ziekteproces’. In dat geval is het zaak om naar een huisarts te stappen en vooral ook je mineralenhuishouding eens nader te bekijken.

 

In een haarmineralenanaylse HMA(niet te verwarren met een haaranalyse) kun je heel goed zien hoe het met de mineralen in het weefsel en de cellen gesteld is. Deze test laat een verstoring zien lang voordat je deze terugvindt in het bloed. Bij mensen met een lage bloeddruk zie je dan een lage natrium, maar ook een lage kaliumwaarde. Dat is een teken van onder functionerende bijnieren.

 

Misschien heb je al begrepen wat je te doen staat?

 

Bij een lage bloeddruk (zeker als je omvalt van de duizeligheid door de warmte) zul je in actie moeten komen. Het is een serieus signaal dat je lichaam het moeilijk heeft en dat er iets moet gebeuren om de balans terug te vinden. De natrium-kaliumbalans is essentieel voor een goede gezondheid, omdat deze twee mineralen (ook wel elektrolyten genoemd) nodig zijn voor de zogenaamde natrium/kaliumpomp. (Google is your friend). Vandaar dat natrium en kalium aan de basis staan van je hele celgezondheid. (En je bijnieren uiteindelijk je hele systeem kunnen platleggen).

 

Het terugvinden van die balans  is niet eenvoudig en ook zeker geen doe het zelf klus. Er zijn gelukkig voldoende goed opgeleide artsen en therapeuten die je daarbij kunnen helpen. Mijn onderstaand advies is dan ook alleen een tip voor de acute situatie. Zonder professionele hulp ga je hiermee de situatie niet oplossen.

 

Wanneer je meer zout nodig hebt is een handje chips of zoute pinda’s niet de beste optie, omdat je niet weet hoeveel je binnenkrijgt en dan de kans loopt om de balans verder te verstoren. Het snelst werkt het om gedurende de dag enkele korreltjes zeezout (of lo-salt) in je wangzak op te lossen. Dit werkt sneller dan opgelost zout in water wat je drinkt. Dan moet het een langere weg afleggen voordat het in je bloed komt.

 

Weeg van te voren af hoeveel je denkt nodig te hebben. Dan zie je welke dosis het beste werkt. Voor de meeste mensen is bij duizeligheid door een lage bloeddruk een gram of zes in totaal per dag genoeg, maar dat blijft maatwerk.

 

Het zout stimuleert ook de afgifte van cortisol en daar knap je ook enorm van op. Neem daarom geen zout voor het slapen. Als je teveel zout neemt en last krijgt van hartkloppingen heb je kans dat je de balans tussen kalium en natrium verstoord hebt. Wanneer je lo-salt gebruikt krijg je natrium en kalium tegelijk binnen en dat is voor veel mensen wel zo handig.

 

Er bestaat ook nog een vorm van duizeligheid met een lage bloeddruk door een teveel aan histamine, genaamd POTS. Dat ontstaat vooral in golven en dus niet constant. Wanneer je vooral na het eten last hebt van duizeligheid is het verstandig om hulp te zoeken bij een professional die kan onderzoeken waar het teveel aan histamine vandaan komt. In zo’n geval is extra zout gebruiken niet altijd verstandig.

 

Er bestaan ook medicijnen om die bloeddruk om hoog te krijgen, maar ja… daarmee doe je niets aan de oorzaak. Maar die keuze mag je helemaal zelf maken.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie