Nu de zomer weer in volle hevigheid lijkt terug te komen, worden we weer aan alle kanten gewaarschuwd voor het gevaar van de zon. We moeten smeren, smeren en nog eens smeren om kanker te voorkomen. Hoe genuanceerd is dat advies eigenlijk? Is die zon werkelijk zo gevaarlijk?

 

De stelling dat de zon huidkanker veroorzaakt en dat we daarom continu moeten smeren om kanker te voorkomen, is niet heel erg genuanceerd. Of eigenlijk helemaal niet.

 

Zoals altijd heeft een verhaal meerdere kanten en het is goed om daar eens aandacht aan te besteden. Al hoor ik meteen de paniek in de hoofden van de deskundigen die vinden dat we mensen vooral op de gevaren moeten wijzen omdat anders mensen helemaal niet luisteren en domme dingen gaan doen. Want de consument is vooral niet in staat om zelf verstandige beslissingen te nemen. Of iets in die trant.

 

Mocht je onder die laatste groep vallen, lees mijn blog dan vooral niet.

 

Zoals ik al eerder geschreven heb is zonlicht essentieel voor de mensheid en hebben we miljoenen jaren geleefd zonder beschermingsfactor 50. Dat we nu kanker krijgen van de zon, kan dus niet alleen aan de zon liggen. (Of we werden niet ouder dan 30 jaar en hadden geen tijd genoeg om dood te gaan aan een melanoom.)

 

Wat zijn dan die gevaren?

 

Om te beginnen zijn kinderen natuurlijk het kwetsbaarst. Bescherm je kindje tegen zonnebrand door kleding en een veilig zonnebeschermingsmiddel. Bescherming in de jeugd kan veel ellende voor later voorkomen.

 

Er kan schade optreden aan de huid, wat vroegtijdige rimpelvorming kan veroorzaken of zelfs een relatief ongevaarlijke vorm van huidkanker. Of er bestaat het gevaar op het ontstaan van een melanoom. Die laatste is zeker niet ongevaarlijk en kan tumoren in het hele lichaam veroorzaken.

 

Hoe groot de kans is op het ontstaan van zonschade en huidkanker of een melanoom hangt af van vele factoren. Denk daarbij aan je genetische afkomst, je voedingspatroon, je mineralenbalans, hoeveel je gemiddeld in de zon komt, hoe vaak je verbrandt, de hoeveelheid stress waar je mee belast bent en of je wel voldoende slaapt.

 

Mensen met meer pigment lopen over het algemeen minder risico. Logisch toch, een donkere huid beschermt de mens al duizenden jaren tegen de zon.  Omdat teveel zonlicht op de huid foliumzuur (folaat) vernietigt, hebben mensen van origine afkomstig van rond de evenaar een donkere huidskleur. Maar zij hebben tegelijkertijd ook meer behoefte aan zon om voldoende vitamine D aan te kunnen maken als zij in Noord-Europa verblijven. Maar ook zij kunnen verbranden!

 

Zo’n gevaarlijk melanoom kan (vooral bij zeer blanke of roodharige mensen) ontstaan op het randje van het oor, of de neus. Maar je ziet ook melanomen op plaatsen waar de zon echt maar zelden komt. Is er dan een relatie met zonschade of is het meer genetisch? Wie het weet mag het zeggen.

 

Uit onderzoek blijkt wel dat mensen die het hele jaar binnen zitten en in de zomer drie weken gaan liggen bakken een grotere kans hebben op zonschade dan mensen die het hele jaar buiten werken. Wie met zijn Hollandse melkflessen op het strand van Benidorm gaat liggen zonder te smeren en er na drie weken als een vervelde kreeft weer af komt, is niet slim bezig. Maar dat is logisch. Voor deze mensen geldt het advies om te smeren, of beter nog, niet langer dan 10 minuten per dag onbeschermd de zon in te gaan.

 

En dan nu de voordelen.

 

Zonder zonlicht is er geen leven op aarde mogelijk. Je kent misschien het gevoel van de mediterrane zon op je bol, wat toch echt niet hetzelfde is als de Nederlandse zon. Mensen met auto-immuunziektes zoals reuma knappen enorm op als zij naar Zuid-Europa verkassen. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de zon en de manier waarop wij mensen zelf vitamine D aanmaken.

 

Hoe dat precies werkt lees je hier.

 

Het belang van voldoende (door het lichaam aangemaakte) vitamine D is inmiddels duidelijk. En nee vitamine D uit een pilletje is echt niet hetzelfde als wat je lichaam aanmaakt. Voldoende vitamine D is essentieel om osteoporose, auto immuun aandoeningen en ook kanker te voorkomen. En ja dan zul je dus de zon in moeten. En die nuance hoor je maar zelden. Wie gaat smeren, smeren en smeren kan daarmee de aanmaak van vitamine D gedeeltelijk blokkeren.

 

Wat is nu verstandig?

 

Tja, one size fits all bestaat niet. Iemand met Engelse genen (van wie stammen Australiërs ook al weer af?)  zal anders met de zon om moeten gaan dan wanneer je Zuid-Europese genen hebt. Ik weet niet of je het opgevallen is, maar ik zie in Zuid-Europa de lokale bevolking niet massaal gaan liggen bakken. Zij krijgen gedurende het jaar vanzelf al veel meer zonlicht om vitamine D aan te maken. Het zijn vooral de Noord-Europeanen die (misschien wel instinctief) de zon opzoeken.

 

De gemiddelde Hollander (mocht die bestaan) doet er verstandig aan om vroeg in het jaar de huid vast te wennen aan de zon. Dan bouw je de zonbelasting langzaam op en kan het gevormde pigment als bescherming dienen. In het voorjaar dan elke dag (alsof dat kan in Nederland) 10 minuutjes tussen de middag zo bloot mogelijk in de zon zou ideaal zijn. In de zomer heb je dan vast wat opgebouwd en kunnen de meeste mensen die 10 minuutjes onbeschermd ook wel hebben. Langer hoeft niet en is zelfs niet gewenst. (Je maakt overigens alleen vitamine D aan als je eigen schaduw korter is dan jij zelf bent. En dat is Nederland maar een paar maanden per jaar.)

 

Na die 10 minuutjes ga je of uit de zon of ga je smeren (met een verantwoord product zonder giftige stoffen). Zo geniet je van de zon en zorg je goed voor jezelf.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Regelmatig kom ik deze term tegen, uitgesproken door (niet zelden zichzelf geweldig vindende) professionals, die met deze uitdrukking willen aangeven dat de patiënt zichzelf (bewust of onbewust) ziek maakt om verantwoordelijkheid op welk vlak dan ook te ontwijken.

 

Je hoort het al, ik heb er moeite mee. Niet met die verantwoordelijkheid, maar wel met de manier waarop het wordt uitgesproken.

 

Net als met de term onderrapporteren (bij voedselrapportage). Alsof iedereen (bewust of onbewust) stiekem meer eet dan eigenlijk zou moeten. Misschien doen we het wel, dat kan best, maar van die term alleen al krijg ik jeuk.

 

Door de verantwoordelijkheid van het niet slagen van jouw aanpak bij de cliënt te leggen, hoef je namelijk niet naar de juistheid van de aanpak te kijken. (Want die aanpak is tenslotte wetenschappelijk ‘bewezen’ en dus de enige juiste).

 

De arrogantie die ik hoor in de zelfingenomen toon van de zelf superslanke en kerngezonde professional, die niet weet wat het is om ziek of dik te zijn, geeft mij koude rillingen. Lekker makkelijk dan om de verantwoordelijkheid voor het ziekzijn vooral bij de patiënt zelf te leggen. En weet je? Misschien is die patiënt ook wel zelf verantwoordelijk, maar is hij of zij niet in staat om die verantwoordelijkheid te nemen.

 

‘Het is lastig om een kritische zorgconsument te zijn met een hoofd vol spaghetti.” Dat schreef Asha ten Broeke onlangs in haar column. Dat dus. Helaas weet ik er zelf alles van. Been there, done that. En het doet nog steeds pijn, ook al is het mij wel redelijk gelukt om uit mijn eigen put te klauteren. Maar je wilt niet weten hoe moeilijk dat was en is.

 

We leven in een zogenaamd maakbare wereld waarin mensen die niet mee kunnen komen vaak worden afgeschilderd als lui of dom. “Ze kunnen wel veranderen, maar willen dat niet.”

 

Hele studies worden er gewijd aan hoe mensen te motiveren. Hoe krijg je ze zover dat zij vanuit zichzelf in beweging komen? Hoe werkt die intrinsieke motivatie?

 

Wie mijn blogs vaker leest weet al wel hoe ik hierover denk. Ik ben van mening dat er naast emotionele ook fysieke overlevingsstrategieën zijn die ons gedrag bepalen. Zo word je moe en heb je geen zin om te bewegen als je immuunsysteem overuren draait en ga je op zoek naar zoetigheid als je emotioneel uit de bocht vliegt. Dat is allemaal prachtig evolutionair geregeld.

 

Mijn mening is gebaseerd op empirie; veel ervaring met cliënten, in combinatie met kennis van de fysiologische processen in het menselijk lichaam. Maar dat maakt het nog geen wetenschappelijk feit (maar misschien wel waarheid).

 

Hoe verheugend is het dan wanneer je leest dat wetenschappers over de zelfde zaken nadenken. In een artikel  wat ik tegenkwam,  is het effect van ontstekingen op dopamine bekeken. Dopamine is de neurotransmitter die je in beweging brengt, focus geeft en zaken laat oppakken.

 

En wat blijkt?

 

De titel van de publicatie zegt al genoeg: “Can’t or Won’t? Immunometabolic Constraints on Dopaminergic Drive.”

Ofwel: Niet kunnen of willen? De invloed van het immuunsysteem op daadkracht.

 

Ik hoop echt dat er nu eens gekeken gaat worden naar het WAAROM. Waarom willen mensen niet veranderen, of KUNNEN ze dat misschien niet doordat de neurotransmitters uit balans zijn door ontstekingsprocessen?

 

Zeg nou zelf, heb jij zin om je boekhouding te gaan doen als je met griep in bed ligt? Of je mailbox eens flink op te schonen? Of je TODO lijst af te werken?

 

Nee toch?

 

Nou dan, dat is toch logisch? Je lichaam heeft dan gewoon andere prioriteiten. Datzelfde speelt dus ook bij (onbewuste) laaggradige ontstekingsprocessen (in de darm). Dan heb je dus ook geen puf om in beweging te komen.

 

Nee, mijn pleidooi voor een andere benadering is niet bedoeld als dekmantel om geen verantwoordelijkheid te nemen. Het gaat  er mij om  dat al die mensen die nu alleen al door het woord ziektewinst een schuldgevoel aangepraat krijgen, inzicht krijgen over de werking van het systeem.

 

Als je niet weet hoe het werkt, is het veranderen bijna niet te doen. Dat is ook precies de reden dat coaching vaak alleen tijdelijk helpt. Na verloop valt de meerderheid weer terug in oude gewoontes.

 

Dat is dus geen gebrek aan discipline!

 

In mijn boek Oerslank leg ik dit mechanisme ook uit. Je bent niet schuldig aan overgewicht, maar je blijft wel altijd verantwoordelijk voor je eigen lichaam.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

PS. Mocht je je aangesproken voelen? Natuurlijk weet ik dat er naast horken ook vele empathische professionals zijn die wel begrijpen hoe het zit.

Wat nu weer? zul je jezelf afvragen. Wat mag er nu weer niet? We mogen niks meer eten, gisteren was brood niet goed en moet nu spinazie in de ban? Spinazie is toch een superfood? Dus gewoon hartstikke gezond?

 

Ja dat zou je denken, spinazie bevat inderdaad veel positieve nutriënten. Toch behoort spinazie niet tot de meest ideale voedingsmiddelen (net zoals ook rabarber, chocolade en amandelen). Dat zijn voedingsmiddelen die naast de positieve inhoudsstoffen ook een wat minder positieve stof bevatten. Ze hebben veel oxaalzuur.

 

Ik heb daar al eerder over geschreven. Oxaalzuur is een agressief zuur, wat ook je tandglazuur aantast. Dat herken je aan dat ruwe gevoel na het eten van spinazie of rabarber. Het kan door extra calcium onschadelijk gemaakt worden. Vandaar dat we vroeger een krijtje mee kookten met de rabarber of room toevoegen aan de spinazie, vanwege het neutraliserende effect van de calcium daarin.

 

Dat oxaalzuur (ofwel oxalaat) bestaat uit vlijmscherpe kristalletjes die schade berokkenen aan cellen, weefsels (en dus organen), maar ook (eenmaal gebonden aan calcium) nierstenen kunnen veroorzaken.

 

Oxalaten worden dus onschadelijk gemaakt met calcium (als je dat voorhanden hebt) indien je niet voldoende specifieke darmflorabacteriën hebt die de oxalaten kunnen afbreken. Maar onschadelijk is niet helemaal het juiste woord, aan calcium gebonden oxalaten kunnen nierstenen veroorzaken.

 

Eventueel ongebonden oxalaten beschadigen cellen en weefsels, maar veroorzaken daarbij nog een vervelend fenomeen. Wanneer oxalaten het lichaam binnenkomen, verlaat er tegelijkertijd een sulfaatgroep je systeem. Je raakt dus zwavel kwijt door een teveel aan oxalaten. En laat je dat nu nodig hebben voor je ontgifting, het sterk houden van weefsels en je darmgezondheid. Oeps.

 

Voor de meeste mensen is de hoeveelheid oxaalzuur die zij binnen krijgen geen probleem. Het lichaam kan deze hoeveelheid prima verwerken. Maar wanneer je ineens overstapt van een voedingspatroon van boterhammen met kaas, naar elke dag een spinaziesmoothie, bergen amandelen en veel donkere chocolade, kan het gebeuren dat het mis gaat.

 

De op het oog ‘gezonde’ voedingsmiddelen die veel oxalaten bevatten zijn:

  • Rabarber
  • Spinazie
  • Boerenkool
  • Chocola
  • Boekweit
  • Amandelen
  • Zoete aardappelen
  • Bleekselderij en nog veel meer (Google is your friend)

 

Tja daar ga je dan met je goede gewoontes, denk je gezond bezig te zijn en lig je ineens op de eerste hulp met een niersteen. Au.

 

Een recente publicatie over dit onderwerp heeft de mogelijke ernst van de situatie aangetoond. (Ja ik weet het, één studie zegt nog niets, is ook zeker geen bewijs, maar de resultaten uit de studie bevestigen toch wel wat ik in de praktijk al langere tijd zie.)

 

In de studie wordt duidelijk dat het eten van oxalaatrijke voeding (niet alleen bij zieke of daarvoor gevoelige mensen, maar ook bij gezonde mensen) de energieproductie in de monocyten beïnvloedt. Letterlijk staat er: “Oxalate induces mitochondrial dysfunction and disrupts redox homeostasis in a human monocyte derived cell line.”

 

In Jip en Janneke taal staat daar dat bepaalde immuun cellen minder goed werken door oxalaten.

 

Tja, wat nu?

Moet spinazie nu in de ban?

Of kun je best wat spinazie eten?

 

Ik zou je vanwege de mogelijke ‘risico’s willen adviseren om niet elke dag spinazie in een smoothie te doen. Natuurlijk is gezond eten niet gevaarlijk. Het draait allemaal om variatie. Wie varieert met zijn voedingskeuze doet het in principe goed, doorslaan met ‘gezonde voeding’ is alleen nooit verstandig.

 

Toch zou ik bij darmklachten, bekende nierklachten, een verstoorde calciumhuishouding en chronische aandoeningen je willen adviseren om niet te overdrijven met oxalaatrijke voedingsmiddelen. (Nee, niet helemaal vermijden.)

 

Hoe het precies werkt met het verlies van zwavel bij oxalaatrijke voeding leggen we uit bij de masterclass Sulfatering op 27 september 2019 bij het OPFG. Deze speciaal voor artsen en HBO+ opgeleide therapeuten georganiseerde masterclass, geeft veel inzicht in deze boeiende materie. Je kunt je nu nog opgeven.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie.

Wat is Lipoedeem?

 

Het is een aandoening waar ik (helaas als ervaringsdeskundige) vaker over geschreven heb, waarbij er sprake is van overmatige en pijnlijke vetophopingen op vooral de bovenbenen en billen. (Maar ook de armen, buik en onderbenen kunnen mee doen.)

 

Het is een aandoening die je met minder eten en meer bewegen niet weg krijgt.

 

Wanneer je fanatiek gaat diëten en sporten val je misschien wel iets af, maar dan vooral op de plaatsen waar het vet toch al niet zo duidelijk aanwezig was. Die heupen en billen blijven gewoon te dik en pijnlijk.

 

Die pijn is (in tegenstelling tot het vet) niet zichtbaar. En dat maakt dat mensen met lipoedeem gewoonlijk worden weggezet als ongedisciplineerde mensen die niet goed voor zichzelf zorgen. En dat is ook heel pijnlijk.

 

Over de emotionele kanten van het probleem kan ik inmiddels een boek schrijven. Over de schaamte, wat het met je zelfvertrouwen doet en over de strijd die je met jezelf moet leveren om ermee te leren dealen.

 

Ik begrijp dan ook volkomen dat vrouwen kiezen voor liposuctie om van het probleem af te komen. Toch is liposuctie geen oplossing voor de onderliggende problematiek, je doet hiermee niets aan de mechanismen die lipoedeem veroorzaken.

 

Daarom wil ik het hebben over die mechanismen van de aandoening. (Ik noem het bewust geen ziekte, omdat het geen griep is, maar een multifactorieel probleem of misschien wel een syndroom).

 

Door heel veel literatuurstudie, eigen onderzoek en experimenteren bij vele cliënten, kom ik langzamerhand steeds een stapje verder in het ontrafelen van de aandoening. Dat is goed nieuws, omdat je daarmee sleutels vindt voor oplossingen. Want dat is wat iedereen zoekt, toch?

 

Ik zal je gedeeltelijk teleur moeten stellen, er is namelijk niet één oplossing voor deze aandoening, er is zelfs geen protocol mogelijk. Je zult een plan op maat moeten samenstellen, omdat bij lipoedeem vele verschillende factoren een rol spelen.

 

De kern van de aandoening is een chronische ontstekingssituatie. Die ontsteking begint meestal in de darm en deze kan door (onbewuste) gebeurtenissen in het vroege leven geactiveerd worden. Het is dan ook zaak om uit te zoeken wat er allemaal aan de hand is in die darm. En dat is nu eenmaal niet eenvoudig. Daar heb je een echte professional voor nodig die de ‘flora en fauna’ in kaart brengt.

 

Als gevolg van de ontsteking worden de bijnieren en de schildklier ook ontregeld, wanneer de ontstekingen verminderen kunnen deze (wanneer je er op tijd bij bent) weer in balans komen.

 

Tevens zie ik nogal eens dat de vitamine D waarde laag is, terwijl de actieve vitamine D waarde verhoogd is. Wanneer je bij mensen met chronische ontstekingen (zonder de actieve vorm te controleren) vitamine D gaat suppleren, bestaat de kans dat het immuunsysteem verder uit balans raakt. Iets vergelijkbaars geldt voor de ijzerwaarde. Bij ontstekingen kan de ijzerwaarde zakken omdat ijzer bepaalde bacteriën laat groeien. Het suppleren van ijzer werkt dan juist averechts.

 

Bij lipoedeem heeft het lymfesysteem als vervoersysteem van vocht en vet een belangrijke functie. Het lymfesysteem wordt gereguleerd door het parasympatisch zenuwstelsel, dat is een deel van het onbewuste zenuwstelsel wat ook zorgt voor herstel en rust. Ik moet de eerste dame met lipoedeem nog tegenkomen bij wie de parasympaticus volkomen in balans is. (Daarin speelt de programmering van het lichaam in de eerste duizend dagen van het leven een belangrijke rol!)

 

Wat betreft voeding wordt er vaak gesteld dat je koolhydraatarm zou moeten eten. Veel vrouwen hebben daar inderdaad baat bij, omdat het ervoor zorgt dat je minder vocht vasthoudt en dat vermindert de pijn en de zwelling.

 

Toch is een koolhydraatbeperkt dieet niet voor iedere lipolady geschikt. Bij ontstekingen heeft het immuunsysteem nu eenmaal behoefte aan glucose, ofwel koolhydraten. Als je te weinig koolhydraten eet, loop je het gevaar dat je lichaam eiwitten gaat gebruiken om glucose te maken. En dat is niet zo handig voor mensen die bijna allemaal bindweefselproblemen hebben.

 

Wanneer je ketogeen gaat eten, kan je lichaam mineralentekorten ontwikkelen als je deze niet aanvult. Ik zie regelmatig dames op een ketogeen dieet crashen wegens een elektrolytentekort. Dit kan zo erg worden dat lopen bijna onmogelijk wordt.

Wanneer het niet lukt om in ketose te komen, terwijl je keurig ketogeen eet, is dat een teken dat ontstekingsstoffen (IL6) dit proces dwarsbomen. Het is in dat geval nog belangrijker om de bron(nen) van de ontsteking te vinden.

 

Een belangrijke factor in het ontstaan van lipoedeem is chronische (of early life) stress. De gevolgen van een (onbewust) vroegkinderlijk trauma op de latere gezondheid zijn uitgebreid onderzocht. De mechanismen waarmee stress je lichaam langzaam kapot maakt zijn ook helder. Wanneer een ’trauma’ (dat hoeft helemaal geen ernstig misbruik te zijn, een gevoel van onveiligheid kan al voldoende zijn) plaatsvindt in de pre-verbale fase is het behandelen hiervan met cognitieve therapie niet zo eenvoudig. Bessel van der Kolk beschrijft in zijn boek ‘Traumasporen’ welke methoden wel effect kunnen hebben.

 

Wat betreft het bewegen verschillen de meningen enorm. Bijna elke lipolady heeft ervaringen met fysiotherapeuten, sportschoolbegeleiders en personal trainers die denken dat je zieke mensen op dezelfde manier kunt belasten als gezonde mensen. Zij zien vaak de ernst van de zaak niet in. Wanneer je een lipolady overbelast, crasht zij. En het lastige is dat zij dit niet kan aangeven tijdens de training omdat zij gewoonlijk met behulp van adrenaline door duwt.

 

Wie dingen doet op basis van adrenaline voelt zijn of haar grenzen niet en moet dit naderhand bekopen met een aantal dagen (of zelfs weken) vermoeidheid en heftige pijn. (Been there, done that.)

 

Gelukkig bestaat er een meetsysteem waarmee je de belastbaarheid van het lichaam kunt meten op basis van de Hart Rate Variability, mits je de gegevens goed kunt interpreteren. Het systeem geeft ook aan of er sprake is van chronische stress. Een lactaat meter kan overigens ook uitkomst bieden bij het bepalen van de belastbaarheid.

 

In principe zul je dus een individueel behandelplan (voedings-, stressreductie, beweeg-, darmbehandel- en suppletieplan) moeten maken, waarmee de ontstekingsreacties in het lichaam verminderen.

 

Speciaal voor lipolady’s hebben we op 21 november een lezing georganiseerd over de mechanismen die betrokken zijn bij het ontstaan van lipoedeem, waarbij we een meting aanbieden. Zo kun je zelf inzicht krijgen in je situatie wat betreft stress en je herstelvermogen. Je kunt je hier inschrijven.

 

Omdat er een grote behoefte bestaat aan goed opgeleide professionals herhalen we op 27 november de masterclass lipoedeem. Deze is geaccrediteerd door een aantal beroepsverenigingen. Je kunt je hier in schrijven.

Gaan we je zien?

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

Detoxen, wat is dat eigenlijk? Ga jij af en toe voor een grote schoonmaakbeurt in je lichaam? En hoe doe je dat? Ga je op een detoxreis, of detox je lekker zelf thuis? Wat doe je dan eigenlijk? Ga je sapvasten, heel veel water drinken of je lever reinigen? Laten we het daar vandaag eens over hebben, want sommige fabels blijven wel heel hardnekkig rondzingen.

 

Hoe werkt het eigenlijk? Hoe raak je al die giftige stoffen kwijt?

 

Het lichaam heeft een prachtig systeem om alles wat overbodig of giftig is op te ruimen. De lever en de nieren werken daarbij als een team. De lever is de werkvoorbereider en de nieren voeren het merendeel van het afval af. De rest verlaat het lichaam via de darmen, de longen, de haren en de huid. Detoxen is daarom iets wat je lichaam zelf moet doen. De lever zorgt ervoor dat schadelijke stoffen zo omgebouwd worden dat zij het lichaam kunnen verlaten.

 

Je hoeft je lever niet te detoxen, je lever detoxt jou.

 

De lever is namelijk geen filter die schadelijke stoffen uit het bloed filtert en bewaart.

 

De lever maakt vetoplosbare stoffen wateroplosbaar en zal deze vervolgens bewerken zodat de stoffen via het bloed en de nieren of via de darmen het lichaam kunnen verlaten.

 

Je kunt wel de lever een handje helpen met zijn taak, door de aanvoer van toxische stoffen te verminderen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan alcohol en medicijnen. Je kunt ook bepaalde ondersteunende voedingsmiddelen of nutriënten gebruiken, maar daarover later meer.

 

Het eerste advies wat je krijgt om je lichaam te helpen met  zijn ontgiftingstaak is ‘Veel water drinken!’ Extra water drinken helpt niet om de lever te ‘ontgiften’, als de lever zijn werk niet doet, kun je geen afvalstoffen wegspoelen met veel water. Minder water drinken maakt de urine geconcentreerder, maar heeft in principe geen effect op het verwijderen van afvalstoffen. Je kunt ook teveel drinken en daarmee teveel mineralen uit plassen. Dat betekent overigens niet dat water drinken zinloos is. We hebben wel degelijk water nodig.

 

Vaak wordt detoxen verward met vasten. Het stoppen met eten, voor kortere of langere duur kan je lichaam best helpen met bepaalde processen, maar het betekent niet dat je lever meer zijn best gaat doen. Wanneer je wat minder rommel binnenkrijgt, help je daar wel je hele lichaam mee. Met een voedselpatroon wat bestaat uit witte boterhammen met chocopasta en eierkoeken maak je het jezelf wel erg lastig.

 

Wanneer je darmflora erg uit balans is en er diverse pathogenen (beestjes) in de darm aanwezig zijn, kun je de lever ondersteunen door die pathogenen geen eten te geven. ( Zij zijn bijvoorbeeld dol op suikers en dierlijke eiwitten en gaan bijvoorbeeld ammoniak produceren wanneer jij vlees eet. Dat is tevens een reden waarom mensen zich vaak beter voelen als zij vegan gaan eten.) Maar een echte oplossing is dit natuurlijk niet.

 

Leverreinigingskuren worden gezien als de ultieme manier van detoxen. Toch is het effect van zo’n kuur niet te danken aan het reinigen van de lever als wel aan het feit dat de lever verse galvloeistof aan gaat maken. Dat doet de lever namelijk wanneer de galvloeistof (met afvalstoffen) in de darm gebonden wordt aan vezels en zo het lichaam via de darm verlaat. Doordat we in de afgelopen decennia steeds minder vezels zijn gaan eten, zal steeds vaker ongebonden galvloeistof weer heropgenomen worden in de darm en zo weer in de lever terechtkomen. Tja, zo komen alle afgevoerde stoffen weer opnieuw in je systeem.

 

Wanneer je het gevoel hebt dat je lever wat ondersteuning kan gebruiken (wat je vaak kunt zien aan die mooie donkere kringen onder de ogen, regelmatig hoofdpijn en vermoeidheid) is het slim om meer groenten en kruiden te gaan gebruiken. Denk daarbij aan de volgende producten:

 

Gember, artisjok, paardenbloemthee, curcuma, zwavelhoudende groenten zoals asperges, spruitjes en broccoli, bitterhoutwater, fulvinezuur, bitterzoutvoetenbadjes of speciale leverthee.

 

Weet wel dat overdrijven niemand goed doet, dus gebruik alles met mate. Mocht je hier hulp bij willen hebben, dan zijn er voldoende professionals die je kunnen helpen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

 

Wanneer je geconfronteerd wordt met een chronische aandoening krijg je al gauw te maken met allerlei emoties. Als je arts vertelt dat ‘dit het is’ en ‘dat je er mee moet leren leven’, kun je hulp aangeboden krijgen om je aandoening te accepteren.  Acceptatie is de realiteit echt onder ogen zien, zodat je de bijhorende gevoelens durft toe te laten.

 

Acceptatie betekent echter niet dat je jezelf moet neerleggen bij een situatie die misschien als onoplosbaar wordt voorgesteld terwijl er bij een andere  benadering toch nog veel aan te doen valt.

 

En dat komt vaker voor dan je denkt.

 

Als therapeut heb ik heel wat mensen op een eenvoudige manier van klachten afgeholpen die volgens artsen niet op te lossen waren.

 

Er komen er heel veel mensen bij mijn collega’s op zoek naar een alternatieve oplossing omdat zij vastlopen in de reguliere geneeskunde. Zij krijgen nog steeds te horen dat voeding geen invloed heeft op darmaandoeningen. Ook hoor ik nog maar al te vaak dat er aan schildklieraandoeningen niets te doen is behalve de bekende substitutietherapie.

 

Het is nog niet zo heel lang geleden dat mensen met ouderdomsdiabetes te horen kregen dat zij levenslang medicatie moesten gebruiken. Er werd zelfs geadviseerd dat je gewoon alles kon eten en bij een gebakje gewoon een beetje insuline moest bijspuiten.

 

Gelukkig raakt men er in de reguliere geneeskunde nu ook van overtuigd dat ouderdomsdiabetes in heel veel gevallen omkeerbaar is met leefstijlveranderingen.

 

Er zijn nogal wat aandoeningen waar men in de reguliere geneeskunde nog geen antwoord op heeft (of deze alleen met operaties of zware medicatie denkt te kunnen aanpakken) en waar de complementaire en/of leefstijlgeneeskunde al decennialang behoorlijke successen boekt.

 

Laat ik er een aantal noemen.

Migraine, allergie, chronische vermoeidheid, fibromyalgie, prikkelbare darm syndroom, insulineresistentie, slaapstoornissen, spierpijnen, haaruitval, hormonale klachten, stemmingswisselingen, brandend maagzuur, eczeem, rosacea, oorsuizen, jeuk, schimmelnagels en nog veel meer.

 

Tja, moet je bij deze aandoeningen dan wel je situatie ‘accepteren’? Of is het slim om eens om je heen te gaan kijken?

 

Wie een andere benadering zoekt zal zijn aandoening onder ogen moeten zien, maar vooral ook zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Als het goed is zal een complementaire behandelaar de leefstijl van de cliënt onder de loep nemen. En dan ben je toch echt zelf verantwoordelijk.

 

Naar mijn idee voelen (juist hierom) steeds meer mensen zich thuis bij de complementaire geneeskunde. Zij krijgen door de andere aanpak meer controle over hun gezondheid, maar dat is het niet alleen. Door de ‘open mind’ is er minder afstand en zijn er geen ivoren torens. En daarbij is er dan ook nog meer aandacht en tijd, waardoor mensen bij chronische aandoeningen steeds vaker op zoek gaan binnen de complementaire geneeskunde.

 

En nee, natuurlijk kunnen wij ook geen wonderen verrichten. Maar bij chronische kwalen is het zeker de moeite waard om eens verder te kijken. Ik weet wel dat als ikzelf niet verder gezocht had, mijn leven er heel anders uitgezien zou hebben.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie.

Als je het zelf nooit hebt meegemaakt, is het iets onbegrijpelijks. Als je vooraan gestaan hebt bij het uitdelen van de gunstige genen kun je niet bedenken hoe het voelt. Als je een perfect gezond leven leidt, zul je niet snappen hoe het is.

Uitgeput zijn, totaal leeg getrokken na een simpele inspanning en dagen moeten bijkomen na een bezoek aan de tandarts….

 

Chronische vermoeidheid, een zware burn-out, of ME. Het kan allemaal ongeveer hetzelfde aanvoelen en als je het zelf niet hebt ervaren, bestaat de kans dat je het ziet als aanstelleritis.

 

Personal trainers, ergotherapeuten, sportschooleigenaren, fysiotherapeuten en diverse andere ‘hulpverleners’ zien regelmatig mensen met zware vermoeidheidsklachten. En als je geluk hebt, begrijpen deze professionals hoe het werkt.

 

Hopelijk snappen zij dat dat het bewaken van de grenzen van mensen met vermoeidheid niet zo eenvoudig is. En dan bedoel ik hun inspannings(in)tolerantie. Want mensen met chronische vermoeidheid voelen namelijk hun grenzen niet en die kunnen ze ook niet leren voelen. Dat komt omdat zij zich alleen kunnen inspannen met behulp van adrenaline. En laat adrenaline nu net de stof zijn die je gevoel beperkt. Je voelt geen pijn als je in de ‘adrenalinestand’ staat. Je voelt geen vermoeidheid en dus helemaal geen grenzen.

 

Logisch toch?

 

De reden dat zij alleen kunnen presteren op adrenaline komt meestal doordat er niet voldoende cortisol geproduceerd wordt. Soms wordt dat (onterecht)een bijnieruitputting genoemd. Hier kun je lezen hoe ik daar over denk.

 

Helaas ligt de focus bij de behandeling van chronische vermoeidheid in Nederland nog maar al te vaak op cognitieve gedragstherapie (accepteren en grenzen leren) en bewegingstherapie. En helaas lopen daardoor ook veel mensen vast.

 

Wanneer je uitgeputte mensen laat bewegen op adrenaline is de kans groot dat je hen ‘opblaast’. Net zoals je een motor opblaast.

 

Het grootste probleem bij chronische vermoeidheid is namelijk dat deze mensen een energietekort hebben, hun mitochondriale capaciteit is door diverse redenen maar zeer beperkt. Zij gebruiken daarom hun anaerobe energiesysteem om energie te maken. De gevolgen daarvan zijn helder. Dat houd je niet lang vol en dan ga je op adrenaline vreselijk over je grenzen.

 

Het klinkt allemaal vreselijk somber, maar er is hoop.

 

In tegenstelling wat vaak verteld wordt, is die enorme vermoeidheid echt wel te verminderen. Sommige mensen ‘genezen’ volkomen en anderen herstellen gedeeltelijk wanneer ze bij de juiste behandelaar terechtkomen. En dan bedoel ik een behandelaar die in staat is om alle puzzelstukjes in kaart te brengen die betrokken zijn bij het vastlopen van het systeem.

Er is namelijk niet één oorzaak.

 

Er spelen vele factoren een rol. Dat varieert van ontstekingsreacties door virussen, parasieten en ‘beestjes’ bijvoorbeeld in de darm, specifieke nutriëntentekorten, voedselintoleranties, chronische stress, toxische stoffen tot genetische mutaties.

 

Zelf heb ik ook geleden aan chronische vermoeidheid en ik kan je zeggen dat dit niet meeviel. Voor mij was accepteren geen optie. Het was de reden waarom ik (na een eerste behandeling van een natuurarts) ben gaan studeren (en met resultaat). Ik functioneer weer bijna normaal maar ik ken mijn beperkingen. Ik zal me aan mijn eigen voedings- en bewegingsregels moeten houden en ik zal altijd voorzichtiger dan anderen moeten zijn. Maar als dat alles is…

 

Ik begrijp dat zo’n zoektocht niet voor iedereen mogelijk is, toch wil ik je een hart onder de riem steken. Mocht jij vastlopen in je puzzel, verdiep je dan in de materie of zoek hulp bij een van die mensen die het wel begrijpen. Want echt, er is vaak meer mogelijk dan je denkt.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho, Neuro, Immunologie

In mijn blog van vorige week heb ik de achtergronden van een B12 tekort uiteengezet, maar er is over dit onderwerp nog veel meer te vertellen. Vandaag daarom een vervolg over de nutriënten die een rol spelen bij de vitamine B12 regulatie.

 

Door de vragen die mij regelmatig gesteld worden, krijg ik de indruk dat veel mensen het idee hebben dat een vitaminetekort simpelweg opgelost kan worden door wat extra suppletie. Was het maar zo simpel, onze biochemische fabriek zit toch echt wat gecompliceerder in elkaar. Je lichaam is nu eenmaal geen zak met nutriënten die af en toe aangevuld moeten worden.

 

Je kunt tekorten oplopen doordat je niet gebalanceerd genoeg eet, maar ik zie vaker dat er andere problemen spelen die voor tekorten zorgen.

 

Het begint al bij de opname. Heb je voldoende maagzuur met daarin de intrinsic factor? Het slikken van maagzuurremmers geeft de nodige opnameproblemen. Je lichaam heeft ook calcium nodig voor de opname. Slik je metformine, dan kan vitamine B12 in de darm moeilijk opgenomen worden door een tekort calcium in de darm. Bij een vitamine D tekort bestaat overigens de kans dat je te weinig calcium uit de voeding opneemt.

 

Alleen de smelttabletten met methylcobalamine en adenosylcobalamine hoeven niet meer door het lichaam omgezet te worden. Dat zijn de reeds geactiveerde vormen van B12. Methylcobalamine kan je lichaam ook zelf maken, mits er voldoende methyltetrahydrofolate (lastig woord, ik weet het) aanwezig is. Dat is de actieve vorm van foliumzuur. Laten nu juist heel veel mensen moeite hebben met het activeren van foliumzuur door onder meer een vitamine B2 tekort. Zij kunnen beter geen gewoon foliumzuur slikken, maar folinezuur of (methyl)folate (afhankelijk van hun genetische constitutie).

 

Om adenosylcobalamine te maken heeft het lichaam biotine en magnesium nodig. Biotine valt onder de B vitamines. Je hebt het ook nodig om je huid, haren en nagels sterk en soepel te houden. Een gezond mens met een gevarieerd voedingspatroon zal niet snel een biotinetekort oplopen.

 

Een van de mogelijke oorzaken van zo’n biotinetekort vind je overigens in de darm. Gezonde darmbacteriën produceren de nodige B vitaminen, waaronder biotine. Je zou de indruk kunnen hebben dat deze bacteriën deze nutriënten voor ons produceren, maar dat klopt niet. Zij hebben deze nutriënten zelf nodig! Het is zelfs mogelijk dat je met suppleren van B vitaminen (en biotine) de beestjes in de darm te eten geeft en daarmee je problemen verergert. Het is dus zaak dat je onderzoekt hoe het met je B vitaminen (en de darm) gesteld is. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit een regulier arts ontmoet die kijkt naar een biotinetekort, terwijl dit dus wel degelijk een oorzaak van een B12 tekort zou kunnen zijn.

 

Maar goed, stel dat je een arts vindt die dit wel wil checken, dan loop je meteen tegen het volgende probleem op. Bloedwaarden zeggen niet zo heel veel over nutriëntentekorten. In de regel is een tekort in het bloed wel een tekort, maar wanneer alles binnen de normen is, hoeft dit helemaal niets te zeggen. Bloedwaarden vertellen nu eenmaal niet of het in de cel allemaal goed verloopt. Gelukkig zijn er orthomoleculair geschoolde mensen die wel begrijpen hoe je de complexe biochemie in kaart kunt brengen. Je vindt deze hier!

 

Wanneer je vast loopt bij de behandeling van een vitamine B12 tekort is het dus zaak om verder te zoeken dan alleen B12. Neem vooral geen genoegen met standaard behandelingen als deze niet werken.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

 

 

Er is geen gezondheidsonderwerp waarover zoveel wordt gediscussieerd als vitamine B12. De enige juiste behandeling van een vitamine B12 tekort is regelmatig onderwerp van felle discussies. Op fora, Facebookgroepen en zelfs in wetenschappelijke studies. Ik neem dan ook een enorm risico om mij hier eens in te mengen.

 

Maar goed, waarom is er zoveel discussie over de behandeling van een B12 tekort? Waarom staan mensen elkaar bijna naar het leven als het over B12 suppletie gaat?

 

Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik vermoed dat de mensen die baat hebben bij hydroxycobalamine injecties zich gesterkt voelen door de reguliere gedachte dat vrijwel alleen injecties werkzaam kunnen zijn. Daar tegenover zijn er ook mensen die erg opknappen van smelttabletten en dus vinden dat injecties niet de enige oplossing zijn.

 

In beide groepen zijn er ook mensen die aanvankelijk opknappen van de gekozen strategie, maar naar verloop van tijd moeten switchen omdat zij volledig crashen op ofwel injecties ofwel smelttabletten.

 

Het wordt dus tijd voor wat nuancering.

 

Naar mijn idee ligt de wortel van het probleem in het feit dat mensen niet weten wat de oorzaak is van hun vitamine B12 tekort. Ik denk dat daar nogal wat misverstanden over bestaan, vandaar mijn poging vandaag tot verheldering. En sorry als het technisch wordt, soms moet dat gewoon even.

 

Er zijn diverse oorzaken van een vitamine B12 tekort en juist de oorzaak bepaalt nu net welke soort en toedieningsvorm van vitamine B12 voor jou geschikt is. Zoals je misschien nu al snapt; er heeft niemand ‘gelijk’. Er is geen optimale vorm en toedieningsvorm van vitamine B12 voor iedereen.

 

Je kunt de strijdbijl dus nu maar vast begraven.

 

De Gezondheidsraad is van mening dat de beste vorm van toedienen bestaat uit Hydroxycobalamine injecties. Waarschijnlijk zijn zij tot die conclusie gekomen omdat uit onderzoek blijkt dat veel mensen hier goed op reageren.

 

Waarom reageren zoveel mensen goed op de injecties?

 

Hydroxycobalamine is een stof die bij uitstek geschikt is om gifstoffen te ‘binden’. Het zorgt ervoor dat bijvoorbeeld koolmonoxide, toxinen van schimmels en gisten of cyanide snel het lichaam kunnen verlaten. Hydroxycobalamine wordt hierbij opgeofferd en dan heb je al gauw een tekort. Wanneer je lichaam heel veel toxinen (zelf geproduceerd, door pathogenen of van buiten af) moet afvoeren, is de kans groot dat je B12 gehalte zakt.

 

Een gemeenschappelijke factor bij slachtoffers van toxische stoffen en chronisch zieken, is een tekort aan stikstofmonoxide (NO, niet te verwarren met lachgas N2O). Stikstofmonoxide is als vrije radicaal essentieel voor elke cel. Maar wanneer het teveel wordt geproduceerd, is het ongelooflijk schadelijk. Deze overmaat komt voor wanneer het zich combineert met andere vrije radicalen (Superoxide) om peroxynitriet (ONOO) te vormen.

 

Peroxynitriet is zeer giftig en veroorzaakt mitochondriale schade, ofwel het legt je energieproductiesysteem plat. Onderzoek toont aan dat lage niveaus van stikstofmonoxide en hoge hoeveelheden peroxynitriet, worden gevonden in toxine slachtoffers en bij veel patiënten met chronische ziekten. Hydroxycobalamine is bij hen in staat om het zeer giftige peroxynitriet weg te vangen, wat verklaart dat veel chronisch zieken soms extreme doses hydroxycobalamine nodig hebben.

 

Natuurlijk is het van belang dat je dan hydroxycobalamine gaat spuiten, maar wanneer je de spuit als DE oplossing ziet, ga je voorbij aan de onderliggende oorzaak. (En als je die vindt en behandelt, bestaat de kans dat je de spuit niet meer nodig hebt.) Het vervelende is wel dat de toxische stoffen moeilijk in bloed aan te tonen zijn als je eenmaal spuit. Het lichaam zorgt er namelijk heel snel voor dat de boel wordt opgeruimd.

 

Een grote groep mensen heeft geen toxische belasting, maar heeft alleen een opnameprobleem van vitamine B12. Zij slikken misschien medicatie (zoals bv. maagzuurremmers) waardoor er te weinig B12 vanuit de spijsvertering wordt opgenomen. Het is ook mogelijk dat je gewoon te weinig B12 bevattende voedingsmiddelen eet, dat is het geval bij veganisten.

 

Voor deze groep is het gebruik van smelttabletten (onder de tong voor een goede opname) in een relatief lage dosering voldoende om het tekort te voorkomen of op te lossen. Ik zou deze groep geen cyanocobalamine willen adviseren, omdat deze vorm niet goed verwerkt wordt door je lichaam. Kies dan voor methylcobalamine, dan maak je het je lichaam veel makkelijker.

 

Methylcobalamine is samen met methylfolaat van belang bij methyleringsproblemen. Om methylcobalamine te transporteren is er voldoende glutathion (een belangrijke lichaamseigen antioxidant) nodig. Mocht alleen methylcobalamine geen goede resultaten geven, dan bestaat de kans dat er sprake is van een glutathiontekort.

 

Een andere groep mensen heeft last van specifieke mutaties in de vitamine B12 regulerende genen. Zij hebben baat bij een vorm die bij hun genetische mutatie past. Veelal werkt dan een combinatie methylcobalamine en adenosylcobalamine (of een van beiden) wel goed. Wil je dat uitzoeken, laat dan de Methylmalonzuur waarde en de Holo TC waarde bepalen. Daaraan kun je zien welke vorm voor jou ideaal zou zijn. Bij een (licht) verhoogde Methylmalonzuurwaarde is er sprake van een tekort aan adenosylcobalamine.

 

Adenosylcobalamine werkt specifiek in de mitochondriën, als een soort vonk om je energiesysteem op te starten. Bij een tekort hiervan ben je dus erg moe, maar knap je snel op bij suppletie hiervan.

 

Ik kan in dit blog niet volledig zijn. Ik ben mij ervan bewust dat er zeker over genetische variaties en het gebruik van vitamine B12 nog veel meer te vertellen is, maar het moet wel leesbaar blijven. Als je behoefte hebt aan meer informatie en referenties kun je tenslotte altijd bij ons een cursus volgen.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Zo af en toe kom ik in contact met mensen die helemaal niet bezig zijn met gezonde voeding (dat heb je als je vak je hobby is). Om eindeloze discussie te voorkomen houd ik over het algemeen in die situaties zoveel mogelijk mijn mond over mijn (waarschijnlijk toch wel wat ‘abnormale’) passie. Zodra duidelijk wordt wat ik doe voor de kost komen de vragen los. En dan is de meest gestelde vraag: Wat is er nu wel of niet gezond?

 

Door alle verwarrende informatie via televisie en internet zijn de mensen echt de weg kwijt. Iedereen wil houvast aan een lijstje met gezonde en ongezonde voeding. We denken nog steeds dat er gezonde en ongezonde voedingsmiddelen bestaan, zonder nuances. Een vette hap is ongezond en groenten zijn gezond. Alsof je niet ziek kunt worden van zogenaamd gezonde voeding.

 

Ik kom ze toch echt wel tegen hoor, de mensen die na het overstappen op een dieet van spinazie salades, noten, bessen, kip, zalm, en selderij/boerenkool met fruit smoothies en langzaam maar zeker doodziek worden.

 

Dat zou je niet verwachten, dat is toch een super gezond dieet?

 

Toch is zo’n voedingspatroon niet voor iedereen geschikt vanwege meerdere redenen.

 

Een van de dingen die kunnen spelen is dat dit voedingspatroon (voor jou) teveel oxalaten bevat. Oxalaten vindt je dus met name in rabarber, groene bladgroenten, zoete aardappel, noten en chocola. Allemaal voedingsmiddelen die normaliter als gezond worden gezien.

 

Oxalaten zijn een soort vlijmscherpe kristalletjes die (gebonden aan calcium) bijvoorbeeld nierstenen, maar ook darmklachten, vulvodynie en fibromyalgie-achtige klachten kunnen veroorzaken. Nee, niet iedereen krijgt nierstenen van oxalaatrijke voeding. Dat hangt af van je biochemische individualiteit.

 

Helaas is er geen makkelijke doe het zelftest om te zien of je hier last van hebt. Afgaan op je klachten patroon en bepaalde voedingsmiddelen langzaam verminderen is een methode om te zien of dit probleem speelt. Drastisch alle oxalaten uit je voeding weglaten is meestal geen goed idee, de klachten kunnen dan juist enorm verergeren. Een goede behandelaar kan je urine laten controleren om te vast te stellen of oxalaten voor jou problematisch zijn.

 

Een ander probleem kan zijn dat de beschikbaarheid van voedingsstoffen vermindert doordat je te weinig gekookt voedsel eet. Koken van groenten zorgt namelijk voor het vrijgeven van mineralen zoals bijvoorbeeld magnesium uit groenten. Een voedingspatroon met alleen groene smoothies en grote bergen sla is dus echt niet optimaal.

 

De ontdekking van vuur, vermoedelijk zo ongeveer 300.000 tot een miljoen jaar geleden, heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de huidige mens. We konden toen voedsel verhitten waardoor de opname van voedingsstoffen werd vergemakkelijkt. Tegelijkertijd verloren we de mogelijkheid om bepaalde vitaminen te maken, die we dus uit onze voeding moesten gaan halen.

 

Een voedingspatroon zoals boven omschreven bevat niet alleen veel oxalaten en te weinig gekookte groenten, het  bevat ook te weinig vitamine B12 en jodium, ijzer, selenium en molybdeen. Zalm en kip bevatten namelijk heel weinig ijzer en vitamine B12. Rood vlees, wild en lever bevatten beduidend meer mineralen en vitamine B12. Wanneer je dit niet wilt eten, zul je moeten zorgen voor suppletie.

 

Juist de eenzijdigheid van zo’n voedingspatroon zorgt voor tekorten van de belangrijke B vitaminen en belangrijke mineralen. En dat merk je meestal niet op de korte termijn.

 

Het doorslaan in ‘gezonde’ eenzijdige voeding komt gelukkig veel minder voor dan het doorslaan in ‘ongezonde’ eenzijdige voeding. Toch heeft het allebei negatieve consequenties.

 

Als je nu uit mijn blog de conclusie trekt dat het eten van groenten niet verstandig is omdat er allerlei risico’s aan kleven, heb je mijn boodschap niet begrepen. Het eten van groenten is juist enorm belangrijk, de gemiddelde Nederlander eet echt veel te weinig groenten. Het gaat er mij om dat je jezelf realiseert dat jouw lichaam niet altijd op dezelfde manier hoeft te reageren als dat van anderen.

 

Het simpelste advies wat ik je daarom kan geven is:

 

Varieer en luister naar je lichaam! Als je buikpijn krijgt van rauwe spinaziesmoothies is dat een signaal wat je niet moet negeren.

 

Eet niet alleen rauwe groenten, gekookte groenten zijn echt belangrijk in je voedingspatroon (om de beschikbaarheid van voedingsstoffen te optimaliseren). En dat kan zeker ook in de vorm van soep. Laat je die in de zomer nu ook gewoon afgekoeld kunnen eten.

 

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie